Woensdag 06/07/2022

InterviewBoeken

Dichter Peter Verhelst: ‘We beseffen niet hoe decadent we zijn’

Peter Verhelst: ‘Dalilla Hermans heeft me een paar keer heel intelligent op mijn plaats gezet.’ Beeld Illias Teirlinck
Peter Verhelst: ‘Dalilla Hermans heeft me een paar keer heel intelligent op mijn plaats gezet.’Beeld Illias Teirlinck

Vervuiling, overstromingen, aardbevingen en branden. In zijn nieuwe dichtbundel 2050 schetst Peter Verhelst (59) onverbloemd de ecologische ravage waar we met z’n allen op afstevenen. ‘Ik vermoord de utopie in mijn bundel.’

Ciska Hoet

“Kom”, zegt Peter Verhelst wanneer hij ons aan het ­station van Brugge oppikt. “Hier vlakbij ligt een prachtig parkje met grote bomen waar bijna niemand komt.” Wanneer we ons even later op een plek installeren die inderdaad idyllisch oogt, gulpt zijn verbolgenheid over de staat van de wereld er meteen uit. De veel­bekroonde auteur en theatermaker vindt het ­onbegrijpelijk dat er geen drastische maatregelen genomen worden tegen de milieuramp die zich aan het voltrekken is. “Weet je dat ik me af en toe bedenk dat ik geluk heb dat ik bijna 60 ben? Mijn kinderen zijn rond de 30 en ik houd mijn hart vast voor wat zij nog zullen mee­maken.”

BIO • geboren in 1962 • dichter, romancier en theater­maker • debuteerde in 1987 met dichtbundel Obsidiaan • eerste roman:Vloei­baar harnas (1993) • brak helemaal door met Tongkat (1999), waarmee hij o.a. De Gouden Uil won • Gents stads­dichter van 2009-2011 • regisseerde voor theater o.a. Het sprookjes­bordeel, de gecontesteerde monoloog Africa en Parsifal

Enthousiasme voor het Brugse groen in combinatie met kwaadheid over de toestand van de wereld: zonder het zelf te beseffen vat Verhelst in die eerste vijf minuten perfect de teneur van zijn nieuwe dichtbundel samen. Want hoewel hij er een gitzwart toekomstbeeld in schetst, is er tussen de regels vooral een auteur aan het werk die vanuit een grote liefde voor deze aardkluit schrijft. Pagina na pagina roept hij beelden op van milieurampen en vernielde beschavingen, maar tegelijkertijd opent en sluit hij het boek met zachte, liefhebbende woorden. 2050 mag gerust begrepen worden als het verslag van een niet-aflatende wens om zorg te dragen voor wat ons omringt.

Al overheerst tijdens ons gesprek in eerste instantie toch vooral de woede. “Mijn vrouw en ik gaan elk jaar naar Kaapstad en af en toe komt iemand uit de townships ook naar hier om een opleiding te volgen. Zonder uitzondering worden ze telkens kwaad als ze onze afwasmachine zien. Ze vinden zoiets water- en geldverspilling. We beseffen verdorie niet meer hoe vanzelfsprekend we die verkwisting zijn gaan vinden en hoe decadent we dus geworden zijn.”

Dat is de consumptiedrang die u in uw bundel op de korrel neemt. ‘We hebben overvloed gekend zoals niemand eerder / alles hadden we’, schrijft u. En ook: ‘we hebben veel te veel te hard te snel en daardoor veel te snel te hard te veel.’

“Dat klopt. Ik ben heel katholiek opgevoed, dus bij ons was iedereen doordrongen van de idee dat we alsmaar verder richting de volmaaktheid groeien. Maar dat is niet alleen een leugen, zo’n ideologie is vooral schadelijk. Vandaar dat ik bijvoorbeeld ook de utopie vermoord in de bundel. We laten ons nog steeds verblinden door een reddingsgedachte met het liefst een rol voor een soort van verlossende superheld of messias. In die gedachte is er vaak nog een dag des oordeels waarop de bokken van de schapen gescheiden worden.

“Er is met andere woorden altijd een wij en een zij: wij zullen gered worden en zij zijn verdoemd. Wist je dat die griezelige QAnon-samenzweringstheorie in de VS (een extreemrechtse complot­theorie die de zogenaamde plannen beschrijft van een ‘deep state’ gericht tegen onder meer oud-president Donald Trump en diens aanhangers, red.) intussen evenveel aanhangers heeft als het protestantisme daar? Dat is pas beangstigend. Dat rattenvangersgedoe: ik snap niet dat dat nog mag.”

