Zaterdag 08/05/2021

InterviewMax Greyson

Dichter Max Greyson: ‘Ik ga niet gauw meer met een schrijfster in zee’

‘Of ik de male gaze hanteer? Zou kunnen. Maar Sensuele schoonheid en een vrouwenlichaam mogen toch bezongen worden?’ Beeld Thomas Sweertvaegher
‘Of ik de male gaze hanteer? Zou kunnen. Maar Sensuele schoonheid en een vrouwenlichaam mogen toch bezongen worden?’Beeld Thomas Sweertvaegher

Neoromanticus? Voor Max Greyson is het een keurmerk. Geen wonder dat in zijn sleutelroman Een waarschijnlijk toeval de liefde voor dweepzucht en schrammen zorgt. ‘De man staat op het einde in zijn hemd.’

Mocht Max Greyson (°1988) ooit om een sponsor verlegen zitten, hoeft hij niet lang te zoeken. Een flink gedeelte van zijn debuutroman brengt zijn hoofdpersonage door op een kruk in Koffieland. Elke rechtgeaarde Antwerpenaar herkent meteen de Caffènation, notoire koffieboonhonk van ’t Stad. “In deze kakofonie floreer ik”, schrijft de ik-verteller.

En ja hoor, ook Greyson zelf sloeg er – in prelockdowntijden – zijn tenten op. “Ik zat daar werkelijk elke dag. Te schrijven, te observeren, te dromen. Ik heb heel veel drukte nodig om me te kunnen concentreren. En deze koffiebar is alsof ik naar kantoor ga. Toch voelt het als een stamkroeg, met een enorm vertrouwde onvoorspelbaarheid.”

Voor u ons gaat verdenken van productplacement, ‘Koffieland’ is in zijn autobiografische debuutroman Een waarschijnlijk toeval ook de plek waar de ik-verteller parketmagistrate Renée ontmoet, voor wie er een redeloze fascinatie opgloeit (“een gong, een paukenslag”). En waar hij de wonden likt van zijn langdurige, op de klippen gelopen relatie met Michelle, een succesvoller geworden slamdichteres. Dat staat garant voor talloze, soms vileine doorkijkjes in het Antwerpse poëziewereldje. Voeg daarbij ook maar een batterij amoureuze zijsprongetjes in het internationale theatermilieu.

“De koffiebarcultuur staat bij uitstek symbool voor het hele takeawaygegeven van de millennials”, vindt Greyson, wanneer ik hem spreek in het Letterenhuis. “Een metafoor voor de wegwerpliefde: consumeer je koffie en gooi daarna je bekertje weg. Een hele generatie die verloren loopt door het amalgaam van keuzes die ze voorgeschoteld krijgen.”

Spokenwordartiest en theatermaker Greyson, die met bundels als Waanzin went niet (2016) en Et alors enige faam verwierf, schrijft met veel fiorituren en frivoliteiten. “Ik vind het heerlijk om te zwelgen in de taal.” En met dik aangezette ironie. ‘Pedant, behaagziek, zachtgekookt en vogelvrij’, zo krijgt het hoofdpersonage naar zijn hoofd geslingerd. En mag er melodrama zijn? ‘Elke keer als ik de woorden vrouw en schoonheid met elkaar in verband bracht, vielen er potten, pannen en diepe zuchten.’

Na twee dichtbundels komt u met een roman. Vanwaar die genreswitch? Uitgekeken op de poëzie?

“Helemaal niet. Ik schrijf zelfs al tien jaar proza, maar trad daar nog nooit mee naar buiten. Het punt is dat ik weinig op heb met korte verhalen en me liever meteen aan de lange afstand waag. Eerder schreef ik een soort literaire thriller over een ecoterrorist die de mensheid wilde straffen voor wat ze de dieren en de natuur aandeed. Die vond mijn uitgeverij uiteindelijk niet kwaliteitsvol genoeg.”

‘Ik heb het credo ‘schrijven over wat je kent’ tot het extreme doorgetrokken.’ Beeld Thomas Sweertvaegher
‘Ik heb het credo ‘schrijven over wat je kent’ tot het extreme doorgetrokken.’Beeld Thomas Sweertvaegher

Was u een poos ontmoedigd?

