Woensdag 22/01/2020

Interview

‘Dit is erger dan een heksenjacht’: regisseur Roman Polanski, opgejaagd door schandalen

Zijn nieuwe film J’accuse gaat over het Dreyfus-schandaal, maar Roman Polanski (86) wordt zelf door schandalen achtervolgd. In de jaren 70 zou hij een 13-jarig meisje hebben verkracht, sindsdien duiken met de regelmaat van een klok nieuwe beschuldigingen op. Daarbij kwam recent de aanklacht van actrice Valentine Monnier, die door de Pools-Franse regisseur in 1975 niet alleen verkracht, maar ook geslagen zou zijn. ‘Ik word als een monster afgeschilderd en bij iedere aanleiding haalt de pers die oude koeien weer uit de sloot. Het is een vloek waar ik niet onderuit raak.’

De nieuwe Polanski is een historisch drama, maar verwacht geen wufte Britse dames of Colin Firth met een halsdoekje. J’accuse gaat over de ophefmakende zaak rond Alfred Dreyfus, een Joods-Franse officier die in 1894 ten onrechte werd beschuldigd van verraad. Hij werd pas vrijgesproken nadat schrijver Émile Zola voor hem in de bres was gesprongen met een vlammend betoog op de voorpagina van een krant, onder de kop ‘J’accuse…!’ (‘Ik klaag aan’). Antisemitisme, fake news en veroordeling door de publieke opinie: Polanski’s periodefilm zou weleens brandend actueel kunnen zijn.

De première van J’accuse in Parijs werd ontsierd door beschuldigingen van verkrachting, maar de film werd in Frankrijk een succes. Voelt dat als weerwraak op uw aanklagers, of vooral als een opluchting?

“Ach, wraakgevoelens, dat zit niet in mijn aard. Opgelucht ben ik wel. Je steekt enorm veel werk in een film, met één doel: dat er mensen naar komen kijken. En ze zijn gekomen! Tijdens het filmen voelde de hele ploeg dat het de moeite waard zou zijn, en ik ben blij dat het publiek zich niet heeft laten afschrikken.”

Door de oproepen op het internet om de film te boycotten, bedoelt u. Werd u daar boos van?

“Ik probeer het van een afstand te bekijken. Er lijkt sinds mijn jonge jaren een totale ideologische ommekeer te hebben plaatsgevonden. Ik heb het geluk gehad in een oneindig veel vrijere samenleving op te groeien. In de jaren 60 vond op alle vlakken een emancipatie plaats: het vrije woord, de muziek, de zeden... Dat er ooit nog betogers voor een bioscoop of een museum zouden samentroepen om een vertoning te laten verbieden, dat konden we ons niet voorstellen. En nu wordt de baas van McDonald’s (Steve Easterbrook, red.) ontslagen vanwege een relatie met wederzijdse instemming met een werkneemster, en moet een minister van Defensie (de Britse politicus Michael Fallon, red.) opstappen omdat hij vijftien jaar geleden zijn hand op de knie van een journaliste heeft gelegd: het is absurd. Alles wordt in twijfel getrokken: de evolutie, het bestaan van mannen en vrouwen, vaccinaties, dat de aarde rond is… We lijken opnieuw in de donkere middeleeuwen aanbeland.”

Kijkt u nostalgisch terug op uw jonge jaren?

“Ik ben geen ouwe zak die klaagt dat vroeger alles beter was. Maar het lijkt wel alsof ik toen op een andere planeet leefde. Alles verliep zo eenvoudig tussen mannen en vrouwen: je ontmoette elkaar in de discotheek, je ging iets eten en je nam elkaar mee naar huis. Het was een korte periode van vrijheid tussen de uitvinding van de pil en de opkomst van aids. Maar aids heeft alles veranderd. Niet alleen op seksueel vlak, zoals we eerst dachten, maar in alle aspecten van het leven: onze hele mentaliteit, de mode, de zakenwereld, de politiek… Het was uit met de zorgeloosheid.”

