Maandag 14/10/2019

Instagram

“Dik, lelijk, aandachtshoer: ik krijg het allemaal te horen. En ook dat ik geen borsten heb”

Beeld Saskia Vanderstichele

Vergeet Facebook en Snapchat. Instagram is het medium waarop je vandaag hoort te vertoeven, toch zeker als je jonger dan 30 bent. Sommigen hebben het instagrammen zo goed onder de knie dat ze dagelijks duizenden volgers naar hun profiel weten te lokken. “Wij weten als geen ander wat onze volgers willen. Dat hoeft geen enkele marketeer ons te komen vertellen.”

'Hoe? Jullie kennen elkaar?' Even zijn we in de war: horen adepten van sociale media gek genoeg niet asociaal te zijn? Fout! Het is een weerzien tussen vrienden bij deze vier. Julie Van den Steen, bekend van het ochtendblok op MNM, kruist in de gangen van de VRT weleens Flo Windey, die de voorbije zomer nog de festivalweides afschuimde voor Studio Brussel als Moeder Floverste. Neem je een kijkje op het Instagram-profiel van Flo, dan kom je Elodie Gabias tegen. Haar naam zegt u misschien niets, maar elke 16-jarige kent haar als 'Elo van op Instagram', waar ze foto's post die overlopen van zelfspot – lachen met vetrollen, een dubbele kin en een vinger in de neus. Alle drie zijn ze dikke vrienden met Average Rob, Humo-Instagram-ster, die internationale faam verwierf door zichzelf tussen de grootste sterren te fotoshoppen.  

Begin eens bij het begin: wat heeft Instagram dat andere social media niet hebben?

Julie Van den Steen (julievandensteen): “Simpel: het is een visueel platform. Dat maakt het lekker makkelijk.”

Average Rob (averagerob en shittyrob): “Niet te ingewikkeld en eenvoudig te consumeren: dat is wat jongeren verwachten van social media. Bij een foto of een filmpje op Instagram staat geen ellenlange tekst, hooguit een korte comment. Dat leest vlot.”

Elodie Gabias (elogabias): “Het is waar: ik lees niet veel. Ik kijk liever naar YouTube.”

Flo Windey (flowindey): “Ik wil best nog wel lezen, alleen niet op mijn gsm. Dat ding leent zich er gewoon niet toe.”

Rob: “Soms lees je wel een interessante kop, maar stoot je vervolgens op een betaalmuur en denk je: 'Nee, laat maar.' Instagram is anders: daar ga je naartoe om je tijd te verdoen en geëntertaind te worden.”

Hoeveel tijd spenderen jullie elke dag op Instagram?

Windey: “Er zit een handige functie op, waarmee je dat kunt nakijken.”

Gabias: “Even checken. Ik zit aan een gemiddelde van 3 uur per dag.”

Windey: (trots) “Ik 5 minuten. Op social media heb je twee soorten gebruikers: de voyeurs en de exhibitionisten. Ik ben een exhibitionist: ik upload mijn filmpjes en foto's, en ben dan weer weg. Ik blijf niet eindeloos rondhangen om naar anderen te kijken.”

Rob: “Ik wel. Ik kan blijven scrollen. Voor ik het weet, beland ik op één of ander YouTube-filmpje van een gast die 10.000 keer het woord appel zegt. Wie wil nu níét weten of die gast het einde haalt?”

Van den Steen: “Ik spendeer ook te veel tijd op Instagram, maar ik beschouw het als een deel van mijn job. Toen ik vijf jaar geleden bij MNM begon, gaf Peter (Van de Veire, red.) me huiswerk mee: hij vond dat ik mijn social media verwaarloosde, dus moest ik een aantal keer per dag iets posten. Voor ik het wist, had ik meer volgers dan Peter. Intussen staat mijn teller op 144.000 volgers. Geen idee waar die vandaan komen. Er zijn dagen dat ik niks post, en toch tikt de teller aan.”

Laten we de cijfers erbij nemen: Julie heeft 144.000 volgers, Elodie heeft er een dikke 52.000 en Flo 19.000. Daar steek jij ver bovenuit met 318.000, Rob.

