Maandag 16/12/2019

Desert Trip

Dit is het Tomorrowland van de babyboom-generatie

Beeld Mark Coenen

Bob Dylan, Paul McCartney, The Rolling Stones... Rockers op leeftijd waanden zich op Desert Trip in Indio, Californië, dit weekend even in het rockwalhalla. Mark Coenen was erbij op het Tomorrowland van de babyboom-generatie.

"Where's the airco when you need it", bromt naast mij Jay met de paardenstaart, die samen met een paar honderd ongeduldigen al een uur staat te wachten tot de poorten van het paradijs in Indio opengaan.

Voor Californiërs, die zelfs airco voorzien in hun doodskist, is dit afzien. Voor mij, die zonnebrandcrème vergeten is, ook.

Het is makkelijk 40 graden: doordeweekse temperatuur naar woestijnnormen.

Jay is heel vroeg gekomen, niet alleen omdat hij een diehard Stones-fan is, maar omdat hij van Coachella, het festival dat hier in het voorjaar wordt georganiseerd, weet dat er weinig schaduw is op de wei. Een zonneslag heeft hij er niet voor over. En te veel geld ook niet: hij heeft 399 dollar betaald voor een driedaagse pas en dat vindt hij meer dan genoeg.

Dat hij daarmee niet dichter dan op twee voetbalvelden afstand van het podium geraakt vindt hij niet erg. "Ik kom voor de muziek, man, niet voor het zicht." De Empire Polo Lounge is normaal gezien het ouwelijke centrum van de lokale poloclub, nu worden de twaalf velden bevolkt door muziekliefhebbers die hun jeugd komen inhalen of afsluiten. De geksten hebben daar 1.599 dolar voor over, maar mogen voor dat bedrag dan ook in The Pit, voor vele vrouwelijke fans na Brad Pitt het meest begeerde plekje ter wereld.

Beeld Mark Coenen

De kinderen van de revolutie zijn braaf geworden: Woodstock werd na één dag een gratis festival omdat de hippies de dranghekken hadden neergehaald, hier blijft iedereen braaf wachten in de rij. Alsof men bij de beenhouwer staat aan te schuiven voor een kilo rundslappen. Zowat de helft van de wachtenden maakt het niets uit: zij hebben een handig strandstoeltje bij, waarop ze de dag lui achterover zullen doorbrengen.

Iedereen komt om te liggen. Het strand van Sint-Anneke, maar dan zonder zand.

Om de tijd te doden worden er mopjes verteld. "Je weet toch dat als je één sigaret rookt, je leven één dag korter wordt? Maar weet je waarom? Omdat die dag er bij Keith Richards bijgeteld wordt. Hij heeft het eeuwige leven."

De sfeer - moet het nog gezegd? - is uitstekend.

Beeld Mark Coenen

Politie van één dag

Veel paardenstaarten en dikbuiken, maar ook goed geconserveerde koppels wier kinderen het huis uit zijn, en toch ook opvallend veel jonge mensen. "Als ik moet kiezen tussen de rap van Thug Life en de muziek van de jaren zestig, dan weet ik het wel", zegt een bleek meisje met rode lippen en een T-shirt met de beroemde varkenstong van Andy Warhol om het ranke lijf.

Beeld Mark Coenen

In plaats van zich met hun muziekkeuze van hun ouders af te zetten, zoals hun eigen vader en moeder deden, delen ze die liefde. Geen generatiekloof hier. Het festival is voor velen dan ook een combinatie van een dagje gastronomisch pretpark en een familie-uitstap met een lawaaierig einde.

Dat speelt helemaal in de kaart van het businessmodel van de organisatoren, die hun publiek vragen zo vroeg mogelijk te komen. Traffic's a bitch, dat is waar, maar men rekent op 1.000 dollar omzet per bezoeker per weekend, en daar geraakt men niet met ticketinkomsten alleen. Hoe vroeger het volk er is, hoe sneller de Visakaarten gebruikt worden.

Hoewel het festivalterrein langs alle kanten goed te bereiken is, loopt het verkeer danig in de soep. Alsof je het eerste weekend van juli van Haacht naar Werchter moet, maar dan vijf keer zo erg.

Beeld Mark Coenen

Er lopen veel securitymensen in glanzende nieuwe pakken rond, die eigenlijk niet goed weten wat ze hier staan te doen. Om de juiste parking te wijzen, moet drie keer met HQ gesemafoond worden.

