Donderdag 08/12/2022

Donkere verhalen uit de nalatenschap van Hella Haasse

null Beeld PHOTO_NEWS
Beeld PHOTO_NEWS

Vandaag precies een jaar geleden overleed Hella S. Haasse. Een gepast moment om haar nagelaten verhalen te publiceren.

Fleur Speet

Het dieptelood neerlaten, dat is iets wat Hella Serafia Haasse in zichzelf altijd gedaan heeft, en wat ze haar personages altijd heeft laten doen. Zoals blijkt uit de zojuist verschenen postume verhalenbundel 'Maanlicht', deed ze dat al toen ze haar eerste schreden op het pad van de literatuur zette. In de vier verhalen van deze bundel steken de personages hun hand door "een spinnenweb van tijd en materie". Het gaat over dubbelgangers - dezelfde en niet dezelfde persoon - die veranderen door een confrontatie. De ander is letterlijk dubbelzinnig en misschien zelfs wel een voorbode van de dood. Steeds gaat daarbij de verbeelding met de personages aan de haal, de droomwereld wordt reëel. Dat doet wat denken aan het magisch realisme van Johan Daisne en Hubert Lampo. Maar bij Haasse geen ruimte voor het feeërieke, in deze verhalen gaat het er afstandelijker aan toe en speelt de liefde een ondergeschikte rol.

De verhalen zijn gevonden in Haasses nalatenschap. Voor de nabestaanden was het nog een heel gepuzzel - welke versie van de vele varianten is de juiste? -, maar ze zijn zeker geschreven in het begin van haar carrière. Of ze er zo uit moeten zien als ze er nu uitzien, is de vraag. Haasse wilde de verhalen nog onder handen nemen, maar kon ze niet meer vinden. Gezien de kwaliteit had ze zeker nog wijzigingen doorgevoerd. Met name de eerste twee verhalen vertonen nogal wat mankementen, die de uiterst precieze en consciëntieuze Haasse vast had willen verhelpen.

Zo giet de mannelijke hoofdpersoon in het eerste verhaal, dat gewoon 'Een verhaal' heet, zichzelf mentaal zomaar uit tegenover een vreemde op straat. In zijn tirade tegen de cynische zelfgenoegzaamheid en hebzucht van de mens staat er dan dit te lezen: "Misschien openbaart de levensdrift van de mens als massa zich in gedrag dat even primitief en irrationeel is als de riten van oude mysteriën, woest en raadselachtig, omdat in de roes de mens zich vrijmaakt van alle banden." Amai, wat staat hier nou eigenlijk? Wat is "de levensdrift van de mens als massa", gaat dit om lemmingen? En wat voor roes bedoelt ze? En zijn riten geen manier om mensen te binden dan? Ik maak me sterk dat Haasse dit in druk niet had laten staan. Ook in het volgende verhaal, over een mysterieus grachtenpandje, kun je merken dat er nog keuzes gemaakt moesten worden. "Ik bevond me in het hart van de woestijn op een eenzaam eiland in de oceaan." Haasse zou toch geen twee beeldspraken op elkaar stapelen?

Blozen van ergernis
In het derde verhaal, 'Maanlicht', herkennen we de subtiliteit van de schrijfster weer. Eunice voelt zich opgesloten in het huis van haar schoonmoeder, waar zij met haar kersverse man is gaan wonen. Fijntjes merkt ze op hoe haar schoonmoeder zich tot haar verhoudt: "Haar blik, vol verwijt, wantrouwen - 'Je hebt me mijn zoon afgenomen, voor wie ik beter zorgen kan dan jij' - deed Eunice blozen van ergernis." Ergernis, dames en heren. Eunice krimpt niet ineen, zij stoort zich en gaat dan ook demonisch haar eigen gang. Maar het einde van dit verhaal is weer ronduit ongeloofwaardig.

Het laatste verhaal, 'Caulder Hall', is beslist het beste. Je ziet zo een personage van de door Haasse geliefde Jane Austen voor je, die in de afgelegen, ruige en regenachtige Schotse Hooglanden op een landgoed logeert waar twee excentrieke slachtoffers van de oorlog verblijven. Het zit er vol geesten en het verhaal is subtiel suggestief met een bodem. Maar ook aan dit verhaal had Haasse vast nog wel een beetje willen sleutelen. Zo doet Miss Caulder alles op het landgoed zelf, zo zegt ze, maar verderop in het verhaal heeft ze plots een dienstbode.

Al met al dringt zich de vraag op of deze verhalen wel gepubliceerd hadden moeten worden. Ze zijn suggestief, kort, onwerkelijk en daardoor lijken ze eerder op vingeroefeningen, op kinderspel. Maar wel op kinderspel van een al vakbekwame schrijver. Voor de Haassefan zijn ze daarom een regelrechte aanwinst. Die kan zien hoe hier een bodem is gelegd voor een dreigende sfeer van ongerijmdheden, het onkenbare van de ander: haar grote thematiek. Of die ziet opeens facetten van deze verhalen terugkeren in de iets latere roman De meermin.

Ooit schreef Haasse een indringend essay over het gotische in het werk van Renate Dorrestein: kelders, afgelegen huizen of landgoederen, de gesloten, geheimzinnige Blauwbaardkamer. In feite analyseerde Haasse in dat stuk een deel van haar eigen werk. Uit 'Maanlicht' blijkt eens te meer hoe zulke gotische elementen een magische bedwelming oproepen, die tegelijkertijd aantrekt en afstoot.

Hella S. Haasse, 'Maanlicht', Querido, 120 p., 17,95 euro

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234