Vrijdag 15/11/2019

Boeken

‘Dit gaat over Sarah’: huiveringwekkend als een nachtvlinder ★★★★☆

Beeld thinkstock

De Franse debutante Pauline Delabroy-­Allard slaat gensters met een roman over de verschroeiende liefde tussen twee vrouwen. Vanaf de eerste pagina’s van Dit gaat over Sarah stap je in een rollercoaster.

Snedige, gejaagde zinnen, geboetseerd uit kristalheldere, onopgesmukte maar soms ook lyrische taal. Daarmee stuwt de Franse revelatie Pauline Delabroy-Allard haar eerste roman Dit gaat over Sarah vooruit. Franse critici struikelden vorig najaar over elkaars voeten om het boek de hemel in te prijzen. Literaire jury’s haastten zich om het te bekronen. Uiteindelijk mocht ze vier prijzen ophalen. De 31-jarige documentaliste aan het lyceum van Vanves werd zo het epicentrum van een regelrechte hype. Intussen zijn er van haar roman meer dan 100.000 exemplaren verkocht.

Nu is er – terecht – een Nederlandse vertaling. Delabroy-Allard weet je vanaf de eerste pagina in de ban te slaan en laat je niet meer los. Nochtans oogt haar verhaal niet bijster spectaculair. Zeg nu zelf: wat is er over un amour fou nog niet geschreven? Toch is dit zoveel meer dan het pittige relaas van een doorgedraaide liefdescarrousel. Delabroy-Allard fileert de passie met een fijn scalpel, maar laat haar personages er ook in zwelgen. Dit is eveneens een roman over een obsessie. En over hoe je hele leven onverhoeds compleet op zijn kop kan komen te staan.

Te luidruchtig

De verteller, een Parijse lerares, is er niet beducht op dat ze op een vrouw zal vallen. Net in de steek gelaten door haar man heeft ze een nieuwe ‘levensgezel’, een Bulgaarse jongen. Toch wordt ze tijdens haar wandelingen door de Jardin des Plantes bevangen door een opdringerige treurigheid. ‘Ik vind mezelf mooi, ze zeggen dat ik aardig ben, zorgzaam. Ik roep geen extreme reacties op.’

De dagen kabbelen verder. Tot op een oudejaarsavond bij vrienden Sarah binnenduikelt, ‘een onverwachte wervelwind’. Ze is ‘te luidruchtig’, ‘ze vloekt, met vulgaire woorden die lang nadat ze ze heeft uitgesproken nog in de lucht lijken te zweven’. En ze is ‘te zwaar opgemaakt’. Maar ze ‘is op haar manier grappig’, En: ‘Ze leeft.’ De lerares is onder de indruk, om het zacht uit te drukken. Van ‘haar unieke schoonheid, haar vooruitstekende neus als van een zeldzame soort’ en van ‘haar slangenogen met hangende oogleden’.

De lerares en Sarah, die violiste is en de wereld rondreist, ontmoeten elkaar steeds vaker. Ze spreken af op gestolen momenten, drinken, lachen, bezoeken concerten en expo’s. De nachtelijke Boulevard Montparnasse fungeert als decor voor hun eerste kus. Sarah bekent dat ze verliefd is. ‘De liefdesverklaring ligt als een cadeau tussen ons in.’ Het is de opmaat naar een tomeloze relatie die door Delabroy-Allard in al haar finesses wordt beschreven, sensueel, energiek, vurig: ‘Dit gaat over het precieze moment waarop de lucifer wordt afgestreken.’ Ze preekt de passie in nerveuze, genummerde fragmenten, soms neigend naar poëtisch proza of gevat in plotse emotionele uitbarstingen, die toch authentiek aandoen.

Totale overlevering

Beiden hebben nooit eerder met een vrouw gevreeën. Maar de overlevering aan elkaars monden, borsten en billen is overweldigend, zeg maar totaal. ‘Ik had nooit gedacht dat ik ooit het lichaam van een vrouw zou aanraken, er zo gek op zou zijn dat ik er dag-en-nacht aan denk.’ In het eerste deel van het boek sleurt Delabroy-Allard ons mee in de hunkering en bezetenheid van de minnaars. Maar bij de lerares sluipen twijfels en angsten binnen: ‘Ze kan niet bevroeden dat ik wens dat dat alles eindelijk stopt, haar wispelturigheid, haar grillen, haar dwaasheden, haar waanzin.’ Sarah, ‘huiveringwekkend als een nachtvlinder’, vergt het uiterste van haar, door haar besluiteloosheid en dat eeuwige spel van aantrekken en afstoten. Hoe snel branden ze op? Of is Sarah slechts een gevaarlijke fantasie?

Dat er een doem over deze liefdesgeschiedenis hangt, blijkt al uit de korte proloog. Sarah zal midscheeps getroffen worden door een arglistige gijzelaar in haar eigen lijf. In het tweede deel volgen we de verteller in staat van treurnis. Ze is gevlucht naar Milaan, dan naar Triëst, een stad als een niemandsland, de stad van James Joyce en Italo Svevo. Hoe moet ze verder leven? Want nu Sarah er niet meer is, lijkt ze aanweziger dan ooit.

Delabroy-Allard tekent deze geschiedenis op met een grote onontkoombaarheid. Ze dolt met liefdesclichés, ontmantelt ze en kneedt ze naar eigen goeddunken. En jazeker, Roland Barthes en zijn Fragments d’un discours amoureux (1977) vorm­de een duidelijke inspiratiebron voor deze ongetemperde, krachtige roman, die bijna achteloos vol muzikale en literaire motieven schuilt.

Pauline Delabroy-­Allard, ‘Dit gaat over Sarah’, Signatuur, 192 p., 20,99 euro. Vertaald door Aniek Njiokiktjien. Beeld RV
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234