Maandag 27/06/2022

InterviewBoeken

Dichter Andy Fierens: ‘Dit is mijn allereerste hersenbloedingvrije bundel’

Andy Fierens: ’Ik ben heel leergierig. Heel vergeetachtig ook, dus ik kan eindeloos blijven ontdekken.’  Beeld Tine Schoemaker
Andy Fierens: ’Ik ben heel leergierig. Heel vergeetachtig ook, dus ik kan eindeloos blijven ontdekken.’Beeld Tine Schoemaker

Op een strand in een bocht van de Schelde heb ik afgesproken met Andy Fierens, ooit de luidruchtigste dichter van het land, maar vandaag een minzamere versie van zichzelf. ‘Ik denk dat mijn werk nu - ook al haat ik het woord - matuurder is geworden.’

Jonas Mortier

Zijn nieuwste bundel De trompetten van Toetanchamon is zijn derde en volgens hem ook beste. Andy Fierens: “Ik heb nog nooit iemand weten zeggen: ‘Zie hier, mijn nieuwe bundel, het is mijn slechtste tot dusver!’ (lacht) Los daarvan vind ik het ook echt mijn beste. Mijn debuutbundel, dat was mijn manier om de deur in te stampen en te schreeuwen: hier ben ik. Die bundel heeft zijn werk gedaan en valt samen met de persoon die ik toen was. Het waren hardere gedichten, die ik koppelde aan verbaal oergeweld op het podium. Ik denk dat mijn werk nu – ook al is het een woord dat ik haat – matuurder is geworden.”

Vanwaar de titel?

“Honderd jaar geleden is de tombe van de jonggestorven farao Toetanchamon geopend. Daarin lagen meer dan drieduizend artefacten. Twee daarvan waren trompetten en, zoals het hoort, was daar een vloek aan verbonden. Er werd gefluisterd dat als je een van die trompetten bespeelde, er ergens op de wereld oorlog zou uitbreken. Een aantal jaar later zijn ze ook echt bespeeld, op BBC Radio. Dat was in 1939. Een half jaar later viel Hitler Polen binnen. Die vloek is natuurlijk quatsch, maar wat mij aansprak, was het idee dat zo’n gevaarlijk wapen in handen kon komen van een kind, van wie je niet weet: zit het wel goed in zijn vel, is het zich bewust van die vloek, gaat het er daarom misschien net wél op blazen?”

BIO • Vlaams dichter, prozaïst en performer • geboren op 8 mei 1976 in Mortsel • organiseerde de eerste Vlaamse Poetry Slam • frontman van de muziek- en poëziegroep Andy & The Androids • bundel Smerige vlinder (2009) kreeg de Herman de Coninckprijs voor beste debuut • daarna Astronaut van Oranje ­(roman, 2013), Wonderbra’s & pepperspray (’14) en De trom­pet­ten van Toetanchamon (’22)

De trompetten van Toetanchamon is een heel diverse bundel. Het gamma reikt van een lange lijst synoniemen voor het mannelijk lid (sissende sampan, schudspeer, gevoelige snaar...), over een ode aan Japan tot een heus hipstersonnet, maar er zitten ook een paar rode draden in, waarvan de opvallendste de band tussen vaders en zonen is.

Fierens: “Mijn vader is dertien jaar geleden gestorven. We waren niet zo close, maar zo’n overlijden zet je wel aan het denken, over de band die wíj hadden, maar ook over de band die je met je eigen kinderen hebt.”

Uit wat voor gezin kom je?

“Mijn vader was biersteker en mijn moeder huisvrouw. Of zij mijn hamsters heeft doorgespoeld, zoals ik in de bundel schrijf? Ja. Ik kwam thuis, vroeg waar mijn hamsters waren en ze wees naar de wc. ‘Dáár zijn uw hamsters!’ Mijn moeder kon hard zijn. Vaak gaat zoiets over van ouder op kind, maar ik heb het van mij kunnen afgooien.