U maakte toen grote sier in Londen, Los Angeles en Gstaad, meestal omringd door vrouwen.

“Gstaad was mijn toevluchtsoord na de dood van Sharon (Tate, zijn vrouw, die in 1969 werd vermoord door Charles Manson en zijn aanhangers, red.). Ik ontving er vrienden in mijn chalet, we luisterden naar muziek, dronken, praatten en dansten. Op feestdagen staken we vuurwerk af. En ik had heel wat vriendinnetjes, ja. Niet alleen onenightstands, en niet alleen voor de seks. Met sommigen ben ik nog steeds bevriend.”

Alvast niet met actrice en fotografe Valentine Monnier, die u er in de krant Le Parisien van beschuldigt dat u haar destijds in Gstaad hebt verkracht. Herinnert u zich haar?

“Nauwelijks. En van wat ze beweert, weet ik niets, want het is gewoon niet waar. Ik herken vaag haar gezicht op de foto’s in de pers, dat is alles. Ze beweert dat een vriendin haar bij me had uitgenodigd, maar ze weet niet eens meer wie! Het is gemakkelijk om iemand te beschuldigen als de vermeende feiten al lang verjaard zijn, want dan hoef je geen rekening te houden met een mogelijke rechtszaak waarin ik mijn onschuld zou kunnen aantonen.”

U zou haar ook geslagen hebben.

“Dat is krankzinnig! Ik sla nooit vrouwen. Maar blijkbaar was verkrachting nog niet erg genoeg. Ze zegt dat ik haar op een stoeltjeslift heb gevraagd: ‘Do you want to fuck?’ Waarom zou ik dat in het Engels vragen (Polanski is geboren in Parijs en bracht daar zijn kindertijd door, red.)? Van de drie getuigen die ze aanhaalt, zijn er twee dood, en de derde is onvindbaar: komt dat mooi uit. Dus laten ze maar mijn toenmalige overbuur aan het woord, die zich niet herinnert dat mevrouw Monnier ooit iets over verkrachting heeft gezegd, maar wel een hele theorie heeft over mijn ‘psychologische problemen met vrouwen’. En nog een handvol indirecte getuigen die in een rechtbank nooit ernstig zouden worden genomen, maar in een krant probleemloos hun zegje mogen doen.”

Valentine Monnier kon niet langer zwijgen, zegt ze, toen ze hoorde dat u zich met het lot van de ten onrechte beschuldigde Alfred Dreyfus vereenzelvigde.

“De journalisten hebben me daar wel dertig keer naar gevraagd, en telkens heb ik geantwoord dat ik mezelf nóóit met Dreyfus zou vergelijken: dat zou grotesk zijn. Haar verklaringen zijn drie dagen voor de première van de film gepubliceerd, maar die krant is al in september met haar neponderzoek gestart. En ze heeft geen enkele poging gedaan om onafhankelijke bronnen te raadplegen. Het doel was overduidelijk om mijn film te saboteren, zonder daarbij rekening te houden met mijn ploeg van tweehonderd mensen, de producent van de film, de acteurs… Die zijn nu het slachtoffer.”

In het persdossier van de film heeft de Franse schrijver Pascal Bruckner het over een neo-feministische heksenjacht.

“Als je iemand met één tweet kunt veroordelen, is dat erger dan een heksenjacht! Een heks had in de middeleeuwen tenminste nog recht op een proces. Vandaag worden reputaties, carrières en levens met een paar woorden gekelderd, en niemand vraagt zich nog af of de aantijgingen waar zijn of niet. Hoeveel onschuldigen zijn zo al mee de dieperik in gesleurd? Dat maakt me bang.”

De #MeToo-beweging is ontstaan uit de beschuldigingen van tientallen vrouwen aan het adres van producent Harvey Weinstein. Wist u van zijn gedrag in de filmwereld?

“Ik heb Weinstein twee of drie keer ontmoet, voorts heb ik nooit iets met hem te maken gehad. Hij had een bikkelharde reputatie als zakenman, maar ik wist niets over zijn gedrag tegenover vrouwen.

