Woensdag 10/08/2022

RecensieCore

Dit was de tweede dag van Core: een fraaie climax, een ongemakkelijk voorspel

Sylvie Kreusch. Beeld © Stefaan Temmerman
Sylvie Kreusch.Beeld © Stefaan Temmerman

Na de tweede en afsluitende dag van het nieuwe Core festival is de Belgische festivalzomer officieel op gang getrokken. De zon toonde zich zaterdag een grillige minnares, maar goed: zo toonde de line-up zich eigenlijk ook bij momenten.

Gunter Van Assche en Mathijs Minten

Vroege vogels vangen de dikste wormen? Op core kreeg men gelijk: Sylvie Kreusch (★★★★☆) was een uit de kluiten gewassen exemplaar. Hiphop-coryfee Nas buiten beschouwing gelaten, was de opener van het hoofdpodium beter dan eender wat we vrijdag zagen. Als een volleerde Florence Welch trippelde ze blootvoets over het podium. Ochtendgymnastiek, bestempelde ze het zelf. Kreusch is geboren om op een podium te staan. Haar zang was foutloos, haar band ijzersterk.

Zelfs het weer schaarde zich achter haar: speelde ze luider, ging het Ossegempark gehuld in blakend zonlicht. Bij zachtere nummers verscheen er plots een wolk aan de lucht, en bij elke gil die ze uitliet, raasde er een rukwind door het publiek. ‘Ik had schrik dat hier maar tien man ging staan,’ bekende Kreusch, maar tegen hitsingle ‘Walk Walk’ had ze alle aanwezigen bij haar geroepen. Het optreden mocht gerust dubbel zo lang duren, maar de stagemanager kwam opzichtig met de vinger naar de pols wijzen. Wat meer respect was op zijn plaats geweest, want hij had het wel tegen onze Nieuwste Popster.

Midden in de moshpit

België boven in de vroege namiddag, want na Sylvie Kreusch gaf ook het Antwerpse hiphopduo Blackwave. (★★★★☆) een dijk van een optreden. Blackwave. is niet zoals andere hiphopgroepen: ze brachten een zeskoppige jazzband mee naar Brussel, compleet met saxofonist en trompettist. En die werden niet gedegradeerd tot achtergrondmuzikanten. Voor hen stonden twee jongens die zelf menig optreden vanop de eerste rij hebben meegemaakt, want ze kenden álle kneepjes van het vak.

Elke rapper roept wel eens op om een ‘big ass circle’ te maken voor een moshpit, maar enkel Blackwave. zet zich er midden in. En enkel zij stoppen ondertussen niet met zingen. Jay Walker heeft een sicke flow, zoals dat in het jargon heet, en Willem Ardui vult hem perfect aan. In hun catalogus zitten verschillende potentiële wereldhits, denk aan ‘Elusive’, ‘GoodEnough’ of ‘Big Dreams’, en als deze jongens in het zonnige L.A. in plaats van het minder zonnige Antwerpen waren geboren, stonden ze op Coachella in plaats van Core. Chauvinistisch? Misschien wel. Maar het is ook gewoon waar.

Blackwave. Beeld © Stefaan Temmerman
Blackwave.Beeld © Stefaan Temmerman

Tegendraads

Jamie xx (★★★☆☆) toonde zich dan weer een hardere noot om te kraken, hoewel hij het Core festival bij de vuurdoop uitgeleide mocht doen als headliner. Bij het brede publiek blijft Jamie “xx” Smith ongetwijfeld bekendst als de geluidsarchitect van The xx. Dat Britse trio oogt traditioneel als somberende begrafenisondernemers, maar solo hult knoppengoochelaar Jamie xx zich liever eerder in warme kleuren dan amour noir. Bij eerdere live-passages toonde hij zich bijvoorbeeld een grootmeester van de disco, funk, en house waar zowaar een haardvuurtje in kan branden.

In Brussel bleek hij meer tegendraads. Alsof hij een verleidingsspel van aantrekken en afstoten op het oog had, gooide hij nu eens een paar vurige, aanstekelijke en dansbare songs onder de naald om dan een obscuur pareltje op te vissen waarmee het hongerige publiek zich kennelijk geen blijf wist. Het begon nochtans even soulvol en beloftevol: ‘Super High On Your Love’ van Bobby Barnes ging zijn eigen ‘Let’s Do It Again’ vooraf, waarmee de verwachtingen meteen torenhoog lagen. Maar Smith verkoos daarop een grilliger parcours, waar je als muziekgek spontaan eerder Shazam dan je dansbenen bovenhaalde. Revelaties van de avond? Tom Blip met ‘Kickdrums!!!’ en Sharif Laffrey met de nostalgische acidtrip van ‘And Dance’. Geen hapklaar voer voor de heupen, wél voor je persoonlijke playlist. Het publiek vooraan deed zich dan weer te goed aan Jamie xx’s eigen songs, zoals ‘Sleep Sound’ en ‘Gosh’. Eindigen deed de schuchtere dj met ‘Good Times’, waarbij de ontroering van de weeromstuit opstandig in je borst, hoofd en heupen begon te beuken. Een fraaie climax, na een ongemakkelijk voorspel.