Windey: “Weet je wanneer het raar wordt? Op het moment dat je beseft dat je het Sportpaleis zou kunnen vullen. In het begin voelde dat wat ongemakkelijk. Ik ben ooit begonnen door wat onnozele foto's te posten voor mijn vrienden. Toen tagde Studio Brussel me op een foto en had ik er op slag 2.000 volgers bij. Het eerste wat ik toen heb gedaan, is al mijn zatte foto's van mijn pagina verwijderd. Daarna werd ik door Joy Anna Thielemans getagd – ik wist niet eens wie ze was – en werd het nóg erger. Opeens werd ik gevolgd door tienermeisjes die me op straat geen blik waardig zouden gunnen. Echt creepy. Zeker toen ze comments begonnen te plaatsen bij mijn posts alsof ze me al jaren kenden.”

Gabias: “Dat is toch leuk? Je mag er alleen niet te hard over nadenken. Dan wordt het eng. Ik herinner me nog de eerste keer dat één van mijn posts elf likes haalde. Dat was een mijlpaal (lacht).

”Instagram werkt als een lopend vuurtje: je wordt getagd door iemand met veel volgers, vervolgens denken mensen dat je interessant bent en gaan ze jou volgen. Mijn eerste piek kwam er toen ik bevriend raakte met Camille Botten, een populair meisje op Instagram, en ik op haar profiel verscheen. Maar het werd pas echt gek toen ik een filmpje postte waarin ik mezelf met opzet heel lelijk had gemaakt, met dik aangezette wenkbrauwen en een dubbele kin. In twee dagen tijd ging ik van 7.000 naar 10.000 volgers. Ik kan alleen maar besluiten: lelijk zijn wérkt op Instagram. Kennelijk vinden jongeren het leuk als ik mijn vetjes toon. Een bikinifoto op Instagram zónder mager lijf is voor hen een verademing.”

Windey: “Jouw grote troef is je herkenbaarheid: jij bent real in vergelijking met alle andere instagrammers. Dat is heel nice om te volgen: niemand ziet er 24 uur op 24 goed uit. Ik word zot van de instagrammers en bloggers die zich alleen maar van hun mooiste kant laten zien. Die mute ik: dan volg je ze wel, maar zie je hun foto's niet.”

Rob: “Ik noem ze cringefluencers, van cringe en influencer. Het zijn mensen die allerlei truken uit de kast halen om volgers te genereren. Ze zijn zo geobsedeerd door dat aantal, dat ze zich gekwetst voelen als je ze durft te ontvolgen. Mij kan het niet schelen als ik volgers verlies, ik ga dan echt niet in een hoekje zitten huilen.”

Van den Steen: “Onlangs was iemand boos op mij en zei hij, om mij te kwetsen: 'Ik heb je ontvolgd op Instagram.' Het is de moderne versie van: ik wil je vriend niet meer zijn.

“Ik begrijp die obsessie met volgers niet. Zelfs op de MNM-redactie hoor ik nu: 'Ik wil zo graag 1.000 volgers. Kan jij me even taggen?' Wat is er zo erg aan minder dan 1.000 volgers hebben? Op mijn privéprofiel heb ik er ook maar 80. Ik vind dat prima.”

Zijn al jullie volgers echt?

Windey: “Nee, wij kopen ze (lacht). Serieus: ik ben er trots op dat ik al die volgers aan mezelf te danken heb. Onlangs zag ik de documentaire #followme, waarin een Nederlandse journalist op zoek ging naar de industrie achter Instagram. Het verhandelen van volgers – valse of echte – is big business. Er zijn zelfs ouders die volgers kopen voor hun kinderen, om hun populariteit op school wat op te krikken. Mijn moeder had de docu ook gezien. Toen ik naar dit interview vertrok, zei ze: 'Zal ik snel nog wat volgers voor je kopen, Flo? Anders ben je daar de kleine garnaal.' (lacht)

Gabias: “Volgers kopen is zo zielig.”

Rob: “Dat is iets voor cringefluencers. Het levert ook niks op. Vergelijk het met een stand-upcomedian die alle tickets voor zijn zaalshow zelf opkoopt. Dan kan hij een bordje met 'uitverkocht' op zijn affiche plakken, maar op de avond zelf staat hij wel mooi moppen te tappen voor een lege zaal.”