“Wat ik wel weet, is dat Weinstein in 2003 panikeerde toen mijn film The Pianist twee Bafta’s in de wacht sleepte, waaronder die voor Beste Film. Weinstein had zelf twee films in de running voor de Oscars, en lanceerde in allerijl een campagne om de mijne te kelderen. Híj heeft toen die 26 jaar oude affaire met Samantha Geimer opgerakeld (die als 13-jarige door Polanski zou zijn verkracht, red.). Ironisch genoeg liep The Pianist daardoor enkel de Oscar voor Beste Film mis, die naar de producent gaat, maar kreeg ík wel die voor Beste Regisseur! Harrison Ford nam de prijs in mijn naam in ontvangst, voor een staande ovatie.”

Slachtoffers van seksueel geweld durven vaak jarenlang hun mond niet opendoen omdat ze bang of beschaamd zijn. Is het dan geen goede zaak dat die vrouwen eindelijk vrijuit kunnen praten?

“Zeker wel. Maar niet tot elke prijs. Het recht op een rechtvaardig proces en het vermoeden van onschuld zijn de pijlers van onze democratie, van onze rechtsstaat. Dat is ook één van de centrale thema’s in mijn film: het is aan de aanklager om bewijzen aan te voeren. Zolang er geen bewijs is, blijft de beklaagde onschuldig. Als we dat principe opgeven, als een beschuldiging meteen wordt gelijkgesteld aan schuld, zal ons dat duur te staan komen.”

Wilde u daarom een film draaien over de Dreyfus-affaire? Door een onbewuste drang om onrecht aan te klagen?

“Dat moet u aan mijn psychiater vragen. Oké, heel wat elementen uit die zaak klinken me vertrouwd in de oren, maar nogmaals: ik zie mezelf niet als Dreyfus.”

Beschouwt u uzelf als slachtoffer?

“Ik word al jaren als een monster afgeschilderd. Ik ben het intussen gewend, ik heb een olifantshuid gekweekt. Maar voor mijn kinderen en voor Emmanuelle (Seigner, zijn vrouw, red.) is het verschrikkelijk. Ze worden beschimpt en bedreigd op sociale media. En het ís mijn verantwoordelijkheid: ik heb in 1977 een misstap begaan, en nu, bijna een halve eeuw later, dragen zij daarvan de gevolgen. Maar de heftigheid waarmee de media me blijven aanvallen is ongehoord. Iedere nieuwe valse beschuldiging is een aanleiding om die oude koeien weer uit de sloot te halen. Het is als een vloek waar ik maar niet onderuit raak.”

Die misstap in 1977 was de zaak rond de 13-jarige Samantha Geimer, die beweerde dat u haar had gedrogeerd en verkracht in de villa van Jack Nicholson in Hollywood. U pleitte schuldig.

“Het was niet Samantha zelf maar de procureur die me van die misdrijven beschuldigde, en ik heb nooit schuld bekend voor verkrachting met drugs. Ik heb schuldig gepleit voor ongeoorloofde betrekkingen met een minderjarige. Alleen Samantha en ik weten wat er die dag is gebeurd, ik wil er niet op terugkomen. Wat ik ook heb gedaan, het was fout. Dat heb ik al meermaals gezegd, ook in een brief aan Samantha zelf, met wie ik nog contact heb. Zij heeft trouwens aan de procureur geschreven dat ze veel meer lijdt onder het mediacircus dan door wat ik haar heb aangedaan.”

Polanski wordt voorgeleid in de zaak rond de verkrachting van de 13-jarige Samantha Geimer. ‘Alleen Samantha en ik weten wat er die dag in 1977 is gebeurd. Maar wat ik ook heb gedaan, het was fout.’

Uw schuldbekentenis maakte deel uit van een overeenkomst met de rechter: door die minder zware aanklacht te aanvaarden, kon u de beschuldiging van verkrachting met toediening van drugs laten schrappen en kwam u weg met een korte gevangenisstraf. Had u, achteraf gezien, liever een echt proces gehad?

“Ik denk van wel.”