In uw bundel roept u een apocalyptisch beeld op van 2050: we zien vooral gruwel en rampen. U schreef de teksten tijdens het voorbije pandemiejaar: heeft die crisis aan uw pessimisme bijgedragen?

“Niet per se. Het project stond al langer op mijn planning en het is ook niet alsof het nu pas duidelijk is geworden waar we op afstevenen. Als zelfs Goldman Sachs – niet bepaald een links instituut – rapporten uitbrengt waarin ze een zwarte toekomst voorspellen, dan weet je hoe laat het is. Het is zelfs niet eens meer hoog tijd, we hebben met z’n allen de grens al lang overschreden. We zijn gewend aan onze luxe en het comfort van verwarming en stromend drinkwater, maar voor hetzelfde geld komt er over enkele jaren niks meer uit de kraan. En dan heb ik het nog niet eens over het geweld en de oorlogen die zo’n mondiale klimaatcrisis nu al laat ontkiemen.”

Het is opvallend dat u uw verontwaardiging daarover naar een poëziebundel vertaalt. U stond jarenlang bekend als een eerder hermetisch auteur. De laatste jaren is uw toon echter directer en persoonlijker geworden. Is dat de leeftijd of dwingt de tijd u om stelling in te nemen?

“Eerder het eerste. Voor mij is dat een natuurlijke evolutie geweest. In het begin gebruikte ik mijn stijl om mijn territorium af te bakenen, noem het gerust jeugdige arrogantie, waar niets verkeerds mee is. Later ben ik meer op zoek gegaan naar de essentie. Ik heb nu een voorkeur voor een beeld dat niet noodzakelijk onmiddellijk begrijpelijk is, maar wel helder.

‘Ik ging ervan uit dat het de droom van politici is dat het voor iedereen beter wordt. Maar dat was niet het geval.’ Beeld Illias Teirlinck
‘Ik ging ervan uit dat het de droom van politici is dat het voor iedereen beter wordt. Maar dat was niet het geval.’Beeld Illias Teirlinck

“Bovendien heeft mijn ervaring als regisseur hier ook aan bijgedragen. Ik merkte alleszins dat mijn collega’s in het theater baat hadden bij een verstaanbare taal; hermetische communicatie zorgde voor onproductieve misverstanden.” (lacht)

Is poëzie voor u de beste manier om geëngageerd te zijn? U geeft zelf aan dat u geregeld overvallen wordt door de vraag hoe zinvol het is om gedichten te schrijven wanneer de wereld in brand staat.

“Uiteraard stel ik mezelf constant de vraag of ik niks nuttigers zou moeten doen. Er zijn al zoveel gedichten, waarom zou je er nog eentje aan toevoegen? Idem dito wat betreft de uitputtende overkill aan meningen die circuleren. Ik heb geen zin om daar nog iets aan toe te voegen. Maar schrijven is voor mij nu eenmaal het meest natuurlijke wat ik kan doen. Ik voel de noodzaak om te zoeken naar een taal voor wat we meemaken, niet om mijn gelijk te halen.

“Dichten is bovendien mijn meest zorgzame manier van nadenken. En laat zorgzaamheid nu precies hetgene zijn waarvan ik denk dat we het met z’n allen zouden moeten nastreven. Ik klink misschien wollig, maar ik vind dat we veel te onzorgvuldig omgaan met het leven.”

U gelooft alleszins in de kracht van de kunsten, zo blijkt uit deze klimaatbundel. U vraagt zich in een van de gedichten niet alleen af of kunst hoop zal uitvinden, ook de volgende regels vallen op: ‘om verdere escalatie te vermijden hebben we nood / aan een indrukwekkend, verbindend ritueel.’

“Als het specifiek over poëzie gaat, vind ik dat alleen de traagheid ervan al een vorm van verzet tegen de snelle consumptie vormt. Je moet een gedicht verschillende keren lezen om het binnen te laten komen.

“Waar ik bovendien verliefd op ben, is op de mogelijkheid dat er telkens iets nieuws bijkomt wanneer je poëzie opnieuw leest. Ik ben grote fan van Paul van Ostaijen. Zijn gedichten zijn kraakhelder maar als ik ze voor de honderdste keer lees, kan ik plots nog iets ontdekken dat ik er nog niet eerder in gelezen had. Goede poëzie laat zich mee veranderen en zegt niet alleen militant wat het wil zeggen.

