Zaterdag 08/08/2020

Afghanistan-docu

Documentaire-maker Pieter-Jan De Pue: "De taliban zag ons liever dood dan levend"

De kinderen uit het hooggebergte van Pamir die, na talrijke plotwendingen in de verfilming, uiteindelijk de hoofdrolspelers werden van het verhaal. 'Voor een belangrijk deel hebben zij het script geschreven.'Beeld Pieter-Jan De Pue

De film kostte hem een aardige duit, zijn lief en bijna zijn leven. Morgen stelt fotograaf-regisseur Pieter-Jan De Pue (33) zijn fameuze docu 'The Land of the Enlightened' voor, een mix van fictie en non-fictie. Het was wellicht een van de moeilijkste bevallingen uit de vaderlandse filmgeschiedenis: "Ik zag het groots, heel groots."

Turbulent voorspel

"In 2007 trok ik voor het eerst naar Afghanistan. Ik kwam net van de RITCS-filmschool en omdat ik wist dat Afghanistan geen evident land was, reisde ik aanvankelijk onder de vleugels van ngo's. In ruil voor foto's boden zij mij veiligheid en logistieke ondersteuning. Zo heb ik het land leren kennen. Daarna ben ik op mezelf gaan rondreizen. Maar het ging al snel mis. Zonder het goed en wel te beseffen, was ik tijdens een trektocht de Chinese grens overgestoken en belandde ik in de gevangenis. Na veel gedoe en met de hulp van de Belgische ambassadeur in Kaboel, lieten ze me vrij. Maar de Chinezen hadden me alles afgenomen, ik had niets meer, ook geen geld. Daardoor moest ik de duizend kilometer lange terugtocht naar Kaboel te voet, te paard en al liftend afleggen."

"Het was tijdens die trektocht dat ik tal van kinderen ontmoette die in de informele economie terecht waren gekomen: wapensmokkelaars, werkkrachten op de opiumvelden, gravers in schachten waar het edelgesteente lapis lazuli wordt gedolven en ontmijners die de levensgevaarlijke taak hebben om explosieven te demonteren waarna het schroot wordt doorverkocht."

"Die kinderen fascineerden me. Door de opeenvolgende oorlogen moesten ze veel te snel volwassen worden. Een twaalfjarige denkt en praat daar als iemand van dertig. Ze kennen de natuur en kunnen allemaal met een kalasjnikov schieten en paardrijden. Toen is het idee ontstaan om over die kinderen een film te maken. Ik wilde Afghanistan door hun ogen leren kennen en was vooral getroffen door hun verbeeldingskracht. Ook al waren het kind-volwassenen, ze hadden een enorme fantasie. Door afstand te nemen van de realiteit, bedachten ze een alternatieve realiteit. Zo droomden sommigen hoe zij na het vertrek van de Amerikaanse militairen zelf de macht in Afghanistan zouden grijpen. Dát wordt mijn eerste film, dacht ik. Puur vanuit de denkwereld van kinderen, wilde ik de toekomst van Afghanistan in beeld brengen."

Maak kans om op dinsdag 15 maart naar de exclusieve voorstelling te gaan kijken van 'The Land of the Enlightened' van Pieter-Jan De Pue. In één van de geselecteerde cinema's.

Hollywood in Afghanistan

"Ik zag het groots. Heel groots. In 2008 en 2009 werkte ik aan het scenario en de bedoeling was dat we met een grote crew op lokatie zouden filmen. We reisden met vier Europeanen, twaalf Afghanen en hadden twee ton materiaal mee. Ik wilde alles op 16 millimeter-pellicule draaien en filmde met vier verschillende camera's. We hadden zelfs rails om sterrenhemels te filmen en kleine camera's om aan de paarden van de kinderen te bevestigen.

"Bedoeling was om zoals in een fictiefilm met een grote crew gedurende enkele dagen alles te filmen. Maar dat gaat natuurlijk niet in een land als Afghanistan. Je loopt voortdurend vertraging op en je moet om de haverklap mensen omkopen om filmtoestemming te krijgen.