Had u dan niet een zware veroordeling geriskeerd?

“Nee. Er waren in dat district toen wel meer zaken met dezelfde aanklachten, en niemand is er ooit naar de gevangenis gegaan. Maar door die schuldbekentenis denkt iedereen nu dat ik heb toegegeven een verkrachter te zijn. En er wordt ook nog altijd beweerd dat ik gevlucht ben voor het gerecht. Maar ik was vrij: ik had mijn straf uitgezeten (90 dagen, ingekort tot 42 dagen, red.), ik mocht beschikken. Toen kwam ik via mijn advocaat te weten dat de rechter onder druk van de media zijn aandeel in de overeenkomst introk en me voor onbepaalde tijd in hechtenis wilde laten nemen. Dáárom ben ik naar Frankrijk vertrokken (in de Verenigde Staten loopt nog altijd een aanhoudingsbevel tegen Polanski, red.). De procureur zelf heeft me later toevertrouwd dat hij begreep waarom ik in dergelijke omstandigheden de benen heb genomen.”

‘Niemand keek destijds op van mijn avontuurtje met Nastassja Kinski (toen 15), het was een relatie op gelijke voet. We zijn trouwens vrienden gebleven.’

Was het een valstrik?

“Wat denkt u zelf? Het eerste wat de rechter in mijn zaak deed, was een persconferentie organiseren. Rechters worden in de Verenigde Staten verkozen, ze hebben er dus baat bij hun imago te verzorgen. En hij wilde mij daarvoor gebruiken.”

U was dertig jaar ouder dan Samantha Geimer. Over de vraag of je bij zo’n jong meisje van wederzijdse instemming kunt spreken, wordt vandaag heel anders gedacht.

“Dat hangt ervan af. Wat als het een jongen was met een veel oudere vrouw? Ik zei het al: de zeden zijn helemaal veranderd. We zijn vergeten hoeveel vrijer en toleranter onze samenleving ooit was.”

Dat bepaalde gedragingen niet meer worden aanvaard, is toch een vooruitgang?

“Ach, wat is vooruitgang? Zijn de mensen dan gelukkiger vandaag? Wat nu onaanvaardbaar wordt genoemd, was ooit perfect normaal. We kunnen maar beter wat nederiger zijn en bedenken hoe ze over vijftig jaar over óns zullen denken.”

In de documentaire Wanted and Desired zien we u in een interview uit 1979 glimlachend verklaren dat u van ‘jonge meisjes’ houdt. Om te provoceren?

“Maar nee, dat is gewoon waar. Al zouden we ze vandaag eerder ‘jonge vrouwen’ noemen. Ik ging om met meisjes van rond de 20, is daar iets mis mee?”

Actrice Nastassja Kinski was 15 toen u met haar een avontuurtje beleefde.

“Daar keek destijds niemand van op, het was een relatie op gelijke voet. We zijn vrienden gebleven, ze kent Emmanuelle en mijn kinderen. Met de meeste actrices uit mijn films heb ik nog steeds een goede band, maar niemand vraagt hun ooit wat. Op basis van mijn films zou je me zelfs een feminist kunnen noemen: Chinatown, Tess, Death and the Maiden, La Vénus à la fourrure… Dat zijn stuk voor stuk hommages aan de vrouw.”

Charlotte Lewis, die als actrice debuteerde in uw film Pirates, zegt dat u haar in 1982 hebt verkracht. Ze was toen 16.

“Dat is een verfoeilijke leugen! Ze uitte die beschuldiging in 2010, toen ik in Zwitserland was gearresteerd en de beslissing over mijn uitlevering afwachtte (na veel protest uit de filmwereld werd hij weer vrijgelaten, red.). Maar in 1999 klonk ze nog heel anders: ‘Hij fascineerde me, ik wilde zijn geliefde worden. Ik verlangde beslist meer naar hém dan hij naar mij.’ En in datzelfde interview: ‘Ik weet niet meer met hoeveel mannen ik op mijn veertiende al tegen betaling geslapen had.’ Altijd weer komen ze met die Charlotte Lewis aanzetten, maar niemand merkt ooit op hoe ze zichzelf tegenspreekt.”

