Zondag 20/10/2019

Docville

Door de lens: de mens aan de grens

Beeld DM

'We konden dit jaar niet naast de vluchtelingenproblematiek', klinkt het bij de organisatoren van Docville, dat vanavond van start gaat. Valt er iets te leren, nu Europa's schaamrood bijna één jaar oud is en rechts het einde van asiel predikt? Een vlucht, niet onpartijdig, in het filmverleden.

Vluchten is van alle tijden. Het is de naam van een reizende expo die Vluchtelingenwerk Vlaanderen tien jaar geleden lanceerde, de titel van een begeleidende kortfilm die met beelden van VN-organisatie UNHCR en In Flanders Fields Museum toonde hoe conflict, vlucht en migratie de twintigste eeuw tekenden. Terwijl de westerse cinema blijvend werd beïnvloed - de vlucht van de beste joodse regisseurs uit Duitsland gaf Hollywood vleugels -, weigerde de kunst echter de werkelijkheid te imiteren. Films die stof of thema vonden in vluchtelingen, asielzoekers of zelfs migranten bleven verbazend schaars, tot hun aantal in de laatste kwarteeuw zowat explodeerde. Laten we geen blad voor de mond nemen: in sommige gewesten, zoals Vlaanderen, heerste achterlijkheid als het ging om een culturele verwerking - bijvoorbeeld via films - van het 'eeuwige' migranten- of vreemdelingenprobleem.

Goed, u vindt zelf wel voorbeelden van films over vlucht en ontheemding, tijdens en kort na de Tweede Wereldoorlog. Bekend is Casablanca, van de Hongaarse immigrant Michael Curtiz, waarin expat Humphrey Bogart een bar uitbaat in Marokko, terwijl een handeltje in visums voor Amerikaanse oorlogsvluchtelingen de plot beheerst. Maar de blanke, westerse cinema duwde zijn blanke, westerse sterren niet graag in de rol van vluchteling of inwijkeling. Daarvoor was een radicaal 'andere', niet-westerse 'vreemde' nodig.

Border Incident vond in 1949 een andere 'vreemde': aliens die de grens tussen Mexico en de VS oversteken Beeld © rv

Universele taal

Anthony Manns Border Incident, een kleine brutale B-film noir, vond die al in 1949 in de illegale aliens die 's nachts de grens tussen Mexico en de VS oversteken om slavenarbeid te verrichten. Het is inderdaad de illegale werkzoeker, de ontheemde transitmigrant of papierloze asielzoeker die de cinema van vlucht en asiel zal beheersen. Ironisch detail: eigenlijk legde Charles Chaplin, zelf een politieke balling, al in 1917 het personage vast. In The Immigrant is zijn kleine zwerver vanzelfsprekend een eeuwig thuisloze 'gelukzoeker' en freerider.

Vanaf 1990 krijgt de film vluchtelingen en asielzoekers scherp in de lens, terwijl na 2000 een heuse thematische explosie volgt. In de jaren 90 groeit het gemiddelde aantal films tot een drietal per jaar, na de millenniumovergang wordt dat een tiental per jaar. Eersten in de rij: de Duitstalige landen, Italië, Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk, Zweden, Algerije, Iran en de VS.

Achter die fenomenale groei schuilt een descriptief gegeven, historisch en feitelijk: de huidige crisis duurt al minstens vijftien jaar. Een miljoen mensen die in 2015 aan de smalle zuidpoort van Europa staan, is uniek, maar de impact daarvan op de meeste EU-landen is klein. Hun piek in asielaanvragen ligt rond 2000: 3,5 miljoen Afghanen, 800.000 Albanese Kosovaren, 450.000 Koerden. Voor België komt het huidige aantal asielaanvragers in het wachtregister niet eens in de buurt van dat van 2000: 55.425 is in de verste verte geen 95.677.

Achter de fenomenale groei van films schuilt ook een normatief gegeven, historisch en niet-feitelijk: het geloof in de morele kracht van cinema. Film spreekt een universele taal, verruimt de werkelijkheid of toont de andere cultuur, wekt inleving en medeleven op via identificatie, triggert emoties als verontwaardiging en medelijden, zet aan tot discussie en dialoog, ontbolstert engagement en actie.