De ergsten zijn de politie van één dag, die in 24 uur hun miserabel leven willen vergeten met actieve dominantie, drukdoenerij en luid geroep. Je vindt ze overal, dus ook hier. Ondertussen is men nog koortsachtig bezig met regelneverij van het laatste moment. Dranghekken worden aangesleept, de laatste lik verf wordt gesmeerd.

Desert Trip komt krakend op gang: een geoliede machine zoals we die in Vlaanderen dankzij Werchter en Pukkelpop gewoon zijn, is het niet.

Als mieren

Ik koop een hoedje en ga op stap.

Twaalf polovelden (280x180 meter): dat is een reusachtig terrein. 60 hectare gras, dat in het seizoen groener is dan de gal van José Mourinho als hij weer van City verliest.

Een deel gaat op aan campings, waar naast ridicuul grote wagens ook bijzonder grote tenten staan, met complete inrichting en boxen van thuis meegebracht. Alles is superproper, geen papiertje ligt op de grond. Ook Amerikaanse festivalgangers hebben smetvrees.

Overal op het veld staan parasols met tafeltjes, grote tenten met loungezetels, bankjes en tafeltjes. Een reuzenrad brengt je gratis naar hogere sferen. De rest is betalen: de keuze van food en drinks is 'époestoeflant', de prijzen die ze ervoor vragen zijn navenant. De eerste die nog klaagt over een pintje van 3 euro op een festival bij ons wil ik de prijslijst van hier weleens doorfaxen.

Daarnaast is er een reusachtig festivalterrein, dat gecompartimenteerd is en omringd wordt door ter plekke in elkaar gevezen aluminium zittribunes met aparte vipruimtes.

Na de gloedvolle zonsondergang baadt het festivalterrein in een blauw-rood schijnsel: het zou en scène uit ET kunnen zijn. Elk moment kunnen de tachtigduizend uitverkorenen ten hemel opstijgen.

En plotseling staat Bob Dylan op het podium.

Breedgerande hoed, een afleggertje uit de tijd van Desire. Hij speelt de eerste paar nummers piano en begint met een trio classics uit eigen huis: 'Rain Day Women', 'Don't Think Twice, It's All Right' en 'Highway 61'. Het moet vooruitgaan, blijkbaar, want elk nummer wordt zowat een kwart sneller gespeeld dan op de plaat. Op het verre podium lijken de muzikanten mieren die een stomme film van Charlie Chaplin begeleiden. Dylan heeft na drie nummers kwaad teken gedaan dat men ermee moest stoppen de groep op de grote schermen te tonen. In de plaats ervan krijgen we steeds dezelfde zwart-witbeelden. Het zal wel iets cultureels zijn.

Beeld Mark Coenen

Het publiek heeft het na een kwartier bekeken en begint uitgebreid te socializen, alsof ze op een baseballwedstrijd zitten. Na een uur en 20 minuten is het gedaan en is Dylan weg: hij heeft geen woord gezegd. Gemiste kans. Het is ook iemands kind, denk ik dan, maar ik zou zijn moeder niet willen zijn.

Nee, dan de Stones! Maak een zin met 'ander paar mouwen'. Als een bende dolle jonge honden vatten zij hun set aan, alsof ze de nummers voor de eerste keer spelen. 'Start Me Up': vlam. 'You Got Me Rockin'': bam. Nieuw nummer uit Blue and Lonesome: goal.

Glashelder geluid, Jagger fantastisch bij stem en tussen elk nummer een mopje, en een aantal leuke verrassingen als extra. "This may be strange to you now. We're gonna do a cover song of a sort of unknown beat group. I think you might remember, we're gonna try a cover of one of their tunes." En ze zetten 'Come Together' in, fel gesmaakt door Paul McCartney, die in een loge achter mij aan de vegetarische kreeft zit. Na een tijdje kijken op onze tribune meer mensen naar Macca en zijn dansende madam dan naar de Stones.

Maar zoals zo dikwijls kruipt de slordigheid in het concert: 'Tumblin' Dice' is een modderpoel, van 'Honky Tonk Women' is alleen de koebel te pruimen, en de passage van Keith die zingt is dramatisch. Ik dacht toch dat we gezegd hadden dat dat geen goed idee is? Charlie Watts zit het hele concert kaarsrecht in de soep te roeren, maar zelfs hij kan 'Little T&A' niet redden. Gelukkig gaat het van dan weer bergop: 'Midnight Rambler' rammelt onweerstaanbaar, 'Miss You' klinkt jachtiger dan ooit en 'Brown Sugar' is een patat om de oren. Het eindigt zoals altijd: eerst een keizerlijke versie van 'You Can't Always Get What You Want' met live engelenkoor, en dan 'Satisfaction', vuurwerk en naar huis.