Waarom zou ze u vals beschuldigen?

“Hoe moet ik dat nu weten? Frustratie misschien?”

Hebt u sindsdien geprobeerd om met haar contact op te nemen?

“Waarom, om de confrontatie aan te gaan? Nee hoor, ik wil haar uit mijn leven hebben.”

Ook de Duitse actrice Renate Langer zegt dat u haar misbruikte in Gstaad, toen ze 15 was.

“Ach, ze vertellen maar wat. Ik herken haar nauwelijks op foto’s. Hoe dan ook oordeelde de rechtbank dat de vermeende feiten verjaard zijn, maar haar naam staat nog altijd op de website imetPolanski.com, een lijst met getuigenissen van een stuk of tien vrouwen. Die is het werk van een zekere Matan Uziel, een Israëliër die op Twitter 20.000 dollar (zo’n 18.000 euro, red.) heeft uitgeloofd voor getuigenissen tegen mij. Het merendeel van die beschuldigingen is trouwens anoniem.”

Op de lijst staat ook de Amerikaanse Marianne Barnard, die zegt dat haar moeder haar op haar tiende heeft ‘verkocht’ om haar studies te kunnen betalen. Kent u haar?

“Maar nee! Dat verhaal is gewoon tragikomisch. Een kind van tien, komaan zeg. (zucht) Toen ik het op mijn autoradio hoorde, ben ik gestopt om mijn vrienden te bellen: ‘Nu zijn ze te ver gegaan, nu moet het ophouden.’ Maar ze hebben haar gewoon aan de lijst van mijn ‘slachtoffers’ toegevoegd, zonder één bewering te checken. Haar moeder, die zogezegd haar dochter aan een perverseling heeft verkocht, werkt nog aan dezelfde Amerikaanse universiteit, maar niemand die haar ter verantwoording riep. Mijn advocaat heeft een detective ingeschakeld: Marianne Barnard blijkt ook haar vader al van verkrachting te hebben beschuldigd, en ze heeft tweemaal in een psychiatrische kliniek gezeten. ‘Ze tweet en ze retweet maar,’ zegt haar broer, ‘tot ze zelf gelooft wat ze getweet heeft.’”

Hebt u het gevoel dat de media het op u gemunt hebben?

“Ik ben een gemakkelijke prooi. Mijn problemen met de media dateren al van de moord op mijn vrouw Sharon. In de vier maanden tussen haar dood en de arrestatie van de moordenaars hebben ze de vreselijkste dingen geschreven over haar, over onze vrienden die samen met haar vermoord zijn, over mij. Zo’n gruwelmoord op een mooie, bekende actrice, die bovendien achtenhalve maand zwanger was: misschien was het gemakkelijker om dat een plaats te geven als de slachtoffers niet zo onschuldig bleken te zijn. En dus beschuldigden de kranten ons van satanisme, drugs, seksuele uitspattingen… Met andere woorden: we hadden het zelf gezocht!”

Wat voelde u toen? Woede? Verslagenheid?

“Mijn leven lag in duigen. Ik bleef toen al liever uit de belangstelling, maar tijdens het politieonderzoek zei iedereen: ‘Je moet van je laten horen.’ Uiteindelijk heb ik dan een persconferentie gegeven en verteld over ons geluk als echtpaar, ons rustige leventje zonder losbandigheid of drugs, behalve nu en dan een vriend die een jointje opstak… En net dat ene zinnetje werd natuurlijk door de media opgepikt. Reken maar dat het met dit interview net zo zal gaan: één of twee zinnetjes worden eruit gelicht die me in een slecht daglicht plaatsen. Maar toen kon het me niet schelen, ik was geobsedeerd door de zoektocht naar de moordenaar, ik was ervan overtuigd dat het iemand uit onze vriendenkring was. We hebben toen een beloning uitgeloofd voor getuigenissen, die uiteindelijk tot de arrestatie van Charles Manson hebben geleid.”