"Misschien was mijn allergrootste vergissing dat mijn Afghaanse crewleden allemaal uit Kaboel kwamen. De regio waar ik per se wilde filmen, kenden ze niet, en ze behoorden niet tot dezelfde clans als de inwoners van de dorpjes die we als uitvalsbasis gebruikten. Dat ik op dat moment niet inzag dat het zo niet zou lukken, is een kwestie van selectieve blindheid. Ik kende Afghanistan toen al voldoende om het dreigende fiasco te voorspellen. Maar ik wou vooruit, ik wou die film zo graag maken."

Beeld Pieter-Jan De Pue

De fatwa van de taliban

"We zijn begonnen met draaien in de grondstoffenmijnen waar het blauwe mineraal lapis lazuli wordt ontgonnen. Het dorpje bij de mijn bleek onder controle te staan van de taliban en die zagen ons niet graag komen. Al na enkele dagen kwam Hassib Niazada, onze productieleider, me vertellen dat een van de leiders een fatwa tegen ons had uitgesproken. Als we de volgende dag niet zouden vertrekken, zouden ze ons vermoorden. 'Vertel het niet meteen de hele crew', drukte Hassib me op het hart. 'Anders maken we iedereen doodsbang. Zorg gewoon dat je vandaag de hoogst nodige beelden draait. Morgen pakken we ons boeltje.' Hij zei ook nog dat hij al mensen had betaald om voorlopig geen actie tegen ons te ondernemen.

"Waarom de taliban ons liever dood dan levend zag? We hadden het ongeluk dat we net in de periode van de ramadan gekomen waren. De vasten werd in het dorp uiteraard strikt nageleefd, maar voor ons was dat onmogelijk. We filmden in de bloedhete mijnschachten en moesten wel eten en drinken. Om niet te hard op te vallen, smokkelden we 's nachts ezels met voedsel en water naar onze filmlocatie op de berg. Maar blijkbaar gebeurde dat niet discreet genoeg, want de plaatselijke taliban-leiders waren het te weten gekomen. Komt daar nog bij dat ook de bekende Afghaanse actrice Marina Golbahari in ons gezelschap meereisde (de knappe hoofdrolspeelster in Golden Globe-winnaar 'Osama', een film over een meisje dat zich als jongen verkleedt om de taliban te misleiden CVN/KoV). Marina is een goede vriendin van mij en ik speelde met het idee om haar een extra fictielijn te laten spelen over een vrouw die door de taliban verkocht ging worden. De taliban in het dorp vonden het maar niets dat Marina in ons gezelschap reisde en beschouwden haar als een prostituée."

De hinderlaag

"De volgende dag vertrokken we naar Kaboel. De 8ste augustus 2013, het scheelde geen haar of het was mijn laatste levensdag geweest. We wisten dat we over een zeer gevaarlijke bergpas moesten en het plan was dat de politie ons om 11 uur

's morgens in het dorp zou komen ophalen. Maar de politie is nooit gearriveerd, waardoor we noodgedwongen zonder escorte aan onze tocht begonnen. Toen we de bergpas inreden, reed een eerste jeep met een deel van de Afghaanse crew voorop, de rest volgde in een tweede jeep op een kilometer afstand. Ik zat in het tweede voertuig.

"Plotseling kregen we een radiobericht van de eerste groep. Het was Hassib: 'Pieter-Jan, we naderen een wegversperring. Waarschijnlijk taliban. Rijd niet verder! Ik neem dadelijk opnieuw contact op om te melden of we kunnen passeren of niet.' Maar er kwam geen radiobericht meer.

"Pas twee uur later zag ik Hassib bebloed en met verscheurde kleren de berg afrennen. Hij had twee uur gestapt en was in shock. Hij vertelde dat hun jeep beschoten was, dat ze uit de wagen waren gesleurd en met rotsblokken in elkaar waren geslagen. 'Sommigen zijn bewusteloos', zei hij met angst in zijn stem. 'Voortdurend vroegen ze me waar de buitenlanders waren. Ze dwongen me om al het filmmateriaal uit te laden en kapot te slaan. Alle lenzen, alle laptops. Alles!'

"Hij stelde voor om onmiddellijk met de tweede jeep naar boven te rijden om de gewonden op te pikken en naar het ziekenhuis te brengen. Maar dat zag ik niet zitten. Als de taliban uitdrukkelijk naar de buitenlanders vroegen, zei ik, betekent dit dat ze ons staan op te wachten. Mijn vermoeden is nog steeds dat inwoners van het dorp waar we verbleven de taliban van onze doortocht hadden verwittigd. Ze wilden hun fatwa uitvoeren!