Gabias: “Mooi gezegd, Rob.”

Please like me

Weten jullie vooraf welke post viraal zal gaan?

Rob: “Nee. Dat is heel random. Onlangs postte ik een filmpje van hoe ik mijn tong uitsteek naar een koe, waarop dat beest hetzelfde doet naar mij. Ik was er zelf niet wild van, maar postte het toch. Toen ik de volgende ochtend wakker werd, stond ik in de top 3 van Reddit, de grootste website ter wereld. Dan ga je sowieso viraal.”

Windey: “Ik heb ooit een foto gepost van mezelf in een oranje beha. Niks speciaals. Er kwam slechts één comment op: een haatbericht van een meisje dat vond dat ik mijn volgers een foute lichaamscultuur opdrong met mijn - volgens haar - perfecte lichaam. Op dat ene haatbericht is toen een golf van tegenberichten gekomen. Opeens werd ik gebeld door kranten en wilden ze dat ik op de radio kwam praten over lichaamscultuur op social media. Viraal gaan valt niet te voorspellen.”

Rob: “We zitten op een keerpunt: vroeger moest iedereen op Instagram het perfecte lichaam hebben. Nu mag je alleen nog iets posten over je lichaam als je géén perfect lijf hebt.”

Windey: “Je boodschap moet body positive zijn. Is ze dat niet, dan is het: 'Amai, wat ben jij een aandachtshoer.'”

Krijgen jullie vaak haatberichten?

Rob: “Dat valt goed mee. Mijn posts zijn er vooral op gericht mensen aan het lachen te brengen. Vinden ze het niet grappig, dan reageren ze gewoon niet. Bij jou ligt dat anders, Flo: jouw content is controversiëler. Maar als ik een negatieve comment krijg, dan doet me dat wel iets. Het is gek: je kunt gewaardeerd worden door duizenden mensen, maar die ene hater kan alles verpesten.”

Windey: “Mij sturen ze weleens: 'Je bent vel over been. Ga een hamburger eten.' Of: 'Jij hebt geen tetten.' Soms riposteer ik met een foto van mijn vetrolletjes. Laten ze me dan nog niet met rust, dan blokkeer ik ze. Ik weiger mezelf op te winden over die haatberichten. Ik denk liever: sterf en ga iemand anders lastigvallen.”

Van den Steen: “Troost je, Flo: tegen mij zeggen ze ook dat ik geen borsten heb (high five met Flo). Dik, lelijk, aandachtshoer: ik krijg het allemaal te horen. In het begin antwoordde ik, maar daar ben ik mee gestopt. Je went er ook wel aan, maar op sommige dagen trek ik het me harder aan dan op andere. Ik probeer me dan in te beelden dat die haters mensen zijn die in een vuile onderbroek achter hun scherm zitten, maar toch kan ik diep vanbinnen de gedachte niet onderdrukken: 'Please, like me.' Al mijn hele leven wil ik door iedereen leuk gevonden worden. Dat wil toch iedereen?”

Is het niet wat hooggegrepen om naar de goedkeuring van 144.000 mensen te hengelen?

Van den Steen: “Natuurlijk. Het is bovendien vreselijk vermoeiend. Dat is net hetzelfde als het huis uitgaan: mensen spreken me weleens aan of willen met me op de foto als ik tampons sta te kopen. Op een verkeerde dag kan dat vermoeiend zijn. Het is zo erg geworden dat ik niet meer zonder schmink naar buiten durf. Binnenkort verhuis ik van Gent naar Brussel: ik hoop er daar minder last van te hebben.”

Verhuis je dan niet beter ook wég van Instagram?

Van den Steen: “Ik besef dat Instagram daar een grote rol in speelt. Ik hoor steeds vaker: 'Ik ken jou van op Instagram.' En toch kan ik er niet af: het hoort bij mijn job.”

Windey: “Je kunt vandaag geen radioprogramma maken zonder ook actief te zijn op Instagram. Jongeren bereik je vandaag makkelijker online dan via de radio – wij staan niet elke dag urenlang in de file.”