Het is het spiegelbeeld van wat - met een eufemisme - de denkers van natie, grens en (uit)sluiting bekomen. In plaats van openbaring, verlichting en verruiming van de blik komt stereo- typering, verduistering en vernauwing van perspectief. Zelfs socialisten vergeten pardoes de betekenis van het woord socius: bondgenoot. John Crombez (sp.a) wil pushbacks. Frans Timmermans (vicevoorzitter Europese Commissie), bejubeld om zijn medeleven tijdens de MH17-crisis, mag ongestraft bijna-racistische verzinsels spuien: 60 procent van wat zich in Griekenland aanmeldt, is "economisch vluchteling" (sic, een term die de definities van de Conventie van 1951 samengooit) en "Noord-Afrikaan" (sic, een term die in het Franse koloniale tijdperk ongeveer betekende wat 'barbaar' was voor de Oude Grieken).

Tegen stereotypen en stigma's willen de recente films een menselijk gelaat plakken op de hordes - de Harragas, met een titel van de Algerijnse regisseur Merzak Allouache. De Zweed Magnus Gertten "wilde niet zwemmen in een zee van naamlozen" en zocht voor Every Face Has a Name uit 2015 de namen van WO2-vluchtelingen in zijn land.

Vandaag een slogan van antiimmigratiegroepen, in 1981 een film over jodenopvang. Beeld RV

Boeren en imbecielen

U kunt en mag redelijkerwijs de morele kracht van film betwijfelen, ontkennen dat film essentieel is voor een juist historisch bewustzijn en een collectief geheugen kunt u redelijkerwijs niet. Geschiedenis en geheugen zijn wel de eerste slachtoffers van het denken van natie, grens en (uit)sluiting. Met het eeuwige problematiseren en politiseren hangt zoals gezegd een achterlijkheid in maatschappelijk debat en culturele verwerking samen. Hongarije, Tsjechië, Slowakije, Portugal, Spanje en Polen - landen die een collectieve verantwoordelijkheid dragen in de collaps van het Midden-Oosten en het ontstaan van vluchtelingenstromen - ontbreken glansrijk in de recente boom van films, net zoals ze nauwelijks asielaanvragen goedkeuren.

Vlaanderen, dat begin jaren 90 een Europees record vestigt in door vreemdelingenhaat gemotiveerde kiezers, komt vóór de millenniumovergang niet verder dan banale en catastrofale films over boeren en imbecielen (een titel als De paniekzaaiers, met Antwerps duo van de lach Gaston en Leo, lijkt Nieuw-Vlaams te inspireren). Niet één film behandelt vlucht, asiel of migratie in een actuele context. Dat gebrek aan culturele verwerking is natuurlijk niet nieuw. Het Vlaamse aandeel in de deportatie van 24.920 in België verblijvende joden, meestal vluchtelingen, is nooit maatschappelijk besproken of cultureel 'geïntegreerd'.

Misschien wordt die culturele achterlijkheid geneutraliseerd door hoongelach om het naïeve geloof in de morele kracht van film. Misschien is de hoon terecht. Er is iets wanhopigs aan het uitreiken van de Gouden Palm aan Jaques Audiards Dheepan of van de Gouden Beer aan Gianfranco Rosi's Fuocoammare. De eerste film wil het eenzame lot van de radicaal 'andere' tonen met een Tamil-gesproken verhaal over een voormalige Tamiltijger die onder een valse identiteit en illegaal in Parijs leeft. Verder van ons bed kan het niet. De Berlinale herhaalde met de bekroning van Rosi's film over Lampedusa wat ze 13 jaar geleden deed, toen Michael Winterbottom met In This World won. Ze herhaalde ook wat ze 26 jaar geleden deed, toen Werner Schroeters Palermo oder Wolfsburg werd bekroond. Fuocoammare is te zien op Docville.

Film lijkt compleet machteloos. Philippe Liorets Welcome uit 2009, een duik in de uitgewiste 'jungle' van Calais, heeft het gebrek aan fraternité van de Franse Republiek niet kunnen counteren. Het duurde meer dan twee decennia voor een film het over Rostock 1992 had, het incident waarbij een lynchmeute onder luid applaus en gejuich van 3.000 omstaanders een flatgebouw in de fik stak waarin 120 Vietnamese vluchtelingen woonden. Burhan Qurbani's Wir sind jung. Wir sind stark uit 2014 is inmiddels weer achterhaald: op 21 februari 2016 gebeurde in Bautzen bijna hetzelfde.

