Vrijdag 19/07/2019

Dido

Dido: “Ik zwéér dat ik op tournee nooit de zwembaden in mijn hotels heb zitten meten”

Noem het geen comeback, maar Dido, de Britse zangeres van wie begin jaren 2000 iedereen minstens één cd in huis had, is terug. Na zes jaar stilte en vijftien jaar na haar laatste concert, heeft ze een vijfde plaat klaar, Still on My Mind, én een wereldtournee die haar in mei langs het Koninklijk Circus loodst. “Ik leef mijn leven en tussendoor schrijf ik een liedje. Maar alleen als ik iets te zeggen heb.”

Voor de korte geheugens: Dido werd op kerstdag 1971 geboren als Florian Cloud de Bounevialle O’Malley Armstrong, een naam die ze haar ouders nog altijd kwalijk neemt. Na een tumultueuze opvoeding en wilde jaren in het Londense uitgaansleven wurmde ze zich in de jaren 90 binnen bij het groepje van haar broer Rollo, Faithless geheten. Een opstapje, zo bleek toen ze haar debuut No Angel uitbracht: nadat Eminem ‘Thank You’ had gehoord en gesampled voor zijn hit ‘Stan’, werd Dido wereldberoemd en ging haar cd 21 miljoen keer over de toonbank. Geen idee wie in de jaren 2000 méér aperitiefjes van muziek heeft voorzien, maar het moet een nek-aan-nekrace zijn geweest met Norah Jones. Dido was toen al binnen en kon gerust stoppen met muziek maken, wat ze na drie stelselmatig minder enthousiast onthaalde platen ook deed. 

Maar nu komt ze dus uit haar zelfopgelegde isolement, met een plaat waarvan de hoes de sfeer vat: ingetogen, kleurrijk, lichtjes dansbaar. 47 is ze intussen, maar ze verlicht nog altijd kamers als een gloeilamp, zo ook in het poepchique Parijse hotel – een wijntje? 36 euro, s’il vous plaît – waar ze me ontvangt.

Veel mensen noemen Still on My Mind een comeback, maar eigenlijk neem je bij élke plaat een pauze van vijf jaar.

“Voilà, dat is nu eenmaal mijn ritme (lacht). Ik leef mijn leven en tussendoor schrijf ik een liedje. Maar alleen als ik iets te zeggen heb. Die ongedwongenheid past bij me en ik vind dat het platen oplevert die erg natuurlijk klinken.”

Ben je zenuwachtig om opnieuw te touren?

“Altijd! Maar vorige week hebben we gerepeteerd met de band en dat was heerlijk. De échte zenuwen vielen weg en ik kreeg er zin in: als ik kon, begon ik er nu aan.

“Het zal interessant zijn om voor een nieuw publiek te performen. Ik heb de jongste tijd vaak gehoord: ‘Ik ben opgegroeid met je muziek.’ Of: ‘No Angel was de eerste cd die ik ooit heb gekocht.’ Of: ‘Mijn mama zette je altijd op in de auto.’ (lacht) Ik voel me er 100 jaar oud door, maar voor het overige is het leuk om te horen.”

Met de vorige twee platen, Safe Trip Home uit 2008 en Girl Who Got Away uit 2013, besloot je niet te touren. Waarom niet?

Safe Trip Home was mooi, maar aardedonker. Die plaat ging over mijn vader, die toen net gestorven was. En als ik live iets zing, herbeleef ik alle emoties die aan de nummers vastkleven. Dan ben ik terug in de kamer waar ik ze schreef en voel ik opnieuw de pijn die ik op dat moment ervoer. Daar had ik bij het schrijven niet goed over nagedacht. Na een paar optredens voelde ik: dit houd ik nooit een hele tournee vol. En na Girl Who Got Away zat ik thuis met een baby, hè. Mijn eerste. Tijdens de zwangerschap dacht ik nog: ik neem hem overal mee naartoe, makkelijk zat! Rookie mistake (lacht).”

Heeft jouw zoon ervoor gezorgd dat Still on My Mind zo lang op zich liet wachten?

(knikt) “Ik stelde het alsmaar uit. Ik wilde erbij zijn als hij naar de kleuterklas ging, en naar de lagere school... Als ik mij ergens op toeleg, dan is het voor de volle 100 procent. Sinds hij er is, wil ik alleen maar zijn moeder zijn. Wij hebben het ook zo leuk samen (glundert). Muziek schoof ik aan de kant, het werd iets wat ik deed als ik tijd had. Omdat hij nu wat ouder is – dit jaar wordt hij 8 – kwam ik er de laatste tijd steeds vaker toe.”

Hoe heet jouw zoon?

“Stanley.”

(verbaasd) Naar ‘Stan’?

(kreunt) “Níét daarom. Ik zweer het je, ik vond het al de mooiste naam sinds ik een tiener was. En mijn man ook, dus met het nummer heeft het niks te maken.

