Donderdag 27/02/2020

Festivalitis

Dit was onze laatste nacht op Dour, in het gezelschap van een blonde god met penistattoo

Beeld Francis Vanhee

Dit is het relaas van een typische festivalavond op de Waalse velden van Dour. Het is een verhaal over verwachtingen en teleurstellingen. En over ouder worden. Over elkaar zo goed kennen dat je weg moet gaan. Liefste Dour, het ligt aan ons. Niet aan jou. 

Op een festival heb je vrienden nodig. Onze partners in crime verzamelden zich ergens in de kern van een stofwolk aan de vooravond, terwijl de laatste stralen van lora tussen de windmolens door straalden.

Eén had een rum-cola gekocht waar hij al snel de maag vol van had, en probeerde die van de hand te doen. 

De tweede had zich een tijdelijke tattoo laten aanmeten in de vorm van een glitterende fallus, net naast de navel, en hij was in een iets aangenamer namiddaglijk dronkenschap beland. 

Nummer drie had zijn portie hoogtes en laagtes al gehad, en liep er gedwee en volgzaam bij. 

De laatste, met zwarte kuif en palmboomtattoo, is een simpele boerenzoon, maar hij ziet er niet zo uit. Zijn kattenogen leggen alles haarscherp vast, zijn mond zwijgt erover.

Het was een prachtig gezelschap. Veelbelovend, klaar om eens lekker link te gaan doen. 

Te vroeg gepiekt

In vertraging gaven we ons spreekwoordelijk paard de sporen en schreden we de Petite Maison de La Prairie binnen. Nils Frahm was te mooi om woorden aan vuil te maken, en met open mond genoten we van zijn engelenklanken en arcadische polyritmiek. Onze blikken wisselden van het podium, naar elkaar, naar ons smartphonescherm. "Hey lief, Nils Frahm is mooi. Morgen thuis, kus." Vermaledijde technologie. 

Nils Frahm op Dour.Beeld Francis Vanhee

We spreken met ons gezelschap af dat het grote bord aan de Petite Maison onze ontmoetingsplek wordt, voor als we elkaar kwijtraken in de wildernis van een geweldige avond. Want natúúrlijk spelen we elkaar straks kwijt. Maar eerst nog even een onderonsje op de hoek van de plankenvloer voor Floating Points begint, en we onvermijdelijk uit elkaar drijven. 

We zweren trouw. We horen bij elkaar, ook al zien we elkaar pas terug aan de eindstreep. We denken dat het hard zal gaan, dat we zullen worden meegetroond door fantastische creaturen van de nacht. Misschien hadden we te laat door dat wìj de leeftijd hebben bereikt om te gidsen. "Nils Frahm, die zag ik drie jaar geleden al", zeggen we tegen onze compagnons. Twee van hen waren daar toen ook. We kenden elkaar nog niet, maar stellen ons in bovenaanzicht onze jongere zelf voor, drie vrienden to be in een onbekende massa.

Een verveelde meid

Floating Points hebben we ook al gezien, dus verlaten we ons gezelschap vroegtijdig, en zetten we een flinke pas in naar Denzel Curry in de Boombox. Ons viertal laten we achter, maar een verveelde, slanke deerne zoals je ze enkel in films tegenkomt, leurt van een sigaret tegen de paal onder het uithangbord. Ze draagt – niet gezeverd – een korte jeansshort, gescheurde netkousen en een Indische geluksbrenger rond haar zwanenhals, en vraagt onze aandacht. “Mag ik mee? Mijn vriend hangt daar ook rond”, vraagt ze. Uiteindelijk zullen we de massa in de boombox zelfs nooit betreden. Zij dwaalt rond de tent op zoek naar een sigaret. “Ik ben zo ongelukkig. Al mijn serotonine is op.” We helpen haar een handje, en zoeken de weide af tot een dakenbouwer ons met veel plezier een stinkstok doneert.

Beeld Francis Vanhee

Time flies when you're having fun

We escorteren hem naar de balzaal, waar Dave Clarke oldskool loeiharde club classics draait. Het harde gebonk is het enige dat enigszins binnenkomt in onze na vier dagen verzadigde harten. Dankzij de lichtvervuiling, afkomstig van de gigantische schermen, lijkt het alsof er een dak boven de ziekelijke zwalpende mierenhoop staat. Sterren zien we niet. De dakenbouwer ook niet meer.

