Zaterdag 25/05/2019

boeken

Die blik van de oude Claus zag Heleen Debruyne soms ook in het gezicht van haar grootvader. Alzheimer

Hugo Claus in 2004, vier jaar voor zijn dood. Beeld Stephan Vanfleteren

Toen Claus op een avond zijn ex niet meer herkende, rijpte het idee voor Een slaapwandeling (2000). Welk beeld van het aftakelende brein van de auteur valt erin te lezen? Heleen Debruyne klapte verpletterd het boek dicht.

De oude kop van Claus duikt dezer dagen overal op. Hij doet me aan mijn grootvader denken. Veel meer dan een geboortestreek delen ze nochtans niet. Na wat jeugdige uitspattingen als trompettist in een in West-Vlaanderen populair orkestje, werd hij licentiaat in de wiskunde, immer geduldige leraar, bedaarde huisvader. Anders dan veel mannen uit zijn omgeving, was hij geen tirannieke patriarch, streng in de katholieke leer al evenmin. Ook als grootvader was hij bedaard: hij leerde me fietsen, bracht me naar de bibliotheek. Geen liederlijk schrijversleven.

Toen Claus tien jaar geleden werd begraven, dook zijn oude kop ook al overal op. Ik schrok. Herkenning. Die blik, precies die blik, zag ik ook soms in het gezicht van mijn grootvader. Alzheimer. Ik meen het nu af en toe te ontwaren in de ogen van bejaarde passanten: een krampachtig verbergen van de verwarring, dat de leegte en die vage boosheid nauwelijks maskeert.

Anders dan Claus, heeft mijn grootvader zijn achteruitgang niet op tijd kunnen erkennen. Zijn laatste jaren waren wat ik me voorstel bij de hel. Ik hoop dat hij ze anders heeft ervaren.

Nooit heb ik met hem kunnen spreken over hoe dat voelt, dat verdomde vergeten. Ik ben het me steeds blijven afvragen: wat blijft er van je over, als je geheugen ontrafelt? Toen ik Suzanne Holtzer – Claus’ redactrice bij De Bezige Bij – in De afspraak hoorde vertellen dat Claus daarover geschreven heeft, wilde ik de novelle in kwestie meteen lezen. In 2000 schreef hij in opdracht van De Bijenkorf een Boekengeschenk: Een slaapwandeling. Een warenhuisketen die een schrijver betaalt om literatuur te plegen om gratis onder zijn klanten te verdelen? Het waren anderen tijden.

Heleen Debruyne: 'Nooit heb ik met mijn grootvader kunnen spreken over hoe dat voelt, dat verdomde vergeten.' Beeld Bob Van Mol

Het boekje zelf is niet meer te verkrijgen, maar Mark Schaevers heeft de novelle integraal opgenomen in Het verdriet staat niet alleen, zijn verzameling van het werk van Claus waarin de auteur brokjes over zijn eigen leven lost. Claus zei zelf niet geïnteresseerd te zijn in het genre van de autobiografie, maar, “wie geïnteresseerd is in mijn zielenroerselen, die moet de moed en de nederigheid opbrengen om in mijn boeken te gaan zoeken. Pagina na pagina krijg je daar een beeld van de auteur.”

Het idee voor Een slaapwandeling kreeg Claus na een pijnlijke ontmoeting met zijn ex, Kitty Courbois. Hij had haar niet herkend. De sluimerende angst voor alzheimer werd wel heel reëel.

Welk beeld van het aftakelende brein van de auteur komt er uit deze novelle? Het verhaal is eenvoudig: Luc Scholten, een niet meer al te jonge verkoper van kunst, loopt een oude vriend tegen het lijf. Die stelt hem voor aan een vrouw, die hij, tot haar ergernis, niet herkent. ‘Je bent altijd een klootzak geweest’, zegt ze. Later herinnert hij het zich plots: dat was Laura, zijn grote liefde, voor wie hij een echtgenote had verlaten. In de rest van het kort verhaal probeert hij haar terug te vinden. Hij dwaalt door de stad, door heden en verleden, door droom en werkelijkheid.

In het begin kun je nog een beetje volgen: als je al lang ergens woont, wordt de stad een palimpsest voor alles wat je er ooit hebt beleefd – dat is herkenbaar. Maar gaandeweg wordt duidelijk dat het brein van Luc niet meer werkt zoals het onze. En hij weet het: hij vervloekt zijn ‘weigerachtige hersenkwabben’. Er waaien flarden van herinneringen door zijn hoofd, maar hij kan ze nergens aan vastknopen. Woorden ontschieten hem, hij verspreekt zich voortdurend. Hij voelt steeds vaker paniek. Onze herinneringen structureren het verhaal van ons leven, als je die verliest, wie ben je dan nog? En met onze taal vormen we onze gedachten, presenteren we ze aan de buitenwereld: wat als die je ontglipt?

‘We zijn overgeleverd aan taal en aan toeval en dat dit herkennen het enige is dat ons rest’, zegt Luc. Wat heb je daaraan, als je het toeval kunt beschrijven noch onthouden?

Verpletterd klapte ik het boek dicht. Ik begrijp nu de angst die zo vaak uit het niets over het gezicht van grootvader trok. Die angst was een zeldzame helderheid: het pijnlijke besef dat het brein aan het aftakelen is. Meer dan ooit verdriet het me dat mijn grootvader niet is gegaan zoals Claus. Dat hij is geëindigd als een lichaam zonder taal.

Maar blijft deze novelle ook overeind voor wie niets heeft met Claus’ leven, voor wie geen mensen met dementie kent? Het verhaal leest nog het meest als een lucide droom. Dromen in de literatuur hebben een slechte reputatie : als plotinstrument zijn ze te flauw, als sfeer- of karakterschepping gratuit, heet het. Een slaapwandeling doet me daaraan twijfelen. Met zijn taal, zijn oog voor steeds de juiste details, sleurt Claus me mee in zijn verwarrende nachtmerrie. En nog een keer, en nog een keer. Dankbaar voor mijn intacte brein maar bezwaard door mijn genetische erfenis, neem ik me voor op tijd mijn euthanasiepapieren te regelen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.