(Verandert snel van onderwerp) “Er is trouwens nóg een reden waarom Stanley één en ander vertraagde. Mijn teksten hebben meestal twee kenmerken. Eén: ze gaan over kleine momenten, en twee: ik zing over tegenstrijdige gevoelens. Vooral dat tweede is belangrijk. In elk nummer dat ik ooit heb geschreven, zit licht én duisternis, liefde én pijn. Maar toen Stanley er pas was, was ik alleen maar dolgelukkig. Er was geen conflict, de duisternis was weg! En dat is natuurlijk oninteressant. Ik stopte nooit met schrijven, maar de dingen die ik heb verzonnen in zijn eerste levensjaren... They were a bit shit.

“Om mezelf te pushen heb ik uiteindelijk toch één nummer over het ouderschap geschreven: ‘Here to Stay’, de laatste song op de plaat. Het was niet de bedoeling dat iemand dat ooit zou horen, maar ik was er trots op en ik speelde het voor vrienden. De vrienden die kinderen hadden, vonden het het emotioneelste nummer dat ik ooit geschreven had. De rest zei: ‘Yeah, nice song’, en schonk de glazen nog eens vol (lacht). Gek genoeg was die ene song de start van al de rest. Alsof ik de sluizen had opengezet. Willen of niet, ik kon het niet meer tegenhouden.”

Nooit eenzaam

Je wilde de plaat alleen maken als je met Rollo kon samenwerken. Waarom?

“Ik ben met muziek begonnen om bij mijn broer te kunnen zijn. Zo is No Angel ontstaan. Rollo was met Faithless aan het opnemen en toen alle muzikanten naar huis waren, kwam ik van de studio profiteren. Héérlijke tijd. Ik miste het gevoel dat muziek maken een bijproduct is van in de zetel te liggen bij mensen die je graag ziet. Ik dacht: als ik nog een plaat wil maken, dan wel zó.”

Liggend in de zetel?

(lacht) “Exactly! Die plaat hóéfde er niet te komen. Ik zei tegen Rollo: ‘Niemand zit hierop te wachten. Niemand weet ervan, dus we kunnen doen wat we willen. Let’s just have fun. Sister Bliss kwam langs om keyboards te spelen... Het was one big family affair.

Rollo en jij waren als kind al heel close. Jullie voetbalden samen, vlogen elkaar op tijd en stond in de haren. Blijkbaar leende hij af en toe zelfs je make-updoos.

(lacht luid) “In de jaren 80, toen we erbij liepen als vogelverschrikkers, viel dat weleens voor. Wij zijn nog altijd even close, maar het is intussen al wel even geleden dat we samen een krultang hebben gekocht.

“I just really love Rollo. Hij is een kerel bij wie je wilt rondhangen, een chille gast en een magnetische persoonlijkheid. En hij is er altijd geweest in mijn carrière. Ik sta te boek als een soloartieste, maar ik heb me nooit zo gevoeld. Ik was nooit eenzaam, want Rollo was er altijd.”

Hij heeft lang geleden de beslissing genomen om anoniem te blijven: hij geeft geen interviews en doet geen fotoshoots. Ben je soms jaloers dat hij het zo heeft aangepakt?

“Soms wel, maar de keerzijde is dat hij de vreugde niet kent van op een podium te staan. In de studio kan het plezant zijn, maar die unieke magie van een liveshow, daar kan niks tegen op. Elk publiek is anders, elke stad is anders. Ik zou niet met hem willen ruilen.”

Iets anders. Voor Still on My Mind schreef je weer een pak liefdesliedjes. Gaan die allemaal over dezelfde persoon?

“Nee. Thank God, anders zou ik het vreemdste huwelijk ooit hebben (lacht). Ik hou van verhalen en ik verplaats me graag in de schoenen van iemand anders. Dus sommige emoties op de plaat zijn niet per se van mij. Wat niet wil zeggen dat ze niet écht zijn. Het motto is, zoals altijd met mijn nummers: don’t read too much into it. Ik stop er nooit zoveel van mezelf in dat je mijn levensverhaal kunt horen. Behalve bij ‘White Flag’ dan, toen ik publiekelijk door een break-up ging (met Bob Page, met wie ze toen zeven jaar samen was, red.). Mensen moeten hun eigen leven erin kunnen horen, zíj beslissen waarover mijn nummers gaan.”

Strenge ouders

Mag ik zeggen dat ik je erg nuchter vind voor iemand die Florian Cloud de Bounevialle O’Malley Armstrong heet?