Beeld Francis Vanhee

De vleeshoop in de balzaal is het minst geile zicht dat we ooit aanschouwden. Lachend om zo veel teloorgaande hersencellen rondom ons, maken we onze weg doorheen de massa, en terug naar buiten. We bestellen terwijl ook een Red Bull, want dat past hier, en we moeten er wat vaart in krijgen. De tijd gaat nog traag. En hij moet snel gaan, want alleen dan is het plezierig, zegt het cliché.

Hadden we maar een stamcafé

“Vind je het niet triest”, zegt de sippe nimf, “dat we het voor dieren belangrijk vinden dat ze in hun natuurlijke habitat kunnen leven, maar dat we daar op vlak van mensen geen zier om geven?” Ook zij voelt zich niet helemaal gewenst op dit terrein. Het veld voelt als een zinderende grootstad aan die iedereen met zijn kop vooruit en brede schouders wild kauwend doorkruist. De mensenmassa wordt er niet vriendelijker op. Er is nergens een plekje om je weg te stoppen, en een eenzame wandeling zit er ook niet in. Iedereen ziet alles. Maar niemand is écht geïnteresseerd.

“Het is bewezen dat we het gelukkigst leven in kleine gemeenschappen op het platteland.” Laat het los – dit wordt niet de beste avond van ons leven. 

Lena Willekens draait iets verderop een set die gonst als de diepste krochten van de aarde. We hadden gehoopt dat net zij, uit al de dj's van de wereld, ging weten hoe zeer we op dit uur van de nacht, nood hadden aan schoonheid. Hadden we maar een stamcafé, waar we naar oubollige hits konden luisteren en kletsen zonder de oren en ogen van 50.000 man.

Beeld Francis Vanhee

Over het leven en de dood

Vriend nummer twee – de vriendelijk voldane – vervoegt ons. Hij weet ons te vertellen dat de dj in onze favoriete tent het alter ego van Caribou is, en die pikken we graag nog even mee. We strompelen de Petite Maison weer binnen, alwaar onze ranke vriendin haar lief in de armen valt. We maken kennis, dartelen om elkaar heen, kussen elkaars hoofden en gooien lieve woorden in het rond, die verbazingwekkend helder en harmonisch samensmelten met de moeilijk te overtreffen set van Daphni. “Als jij ooit beslist om te gaan, dan ga ik ook", zegt Sam. "Zo, nu zijn we voor eeuwig aan elkaar verbonden.” 

We praten over het leven en over de dood. Niets bijzonders. Het is zelfs geheel naar de verwachting. Paul Kalkbrenner draait een nummer van Stromae. Niemand geeft er een zier om.

Ergens tussen de mazen van de avond wisselden Sam en de simpele boerenzoon van plaats. “Die man moet altijd Kendrick draaien”, zegt hij over Lefto, bij de laatste tonen van de officiële programmatie. Hoe ongelooflijk scheef en dronken de massa ook is, elk woord, elke rhyme kunnen ze nog perfect
spitten. We zouden ons verbonden kunnen voelen. Alleen ... kennen wij de tekst niet. Fuck.

Wat als

Naar de camping wandelen. Aan de drie Vlaamse vlaggen links afdraaien. De weg kwijt zijn. Vriend nummer één – blonde god met penistattoo – bellen. Hem ons blootvoets als een messias de weg laten wijzen. Nog een pint gaan halen – wacht, neem er drie. Irritante gasten verwelkomen in de kampeerkring. Ze niet willen wegjagen, en beseffen dat we een stelletje goede lamzakken zijn. Weten dat iedereen hier hetzelfde meemaakt.

Beeld Francis Vanhee

Een laatste berichtje krijgen bij zonsopgang. Sam: “Kan jij al slapen? Kom jointje roken. Kom verhaaltje voorlezen.” Weten dat dat de kroon op een matige avond zou kunnen zijn. En alsnog blijven zitten voor onze eigen tent.

"Wat als één van de wieken van de windmolens naar beneden komt?", vraagt de vriend met de penistattoo over één over de mastodonten die boven de camping wind vangt. Het antwoord is even eenvoudig als humorloos: dan is het met Dour, en degenen die eronder terechtkomen gedaan. 

Dat ze nog lang mogen draaien, de molens, voor de generaties die komen. Voor muzikale uitwisselingen zonder weerga, voor existentiële vragen en antwoorden, voor liefde, seks en rock 'n roll. De oude terrils maakten plaats voor nieuwe energie. Het is oké. Dour, het ga je goed.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234