Woensdag 16/10/2019

Europalia

Dj David Tarigan maakt oude Indonesische popmuziek hip

David Tarigan. Beeld rv

Indonesië halverwege de sixties: de meisjes van de westers geïnspireerde garagerockband Dara Puspita vluchten naar Thailand. Want onder het regime van president Soekarno was zelfs het beluisteren van The Beatles een misdaad. Vandaag komt Dj Tavid Tarigan met zijn digitale archief vol vergeten grooves.

Dara Puspita is maar een van de vele ondergesneeuwde Indonesische bands die terug te vinden zijn in het digitale archief Irama Nusantara. Je kunt eindeloos blijven snuisteren tussen de Indonesische jazz, funk, rock, disco én pop die David Tarigan beschikbaar maakte voor de wereld.

In 1999 startte Tarigan, toen nog kunststudent, samen met enkele vrienden een website op. “We deden audiotransfers, scanden hoezen in, en transcribeerden teksten om ze te uploaden naar onze site”, zegt hij. “Maar de eerste versie daarvan was maar eventjes actief.” Nadien hadden ze een tijdje een radiozender als medium om hun persoonlijke verzameling te delen. “Maar de enthousiaste reacties van luisteraars deden ons beseffen dat er een grote interesse was voor vergeten Indonesische muziek. Toen besloten we om ons archiveringsproject serieus te nemen.” Zo ontstond in 2012 Irama Nusantara, in het Nederlands: ‘het ritme van de archipel’.

Goedkope cassettes

Als jonge muziekliefhebber was het voor Tarigan niet evident om aan zijn trekken te komen. “Wij hadden een grote dorst naar informatie, maar in de pre-internetdagen was die moeilijk te lessen.” Indonesië heeft dan ook een aparte geschiedenis qua distributie van audio: “Vinylplaten waren een luxe, veel te duur voor gewone Indonesiërs. Platenlabels verkochten dus bijna niets, tot er in de vroege jaren 70 een cassetteboom was. De cassette was zo goedkoop dat we voor het eerst een echte muziekindustrie kregen. Plots waren er titels die een miljoen exemplaren of meer verkochten, een ontwikkeling die ook problemen met zich meebracht, want er waren geen standaardcontracten, geen regels over royalty's. 

"Muzikanten ondertekenden voordien zogenaamd ‘flat pay’-contracten, waarbij ze maar één keer betaald werden, op voorhand. Begrijpelijk, aangezien bijna geen enkele Indonesiër platen kocht. Muzikanten zagen het al als een privilege dat ze een plaat konden opnemen. Maar toen alles in de jaren 70 veranderde, was de muziekwereld daar totaal niet klaar voor. Miljoenen cassettes werden verkocht zonder een degelijk contract of wetten over copyright. Pure waanzin, en een nachtmerrie voor de muzikanten.”

Dat is de hoofdreden voor het opstarten van Irama Nusantara. “Indonesiërs kennen slechts zo’n 10 procent van de muziek die in het land zelf werd opgenomen. Enkel de nummers die op de radio werden gespeeld. Daar willen wij verandering in brengen.”

Boze Bob Geldof

Door gebrek aan regels en wetten werd Indonesië berucht om zijn enorme hoeveelheid bootlegcassettes. “Alle internationale muziek die voor 1987 in ons land werd uitgebracht was illegaal. Zogenaamde platenlabels maakten aan de lopende band nieuwe masters van internationale vinylplaten en brachten ze zonder toestemming uit op goedkope cassettes. Het goede nieuws was dat je dus plots allerlei zeldzame platen heel goedkoop op cassette kon vinden.”

Dat veranderde weer in de jaren 80. “Plots was het internationale aanbod verdwenen. Bleek dat Live Aid-organisator Bob Geldof woedend was geworden op de Indonesische regering omdat hij zo’n bootlegcassette had gevonden, zogezegd uitgebracht door een Indonesisch platenlabel. Bij die cassette vond hij een papier van de belastingen, een gangbare praktijk in Indonesië. Geldof was niet boos omwille van de illegale opname, maar omdat de Indonesische regering profiteerde van de verkoop van die illegale cassettes met muziek die bedoeld was om geld in te zamelen voor uitgehongerde kinderen in Afrika.”

Daarop werd alle internationale piraterij uit de handel gehaald, de wet werd aangepast. “Het duurde even voordat internationale muziek op legale wijze, én aan een hogere prijs, weer beschikbaar werd. Helaas was de selectie beperkt en barslecht.” Dus zocht Tarigan zijn toevlucht bij Jalan Surabaya, een tweedehandsmarkt in het centrum van Jakarta waarover hij had gehoord. “Ik ging er voor het eerst heen op mijn verjaardag en ben sindsdien een vaste klant. Daar vond ik een massa goedkope tweedehandsvinyl: niet alleen de muziek uit de jaren 60 en 70 waar ik van hou, maar ook een massa bands die totaal nieuwe ontdekkingen voor mij waren. Die markt is echt de hemel voor mij.”

Geen overheidssteun

Op die markt midden in Jakarta werd dus de basis gelegd voor wat nu Irama Nusantara is. Voorlopig werkt iedereen vrijwillig aan mee aan het archief, zonder steun van de regering. “Indonesië heeft geen traditie van archiveren”, zegt Tarigan. “Wij zijn vertrokken vanuit onze persoonlijke collectie. Intussen hebben we natuurlijk een hoop vrienden gemaakt bij verkopers, die ons platen uit hun winkel uitlenen. En sinds kort hebben we ook toegang tot Radio Republik, de audiotheek die gesteund wordt door de regering.”

Intussen heeft Tarigan een van de grootste muziekcollecties van Indonesië, en kan hij dus met kennis van zaken spreken. “Nu kun je muziek vinden uit Jakarta die klinkt alsof ze in New York gemaakt is. Maar dat was vroeger wel even anders. Er zijn absoluut typisch Indonesische eigenschappen te vinden in muziek, zeker in de oudere nummers. Grootste oorzaak is de politiek van president Soekarno. In 1959 deed de president zijn beroemde speech waarin hij westerse muziek omschreef als ‘nak nik nok’, deel van een cultuur van decadentie. En tot 1965 tierden nationalisme en anti-neokolonialisme welig: alles wat rook naar westers cultureel imperialisme moest worden tegengewerkt, en daaronder viel ook muziek. 

"Indonesië wilde haar eigen cultuur promoten via folksongs en revolutionaire liederen. Maar muziek vindt altijd een weg naar luisteraars. Wat deden de muzikanten? Ze gingen rock-'n-roll – door Soekarno gezien als een ziekte – vermengen met Indonesische folksongs. Het resultaat is muziek die je niet kunt vinden buiten Indonesië: Sundanese muziek vermengd met chacha en vroege rock-'n-roll, soms zelfs met een snuifje avant-garde. Die clash van traditionele Indonesische muziek en westerse elementen is echt uniek. Diversiteit zit ingebakken in onze cultuur. Er zijn zo veel verschillende muziekstijlen te ontdekken. Dat is voor mij wat Indonesië de wereld te bieden heeft.”

60’s & 70’s Indonesian Rock & Roll Night, 21/10, iramanusantara.org

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234