(lacht) “Dank je. Knap dat je die naam uit het hoofd weet trouwens, ík kan hem zelfs niet onthouden! Ik was altijd kwaad op mijn ouders omdat ze mij zo genoemd hebben. Wie dóét nu zoiets? En ze spraken mij dan nog aan als Dido, naar de koningin van Carthago. Stel je maar eens voor dat je met zo’n naam naar school moet. Ik wilde niks liever dan aanvaard worden en vooral niet opvallen. (Haalt de schouders op) But I didn’t fit in anyway. Intussen ben ik 47 jaar: ik ben er overheen (lacht).

De relatie met je ouders was nogal turbulent. Een tv was niet toegelaten en er mochten geen vriendjes over de vloer komen.

“Ja, maar gelukkig had ik Rollo, hè. Hij was een erg goede grote broer. Op zaterdag slopen we het huis uit en zochten we vrienden bij wie we naar ‘Match of the Day’ konden kijken (lacht).

“Hoe vervelend dat tv-verbod ook was, het zorgde er wel voor dat we nog méér door muziek gefascineerd raakten. We gaven allebei al ons zakgeld uit aan platen. In mijn mooiste herinneringen zitten we samen te luisteren. Eén van onze eerste aankopen moet ‘Street Life’ van Randy Crawford zijn geweest. (Zingt) ‘I play the street life / Because there’s no place I can go...’ En als ik thuiskwam van school, rende ik meteen naar mijn kamer om zes uur aan een stuk muziek te spelen. Ik studeerde klassieke muziek. Daar werd ik gelukkig van.

(Denkt na) “Daarnet was ik wat te negatief over mijn schooltijd: het was een mooie periode, ik had toffe vrienden. En ik kan wel zeuren over mijn ouders, maar zowel Rollo als ik zijn uitgegroeid tot creatieve mensen die hun brood verdienen met wat ze graag doen. Wat kan je meer willen?”

Veranderde je relatie met je moeder toen je zelf een zoon kreeg?

“Zeker! Mama was fantastisch. Als Stanley huilde, moest ik maar naar haar kijken. Dan nam zij hem over en werd hij zo stil als een muis (lacht). Je leert altijd veel over je ouders als je zelf ouder wordt. That’s when it all starts to make sense.”

Wanneer werd muziek méér dan een hobby?

“Ik verliet mijn job op het moment dat ik genoeg had gespaard om een jaar lang mijn huur te kunnen betalen: dat was de tijd die ik mezelf gunde om mijn droom na te jagen. Best eng, want ik werkte als literair agent. Mijn vrienden die afstudeerden, hadden die job dolgraag gehad, terwijl ik zei: ‘Nah, I don’t want it, ik word liever zangeres.’ Ik zag iedereen kijken: ‘Oh dear, ze is eindelijk gek geworden!’ (lacht)

“Het grote kantelpunt was het moment dat ik, bijna dag op dag een jaar later, Clive Davis ontmoette. Hij was een tijdlang de baas van Columbia Records en heeft ook Arista Records opgericht. Van hem wordt gezegd dat hij Whitney Houston groot heeft gemaakt, en hij had ook Bruce Springsteen, Pink Floyd en Billy Joel binnengehaald. Díé man wilde mij spreken! Ik dus naar zijn hotel in Londen. Voor de deur van zijn suite stond een enorme rij mensen en ik weet nog dat ik dacht: oh my God, als dat allemaal afspraken zijn, dan ga ik hier nog even zitten.’ Maar al snel bleek dat die daar waren om míj te horen zingen: een surreëel moment. Daarna lag het contract klaar. Net op tijd, want mijn geld was op.”

Jij sprong een gat in de lucht?

“Om eerlijk te zijn was ik achterdochtig. Enkele van mijn vrienden hadden ook al contracten ondertekend, maar omdat het label hun platen uiteindelijk toch niet geschikt vond, zijn ze nooit uitgebracht. Dus ik zei voorzichtig: ‘Anders moet ik een plaat opnemen, en als je ze écht leuk vindt, dan zal ik tekenen.’ Met andere woorden: ‘Als je mij tekent, dan doe je het omdat je houdt van wat ik doe, niet omdat je denkt dat je mij tot iets anders kan kneden.’ (Wuift weg) Het verhaal van mijn label is lang, maar het is gelukkig goed gekomen.”

Jouw carrière verliep stapsgewijs. Het voordeel: toen het grote succes kwam, had je al wat levenservaring.

(knikt) “Vanaf pakweg mijn 25ste tourde ik met Faithless en op mijn 29ste ontplofte No Angel. Dan ben je toch al min of meer volwassen. Ik ben blij dat ik niet mijn mannetje hoefde te staan in de muziekindustrie toen ik nog maar 18 was.”

In The Sunday Times stond anno 2004: ‘In haar jeugd flirtte Dido met een hedonistische, zelfdestructieve levensstijl: de hele nacht feesten, experimenteren met xtc, een hele fles Jack Daniel’s leegdrinken...’