Beeld Mark Coenen

Donald Trump

Een dag later maken we gaargestoofd door de zon en met pijnlijke spieren onze opwachting voor dag twee. Parkeren gaat al vlotter: Amerikanen leren snel. Zelfs de gendarmen van één dag. Na een grondig marktonderzoek kan ik ook besluiten dat er veel meer jonge mensen van allerlei maar voornamelijk toch vrouwelijke kunne in spaarzame kledij over de wei lopen dan gisteren.

Wat logisch is: het is weekend. Vrijdag was de dag van de gepensioneerden.

Met een ingetogen en aan de actualiteit aangepast ("Look at mother nature on the run in the 21st century", begint Neil Young en zijn nieuw groepje fotogenieke hipsters Promise of the Real aan een memorabel concert. Het eerste kwartier is het zwijmelen met 'Comes a Time', 'Human Highway' en 'Harvest Moon'. "Zijn jullie allemaal aan het barbecueën?", vraagt hij. De geur van versgemaaide wiet is inderdaad penetrant over de hele wei merkbaar. Ome Neil lacht en is het hele concert zijn grappige zelf: hij moet maar een aanzet geven tot een grap en de band ligt in een deuk.

Beeld Mark Coenen

Maar spelen kunnen ze. Het moet van Stephen Stills geleden zijn dat Young nog zo opgejaagd werd door zijn tweede gitarist. Lukas Nelson is de zoon van Willie en legt Young het vuur aan de schenen. Crazy Horse, allemaal goed en wel, maar dit is zo veel verfijnder en geïnspireerder.

Het prachtige 'Words' uit Harvest katapulteert me terug naar toen ik zeventien was. Die muziek zit heel diep, ze dateert uit een tijd dat ik dacht dat ik al iets had meegemaakt. Wist ik veel dat ik van niets wist.

Young bloemleest vaardig uit zijn volledige oeuvre: een springerig 'Walk on' uit On the Beach, een kippenvelversie van 'Powderfinger' en een met drumslagen als geweerschoten aangevuurde 'Down by the River', waar de gemuteerde solo's welig tieren en de emoties hoog oplopen.

'Welfare Mothers (Are Better Lovers)' wordt aan Donald Trump aangeboden als nieuwe campagnesong. Waarna ze de stoppen doen doorslaan met een gebalde en relevante versie van Rockin' in the Free World'. Wat een verschil met de norse Dylan van gisteren.

Beeld Mark Coenen

Grand cru

Paul McCartney speelt als aanloop naar zijn concert eigen werk, door anderen gecoverd. Raar. Hij zal de Sabam nodig hebben zeker? Na 50 jaar zie je op dit soort van festivals nog altijd alleen maar zwarten bij de security en de catering, maar ook de imposante drummer van Macca is gebrande koffie. Hij mept er trouwens niet naast.

Ik denk dat McCartney na het zien van de Stones gisteren aan zijn mannen gezegd heeft: "Mannen, die Stones zijn passé, daar gaan wij los over."

Dat wil in het begin niet echt lukken, Paul moet zich in de harde nummers constant overschreeuwen en haalt zelden een hoge noot. Je krijgt zelf keelpijn als je hem bezig hoort, in zijn parmantig kraagloos jasje en laarsjes met hakjes. Een kruising tussen een kostschoolstudent en een magere versie van Liberace: het is wat het is. Soms heb je de indruk dat Macca in zijn eigen coverbandje speelt. Zijn muzikanten reproduceren, maar zijn niet geweldig creatief. Ook moeilijk, met dat overbekende klassieke materiaal.

Na een ontroerend bedoeld maar lamentabel 'Maybe I'm Amazed' (voor Linda) komen de akoestische gitaren boven. Van dan af gaat het een geweldige gang. 'We Can Work It Out', een oude Quarrymen-song, 'Love Me Do', 'And I Love Her': plots heb ik last van een stofje in het oog. Simpele, tijdloze pracht. Paul begint te vertellen, ontroert met 'Here Today' voor John Lennon en roept Neil Young op het podium voor fantastische versies van 'A Day in the Life', dat naadloos overgaat in 'Give Peace a Chance' en 'Why Don't We Do It in the Road?'. Neil lachend af en Macca klaar voor een finale die zo boven mijn bed mag, in een kadertje.

Dag één was een uitstekende tafelwijn, dag twee was een grand cru van een goed jaar. Dronken zwijmelen we huiswaarts. "Ik kom morgen terug", zei Neil Young. "Roger Waters gaat die muur bouwen die Mexico weer groot zal maken. Dat wil ik niet missen."

Ik ook niet.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234