Van den Steen: “Het is ook niet zo erg om op Instagram te 'moeten' zitten. Ik gooi er niet mijn hele leven op. Of ik een lief heb, daar heeft niemand zaken mee.”

Windey: “Daar trek ik ook de grens: bij mijn liefdesleven.”

Wat is het meest persoonlijke dat jullie laten zien?

Van den Steen: “Dat ik uitgeteld in bed lig, bijvoorbeeld. Dat doe ik, omdat al die meisjes me sturen dat ze zo graag mijn job willen. Dan vergeten ze wel dat ik al vijf jaar lang elke dag om acht uur in mijn bed lig en om drie uur opsta, dat ik soms in de namiddag thuis eenzaam door het raam zit te staren en ook weleens diep ongelukkig ben. Maar ik hou het binnen de perken: het is niet mijn reflex om, zodra ik wat smart voel opborrelen, naar Instagram te grijpen.”

Windey: “Dat is het leuke aan jou: jij toont dat het soms ook suckt. Ik studeer radio en alle studenten uit mijn richting willen ooit het ochtendblok presenteren. Ik denk: no way!”

Dat hebben jullie allemaal gemeen: jullie posts zijn geen perfecte plaatjes.

Windey: “Ze zijn uit het leven gegrepen. Rob praat écht met koeien.”

Rob: “En met Barack Obama (lacht).

“Onze sterkte is dat wij authentiek zijn, elk op onze eigen manier.”

Van den Steen: “Jongeren zijn heel erg op zoek naar authenticiteit. Ik ben op social media zoals ik ben in het echte leven. Al zal ik wel altijd de mooiste foto kiezen om te posten, daar ben ik eerlijk in.”

Wandelende reclame

Bij Van Gils & gasten vertelde je hoe jonge meisjes je sturen: 'Ik voel me niet goed in mijn vel. Wat moet ik doen?'

Van den Steen: “Die berichten blijven binnenstromen. Het is begonnen toen ik aan Kobe Ilsen in Over eten opbiechtte dat ik me niet altijd even gelukkig voel met hoe ik eruitzie.”

Antwoord je altijd op die berichten?

Van den Steen: “Ja, als ik op het toilet zit: dan heb ik tijd. Ik zeg dan dat ze geen voorbeeld aan mij moeten nemen. Vaak vragen ze tips over hoe ze gewicht kunnen verliezen, maar dat is bij iedereen anders. Ik probeer hen aan te sporen om er met iemand over te praten. Maar ik weet ook: geen enkele 14-jarige heeft zin om daarover te praten met mama of papa.

“Het brengt veel druk met zich mee. Ik weet hoe die meisjes zich voelen, omdat ik me zelf zo voel. Ik ben de hele tijd bezig met: hoe kan ik een goed rolmodel zijn? Maar dat kan ik niet: ik weet zelf amper wat ik doe. Het enige wat ik kan, is zo eerlijk mogelijk zijn over hoe ik mij voel.”

Gabias: “Ik heb net stage gedaan op een middelbare school. De leerlingen in mijn klas herkenden me van op Instagram als de gekke Elodie. Voor hen viel het wat tegen, toen bleek dat ik in het echte leven niet rondloop met frieten in mijn neus. Maar toch had ik het gevoel dat ze naar me opkeken. Dat stuurden ze me ook letterlijk via Instagram.”

Ben je een rolmodel voor hen?

Windey: “Een vetrol-model (lacht).”

Gabias: (lacht) “We zijn allemaal een beetje een rolmodel, toch?”

Windey: “Ik wil mezelf dat niet opleggen. Niemand zou een voorbeeld aan mij moeten nemen.”

Jullie zijn geen influencers?

Rob: “Nee. Dat is zo'n vies woord. Het is zo plat om alleen maar content te plaatsen om je aantal volgers te zien stijgen.”

Van den Steen: “En daar vervolgens gratis shit voor te willen.”

Rob: “Ik denk dan aan sommige fashion- of lifestylebloggers. Hoe ze aan 100.000 volgers komen, is mij een raadsel. Wat is de meerwaarde van iemand die op elke foto mooi staat te wezen in een volledig gesponsorde outfit?”