“Ik ben altijd bezig gebleven. En Een waarschijnlijk toeval overviel me zoals een gedicht me overkomt. Proza beschouw ik nochtans vooral als een wereld van verbeelding. Hier was dat niet noodzakelijk zo. Het gulpte er gewoon uit. Ik schreef de laatste letter precies één dag voor het inluiden van de lockdown in maart 2020. Er gaapt nu wel een leegte: ik kan de reacties totaal niet inschatten.”

Het is altijd uitkijken met de bedriegerijen van een ik-verteller. Maar hier is het overduidelijk dat het hoofdpersonage dicht bij uzelf staat. Een dichter die – net als u – workshops geeft en theateractiviteiten in het buitenland ontplooit.

“De context waarin hij zich beweegt is de mijne, ja. Ik heb het credo ‘schrijven over wat je kent’ hier tot het extreme doorgetrokken. Je zal mij niet over pakweg ‘de vervolging van de Albanezen’ zien schrijven, want daar weet ik gewoonweg niets van af. (lacht) En research? Nee, dank je. Maar er is ook veel fictie in deze roman geslopen. Het is geen Ik, Jan Cremer-achtig verhaal, hè. Alle ingrediënten komen uit mijn eigen leven, maar ze zijn behoorlijk door elkaar gemengd om het verhaal te kruiden.”

Naast de koffiebar is er ook een treinreis waarin de verteller op een resem relaties terugblikt. Het lijkt wel een moeizaam verlopende zoektocht naar de ultieme liefde, een universeel thema, natuurlijk. Valt daar nog wel iets nieuws over te zeggen?

“Waarom niet? Ik heb mij nooit door voorgangers laten imponeren. Ooit gooide ik weleens een gedicht in de prullenmand omdat het te veel als Fernando Pessoa klonk. Maar hier had ik eerder een parodie op het oog en ga ik met dat hele liefdesromanconcept aan de haal. Of neem ik de stationsroman op de hak. Heel prettig om dat allemaal op zijn kop te zetten vanuit het perspectief van de man. En effectief: in dit boek kijk ik op mijn 32ste ook terug op mijn eigen liefdesparcours.”

Welke voornaamste les over de liefde hield u eraan over?

“Een speels maar essentieel motief is de ironie van een ik-figuur die van elke vrouw in zijn verleden te horen krijgt dat hij van de liefde amper iets begrijpt. De tragiek schuilt dan weer in de erotiek die vaak fout- of vastloopt. Dat aspect liet me gelukkig wel toe om heerlijk te stoeien met de taal. Puur schrijfplezier.”

Het boek puilt uit van de welluidende formuleringen over de liefde, steeds met een melancholische ondertoon en op ietwat klassieke wijze. Je voelt ook de mislukkingen zinderen.

“Ik hou van klassieke vertelstructuren die al eeuwenlang hun diensten hebben bewezen. Inhoud en vorm moeten elkaar steeds versterken. Experimenten breng ik zelden naar buiten, toegankelijkheid is belangrijk in de literatuur. Ik liet me ook ferm inspireren door Ilja Leonard Pfeijffer, die op zo’n speelse manier met de canon jongleert. En er is zijn meesterschap over de taal. Ook dat melancholische zit in mijn kern. Ik adoreer de herfst en Chopin-muziek.”

BIO

• geboren in 1988 • actief binnen het literair collectief Eigen Wolk Eerst • werd in 2015 tweede op het Nederlands kampioenschap slam poetry • debuteerde in 2016 met Waanzin went niet, in 2019 volgde Et alors • als theatermaker verbonden aan Un-Label • zakelijk en artistiek leider van muziek-theaterensemble ARType vzw

Een waarschijnlijk toeval heeft de contouren van een sleutelroman. Het is geen geheim in letterenland dat u een langdurige relatie had met slamdichteres en schrijfster Carmien Michels. Het kost amper moeite om haar in de figuur van de slaapwandelende Michelle te detecteren?