Een complete knock-out uit 2002: een 16-jarig kansarm meisje volgt haar zogenaamde vriendje naar Zweden. Beeld RV

Bureaucratie

Neen, films over vlucht, asiel en migratie veranderen de wereld niet. Toch hebben hun openheid en ontvankelijkheid de geschiedenis als wind in de rug. Het zullen migranten en hun kinderen zijn, met véél meer dan de vluchtelingen, die Vlaanderen, België en Europa zullen moeten redden van het tekort in de generatiewisseling van de actieve bevolking. Denkers van natie, grens en (uit)sluiting lopen intussen 'historisch' tegen de lamp.

Een voorbeeld? De zin 'Das Boot ist voll' is een slogan die vandaag gebruikt wordt door Duitse anti-immigratiegroepen. In 1981 was het de titel van een Zwitserse film van Markus Imhoof. Het jaar is 1942, en het land heeft net beslist dat het genoeg is geweest met jodenopvang, tenzij er zich kinderen onder de 6 jaar aandienen. Imhoof vertelt hoe een groep joden probeert aan Duitse deportatie te ontkomen door zich in Zwitserland voor te doen als een gezin. Hun verhaal stort in als een paar middenstanders hen verraden, waarna de bureaucratie, zoals Theo Franckens fraudecel vandaag, het kaf van het koren scheidt.

Niet vergelijkbaar, zegt u. Ander voorbeeld: in Otto Premingers Exodus uit 1960, hét epos over het einde van de joodse diaspora, helpen activisten ontheemde Holocaust-overlevenden ontsnappen uit Cyprische VN-opvangkampen om ze illegaal Palestina binnen te smokkelen. Durft iemand een alternatieve geschiedenis bedenken waarin joden worden teruggeduwd, waarin de Palestijnen geen toekomst van speciale UNHCR-bescherming tegemoetgaan?

Ten slotte: elk hoongelach om het naïeve geloof in de morele kracht van film is ook hoongelach om Son of Saul. Het feit dat Israël de giftigste, meest racistische retoriek op de planeet spuwt tegen niet-joodse migranten, zoals de Israëlische filmmaker Noam Kaplan in 2014 met Manpower toont, verwijst overigens elke naïviteit meteen naar de verleden tijd.

Denkers van natie, grens, (uit)sluiting en het einde van asiel bekritiseren de Conventie van 1951 en het Protocol van 1967, maar baseren hun polariserende retoriek uitsluitend op de strikte scheiding die de Conventie maakt tussen vluchtelingen en economische migranten. Dat die scheiding ook 'werkelijk' bestaat, gelooft zelfs Australië niet, nochtans pushbacknatie nummer één.

Risico op vervolging en de realiteit van oorlog zijn onlosmakelijk verbonden met chronische armoede en economische collaps, een realiteit die de cinema nooit anders heeft verbeeld. Oordelen over rechtmatig en frauduleus asiel zijn nooit sluitend. Bewijzen en papieren ontbreken massaal, en in de prijs van een mensensmokkel zit meestal een overtuigend asielverhaal begrepen. Van Imhoofs Das Boot ist voll, over Nico Jacusso's Escape to Paradise uit 2001, waarin een in Turkije vervolgde Koerdische familie niet wordt geloofd door Zwitserse asielautoriteiten en een verhaal koopt, tot Audiards Dheepan is identiteitsfraude een constante. Het gaat steeds om een 'verhaal'. Om de morele overtuigingskracht van een 'overlevingsverhaal'.

Een sluitende triage van 'politiek' en 'economisch' werd al in 1983 ontkracht door Gregory Nava's El Norte. De film volgt een Guatemalteekse jongen en zijn zus, leden van de als 'ondermensen' behandelde Maya-minderheid, op hun vlucht naar Amerika, "waar ook de armen een auto hebben". Hun verdrukker heet generaal Efraín Ríos Montt, een waanzinnige massamoordenaar en persoonlijke protegé van Ronald Reagan. De twee zijn rechtmatige asielzoekers, maar maken geen schijn van kans op een vluchtelingenstatuut, aangezien het land dat hen zou moeten erkennen medeplichtig is aan hun vervolging. De status van 'onbestaand' beheerst een kwarteeuw later ook Cary Joji Fukunaga's Sin Nombre uit 2009, waarin twee tieners uit Honduras en Mexico niet anders kunnen dan over de zogenaamde 'Verticale Grens' van de Mexicaanse hel te trekken om de VS te bereiken. Ze zijn niet alleen naamloos, ze zijn gewoon niemand: De Nadie, de titel van Tin Dirdamals film uit 2005.