“Maar om op je vraag te antwoorden: ik ben er inderdaad van overtuigd dat alle kunst toekomst heeft dankzij haar oorspronkelijke, rituele functie. Kunst kan ons in lastige tijden helpen ­samen te komen en onze angsten collectief te ­bezweren. Mensen zoeken catharsis en troost, en kunst kan dat bieden, zonder enkel daarin te ­vervallen natuurlijk. In 2050 staan bijvoorbeeld gedichten voor mijn broze, terminale vader waarmee ik hem naar de zachtst mogelijke dood wil dragen.”

Als we het interview even moeten staken omdat er langs ons bankje een luid onderhoudsvoertuig langskomt om de vuilnisbakken te ledigen, kijkt Verhelst geamuseerd toe. “Wist je dat ze in Zuid-Afrika de gewoonte hebben om een onderscheid te maken tussen echt afval en de dingen die mensen kwijt willen maar die misschien nog bruikbaar zijn? Dat laatste steken ze in een apart zakje dat ze bovenop de afvalcontainer leggen. Op die manier hoeven mensen die op zoek zijn naar spullen of eten niet met hun handen in het afval te graven. Dat vind ik zo mooi: een fundamenteel bewijs van respect voor anderen.”

Verhelst leerde het land kennen dankzij zijn vrouw en ontrolde er samen met haar enkele sociale projecten. Al minimaliseert hij dat engagement ook meteen. “Je zal me zeker niet horen zeggen dat ik een ethisch perfect leven leid, maar we proberen op kleine manieren hier en daar iets bij te dragen. Door ­mensen opleiding te geven of door samen met bevriende kunstenaars het onderwijs van een aantal kin­deren te financieren. Ik vind het belangrijk dat burgers doen wat de overheid nalaat te doen.”

Verhelst windt zich op als hij het over het ­vluchtelingenbeleid van Brugge heeft. “Enkele ­jaren geleden vluchtten er voor de eerste keer in de geschiedenis van deze stad volop mensen van kleur naar hier. Je zou toch denken dat politici er dan als de kippen bij zijn om de ervaring van ­andere steden met vluchtelingen aan te wenden zodat we een diverse, inclusieve stad kunnen ­creëren? Maar neen, in Sijsele, hier vlakbij, ­werden enkele jaren geleden vijfhonderd vluchtelingen gedropt. Ik hoorde geen enkele stem die zei dat we dat aankunnen. Wat natuurlijk niet ­betekent dat er geen problemen zijn of zullen zijn. Maar ik wil politici met visie en zonder angst.”

U bent op zijn zachtst gezegd teleurgesteld in de politiek.

“Ik zie met lede ogen aan hoe bewust polariserend er met elkaar wordt omgegaan. Blijkbaar brengt dat stemmen op. Het was een verademing om te merken hoe er aan het begin van de regering-De Croo even aan hetzelfde zeel getrokken werd, maar helaas lijkt dat alweer van de baan. Of kijk naar hoe het er op wereldschaal aan toegaat met de verdeling van vaccins: iedereen is alleen maar bezig met het bedienen van de eigen mensen, zelfs al weten we dat we het virus alleen de baas kunnen worden als we solidair zijn.

‘Ik klink misschien wollig, maar ik vind dat we veel te onzorgvuldig omgaan met het leven.’ Beeld Illias Teirlinck
‘Ik klink misschien wollig, maar ik vind dat we veel te onzorgvuldig omgaan met het leven.’Beeld Illias Teirlinck

“Daarnaast vind ik het cynisch hoe het recht van de sterkste regeert in al die partijprogramma’s. Als je je steentje niet kunt bijdragen en zwak bent, wordt dat je kwalijk genomen. Of denk aan het feit dat er elke week wel een politicus passeert die iets racistisch zegt. Sluipend gif is dat. Ook bij ons hebben sommige mensen blijkbaar vooral rechten en anderen enkel plichten.”

Toch hebt u zelf ooit ook op de lijst van Groen gestaan. Blijkbaar is dat niet voor herhaling vatbaar?

“Ze belden me toen omdat Groen de kiesdrempel misschien niet zou halen. Ik heb eerst een half uur ­gelachen omdat ik me niet kon voorstellen dat ­iemand als ik daaraan iets zou kunnen verhelpen. Maar uiteindelijk heb ik me dus inderdaad geëngageerd. Alleen merkte ik al snel dat ik totaal ongeschikt ben voor de politiek. Ik kan niet om met de discrepantie ­tussen wat je wilt bereiken en wat er gerealiseerd wordt.

