Zaterdag 25/05/2019

Ultimas 2019

Deze organisaties geven kansen aan jong talent: “Je kan mensen ook te veel steunen. Zelfredzaamheid   is een cadeau”

Yamen Martini, Elsemieke Scholte en Dieter Debruyne: “Je wilt een verschil maken, dus ga je er tegenaan met alle power die je hebt.” Beeld Geert Braekers

Met de Ultima voor Podiumkunsten en die voor Amateurkunsten honoreert cultuurminister Sven Gatz dit jaar twee organisaties die van empowerment hun speerpunt hebben gemaakt. En al valt detheatermaker onder de noemer ‘kunsten’ en heet The Ostend Street Orkestra ‘sociaal-artistiek’ te zijn, eenmaal aan tafel zetten ze de clichés daarover ruiterlijk op hun kop.

Uit alle windstreken zakken ze af naar onze plaats van afspraak, een koffiebar aan Gent-Dampoort. Dieter Debruyne van kleinVerhaal komt aangescheurd op zijn racemotor, recht uit Oostende. Trompettist Yamen Martini van The Ostend Street Orkestra wandelt wat rustiger binnen – hij heeft straks nog een optreden in de buurt. Elsemieke Scholte doet een retourtje Antwerpen, aangezien diezelfde avond BOG. in première gaat, een poulain van detheatermaker. Druk, druk. En het zal niet minder druk worden, nu The Ostend Street Orkestra en detheatermaker allebei een Ultima hebben binnengerijfd.

Beide organisaties hebben hun bestaan te danken aan de oplossing van een ‘probleem’. The Ostend Street Orkestra (TOSO) ontstond in 2014 op initiatief van de sociaal-artistieke organisatie kleinVerhaal, als antwoord op de perceptie die de Oostendse dak- en thuis­lozen reduceerde tot ‘overlast’. Dieter Debruyne: “Wij wisten dat een aantal van die mensen muzikanten waren. We wilden de negativiteit ombuigen in iets constructiefs door met hen een muziekgroep te beginnen.”

Intussen is TOSO allang geen ‘daklozenorkest’ meer, maar een super­diverse mix van professionals en liefhebbers uit alle lagen van de bevolking. Yamen Martini: “Er zitten vluchtelingen tussen, mensen zonder dak boven hun hoofd, maar evengoed ‘gewone’ Oostendenaars.”

Dieter Debruyne (kleinVerhaal / The Ostend Street Orkestra): “De negativiteit rond de dak- en thuislozen in Oostende wilden we ombuigen door met hen een muziekgroep te beginnen.” Beeld Geert Braekers

Detheatermaker kwam er tien jaar geleden op verzoek van een aantal Antwerpse podiumorganisaties, die vonden dat er behoefte was aan een werkplaats voor jong podiumtalent. Ze trokken Elsemieke Scholte aan om zo’n plek te organiseren. Het begrip ‘plek’ is overigens metaforisch: detheater­maker heeft zelf geen infrastructuur, maar sluist jonge theater­makers binnen bij andere huizen – Scholte noemt zich een koekoek die haar eieren in andermans nesten mikt. Scholte: “Het probleem was niet zozeer dat er geen repetitieruimtes waren, maar dat er geen gesprek was over die zo belangrijke eerste stappen na het afstuderen. Alsof die eerste periode van zoeken een obstakel is waar je zo snel mogelijk overheen moet springen. Terwijl het net een waardevolle tijd is om ervaring op te doen.”

Geen gepamper

Voor zowel TOSO als detheatermaker is het gesprek of de ontmoeting het kloppende hart van hun werking. De drempel om in te stappen bij TOSO is laag: er zijn geen audities of intakes. Martini: “Er zijn mensen die noten kunnen lezen, er zijn mensen die dat niet kunnen. Geen probleem. We werken op maat van de muzikanten. Soms komt iemand één keer naar de repetitie en zien we hem daarna nooit meer terug. Het orkest is in beweging, het verandert week na week van gedaante.” De laagdrempeligheid zorgt er bovendien voor dat er ontmoetingen plaatsvinden tussen mensen die elkaar in het dagelijkse leven nooit zouden kruisen.

Ook bij Elsemieke Scholte is iedereen welkom voor een gesprek, maar als tussenschakel tussen kunstenaars en productiehuizen moet zij rekening houden met de visie van beide. Scholte: “Jonge mensen zijn vaak erg gericht op het ik. Net dat moet worden opengebroken – kunstenaar zijn gaat ook over samenwerking, over belangstelling opbrengen voor de ander.”

Elsemieke Scholte (detheatermaker): “Jonge mensen zijn vaak erg gericht op het ik. Dat moet worden opengebroken – kunstenaar zijn gaat ook over samenwerken.” Beeld Geert Braekers

Scholte is behoorlijk categoriek: jonge makers die in hun kleine bubbeltje willen blijven, zijn bij haar aan het verkeerde adres. Het portfolio van detheatermaker – met namen als Aurelie Di Marino, Julien Neirynck en Jozef Wouters – verraadt die lijn. Scholte: “Het zijn makers die zich realiseren dat hun werk iets moet betekenen in de samenleving. Ik ben geen curator van ‘o zo bijzondere’ artistieke stemmen, hè. Ik help makers hun werk in de wereld te zetten. Daarvoor moeten ze tegen een stootje kunnen.”

Dat ook TOSO geen organisatie voor doetjes is, reageert Debruyne voorzichtig, alsof hij zich aangesproken voelt. Debruyne: “Er zitten bij ons mensen die al behoorlijk wat stootjes hebben geïncasseerd...” Scholte: “Zo bedoelde ik het niet. Het gaat er niet om wie je deelnemers zijn, maar hoe jij met hen werkt. En of je hen bij het handje neemt. Ik kan me niet voorstellen dat jullie je muzikanten pamperen, Dieter, wat trouwens niet wegneemt dat je zo zorgzaam mogelijk met hen omgaat.” Debruyne: “Neen, TOSO is laagdrempelig, maar mensen moeten wel zelf uit hun kot komen.” Scholte: “Precies. Zelfredzaamheid is een cadeau. Je kunt mensen ook te veel steunen, ze afhankelijk maken. Op het moment dat ze je organisatie verlaten, moeten ze sterker zijn dan toen ze binnenkwamen.”

Spelen, niet koffiedrinken

Naarmate het gesprek vordert, lijken TOSO en detheatermaker een sleets verwachtingspatroon om te keren: dat het bij kunstenorganisaties vooral draait om artistiek resultaat, terwijl bij de sociaal-artistieke werkingen het sociale voorop staat. Voor Scholte, Debruyne en Martini zijn die begrippen op z’n minst evenwaardig met elkaar verweven. 

Debruyne: “Soms denken mensen dat we een gezellig singalong-orkest zijn, voor bij het kampvuur. (lacht) Terwijl het artistieke de motor is van TOSO. De orkestleden komen om te spelen, niet om koffie te drinken, al horen goede babbels zeker bij de ‘gewenste neveneffecten’.” Scholte: “Af en toe moet ik uitgesproken kunstenaarsprofielen laten gaan, mensen die overlopen van artistiek talent, maar níét het talent bezitten om onafhankelijk te overleven in het veld. Voor hen kan detheatermaker helaas niets doen.”

Voor wie met beide voeten in de wereld wil staan, is de toekomst per definitie een zwart gat. Detheatermaker en TOSO zullen samen met de wereld evolueren – “het leven zal altijd door onze plannen breken”, zoals Scholte zegt. Scholte: “Je kunt wel met iemand een weg uitstippelen van A naar B, maar meestal haal je B niet omdat je onderweg iets interessanters tegenkomt. Het punt is vooral dat je zelf in beweging bent en anderen in beweging probeert te zetten.”

Zichtbaar zijn

TOSO is daar sinds kort zelfs letterlijk mee begonnen, vult Debruyne aan: “We merkten dat we bijna alleen nog maar op de podia van culturele centra stonden. Met behulp van Thomas Werbrouck van de band Krankland zijn we opnieuw verveld tot straatorkest. Spelen op straat is onze roots, wij willen ons echt tónen, deze bizarre mix aan mensen zichtbaar maken. Maar waar we over tien jaar zullen staan – geen idee.”

Bewegen wil niet altijd zeggen: volgen. In het geval van TOSO en detheatermaker betekent het ook soms ‘tegentrekken’. Omdat het nodig is. Martini: “Ik denk dat wat wij doen – zorgen dat mensen die elkaar nooit zouden ontmoeten naar elkaar gaan luisteren – steeds belangrijker wordt.”

Yamen Martini (The Ostend Street Orkestra): “Bij The Ostend Street Orkestra vinden ontmoetingen plaats tussen mensen die elkaar in het gewone leven nooit zouden kruisen.” Beeld Geert Braekers

Het woord ‘verrechtsing’ valt. Scholte: “Ik weet niet of ik zou durven te spreken van verrechtsing, maar het wordt wel steeds lastiger duurzaam te investeren in talent. Als je niet snel genoeg op de rails raakt, lig je eruit. Die drang naar efficiëntie staat in schril contrast met alles wat wij hier zeggen over emancipatie en ontmoeting.”

Maar ze blijven gaan. Debruyne: “Deze zomer verzorgden we de opening van Theater Aan Zee, met een ‘feestelijke rouwstoet’. De eerste tien minuten verliepen in absolute stilte. Stel je voor: zo’n stoet, te midden van alle toeristen, putje zomer, op een overvolle dijk. Als dan het eerste akkoord losknalt, staat je haar recht. Dan weet je weer waarvoor je het doet.”

Scholte: “Je wilt een verschil maken, dus ga je ertegenaan met alle power die je hebt. Het engagement opnemen om samen zo’n gebaar te stellen – dat vind ik een politiek statement.” 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.