“Mijn tien jaar oudere broer was een voetballer, mijn oudere zus een majorette. Cultuur was geen gespreksonderwerp bij ons aan tafel. Zelfs toen ik al een heel aantal jaren dichtte, werd daar nauwelijks over gesproken. Op een bepaald moment, ik was al een jaar of 30, kwam een van hen langs ‘voor een serieus gesprek’. De strekking: het was leuk geweest, maar dit soort leven kon niet blijven duren. Het werd tijd dat ik ‘een echte job’ vond. Alsof ik verslaafd was aan poëzie en gered moest worden.

“Mijn vader is heel abrupt gestorven. Een van de weinige dingen die ik vandaag nog van hem heb, is een bandje met drie kwartier van zijn gesnurk. (lacht) Hij snurkte vreselijk hard, maar ontkende dat altijd, dus heb ik het eens opgenomen.

“Vandaag ben ik zelf een snurker geworden. Ik snurk in die mate dat mijn kinderen mij op kampeertrip ooit naar de auto hebben verbannen.”

De vaderfiguur spookt door de bundel, als iemand waar afwisselend mee gestreden en naar verlangd wordt. Herkenbaar, vermoed ik, voor al wie ouders heeft. “Ik bewonder harmonieuze families, maar dat was bij ons niet echt het geval. Ik wil daar ook niet zielig over doen. Het is wat het is. Uiteindelijk doet iedereen zijn best, maar het komt niet altijd zo aan. Intussen ben ik blij met hoe het gelopen is. Ik heb mij ermee verzoend.”

Hoe ben je de poëzie op het spoor gekomen?

“Op mijn zestiende ben ik lang ziek geweest. Een kwelling was dat. Je ligt in je bed. De hormonen gieren door je lijf. Je weet dat al je vrienden volop de wereld aan het verkennen zijn, liefjes hebben en wilde avonturen beleven. Elke dag brengt nieuwe verrassingen en je kan er niet aan deelnemen. Ik ben dan maar beginnen schrijven. Ik creëerde een ander leven op papier.

“Toen ik genezen was, was ik vastberaden om uit te breken. Ik wilde avontuur, adrenaline. Ik wilde de wereld in, ontsnappen aan de middelmaat. Meestal word je door je ouders bewust of onbewust voorbereid op een bestaan met een vaste baan en zekerheid. Ik wilde al die dingen niet. Ik wilde een avontuurlijk leven en het dichterschap zag ik als zéér avontuurlijk. De literatuur is een van de laatste gebieden waar totale vrijheid heerst of zou moeten heersen. Ik zag dichters als vrijbuiters die grenzen verleggen. Ik zie Indiana Jones ook echt met een dichtbundel in zijn handen.

‘Ik brulde mij schor en intussen werd er met bier naar mijn hoofd gegooid en hebben ze me eens op mijn gezicht geslagen... Dat was een goede leerschool.’ Beeld Tine Schoemaker
‘Ik brulde mij schor en intussen werd er met bier naar mijn hoofd gegooid en hebben ze me eens op mijn gezicht geslagen... Dat was een goede leerschool.’Beeld Tine Schoemaker

“Nu, ik kon al die dingen wel willen, maar ik had geen flauw idee hoe ik eraan moest beginnen. Ik kende niemand in die wereld. Ik heb mijn eerste optredens dan maar zelf georganiseerd. Gewoon met mijn fietsje naar wat cafés en jeugdhuizen gereden en – met piepstemmetje – gevraagd: ‘Mag ik hier komen optreden?’

“Zo heb ik het daarna altijd gedaan. Ik ben met muzikanten gaan werken onder de noemer Andy & The Androids, heb talloze evenementen georganiseerd, ben kindertheater gaan maken en libretto’s voor De Bronstige Bazooka’s gaan schrijven, dat alles totaal ongehinderd door enige voorkennis. Ik ben overal gewoon aan begonnen.