"Binnen onze ploeg brak een hevige discussie los tussen de Afghanen en de Europeanen. 'Jullie vuile Europeanen denken dat jullie veel meer waard zijn dan Afghanen! Jullie laten onze landgenoten gewoon in de steek!' De ruzie is uitgelopen op een vechtpartij. 'Doe wat je wil, maar ik ga terug naar boven', zei Hassib. 'Onze mensen zijn zwaar gewond, we moeten ze helpen.' Daarop heb ik beslist om zelf naar boven te gaan: ik had water en een medicijnkistje mee."

Beeld Pieter-Jan De Pue

Kogels om de oren

"Na meer dan een uur klimmen bereikte ik onze eerste jeep. Ik zag hoe al het materiaal dertig meter rondom de wagen verspreid lag. Een van onze mensen was zo hard geslagen dat een van zijn ribben zijn long had geperforeerd. Hij moest zo snel mogelijk naar het ziekenhuis. We hebben de gewonden in de jeep geladen, al het materiaal in de koffer gegooid en zijn gaan rijden. De ruiten van de jeep waren kapot, maar het ding reed nog.

"Op vijfhonderd meter van de bergtop zagen we gewapende mannen gekleed in Salwar Kameez, de traditionele outfit, onze richting uit stappen. Ze werden gevolgd door een pick-uptruck met nog meer mannen. 'Opnieuw taliban!', riep een van de gewonden. 'Pieter-Jan, ze komen je halen, nu moet je rennen voor je leven! Laat ons maar achter, want als dat inderdaad Taliban is zijn we sowieso dood. Ren de berg af en verwittig de rest dat ze zich uit de voeten moeten maken.'

"Zo hard ik kon, ben ik die berg afgerend. Ik had een radio bij me en riep naar de mensen van de tweede jeep dat de taliban eraan kwam en dat ze rechtsomkeert moesten maken. Ik gooide de radio weg en rende voor mijn leven. Maar die kerels hadden me gezien en achtervolgden me in hun pick-up. Sommigen sprongen van het voertuig en begonnen op me te schieten. De kogels vlogen me om de oren.

"Dan ben ik in een soort ravijn gevallen. Ik rolde naar beneden en kwam terecht naast een groot rotsblok. Daarachter heb ik me verscholen. Als bij wonder hadden die mannen me niet gezien: ze liepen me voorbij en even later passeerde ook hun wagen. Ik heb gewacht tot het donker was om uit mijn schuilplaats te komen en ben dan naar het volgende dorp gestapt om me bij de politie aan te melden.

"Daar hoorde ik dat het allemaal om een misverstand ging. Na de eerste overval had de politie vernomen dat wij in gevaar waren. Ze hadden een patrouille in burger op ons afgestuurd en toen die mannen mij zagen wegvluchten, dachten ze dat ik een taliban-strijder was. 'Vandaar dat ze jou onder vuur namen.' Bijzonder verwarrend allemaal. Eén zaak was duidelijk: we konden niet meer filmen. Ons materiaal was stuk, we verkeerden in shock, onze werkwijze bleek rampzalig en ons scenario konden we wegsmijten. We moesten alles on hold zetten."

Donkere maanden

"Terug in België; dat waren ellendige maanden. Ik besefte dat ik de film moest afwerken, maar ik wist niet hoe. Ook producent Bart Van Langendonck vreesde dat het afgelopen was, maar was er tegelijk van overtuigd dat die film er moest komen. Maar we hadden te weinig materiaal. De helft van het budget was er al doorgejaagd. Verzekeringsmaatschappijen deden moeilijk om het project nog langer te verzekeren.

"Ik besloot om met een goede vriendin naar het Indische Ladakh te reizen. Aanvankelijk wou ik locaties gaan bekijken. We hadden het plan opgevat om de film dan maar daar af te werken. Maar uiteindelijk maakte die reis dat ik wat afstand kon nemen van de documentaire. Ik kwam tot de vaststelling dat ik me opnieuw moest focussen op die Afghaanse kinderen, maar vatte het idee op om er een docu-fictie van te maken. Op een niet al te onveilige locatie zouden we een groepje kinderen casten en als acteurs inzetten. We zouden met een veel kleinere ploeg werken, en telkens Afghaanse medewerkers rekruteren uit de streek waar we filmden. Ik wou niet meer dezelfde fouten maken.

