Zaterdag 26/09/2020

BoekrecensieJohan de Boose

‘Dondersteen’ maakt een vuist tegen het verglijden van de tijd ★★★☆☆

De auteur graaft in de onherbergzame landschappen van de VS herinneringen op aan zijn vader.Beeld © Russ Bishop / DanitaDelimont.c

Op autobiografisch schrijven kon je Johan de Boose tot voor kort zelden betrappen. Maar in de roman annex roadnovel Dondersteen brengt hij nu een liefdevolle hommage aan zijn vader, ‘meervoudig kleinburger’ en amateurwetenschapper.

Wereldreiziger Johan de Boose (°1962) doet niets liever dan jagen op ‘de spoken van een plek’. Om ze een literaire injectie toe te dienen. Of om er een meeslepend reisverhaal uit te puren. Dodelijk onrustig wordt de Oost-Europa-verslaafde als hij te langdurig aan zijn honk zit gekluisterd.

Ook in zijn nieuwe roman Dondersteen wordt er fanatiek geëxploreerd en rondgezworven, zij het ditmaal richting onherbergzame, verweerde landschappen in het zuidwesten van de VS, de ‘navel van de wereld’.

Maar uiteindelijk reist De Boose vooral naar de labyrinten van het geheugen. Hij graaft gloedvolle herinneringen op aan zijn vader, Robert Jean-Marie de Boose, vijftien jaar geleden gestorven. De leraar technisch tekenen was een onberispelijk maar eenzelvig man. ‘Een meervoudig kleinburger’, ‘een verzamelaar van mineraalmonsters’, een ‘tuinier met strohoed’, een ‘bloemenonderzoeker in bermuda’, zo typeert hij hem.

Reizen deed de man amper. ‘Hij reisde in zijn hoofd, in zijn eigen broze heelal. Ik zou de reiziger worden die hem achterna reisde naar waar hij nooit een voet had gezet’, noteert De Boose. Ironisch genoeg zal Johan verwekt worden in een Tirools bed, op een van die schaarse excursies van zijn vader.

Mythische dimensies

Na zijn voor de Libris genomineerde roman Het vloekhout, waarin De Boose tweeduizend jaar wereldgeschiedenis via een stuk hout overspande, gooit hij het in Dondersteen over een andere boeg. De liefdevolle zoektocht naar zijn zwijgzame vader krijgt geleidelijk bijna mythische, ja metafysische dimensies. ‘Hij zou de rots genaamd aarde ontmantelen, korrel voor korrel, en nabouwen in zijn studio. Hij moest de pit van de natuur vinden, de ziel, de zin.’

Maar De Boose borstelt en passant ook een accuraat zelfportret, tastend naar karakteriële overeenkomsten tussen vader en zoon. Hij biedt hilarische inkijkjes in zijn onbezorgde jeugd in een Oost-Vlaamse verkavelingswijk en detecteert zijn vroege neiging tot melancholie. De tekst is gelardeerd met aandoenlijke kiekjes uit het familiealbum, terwijl De Boose ook een aubade serveert aan zijn beminde moeder Mia, die zich later in de theaterwereld begaf, of aan zijn ooms. Dat hij hierbij weleens tegen het sentiment aanschurkt, deert hem niet.

Toch reiken De Booses ambities hoger dan zomaar een vaderportret. Het gaat hem over een vuist maken tegen het verglijden van de tijd, om een gevecht tegen de leegte én het niets, en het cerebraal verbinden van oernatuur en leven.

Dondersteen heeft de vorm van een vierdelige roadnovel, met veel flashbacks. Structureel wringt het daar wat. De verteller, een schrijver, wil in de VS niet enkel zijn vader in canyonhoofdstad Moab (Utah) een laatste eerbetoon schenken. In Gardner (Colorado) lokaliseert hij het graf van zijn zwager en vriend Gary, een tien jaar eerder gestorven drinkebroer én donkere tegenhanger van hemzelf. De twee missies lopen elkaar wat voor de voeten.

Drinkbarakken

Helaas komt het verhaal van Gary moeizaam uit de verf. We sjokken en tuffen mee op De Booses ‘persoonlijke Route 66’ vanaf El Paso. En verzeilen in lang uitgesponnen on the road-ervaringen van de eenzame schrijver, in haveloze drinkbarakken en aftandse motels. Grijpt De Boose hier niet opzichtig terug naar zijn roman Noem het middernacht (2007), waarin ongeveer dezelfde bio­topen voorkomen? Ook een aantal droomachtige sequenties vergen doorzettingsvermogen van de lezer.

Metgezellen op zijn tocht dwars door Amerika: een stuk carraramarmer, de schedel van een Chinees aapje en een buis met verglaasd zand (de fameuze dondersteen). Stuk voor stuk relieken uit zijn vaders collectie. Want dondersteen of fulguriet is ‘een aaneenklitting van zandkorrels die door de hitte van de bliksem zijn gesmolten’, al betekent het ook ‘kwelduivel’ of ‘deugniet’.

Het autobiografische, warme schrijven gaat De Boose in deze rijke roman wonderwel af. Maar in de laatste hoofdstukken stuit je op herha- lingen en opzichtige symboliek, als overdadig aangebrachte schmink. Alsof De Boose ietwat krampachtig naar zijn pompeuze slotakkoord, de ultieme vaderode, toewerkt. En dat is jammer, want deze roman bevat ijzersterke passages, waarin De Boose fascinerende nieuwe facetten van zijn schrijverschap etaleert.

Beeld RV

Johan de Boose, Dondersteen, De Bezige Bij, 270 p., 22,99 euro.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234