Jamie XX. Beeld © Stefaan Temmerman
Jamie XX.Beeld © Stefaan Temmerman

Te oppervlakkig

Eerder op de dag viel er niet veel aan te merken op Joy Crookes (★★★☆☆) en haar band. Elke noot, zowel gezongen als gespeeld, was loepzuiver. Maar soms wil je meer dan dat. Maar wat we op het podium zagen, deed te vaak aan een huwelijksband denken. Een plezant huwelijk, waar er gedanst en geslowd wordt, dat wel, maar niet meer dan dat. Haar danspasjes waren te afgemeten, haar uitspattingen te zwak en het gevoel in haar nummers steeds te oppervlakkig.

We konden het idee dat het nu al een routine is geworden voor de amper 23-jarige Britse ster niet van ons afschudden. Als uitschieters noteerden we nog ‘My Power’ en de verdienstelijke cover van Kendrick Lamars ‘Your Element’. Een degelijke performance, maar van iemand met Crookes’ talenten mag je toch net dat tikkeltje meer verwachten. Dan kan zelfs je liefde voor Carapils verklaren het niet meer beter maken.

Joy Crookes. Beeld © Stefaan Temmerman
Joy Crookes.Beeld © Stefaan Temmerman

Verloren schoen

Denzel Curry (★★★★☆) kreeg de zware last op zijn schouders gelegd om Stormzy, die zonder veel uitleg van de affiche verdween, te doen vergeten. Met de live-reputatie die aan zijn naam plakt, zou dat eigenlijk geen probleem moeten zijn. Hij kwam op met een eigen theme-song, de decibels stegen en de bassen loeiden. De achtbaan vertrok. Curry is een geboren entertainer: ‘If you don’t know me right now, you’re gonna fuck with me at the end of this show’. Vanaf de start gaf hij alles wat hij te bieden had en het publiek at uit zijn hand: handen gingen steevast op en neer, of heen en weer als hij erom vroeg, er werd duchtig mee gejoeld als hij het voordeed en er kwam iemand met maar één schoen uit de moshpit. Tekenen van een geslaagde show.

Dat verloren schoentje wringt maar op één plaats: zijn nummers. Ze zijn vaak nét niet goed of bekend genoeg om het concert te dragen. Mocht hij ambities koesteren om ooit naar het niveau van de groten, à la Kendrick of Cole, te reiken, zal ‘Clout Cobain’ niet zijn enige hit mogen blijven. Als zijn repertoire een kwalitatieve injectie krijgt, in combinatie met zo’n livepresence, ligt de hemel open voor Denzel Curry.

Denzel Curry. Beeld © Stefaan Temmerman
Denzel Curry.Beeld © Stefaan Temmerman

Gepijnigde grimas

Het optreden van Fatima Yamaha (★★☆☆☆) was dan weer een technofuif waarvan je er dertien in een dozijn krijgt. Pompende beats in een donkere zaal, gsm’s in de lucht om die beats snel te Shazammen, en mensen met veel meer in hun bloed dan enkel de waterige festivalpils. Yamaha is uiteraard een getalenteerde producer, maar je moet al een groot kenner zijn om zijn live-set geblinddoekt te onderscheiden van de maandelijkse technoavond in de kelder van de Leuvense Social Club.

Het probleem met dit alter ego van Bas Bron is dat je geen enkel idee hebt of hij zichzelf amuseert. Heel zijn set lang draagt hij een gepijnigde grimas op zijn gelaat. Is hij gelukkig? Staat hij hier dik tegen zijn goesting? Of is hij geconstipeerd? Van zijn gezicht zal je het alvast niet kunnen aflezen. Tel daarbij op dat de visuals het niveau hadden van een screensaver uit de nillies, en er is letterlijk niets om naar te kijken. Het oog wil natuurlijk ook wat tijdens een liveshow. Eindigen deden we nog met een anticlimax: na een uitgebreide versie van wereldhit ‘What’s a Girl to Do’ gingen de lichten aan en werd de uittocht vroegtijdig ingezet, terwijl Yamaha zijn laatste deuntjes nog uit de computer trok. Het publiek had al gekregen waarvoor ze kwamen.

‘Enya van de Hubo’

Voordien was Yeule (★★☆☆☆) nog zo’n onvermoede teleurstelling. Zij moest garanderen dat de Endoma tijdelijk in een parallel universum zou veranderen. Dat lukte ten dele: toen je aan het eind van de set witte stofvlokjes over het scherm zag dwarrelen terwijl ze een ijselijke krijs slaakte boven een kermisbeat, voelde het aan alsof je in een slachthuis én The Upside Down van Stranger Things zat. Zelf oogde ze dan weer als de amoureuze fantasie van een manga-freak. Ze hield het midden tussen een geisha en een emo-popje, dat een half boek had getatoeëerd op haar lichaam en koket over de bühne struinde met witte, pluizige winterlaarsjes. Yeule wordt al eens de “cyborg uit Singapore” genoemd, maar onze fotograaf hield het minder onterecht bij “Enya van de Hubo”.