Charles Chaplin legde al in 1917 het typische vluchtelingenpersonage vast. Beeld RV

Duitsland als model

De continue dehumanisering van de illegale economische migrant bereikt een kritische massa. Als in de definitie van 'vluchteling' de gegronde vrees voor vervolging kan worden uitgebreid naar oorlog en natuurramp, waarom dan niet naar structurele armoede en economische ongelijkheid waaruit ontmenselijking, uitbuiting en verdinglijking volgt? Stephen Frears' Dirty Pretty Things behandelde in 2002 organenhandel onder illegalen in West-Londen. Een complete knock-out uit hetzelfde jaar is Lilya 4-Ever van de Zweed Lukas Moodysson, waarin een 16-jarig kansarm meisje uit een postcommunistisch wasteland haar zogenaamde vriendje naar Zweden volgt en in de val van seksuele slavernij tuimelt. Op 8 maart, Wereldvrouwendag, riep UNHCR-baas Filippo Grandi voor het Europees Parlement op tot bescherming van vluchtende, migrerende, ontheemde vrouwen. Wie of waar ze ook zijn.

Nogmaals: de mate waarin een land het probleem cultureel verwerkt, bijvoorbeeld in cinema, is recht evenredig met de mate waarin dat land in staat is tot openheid. Duitsland is het model, samen met Oostenrijk en Zwitserland, vandaag wat morrende landen met 8 miljoen inwoners die inzake asielbeleid al véél, véél meer presteerden dan België met 11 miljoen. De graad van erkenning in Zwitserland was consistent hoog, in 2008 meer dan twee keer groter dan het EU-gemiddelde en de ondermaatse Belgische score (64 procent tegenover 27 en 25,75). Oostenrijk kende in 2015 maar liefst 90.000 mensen de vluchtelingenstatus toe, België 6.754.

Vijf decennia lang zijn (im)migranten en vreemdelingen aanwezig in de cinema van de drie landen, tot voorbij het punt waarop de kinderen van de migranten de films maken. Sinds een kwarteeuw zijn vlucht en asiel blijvend aanwezig. Tussen Reise der Hoffnung uit 1990 en Willkommen auf Deutsch uit 2014 ligt kilometers pellicule, te lang om op te sommen.

Belgisch, ook uit 2002, over het leven in een sociale woonwijk in Antwerpen. Beeld RV

Wij spelen het ook klaar

België weet decennialang geen vuist te maken, tot aan Waalse kant de broers Dardenne met La promesse in 1996 en Le silence de Lorna in 2008 mokerslagen uitdelen, terwijl Illégal uit 2010 een schoolvoorbeeld wordt. Aan Vlaamse kant is Guy Lee Thys in 1989 bij de pinken, maar Cruel Horizon, een exploitation flick over Vietnamese vluchtelingen, heeft niets met Vlaanderen te maken. Oké, vanaf 2002 er is een minieme inhaalbeweging, ruim rond migratie te situeren. Kassablanka, Hop, The Invader, Black. Voormalig De Morgen-journaliste Catherine Vuylsteke co-regisseerde in 2015 The Art of Becoming, een docukunstfilm over drie niet-begeleide minderjarigen uit Afghanistan, Syrië en Guinee.

Misschien is tegencultuur vanuit de film niet nodig. De Nieuw-Vlaamse leider blaast en sist naar Merkel, maar zijn staatssecretaris voor Asiel en Migratie speelt klaar wat Merkel hem zegt klaar te spelen. Francken keurde in zijn eerste jaar haast alle Syrische asielaanvragen goed, nam de Duitse rangorde klakkeloos over en vestigde een absoluut record in erkenningen (60 procent). En het einde van de sociale zekerheid dan? De leider dekte zich al in door ergens te verklaren dat hypocrisie soms een goede strategie kan zijn.

Intussen vissen de vissers van Lampedusa voort, spoelen de bootjesmensen verder aan. Volkomen gescheiden. Tussen hen in staat de dokter van Fuocoammare, die verklaart dat hij het nooit kan en zal 'gewoon' worden om met zo veel lijden en dood om te gaan. In Sight & Sound besloot de grijzende filmcriticus Geoff Andrew: "De getuigenis zou verplicht kijkvoer moeten zijn voor al die politici en anderen die deze mensen een veilig onderkomen en een nieuwe thuis willen ontzeggen." U kijkt op en hoort het: hoongelach.

De winnaar van de Gouden Beer 2016 toont de situatie op het Italiaanse eiland Lampedusa en is te zien op Docville. Beeld RV
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234