Gabias: “Hun tijd is voorbij. Jongeren trappen daar niet meer in.”

Rob: “Het spijtige is: veel bedrijven wel nog.”

Windey: “Het zijn de bedrijven die de term 'influencer' hebben bedacht. Daar stel ik me dan vergaderingen met flashy powerpointpresentaties bij voor, waarop in grote letters 'influencers' staat. Veel marketingmannetjes begrijpen Instagram niet eens. Als ze me een sponsordeal voorstellen, dan probeer ik het hun uit te leggen: 'Als jij wilt dat ik een foto post waarop ik opzichtig sta te poseren, met een saaie caption en een hele resem domme hashtags erbij, krijg ik daar tien likes voor, meer niet.' Zo werkt het gewoon niet. Zo'n foto stemt niet overeen met wie ik ben. Dat weten mijn volgers ook.”

Gabias: “Wij weten als geen ander wat onze volgers willen. Dat hoeft geen enkele marketeer ons te komen vertellen.”

Rob: “Ik zie ons niet als influencers, maar als creatievelingen. Digital creatives, dat dekt de lading het best.”

Hoe je het ook noemt, jullie hebben invloed op wat jullie volgers eten, drinken, kopen.

Windey: “Onze manier van influencen gaat terug naar de basis. Alsof je over straat loopt en door een voorbijganger wordt aangesproken: 'Ik vind je schoenen leuk, waar heb je die gekocht?' Dát, maar dan maal 10.000.”

Worden jullie gestalkt door bedrijven die sponsordeals willen sluiten?

Gabias: “Ja. Ze zien ons als wandelende reclameborden.”

Rob: “Ik weiger veel. Ik antwoord niet eens meer op mails die beginnen met: 'Wij hebben een superleuke campagne voor jou bedacht...' Nee, bedankt. Ik wil me daar alleen toe lenen, als het merk bij me past en als ze me carte blanche geven. Eén keer heb ik ja gezegd op een leuk idee van een frisdrankmerk. Kreeg ik daar opeens een team van vijftigplussers rond mij die niks snapten van Instagram. Het resultaat was een slecht gemonteerd filmpje, dat ook nog eens totaal fout naar buiten werd gebracht. Achteraf voelde ik me digitaal verkracht: ik was degene die achterbleef met de imagoschade. Sindsdien laat ik niemand nog bepalen wat ik doe op Instagram.”

Flo, jij zette recent een reclamefilmpje voor Zalando op je profiel.

Windey: “Ja, omdat de opdracht voldeed aan mijn voorwaarden: het was leuk om te doen, het zag er cool uit, ik kreeg de kans er een artiest als Dvtch Norris bij te betrekken – naar hem kijk ik zelf op – én het paste bij wie ik ben. Ik heb ook meegewerkt aan de Moschino-campagne van H&M. De foto's werden heel professioneel aangepakt en het resultaat mocht er zijn: het was de eerste keer dat ik mezelf echt mooi op een foto vond staan. Tot iemand me erop wees dat ik op Natalia leek. Wég sfeer! (lacht)”

Rob: “Ik vond die campagne mooi gedaan. Alleen jammer dat H&M het toch niet kon laten je voor te stellen als: 'Onze influencer, Flo.'”

Legt de VRT jou daarover beperkingen op, Julie?

Van den Steen: “De enige regel is dat ik geen reclame mag maken op het grondgebied van de VRT. Ik zie mezelf ook niet meewerken aan een campagne van pakweg een wodkamerk, maar mijn beste vriend heeft een brillenwinkel en voor hem wil ik wel reclame maken. Hij betaalt me daar niet voor, ik krijg dan gewoon een bril.

“Wat ik niet begrijp, is dat er nog altijd merken en pr-bureaus zijn die me kleren opsturen, in de veronderstelling dat ik er uit dankbaarheid een foto mee zal posten op Instagram.”

Windey: “Ik stuur die dingen gewoon terug.”

Van den Steen: “Ik niet: dan betaal ik me blauw aan verzendkosten. Je wilt niet weten wat ik allemaal krijg toegestuurd. Bij de pakjesdienst van de VRT kennen ze me al.”