Yeule. Beeld © Stefaan Temmerman
Yeule.Beeld © Stefaan Temmerman

Met galmend melodrama en atmosferische pop probeerde ze het publiek, dat druppelsgewijs afdroop, in de ban te houden. Op plaat weet ze perfect een dystopische, post-apocalyptische wereld neer te zetten, maar live bleek de muziek tamelijk doordeweeks. De bevreemdende verschijning kampte aan het begin van haar set met technische moeilijkheden, maar door de bank genomen worstelde ze voornamelijk met songs die het podium zelden overleefden, hoeveel hartjes ze ook met d’r vingers vormde naar het publiek. “Héél speciaal”, hoorden we een meisje vlak voor het einde schutterig lachen. “Zijn we wèèèg,” kermde haar vriendin. Die twee vertolkten perfect de stemmen in ons hoofd.

Sober maar hypnotiserend

De Canadees Dan Snaith moet wellicht de enige artiest zijn die twee keer mocht aantreden op CORE. Na valavond bracht hij het Groentheater - hier heette die de AltVerda - in vervoering als dj Delphi (★★★☆☆), met gospelhouse en r&b uit de nineties.

Maar nog meer indruk maakte hij in een volgestouwde tent onder zijn nom de plume Caribou (★★★★☆). De visuals waren sober maar hypnotiserend, en op een gegeven ogenblik zelfs tamelijk nostalgisch toen de schutskleuren van Doe Maar in beeld verschenen. Maar eerder moest Snaith het hebben van een strakke set, waarin de beats steeds luider gingen klinken en de synths vuur leken te vatten. ‘Never Come Back’ dat een zwaar uitgerekte versie mee kreeg, kon tellen als hoogtepunt. Wat evenwel meest opviel aan de set was dat die verrassend neigde naar de techno van Underworld. Zo kreeg je bij wijlen flashbacks naar ‘Rez’ en zelfs ’Born Slippy’. Wel een beetje knullig dat Caribou voor een uitpuilende tent speelde, terwijl Jungle die iets later op het hoofdpodium verschenen mogelijk een betere beurt had gemaakt in de tent.

Caribou. Beeld © Stefaan Temmerman
Caribou.Beeld © Stefaan Temmerman

VOKA-netwerkevent

Deze zomer zal Jungle (★★★☆☆) opnieuw de playlist van elke hippe strandbar domineren. Het is heerlijke achtergrondmuziek, maar helaas kwamen ze op het hoofdpodium ook niet verder dan dat. Op de eerste rijen was er nog wat focus te bespeuren, maar hoe verder van het podium, hoe dunner de lijn tussen festivalweide en VOKA-netwerkevent werd.

Inclusief een veel te duur glas rosé in de hand: ga er de Instagram-stories maar op na. Een uur Jungle is ook gewoon te lang, daarvoor zijn hun nummers te veel eenheidsworst. De slimmeriken kwamen drie songs meegenieten en in de laatste avondzon even hun zorgen wegdansen, om vlak voor ze de boel beu raakten andere oorden op te zoeken. De echte slimmeriken deden dat bij het begin of het einde. Want dan pikten ze één van hoogtepunten ‘Keep Moving’ of ‘Busy Earning’ mee.

Jungle. Beeld © Stefaan Temmerman
Jungle.Beeld © Stefaan Temmerman

Ander universum

Nina Kraviz (★★★★☆) was zonder twijfel de meest controversiële naam op de affiche. Een beetje belachelijk, als het u ons zou vragen. Omdat de Siberische dj geen harde taal spreekt over Poetin of het conflict tussen Oekraïne en Rusland openlijk veroordeelt, werd ze in de ban geslagen door een aantal festivals. Nochtans had ze via sociale media laten weten dat ze “vrede” wenste, en maakte ze zich openlijk zorgen over de staat van de wereld. Kous mee af, zou u denken?

Niét dus. Wat die moreel superieure festivalorganisotoren betreft: their fuckin’ loss. In het Groentheater speelde Kraviz niets minder dan een bezeten technoset voor een gigantisch opgedaagd publiek dat duidelijk niets meer dan de dj voor ogen had: een feestje bouwen op loeiharde, strakke beats. Opvallend daarbij was dat je in een ander universum leek te glijden. Wie een dag lang aan het hoofdpodium stond, zag een heel ander publiek dan aan de Altverda, Orlo of Nabo waar back2backs werden beslecht tussen dj’s. Voor ieder wat wils op Core, maar voorlopig lijkt ook deze wereld een tikkeltje verdeeld.

Nina Kraviz. Beeld Thomas Sweertvaegher
Nina Kraviz.Beeld Thomas Sweertvaegher
Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234