“Ik had ooit een gesprek met Ludo Mariman, de zanger van The Kids. Volgens hem is punk je goesting doen. Zelfs als je iets niet kan, gewoon doen.”

Naar Pippi Langkous: ik heb het nog nooit ­gedaan, dus ik denk wel dat ik het kan?

“Ooit kreeg ik de kwade reactie, na een evenement dat ik had gepresenteerd: ‘Als je het niet kunt, doe het dan niet.’ Maar ik denk net: integendeel! Dat lijkt me net een heel goede reden om iets wél te doen. Ik heb het dan niet over zaken als openhartchirurgie, voor alle duidelijkheid. Maar in de kunsten is het mijn devies. Ik ben altijd heel leergierig geweest. Heel vergeetachtig ook, dus ik kan eindeloos blijven ontdekken.” (lacht)

In je begindagen stond je bekend als luidruchtigste dichter van het land. Je geboorte als dichter ging gepaard met één lange oerschreeuw.

“Ik had nog veel demonen en frustraties die ik uit mijn systeem moest krijgen. En demonen en angsten bevecht je onder meer door ertegen te roepen. Bij mij was dat een noodzakelijke evolutie om te komen waar ik nu ben. Ik ervoer op deze wereld zijn als een zeer zware straf, alsof je een strafstudie kreeg voor iets dat je niet had gedaan. Ik heb op jonge leeftijd dan ook een aantal mensen op een vreselijke wijze aan hun eind weten komen. Dat heeft mij wakker geschud.”

Wie je die eerste jaren bezig zag, dacht dat er een duiveluitdrijving aan de gang was.

“Ik moest zóveel uit mijn systeem krijgen. Een moeilijk publiek was dan een deugddoende sparringpartner. Soms leek het bijna oorlog. Ik trad op in cafés en jeugdhuizen, waar vaak al tien anderen voor mij hadden opgetreden en iedereen dronken was. Ik brulde mij schor en ondertussen werd er met bier naar mijn hoofd gegooid en hebben ze me zelfs eens op mijn gezicht geslagen... Dat was een goede leerschool. Als je je daardoor slaat, kan je alles aan.”

Je gedichten hebben de aard van hun baasje. Ze veroorzaken graag wat roering.

“Als het alleen om schoonheid en behagen draait, kunnen we ons beperken tot theekransjes. Poëzie is het leven zelf. Dat mag iets balsemend hebben, maar evengoed mag het choqueren of in vraag stellen, zolang het je maar weet te boeien. Ik was eens in Berlijn met dichteres Ellen Deckwitz. We werden geïnterviewd en zij zei: ‘Als ik optreed, ga ik door tot iedereen geapplaudisseerd heeft.’ Dat hoeft voor mij niet. Het is leuk om applaus te krijgen, maar je moet niet iedereen willen behagen.”

Is dat waar het openingsgedicht ‘Gedichten zijn gevaarlijk’ over gaat? Dat gedichten ook kunnen bijten, schuren, knagen?

“Plato wilde dichters de stad laten uitzetten omdat ze te gevaarlijk waren. Gek genoeg heb ik dat ooit bijna letterlijk aan den lijve mogen ondervinden. Ik moest in Canada optreden en kwam aan in de luchthaven, waar men mij vroeg of ik iets aan te geven had. ‘Nee,’ zeg ik, ‘ik heb alleen een aantal dichtbundels bij me.’ Een van mijn boekjes was in het Frans vertaald en ik had er een stuk of twintig mee. Ik werd prompt uit de rij gehaald en ben een paar uur ondervraagd. Bleek dat ze vreesden dat ik een dichter uit een streng regime was die asiel kwam aanvragen. Naargelang in wat voor land je leeft, kan poëzie nog steeds zeer gevaarlijk zijn, vooral voor de gezondheid van de dichter zelf.”