Gabias: “Mij sturen ze pennenzakken en T-shirts met cartoonfiguurtjes. Wat moet ik daar nu mee?”

Jij staat om de haverklap met het McDonald's-logo op je Instagram. Hoeveel schuift dat?

Gabias: “Geen rotte frank. McDonald's is gewoon een passie van mij. Ik eet graag hun hamburgers en met dat rood-gele logo kun je toffe dingen doen. En ja, ik sta geregeld op Instagram met één van hun frieten in mijn neus. Dat doe ik echt niet om hen te plezieren: dat deed ik ook al toen ik nog maar 1.000 volgers had.”

Wat is het hoogste bedrag dat jullie al ooit hebben gekregen?

Rob: (stilte) “Wij zijn altijd bang om cijfers te noemen.”

Windey: “Het meeste dat ik ooit heb gekregen, is 1.000 euro. Maar daar stond dan wel een hele draaidag tegenover, plus een aantal posts en stories, niet gewoon één foto en klaar. Maar ik beleef er plezier aan, en als ik er een centje mee kan verdienen, is dat mooi meegenomen.”

Gabias: “Mijn hoogste is 2.500 euro, voor een campagne van Mentos. Voor dat bedrag moest Mentos acht keer in beeld komen in mijn posts.”

Rob: “Jij zou daar zoveel meer uit kunnen halen, Elodie. Ik zou je manager moeten zijn.

“Je hebt nu zelfs bureaus die instagrammers managen, maar je moet heel erg oppassen met hoeveel ze voor zichzelf opeisen.”

Windey: “Vragen ze 30 procent, dan mogen ze ophoepelen. Alles hoger dan 10, is een rip-off.”

Wat hebben jullie dat al die bedrijven zo graag willen?

Gabias: “Bereik.”

Rob: “Wij pakken reclame op een creatieve manier aan. Geen enkele jongere kijkt nog naar reclamespotjes.”

Van den Steen: “Ik wel. Dat is één van mijn guilty pleasures. Ik lig al in een deuk bij een reclamefilmpje voor neusspray.”

Rob: (herbegint) “Behalve Julie kijkt geen enkele jongere nog naar reclamespotjes. Maar als die bedrijven ons creatieve brein inhuren op Instagram, dan bereiken ze die jongeren wel. Dat geeft ons in zekere zin wel macht.”

Hashtag wintertits

Begrijpen jullie dat een groot deel van de bevolking niet snapt wat jullie doen op Instagram?

Gabias: “Ja, de oude mensen.”

Windey: “Ik kan ze er zo uithalen, de dertigplussers die op Instagram zitten. Soms zie je ook BV's sukkelen op Instagram. Niels Destadsbader: I love you, maar je mag die foute Instagram-filters echt niet meer gebruiken.”

Rob: “Sommige mensen verwijten ons dat we onze ziel verkopen door ons te laten betalen door een merk, terwijl ze vaak zelf al jarenlang nine-to-five werken bij één of ander bedrijf dat ze haten. Verkopen zij dan niet hun ziel? Ik zie het verschil niet. Het lijkt me zelfs erger voor hen dan voor mij.”

Jullie macht heeft ook grenzen. Instagram zegt zelf: tot hier en niet verder. Mannentepels mogen, vrouwentepels niet.

Windey: “Terwijl mannentepels meestal lelijk en behaard zijn, en wij vrouwen van die schattige tepeltjes hebben.”

Gabias: “Ik wist niet eens dat vrouwentepels niet mochten. Boeit niet.”

Windey: “Instagram scant automatisch foto's op tepels, vagina's en anussen.”

Rob: “Klopt. Post ik een foto van mijn anus, dan wordt die automatisch verwijderd. Zullen we het eens testen?”

Windey: “Ik heb een keer per ongeluk mijn tepels gepost. Ik had een bloesje aan, maar dat was nogal doorschijnend. Opeens stuurden mijn vrienden me berichten: 'Flo, nipplegate!' Werd ik weer weggezet als aandachtshoer, maar dat ben ik niet: ik heb gewoon ADHD en post soms te impulsief.”