“En dan heb ik het voor alle duidelijkheid niet over het feit dat je compromissen moet maken. Ik heb geen probleem met het feit dat je water bij de wijn moet doen. Alleen bleek politiek weinig te maken te hebben met wat ik als kind dacht dat het was: de wereld beter maken. Ik ging ervan uit dat het de droom is van politici dat het voor iedereen beter wordt. Maar dat was niet het geval.”

Ook niet bij Groen?

(aarzelt even) “Bij Groen zitten enkele fantastische mensen zoals Petra De Sutter (minister van Ambtenarenzaken, Overheidsbedrijven, Telecommunicatie en Post, red.) en Tinne Van der Straeten (minister van Energie, red.), maar ik ben erg ­ontgoocheld door de afwezigheid van Groen in de hele coronacrisis. En zelfs in het klimaat­debat.”

Wat is er dan wel nodig om het tij te keren?

“Het klinkt misschien soft, maar als die vraag gesteld wordt, kom ik telkens uit bij gerechtigheid.

“Ik denk dat de wereld fundamenteel zou veranderen mochten we vertrekken vanuit het basale besef dat alle wezens een gelijkwaardige be­handeling verdienen. Meer moet dat niet zijn. Voor mij is dat dé horizon waarvoor we moeten ­kiezen.

“Laat ik nog een voorbeeld geven uit de townships in Zuid-Afrika. Ik vind het wonderlijk om te zien dat er mensen wonen die er niet alleen voor kiezen om te blijven leven, maar ook om iets constructiefs te maken van dat leven. Ze hebben minder dan niks en toch zorgen ze voor anderen. Dat zie je bijvoorbeeld ook als je de Shoah bestudeert: hoe er op een plek die gericht is op vernietiging soms toch nog zorgzaamheid was. Hoewel dat ene stukje brood beslissend kan zijn voor het eigen leven, kozen sommigen ervoor om het in twee te breken en te delen. De wetenschap dat zulke vormen van vitalisme en menselijkheid altijd zullen overleven, zorgt voor een minimaal optimisme bij mij.”

Voor de pandemie was u van plan om aan een interviewboek te werken op basis van gesprekken met mensen van allerlei slag. Door corona is dat niet kunnen doorgaan. Gelooft u nog steeds dat zo’n project iets in beweging kan zetten?

“Ik ben ervan overtuigd dat met mensen praten een sleutel kan zijn om beter samen te leven. Ik heb met ontzettend veel boeiende mensen samengewerkt en ik heb het leven waar ik altijd van gedroomd heb, maar ik besef dat ik me in een bubbel bevind. Vandaar dat ik dat interviewboek wilde maken. Ik heb lang Nederlands gegeven aan bakkers en beenhouwers in spe en dat waren zeer fijne gesprekken. Ik wil weten wat de mensen die ik niet ken belangrijk vinden: mijn buren, mensen in een woon-zorgcentrum, arbeiders, noem maar op.

“Heb je de laatste opiniepeilingen gezien? Die zijn zeer uitgesproken. Ik wil weten waarom ­iedereen zich zo tekortgedaan voelt. Vanuit begrip voor elkaar kun je aan verandering werken.”

Gedurende het hele gesprek toont Verhelst zich een erudiete spraakwaterval die vlotjes van het ene naar het andere onderwerp springt. Alleen wanneer het dekoloniseringsthema op tafel komt, valt hij even stil. Als witte man van bijna zestig met een mooie carrière behoort hij tot de meest geviseerde groep binnen dat debat. Dat hij zich daarvan bewust is, blijkt onder meer wanneer hij zich in zijn bundel afvraagt hoe het is om ‘+50 blanke witte man cisgender onderdrukker te zijn’. ‘Shut the fuck up, boomer’, schrijft hij verderop. Maar de vraag stellen is altijd makkelijker dan ze beantwoorden.

“Ik ben me voor het eerst bewust geworden van mijn eigen rol toen er tijdens een lezing over dekolonisatie in Zuid-Afrika door studenten vragen werden gesteld over de aanwezigheid van witte mensen in de zaal. ‘Why is the oppressor in the same room as the oppressed?’, klonk het toen. Ik was eerst verbolgen, elk gesprek wordt onmogelijk op die manier. Anderzijds hadden ze natuurlijk ook gelijk, besefte ik daarna. Ik vind het belangrijk om plaats te maken en nieuwe stemmen aan het woord te laten.