“Dat gaat u niet uit mijn mond horen. (lacht cryptisch) Maar zoals gezegd: dit boek ligt dicht bij mij, sommige personages hebben zelfs hun echte naam, met hun goedvinden. Maar het was wél bittere noodzaak om alles op een rijtje te krijgen. Dat schemerde al enigszins door in mijn tweede dichtbundel Et alors, die ik tijdens de relatiebreuk schreef. Maar Een waarschijnlijk toeval gaat evenzeer over je vrijheid terugvinden, na een relatie van zo’n jaar of zeven. Had ik iets te bewijzen tegenover mezelf? Wellicht. Je merkt ook dat de hoofdfiguur zich in een sensueel spel van aantrekken en afstoten verliest. Er dient zich na die relatie van alles aan, ja.”

De aanvankelijk veelbelovende maar langzaam uitdovende relatie met Michelle staat in scherp contrast met de ongrijpbare Renée, met wie de ik-verteller als het ware dweept. Alsof hij een schim najaagt.

“De relatie met Michelle wordt een heel stuk rationeler benaderd, dat klopt. Ik vond het fascinerend om dat tegenover elkaar te plaatsen, alsof beide personages elkaar kruisen én fictief observeren. Wat is het verschil tussen liefde en aantrekkingskracht? Het hoofdpersonage heeft een hechtingsproblematiek. Waarom lukt het hem niet zich aan die aantrekkelijke vrouw te binden met wie hij een langdurige relatie heeft? En ontploft hij als hij alleen nog maar denkt aan Renée, aan wier voeten hij zich zou werpen? Ook daar kapseist de liefde.”

Binnen de relatie met dichteres Michelle ontstaan er na een poosje ook wrijvingen door uiteenlopende ambities: projecten die in elkaars vaarwater komen. Concurrentie in een relatie, daar lees je niet vaak over?

“Ik ben er langzaam achter gekomen dat het mij niet lukt, samenleven met iemand met wie je ook literaire projecten – of een theatergezelschap – opzet. Ik snap niet hoe anderen dat bolwerken. Vanaf het moment dat er onevenwichten ontstaan, bijvoorbeeld in erkenning of in ambities, gaat het slabakken. Je trekt je eerst aan elkaar op als alles goed gaat, maar daarna ontstaat er na-ijver. En dan is er nog dat kleine, soms beknottende cultuurwereldje in Vlaanderen, waardoor je snel voor dezelfde plaatsen strijdt. Dat helpt evenmin. Nu, dat was niet de hoofdreden van de breuk. Wie het boek leest, achterhaalt dat wel. Maar ik zal niet zo gauw meer met een schrijfster in zee gaan.” (lacht)

null Beeld Thomas Sweertvaegher
Beeld Thomas Sweertvaegher

Niet bang om te horen dat u hier nogal uitgesproken de male gaze hanteert?

“Dat zou best kunnen. Maar sensuele schoonheid en een vrouwenlichaam mogen toch bezongen worden? Ik weet pertinent dat sommige vrouwen dat missen in de hedendaagse literatuur. Veel belangrijker in dit boek is dat de mannelijke ik-figuur zichzelf absoluut niet spaart. Hij staat aan het eind in zijn hemd, terwijl de vrouw meestal op een piëdestal wordt gezet. Noem het pfeijfferiaanse zelfspot.”

Geheel in de lijn van uw romantisch dichterschap gaat u er prat op voltijds voor het schrijverschap te gaan. Valt er te leven van de literatuur?

“De laatste jaren is de drang om me uitsluitend met literatuur bezig te houden almaar gegroeid. Ik zou ook niet weten wat ik anders moet gaan doen. En het kan arrogant klinken, maar als artiest heb je een soort egocentrisme nodig. Zonder die rebelse eigengereidheid red je het niet.”

Max Greyson, 'Een waarschijnlijk toeval', De Arbeiderspers, 248 p., 21,50 euro.  Beeld Max Greyson
Max Greyson, 'Een waarschijnlijk toeval', De Arbeiderspers, 248 p., 21,50 euro.Beeld Max Greyson
Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234