"Achteraf gezien is het misschien goed dat we overvallen zijn geweest. Want daardoor werd ik met mijn neus op de essentie van de film gedrukt: het verhaal van de kinderen, in al zijn puurheid."

Gered door de koningskinderen van Afghanistan

"Terug in Afghanistan trokken we naar het afgelegen, maar relatief veilige hooggebergte van Pamir, aan de grens met China, Pakistan en Tadjikistan. Onze uitvalsbasis was een dorpje waar de inwoners Ismaili-moslims waren, een gematigde, eerder progressieve tak van de islam. We lieten aan de mensen weten dat we op zoek waren naar een groepje kinderen die de hoofdrol zouden spelen in onze film. Voor die casting zouden uiteindelijk meer dan tweehonderd kinderen opdagen. Bij wijze van selectieproef lieten we hen allerlei scoutsspelletjes uitvoeren.

"Al snel bleek een jongen er met kop en schouders bovenuit te steken: Gholam Nasir, een geboren leider. Later vernamen we dat zijn vader dorpshoofd was en dat ook hij werd klaargestoomd voor een leidersrol. Gholam werd ons hoofdpersonage en samen met zijn vrienden vormde hij ons vaste acteursgroepje. Bedoeling was dat zij de verhalen die we tijdens onze voorbije reizen over Afghaanse kinderarbeiders hadden gedocumenteerd, zouden naspelen. Tijdens het acteren mochten ze ook terugvallen op hun eigen ervaring en hun fantasie de vrije loop laten. Ja, voor een belangrijk deel hebben zij het script van de film geschreven.

"Maar dit hele project bleef een hoogst ingewikkeld gedoe. Met de kinderen en een kleine ploeg trokken we over een bevroren rivier naar een hoogplateau waar de film zich zou afspelen. Het was een echte karavaan met kamelen, paarden en jaks. Een tocht van tien dagen. Qua bevoorrading hadden we de lokale economie van drie dorpjes ingeschakeld: mensen bakten ons brood, pekelden vlees en stuurden dat dan met een minikaravaan onze richting uit. We sliepen in grotten en in joerten en aten schapenvlees, gedroogd brood en militaire rantsoenen. Op die manier is het ons toch gelukt. Alleen zijn we niet drie maanden ter plaatse gebleven, zoals aanvankelijk gepland, maar zeven maanden."

Beeld © Franky Verdickt

Visuele triomftocht of absolute kutfilm?

"Ja, we zijn wel lichtjes over budget gegaan. (lachje). Het oorspronkelijke budget was 450.000 euro, we zijn geland op 1,2 miljoen. Bart Van Langendonck zegt dat we waarschijnlijk net uit de kosten zullen geraken. Ik hoop het, want we hebben beiden zwaar met eigen middelen in de film geïnvesteerd en ook het filmmateriaal heb ik zelf aangekocht.

"Of dit het allemaal waard was? Tja, ik heb wel wat moeten opofferen. Mijn zussen hebben me meermaals gek verklaard. 'Waar ben je in godsnaam mee bezig? Je leven wagen voor een film waarvan je niet eens weet of hij er gaat komen.' En ook mijn lief hield het na een tijdje voor bekeken. 'Sorry Pieter-Jan,' zei ze, 'gaat gij maar naar uw Afghanistan, ik ga verder met mijn eigen leven.' Een pijnlijke fase was dat.

"Maar de film is er nu en het hoeft niet te verwonderen dat hij zeer extreme kritieken krijgt. "Op het Sundance Festival voor alternatieve films werd gesproken over 'een visuele triomf', maar op het festival van Rotterdam had de jury het unaniem over 'een absolute kutfilm'. Na een vertoning op Sundance zei een vrouw uit het publiek: 'Je hebt me weggeblazen, maar je hebt me ook razend gemaakt.' Ze had problemen met het docu-fictiegenre en zei dat ze tevergeefs naar houvast had gezocht. Beter zo, denk ik dan maar. Ik zou het niet leuk vinden om uit te pakken met een middelmatige film waarover iedereen een beetje tevreden is en zonder enthousiasme zegt: 'Mja, niet slecht'."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234