‘Ik vind het belangrijk dat ook de stem van een witte cisgender man van boven de 50 te horen is.’  Beeld Illias Teirlinck
‘Ik vind het belangrijk dat ook de stem van een witte cisgender man van boven de 50 te horen is.’Beeld Illias Teirlinck

“De hardnekkigheid waarmee mensen op hun privileges beroep blijven doen, is bovendien minstens even onthutsend als de kwaadheid die soms ontstaat ten aanzien van witte mannen zoals ik. Alleen weet ik nog steeds niet goed wat ik wél kan doen of hoe ik geacht word me te gedragen. Meestal luister ik gewoon.”

U werkte samen met kunstenaars als Luk Perceval, Wim Vandekeybus, Patrick De Spiegelaere en Thierry De Cordier. Dat heeft zeker tot grote kunst geleid, maar het is ook een erg mannelijk en wit lijstje. Je zou kunnen stellen dat u mee aan een witte canon hebt getimmerd.

(even stil) “Ergens klopt dat wel, ja. Ik geloof niet dat ik andere kunstvormen ooit actief heb weggedrukt, maar je staat zeker in de weg van dingen die waardevol zijn. En onverschilligheid is op zich al erg genoeg. We beschouwden sommige artistieke uitingen in die tijd ook onterecht als sociaal-artistiek. Bovendien ben ik vaak verbonden geweest aan grote instituten zoals Toneelhuis of NTGent. Op zulke plekken vindt men het eigen bestaansrecht vanzelfsprekend en wellicht werd er ten koste van anderen gelobbyd.

“Maar dan kom je dus bij de vraag of ik daar medeschuldig aan ben. Het antwoord is absoluut ja, omdat ik er niks aan gedaan heb. Alleen weet ik oprecht niet hoe ik me daar met terugwerkende kracht tegenover moet verhouden. Binnenkort komt er bijvoorbeeld een herdruk uit van Tongkat (1999). Dat boek is een uitvergroting en een celebratie van het patriarchaat maar rekent er tegelijkertijd ook mee af. Ik heb overwogen om er een voorwoord aan toe te voegen om dat te duiden maar mijn uitgeverij vond dat erover, ze denken dat ik mijn lezers dan onderschat. Ook de vraag of ik niet gewoon moet stoppen met publiceren, heb ik me al gesteld. Maar brengt dat dan zoden aan de dijk? Ik vind het belangrijk dat ook de stem van een witte cisgender man van boven de 50 te horen is.”

U maakte in 2013 samen met Oscar Van Rompay de intussen gecontesteerde monoloog Africa. Daarin staat de foute obsessie van witte mensen met zwart Afrika centraal, met alle bijbehorende clichés en bijvoorbeeld ook een blackface. Zou u dat stuk vandaag nog maken?

“Er is niks gênanter dan een witte man die het liefst zwart zou willen zijn, omdat die obsessie met Afrika altijd seksueel en onderdrukkend is. Ik vond het nodig om dat te tonen en ik ben er zeker van dat dat nog steeds legitiem kan zijn. Het is niet omdat het ethisch discutabel is dat je het niet meer mag laten zien. Integendeel, het is levensbelangrijk dat er kunst wordt gemaakt die onze moraal op de proef stelt. Tegelijkertijd snap ik de kwaadheid van mensen die zeggen dat zo’n stuk hen kwetst. Daarom spelen we het ook niet meer, temeer omdat het erg verweven was met het leven van de acteur, Oscar Van Rompay.

“In een ideale wereld zou je het in een drieluik moeten kunnen verwerken waarbij er eerst een stuk getoond wordt met de visie van mensen uit een andere context, dan Africa en vervolgens een gedeelte waarbij iedereen in gesprek gaat met elkaar. Soit, wellicht zullen er nu stemmen opgaan die vinden dat ook dat een geprivilegieerd standpunt is en dat is natuurlijk waar. Het is een erg moeilijke discussie en wellicht kan dat niet anders. Als je elke dag met verwerpelijk racisme te maken krijgt, dan snap ik dat het je te veel wordt. Wist je dat Dalilla Hermans definitief van Facebook gegaan is omwille van de eindeloze bagger die ze over zich heen krijgt? Ik vind het intriest dat mensen zo met haar omgaan. Ze is een enorm belangrijke stem die heel bevattelijk en genuanceerd uitlegt waarom het voor mensen van kleur moeilijk is in deze wereld. Ik heb haar ooit ontmoet en ze heeft me toen een paar keer heel intelligent op mijn plaats gezet door me op mijn structurele vooroordelen te wijzen. (lacht) Als zulke mensen op zo’n agressieve manier monddood gemaakt worden, heb je al helemaal geen gesprek meer.”

Peter Verhelst, 2050, De Bezige Bij, 160 p., 22,99 euro.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234