Beeld Saskia Vanderstichele

Rob: “Het is hypocriet: tepels zijn taboe, maar iedereen kijkt wel volop naar porno. Ik snap dat Instagram een internationaal medium is en dat ze met allerlei culturen en religies rekening moeten houden, maar de wereld is zo soft en preuts geworden.”

Windey: “Ja, dat suckt. Snapchat was echt goor. I loved it: piemels! Tetten! Vuurwerk in iemands gat! Ik mis dat.”

Elodie, bij een foto van jezelf in bikini – hashtag wintertits – schreef je tussen haakjes: 'Misschien verwijder ik dit nog, als mijn papa straks belt.'

Gabias: “Hij heeft niet gebeld. Mijn broer wel, maar naar hem hoef ik niet te luisteren (lacht). Het is nochtans het soort foto waarvan hij meestal boos wordt. Ook als ik mijn vetrolletjes toon, vindt hij dat onkies: 'Doe dat weg. De mensen willen dat niet zien.' Wat is er mis met een beetje vet?”

Over 10 jaar staan die foto's nog altijd op het internet.

Gabias: “Dat zie ik dan wel. Dag per dag, dat is mijn motto. Misschien ben ik over 10 jaar wel een andere mens, maar daar hoef ik nu toch nog niet over na te denken?”

Af en toe ontstaan er brandjes. Roept er iemand 'Racist!' of 'Seksist!', dan duurt het niet lang of iedereen op Instagram heeft er een mening over.

Windey: “Dat maakt het medium zo democratisch: elk verlegen muurbloempje kan er haar mening uiten over iets belangrijks als racisme. Durft er iemand in mijn buurt het n-woord te gebruiken, dan zwier ik hem op Instagram.”

Tot je zo zelf een keer aan de schandpaal wordt genageld.

Windey: “Als ik in dronken toestand 'Handjes kappen' had gezongen – wat ik dus nooit zou doen – dan was ik niet met flauwe excuses over alcohol komen aandraven. I would've owned up to it. Mea culpa slaan en verder. Zonder fouten leer je niks.”

Geef het nog een jaar of 10 en jullie zijn ook allemaal dertigplussers.

Windey: “Ja, maar wij hebben geleerd om mee te gaan met onze tijd.”

Rob: “Het zou best kunnen dat Instagram over twee jaar uitsterft, maar dan vind je ons wel terug op een ander, nieuw medium.”

Gabias: “Denk je? Ik denk dat Instagram zichzelf voortdurend zal heruitvinden.”

Kijken we te veel neer op Instagram? Tegenwoordig worden er zelfs scripties over geschreven.

Rob: “Je kunt nog zo bekend zijn op Instagram, zolang er geen artikel over je is verschenen op papier, zolang je niet op tv of op de radio bent geweest, tel je nog altijd niet mee. In die zin kijken de traditionele media nog altijd neer op ons, maar ook daar komt stilaan verandering in. Ze voelen dat ze moeten aanvaarden dat social media een plaats verdienen.”

Van den Steen: “Ze sprokkelen er zelfs hun eigen nieuws. Ze voelen dat ze minder relevant worden. Jongeren lezen geen kranten, kijken geen tv, en luisteren minder en minder naar de radio. Bij Humo hebben jullie toch ook onlinereporters? Alles moet video zijn. Voor ons is Instagram bittere ernst.”

Rob: “Mensen die denken dat wij domweg foto's en filmpjes van onszelf posten, hebben het mis. Over alles wat je ziet op ons profiel, is nagedacht.”

Windey: “Zoals een kunstenaar die voor een leeg canvas staat. Het is hetzelfde denkproces.”

Rob: “Met elke post wil ik een verhaal vertellen. Voor elk dom filmpje schrijf ik een script. Over elk detail denk ik na. Als iemand me komt vragen: 'Hé, ben jij niet die gast die dom doet op Instagram?' dan denk ik: 'Jij weet niet hoeveel werk daarin kruipt.' Niet dat het me frustreert, het motiveert me alleen meer. Ik wil de hele media op hun kop zetten.”

©Humo

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234