Op een bepaalde manier is dat een compliment voor het belang van poëzie, toch?

“Gedichten zíjn belangrijk. Mij hebben ze een ­leven gegeven. En op heel moeilijke momenten, zoals een overlijden, of op mooie momenten, zoals een geboorte, blijven mensen teruggrijpen naar gedichten. Het verwoordt onze hoogtes en laagtes op een manier die we met gewone taal niet ver­mogen.”

'Voor mij is poëzie alles wat het leven de moeite waard maakt. Mijn job als dichter is dan ook simpel: ik moet léven.' Beeld Tine Schoemaker
'Voor mij is poëzie alles wat het leven de moeite waard maakt. Mijn job als dichter is dan ook simpel: ik moet léven.'Beeld Tine Schoemaker

Fierens heeft drie dichtbundels en één roman geschreven, en broedt op een langspeelplaat met Andy & The Androids. Het dichterschap heeft hem over de hele wereld gebracht en van hem een van de vaakst optredende dichters van de Lage Landen gemaakt. Het avontuur waar hij als tiener van droomde dus. Blijft ook het schrijven zelf nog een ontdekkingstocht?

“Vraag aan tien dichters een definitie van poëzie en je krijgt tien verschillende antwoorden. Voor de ene is het een limerick, voor de ander een sonnet. Zelf ben ik niet per se op zoek naar een eenduidige definitie. Dan zou het avontuur gedaan zijn. Nee, het is een gebied waar veel mogelijk is, net omdat je er de vinger niet op kunt leggen wat poëzie nu juist is. Voor mij is het alles wat het leven de moeite waard maakt. Mijn job als dichter is dan ook simpel: ik moet léven.”

Dan was je op een bepaald moment bijna ­technisch werkloos. Op je 32ste kreeg je tijdens een optreden een hersenbloeding. Het publiek begon eerst nog te lachen omdat ze dachten dat het deel van de act was.

“Ik ben de volgende ochtend meteen geopereerd, anders was ik er nu niet meer. Exact tien jaar later heb ik dat optreden in de Arenberg afgemaakt. Ik heb er een benefiet voor het ziekenhuis van gemaakt. Ik heb mij in de jaren na die hersenbloeding fysiek heel slecht gevoeld. Je zag dat niet aan mij, maar ik leed enorm veel pijn, had last van evenwichtsstoornissen, paniekaanvallen…

“Ik zei net dat de poëzie mij een leven gegeven heeft, maar ze heeft ook een paar keer mijn leven gered. Ook toen. Ik had zoveel pijn, leed aan extreme slapeloosheid en ben mezelf doelen gaan stellen om het vol te houden. Ik leefde van optreden naar optreden. Ik hield me voor dat ik me niet mocht laten gaan, omdat ik kort daarna fris voor een publiek moest staan. Dat heeft mij gered. Sinds enkele jaren voel ik mij volledig hersteld. Dit is mijn eerste hersenbloedingvrije bundel.”

Hoe ben je als dichter geëvolueerd ten opzichte van de begindagen?

“Het zou raar zijn mocht ik vandaag nog met dezelfde branie schrijven als toen ik zestien was. Vandaag is het toch wat meer doordacht. Met de jaren zijn de empathie en het mededogen voor mijn medemens ook gegroeid. Ik probeer heel bewust om met niemand nog ruzie te maken. Het leven is al zo’n tranendal.”

Je hebt al gerepeteerd: wil je – als je het voor het kiezen hebt – ook sterven op het podium?

“Ik vind het wel een mooie dood, ja. Het licht gaat uit en het is gedaan, het doek sluit. Als het toen was geëindigd, was dat prima voor me geweest. De pijn en miserie zijn pas achteraf begonnen.” (lacht)

Andy Fierens, De trompetten van Toetanchamon, De Bezige Bij, 112 p., 22,99 euro. Verschijnt op 26 april.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234