Was dat een troost?

“Nee. Ik had in de waan geleefd dat de arrestatie van de moordenaars Sharon zou terugbrengen, maar toen moest ik inzien dat mijn leven nooit meer hetzelfde zou zijn.”

Hebben uw films geholpen bij het verwerken van die tragedie?

“Eerst was ik niet in staat om te werken, maar op een bepaald moment kreeg ik er weer zin in. En er moest brood op de plank komen: aan Rosemary’s Baby had ik weinig verdiend, rijk was ik niet. Dus heb ik me op Macbeth geworpen en ben ik niet meer gestopt. Ik besefte dat ik, ondanks mijn tegenspoed, op een filmset min of meer gelukkig kon zijn. Dat ging zo door tot ik in 1984 Emmanuelle ontmoette en we een gezin stichtten: kinderen doen je inzien dat je werk niet het belangrijkste is. Sindsdien organiseer ik mijn opnames in functie van de schoolvakanties.”

In 2018 werd u, na veertig jaar lidmaatschap, uit de Oscar Academy gezet. Bent u daar bitter over?

“Ik moet er eerder om lachen. Jarenlang hebben ze mijn films genomineerd, in 2003 kreeg ik zelfs een Oscar. De reden waarom ze me nu uit de club hebben gezet, bestond toen óók al, hè. Zo zie je maar weer hoe de tijden veranderd zijn.”

Voelt u zich als een paria in Hollywood?

“Erger nog, als een melaatse.”

Krijgt u dan geen steun meer van uw vrienden van destijds, zoals Warren Beatty en Jack Nicholson?

“Wanneer we met elkaar bellen, praten we over ons gezin, over films. Niet over dat soort dingen.”

Zult u ooit terugkeren naar de Verenigde Staten?

“Nee. Als ik daar één voet aan de grond zet, vlieg ik meteen achter de tralies. En vergeet niet dat al die waanzin van deze tijd, al die van de pot gerukte ideeën, uit Amerika afkomstig zijn. Zo had iemand het daar in zijn hoofd gehaald om aan het lijstje van mijn kinderen in de beknopte biografie die je te zien krijgt als je me googelt, een derde naam toe te voegen: die van het ongeboren kind dat samen met Sharon begraven is. Ik heb moeten dreigen met een proces om dat weg te krijgen. Tegenwoordig kan iedereen over je schrijven wat hij maar wil en je kunt er amper iets tegen beginnen.”

Is er iets in uw levensverhaal of uw films dat die uitzinnige reacties uitlokt, denkt u?

“Dat weet ik niet. Na The Fearless Vampire Killers en Rosemary’s Baby leek iedereen ervan uit te gaan dat die films autobiografisch waren. Twintig jaar geleden beweerde een vrouw ineens dat Sharon niet zwanger was geweest van een jongen maar van háár, en dat ze door de moordenaars was gered. Ze begon me brieven, geschenken en foto’s te sturen, en veranderde haar naam in Rosie Tate Polanski. Knettergek, want ze is pas twee jaar na Sharons dood geboren! En twee jaar geleden stond er in Gstaad een jong koppel aan mijn deur met een brief van haar – ik was haar intussen vergeten. ‘Rosie is mijn moeder’, zei de man. ‘Ik ben je kleinzoon.’ Help!”

Er gingen stemmen op om de vertoningen van J’accuse te omkaderen met debatten over geweld tegen vrouwen. Wat vindt u daarvan?

“Voor mij moet een film door niets omkaderd worden. Ik geloof in vrijheid.”

Bent u bang dat u door al die tegenstand en boycots geen nieuwe films meer zult kunnen maken?

“Het publiek laat zijn stem horen, en het publiek is massaal naar mijn film gaan kijken. Vanwege de polemiek errond, beweren sommigen. Dat mogen ze beweren. Als ze me blijven aanvallen, eindigt het er misschien mee dat ik geen films meer kan maken. Maar ik ben altijd een optimist geweest.”

© Paris Match

J’accuse is nu te zien in de bioscoop.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234