(proest het uit) “Ik heb wel mijn apenjaren beleefd en in mijn studententijd kon ik inderdaad mijn mannetje staan – ik zoop de meeste mannen onder tafel – maar met drugs heb ik mij nooit beziggehouden.”

Je was alleszins populair in de Britse bladen. In het magazine Q werd je eens als volgt omschreven: ‘Ze denkt dat ze 15 miljard pond waard is, verslindt pijnstillers en meet het zwembad voor ze incheckt in een hotel.’

“Er is véél over mij geschreven. Meestal onzin, zo blijkt. Die zwembadmythe heeft er wellicht mee te maken dat ik altijd graag heb gezwommen, en dat ik dus bij voorkeur ergens ging logeren waar ik baantjes kon trekken. Maar ik beloof je plechtig dat ik nooit met een meetlat in de buurt van een zwembad ben gekomen (lacht).”

Klopt het dat je ooit voor je broer een stekje in een luxeresort op de Malediven hebt geregeld?

(lacht) “Ja, voor zijn huwelijksreis. Dat resort zat eigenlijk vol, maar ja, de voordelen van de roem, zeker?”

Zijn er nog locaties, behalve de balie van restaurants of hotels, waar het leuk kan zijn om herkend te worden?

“Ik herinner me een mooie gebeurtenis in Italië. Ik was in Siena toen de beroemde Palio di Siena, de paardenrace, er plaatsvond. Het plein zat volgepakt, so awesome. Ik zat rustig mijn pasta te eten toen iemand me herkende. Die begon spontaan ‘Thank You’ te zingen, waarop zijn buurman inpikte, dan de tafel naast hen, en dan een paar voorbijgangers... Binnen de kortste keren bracht dat hele plein een prachtige ‘Thank You’-serenade.”

Nog één roddelcheck: heb jij ooit een lid van de security een muilpeer verkocht?

“Hé, die klopt! Al was het niet op zijn gezicht, maar wel in zijn maag. Het was in de jaren 90 en we speelden een concert met Faithless in het zuiden van Frankrijk. Ik moest het podium op om mijn deel van het nummer te zingen, maar toen kwam er een bewakingsagent in mijn weg staan die, hoe vaak ik de situatie ook uitlegde, van geen wijken wilde weten. Ik heb hem dan maar een whopper uitgedeeld en hij zeeg neer. De enige keer dat ik een mep heb verkocht, maar het kon tellen.”

Blijven ontdekken

Wat herinner je je nog van je ontmoeting met Eminem op de set van de ‘Stan’-videoclip?

“Dat hij erg charmant was. En zijn entourage ook: lovely, lovely people. Ik was heel nerveus, maar iedereen stelde me op mijn gemak en behandelde me op en top hoffelijk. Dr. Dre kwam zich ook voorstellen, that was pretty cool.

”Een paar jaar geleden belde Eminem me nog eens op, met de vraag of ik met hem ‘Stan’ live wilde brengen op een groot festival. Ik had al jaren niet meer op een podium gestaan, maar die kans wilde ik niet laten schieten, dus ik heb het gedaan. En daarna ging ik terug naar m’n kabbelende leventje (lacht).”

Je hebt met een heel leger legendes gewerkt, van Fleetwood Mac over Annie Lennox tot Sting. Wie blijft je het meest bij?

“Brian Eno. Vroeger schreef ik muziek terwijl ik naar zíjn muziek luisterde. Dus om met hem samen te werken (aan het nummer ‘Grafton Street’, red.) was hallucinant. Het mooist van al: hij is niet alleen een creatieve, inventieve artiest, maar ook een sympathieke, enthousiaste man. Het maakt altijd een grote indruk op mij om artiesten te ontmoeten die al járen meedraaien, maar nog altijd even gedreven zijn als de jonge honden. U2 is nog zo’n voorbeeld.

“Ik hoop dat ik zelf ook altijd nieuwe dingen zal blijven ontdekken. Daarom is Spotify een zegen: het maakt het zo makkelijk om met nieuwe geluiden in contact te komen. En als artiest heb je de vrijheid om vandaag iets te maken en het morgen online te zwieren. Je bent niet meer afhankelijk van een label.”

Over waardig oud worden in de muziekindustrie gesproken: waar vinden we jou over tien jaar terug?

“Hopelijk maak ik dan nog altijd de muziek die ik wil maken, op de manier waarop ik ze wil maken. Ik heb nóg veel nieuwe nummers liggen en ik amuseer me meer dan ooit. En ik hoop natuurlijk vooral dat ik gelukkig blijf. Ik ben heel tevreden met de manier waarop alles nu is, dus wat mij betreft mag het zo blijven.”

Still on My Mind is nu uit bij BMG. Dido staat op 20 mei in het Koninklijk Circus in Brussel. Info en tickets: livenation.be.

©Humo

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden