Dinsdag 16/07/2019

Festivalrecensie

Diana Krall op Gent Jazz: briljant in de Bijloke ★★★☆☆

Beeld Bas Bogaerts

Wie erbij zweert dat jazz saai of moeilijk, enerverend dan wel elitair is, is nog nooit op consultatie geweest bij Diana Krall.

Het was op de kop halfelf toen Diana Krall een eerste voet op het podium van Gent Jazz zette. Ze was voor de verandering in het gebroken wit en niet in het zwart – maar stijlvol als altijd. Ze plofte neer achter een vleugel en zong, uit ‘Day And Night’: “Night and day, you are the one / Only you beneath the moon and under the sun / Whether near to me or far, it’s no matter darling where you are / I think of you, night and day.”

‘Day and Night’ was een breakdancebattle van een binnenkomer. Joe Lovano op sax, Marc Ribot op gitaar, Diana Krall op piano kwamen beurtelings de show stelen, met Robert Hurst op bas en Karriem Riggins op drums in het zog als de metronomen van dienst. Met de hele voorgevel in huis vallen, heet dat. Ze zijn van overtuiging dat je de lat beter hoog legt vanaf de eerste noot, in plek van naar iets op te bouwen, en wij zijn voorstander van die aanpak.

Laten we meteen van de gelegenheid gebruik maken om een veelvoorkomend misverstand uit de wereld te helpen: Diana Krall uit Nanaimo, Canada is niet louter en alleen een zangeres. Ze heeft een stem als een zeldzame klok, maar ze heeft méér te bieden dan een kloek koppel stembanden. Wat de pianiste met zwart-witte toetsen doet, is van buitenaards niveau. Van zodra ze haar vingers over de toetsen van haar vleugelpiano liet walsen, was de volledige Bijloke zwanger van verwondering.

‘L-O-V-E’ was een goede tweede, ‘I’ve Got You Under My Skin’ – zelden een songtitel gehoord die de lading beter dekt – een betere derde. Eerstgenoemde is vooral bekend in de versie van Nat King Cole, die tweede is van Cole Porter. Je hebt artiesten die een kemel schieten wanneer ze andermans werk beroeren. Diana Krall behoort tot een andere categorie.

Beeld Bas Bogaerts

Irritatie

Op de affiches in de Gentse binnenstad en ver daarbuiten pronken de namen van Yann Tiersen, STUFF. en Jamie Cullum. Die van Diana Krall staat er niet tussen. Een schande is dat niet, want de jazzvedette behoeft geen reclame om een tent, zaal of café tot de nok te vullen. Ze heeft een publiek dat er altijd is en altijd zal zijn.

Máár: dat publiek zat er in de Bijloke niet altijd even ontspannen bij – de achterste rijen in het bijzonder. Hoe dieper in de set, hoe vaker mensen de tribune verlieten voor een plaspauze of bevoorradingsronde. En hoe meer tribuneverlaters, hoe harder de constructie begon te kletteren. Dat werkte steeds meer op de heupen. Je zag de meerderheid tijdens ‘Just Like A Butterfly’ en ‘Boulevard of Broken Dreams’ geïrriteerd over de schouder kijken, ten koste van de gebeurtenissen op het podium, waar Diana Krall en co een handel in magie hadden opgezet.

Laten we wel wezen: de tent van Gent Jazz is geen Elisabethzaal, geen Bozar en geen jazzcafé in New Orleans. Maar wanneer de wind goed zat en de aandachtspanne op punt stond, duldde het vijftal op het podium geen tegenspraak. Als Krall speelt, zwijgt men. ‘East of the Sun (and West of the Moon)’ en ‘Moonglow’ stonden bol van virtuositeit, passie en onvoorspelbaarheid – dé ingrediënten om randgeluiden de mond te snoeren.

Wanneer de Canadese pianiste en zangeres tussen de nummers door het woord nam, mompelde ze vaak iets onverstaanbaar in de micro. Eén keer klonk ze glashelder: “That was so much fun”, zei ze droog na ‘East of the Sun (and West of the Moon)’ en daar was geen letter van gelogen.

Hors categorie

Zo vaag haar bindteksten, zo veelzeggend was de blik waarmee ze anderhalf uur lang vol genot de muzikanten aan haar zijde bewonderde. Wat en hoe Joe Lovano, Marc Ribot, Robert Hurst, Karriem Riggins (en Diana Krall zelf) in de Bijloke speelden – afzonderlijk én samen – was hors categorie. Geen valse noot, niets. Elke song kreeg een lange, wonderschone uitvoering mee. Vervelend werd het nooit, begeesterend des te vaker.

In 2015, toen Diana Krall met Wallflower een plaat uitbracht met de popsongs waar ze als tiener in de jaren zeventig naar luisterde, schreeuwde de smaakpolitie moord en brand. Popartiesten die jazz maken zijn avonturiers, jazzmensen die pop maken zijn verraders. Zo voelde het alleszins. “Ik wilde gewoon even wat anders. Dat mag toch?”, fulmineerde ze destijds in De Volkskrant. “Dit had ik vijf jaar geleden nooit gedaan en misschien denk ik over vijf jaar ook wel dat ik het nooit had moeten doen.”

We weten niet hoe ze er nu tegenover staat, maar één ding is zeker. Die plaat was destijds geen wanhoopspoging, geen krampachtige manier om relevant te blijven. Want de Diana Krall die vrijdagavond in Gent stond, is een artiest wiens vervaldatum nog lang niet om de hoek loert. Ze was simpelweg briljant in de Bijloke.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden