Woensdag 26/06/2019

Cultuur

Deze hedendaagse klassiekers behoren nu al tot het cultureel erfgoed

Kraftwerk. Beeld reuters

De verschillen in Europa zijn groot maar ons culturele DNA is sterk. Van de Sixtijnse kapel over Bauhaus tot Dracula, we delen best wel wat. De komende dagen blazen kunstenaars en denkers verzamelen om zich te buigen over de culturele identiteit van Europa. De klassiekers kennen we al, hier alvast een poging om de Europese canon op te frissen met hedendaagse kunstenaars.

"De verdeeldheid in Europa is onloochenbaar. Maar dat geldt ook voor dat wat Europa bindt", zo schreef de Nederlandse journalist en schrijver Pieter Steinz een tijd geleden in zijn boek Made in Europe, waarin hij op zoek ging naar de Europese canon. Vanaf morgen blazen een hoop kunstenaars en intellectuelen verzamelen in Amsterdam om zich over dezelfde vraag te buigen: hoe zit het met de kracht, impact en waarde van kunst en cultuur voor Europa?

"In de kunstmusea van Petersburg en Boekarest hangen werken van schilders die ook vertegenwoordigd zijn in de musea van Londen en Madrid", zo geeft Steinz in zijn boek alvast een voorzet. "Beethoven en Wagner zijn even populair in de Baltische staten als aan de Méditerranée. Danceparty's in alle Europese steden verenigen jongeren van alle nationaliteiten. De meubels van IKEA domineren de huizen van zowel Polen en Italianen als Portugezen en Ieren. Barokarchitectuur vind je in Slovenië en Luxemburg, maar ook in Nederland en Finland; en de art nouveau heeft heel Europa veroverd, al heette hij in elk taalgebied anders."

Donderdag wordt op dat idee voortgeborduurd in een debat. Als over honderd jaar een Europese canon wordt opgesteld, welke kunst van nu zou daar dan in opgenomen moeten worden? Jet, de dochter van Steinz, die de inleiding voor het debat voor haar rekening neemt, denkt spontaan aan Stromae, de Turkse schrijver Orhan Pamuk of Adèle. "Het valt op dat ze toch altijd gestoeld zijn op de traditie. Stromae komt voort uit Jacques Brel, Pamuk is voor Istanbul wat James Joyce is voor Dublin, en Adèle gaat terug tot aan The Beatles. Voor elk icoon kun je een hedendaags pendant vinden."

Maar ook: "De kritiek is vaak dat een canon enkel klassiekers toelaat en conservatief is", meent Jet Steinz. "Maar dat is inherent verbonden aan een canon. Je kunt mensen van nu daar niet in opnemen, het blijft speculeren."

Hierbij toch een poging, geleverd door gezaghebbende stemmen uit de culturele sector.

Het Casa da Musica in Porto van Rem Koolhaas. Beeld getty

Architectuur

Van alle uithoeken komen ze, de hordes toeristen die zich vergapen aan pakweg het Parthenon of het kasteel van Versailles, iconen van de Europese bouwkunst. Le Corbusier is alom bekend als de meest invloedrijke architect van de twintigste eeuw en in eigen land kunnen we niet om Victor Horta en Henry Van de Velde heen, ontwerpers die nog steeds wereldfaam genieten.

Maar welke moderne bouwwerken en architecten geven met bakstenen vorm aan de Europese cultuur? Alvast één naam die in elke lijst opduikt: Rem Koolhaas. "De meest invloedrijke, nog levende architect ter wereld", noemt Véronique Patteeuw (docent architectuurontwerp en -theorie aan de architectuurschool van Lille) hem. En: "Geen Europese architectuur zonder Koolhaas."

De Nederlander zette zichzelf definitief op de kaart met zijn Rotterdamse kunsthal, inmiddels staan zijn toonaangevende gebouwen zowat overal. Denk maar aan het prachtige Casa da Musica in Porto of het recente Fondazione Prada in Milaan. Zijn bureau Office for Metropolitan Architecture (OMA) is bepalend is het wereldwijde debat over architectuur. Patteeuw: "De interessantste architecten ontwerpen niet alleen gebouwen, maar bouwen ook aan hun theorieën via teksten, boeken of onderwijs."

Ook iconisch en wereldberoemd: Centre Georges Pompidou, het centrum voor moderne kunst in Parijs. Getekend door twee piepjonge architecten, een Italiaan en een Brit, die stomweg de wedstrijd wonnen. "Ze keerden het gebouw binnenstebuiten en toonden expliciet wat je normaal verborgen blijft, zoals de structuur en nutsleidingen", legt Patteeuw uit. "Het is ook een gebouw dat inzet op beweging en de stad het gebouw intrekt. De (voorheen) publieke roltrappen zijn daarvan een fantastisch voorbeeld."

Film

Cinema is een van de meest recente kunstvormen, en daarom is het ook moeilijk om er nu al de Grote Klassieken in te ontwaren. "Die dingen moet je met de nodige afstand kunnen bekijken", vindt Patrick Duynslaegher, artistiek directeur van Film Fest Gent. "Bovendien is het ook geen zuivere kunstvorm, eerder een bastaardkunst: er worden erg veel normen in opgedrongen, en het is geworteld in commercie. Je kunt dat niet vergelijken met muziek of literatuur."

Toch zijn er een paar filmmakers die boven alle andere uitsteken. Wat Duynslaegher betreft: "De Fransman Robert Bresson (Pickpocket, Au hasard Balthazar) en de Deen Carl Theodor Dreyer (Ordet en La passion de Jeanne d'Arc). En Jean Renoir: zijn films, zoals La règle du jeu en La grande illusion reflecteren de sociaal-politieke geschiedenis van Frankrijk, en bij uitbreiding ook de sociale, artistieke en politieke omwentelingen van Europa." En de grote Alfred Hitchcock? "Hij was misschien een Brit, maar zijn belangrijkste films maakte hij in Amerika: die kun je niet meetellen."

De meest bepalende filmmakers komen vooral uit de drie grote landen. Frankrijk heeft haar nouvelle vague, met klassiekers als Les 400 coups van François Truffaut en A bout de souffle van Jean-Luc Godard ("Godard heeft filmmakers beïnvloed zonder dat zij het zelf beseffen", aldus Duynslaegher). Italië ontnuchterde Europa met de neorealistische films van Roberto Rossellini (Roma, cittá aperta) en Vittorio De Sica (De fietsendieven), de eenzaamheid van Michelangelo Antonioni (L'Avventura) en de decadentie van Federico Fellini (La dolce vita). Duitsland, ten slotte, was een pionier dankzij de invloedrijke Fritz Lang (Metropolis) en de naoorlogse films van Rainer Werner Fassbinder (Berlin Alexanderplatz).

Het zijn niet toevallig de landen waar de oudste en belangrijkste filmfestivals, zoals Venetië, Cannes en Berlijn plaatsvinden. Want ook die bepalen de Europese identiteit, zowel op artistiek als op politiek vlak."Het Filmfestival van Venetië startte in 1939, en had toen een fascistische stempel. De oprichting van Cannes was een politieke reflex daartegen, een democratisch tegengewicht", vertelt Duynslaegher. "Het Filmfestival van Berlijn maakte dan weer de eerste openingen voor Oost-Duitse en Oost-Europese cinema."

'La passion de Jeanne d'Arc', een film van de Deense regisseur Carl Theodor Dreyer. Beeld rv
De Harry Potter-reeks van J.K. Rowling is zo populair nu als Shakespeare toen. Beeld rv

Literatuur

Europa is de wieg van de wereldliteratuur: van de Griekse epen Ilias en Odyssea van Homerus, over de iconische roman De vernuftige edelman Don Quichot van La Mancha en de poëtische Divina Commedia van Dante tot Het proces en De gedaanteverwisseling van Franz Kafka.

Over gedaanteverwisselingen gesproken: de invloed van de Metamorfosen van Ovidius - "een absolute oertekst", vindt Tongkat-auteur Peter Verhelst - werkt ook vandaag nog door. In De laatste wereld (1988) van de Oostenrijker Christoph Ransmayr, een moderne hervertelling van Ovidius' verhaal. "Een onwaarschijnlijk sterk verhaal, en naar mijn mening een Europees boek tot en met. Hetzelfde geldt voor Alsof het voorbij is van Julian Barnes, een roman die de Europese obsessie met achterom kijken en herinneringen op een heel persoonlijke manier vertaalt."

Maar naast de auteurs die de prestigieuze prijzen winnen, kun je niet heen om populaire bestsellers die, net als Shakespeare destijds, een heel groot deel van het publiek weten te bekoren. De fantastische wereld die de Britse literatuurprofessor J.R.R. Tolkien schetste in De hobbit en In de ban van de ring, zijn samen goed voor bijna 300 miljoen verkochte exemplaren wereldwijd.

De Harry Potter-reeks van J.K. Rowling moet daar nauwelijks voor onderdoen, en de krimi-thrillers uit Zweden - denk aan Stieg Larssons Millennium en Henning Mankells Wallander - die onlosmakelijk verbonden zijn met Noord-Europa, en dankzij film en televisie een publiek hebben kunnen bereiken dat tot ver voorbij de Europese grenzen gaat. De mooie Europese traditie om aan misdaad een hele literaire stroming te wijden - dat deden immers ook Agatha Christie en Edgar Allan Poe - is nog lang niet uitgestorven.

Podiumkunsten

Wie aan Europees theater denkt, komt onvermijdelijk uit bij de Griekse tragici - Aeschylos, Sofokles en Euripides - en de alomtegenwoordige William Shakespeare. Ook Anton Tsjechov en Bertolt Brecht worden wel eens genoemd. Maar theater drukt nog steeds een belangrijke stempel op cultureel Europa, vindt auteur Peter Verhelst (Het sprookjesbordeel, Africa).

"Heiner Müller en Samuel Beckett hebben, wat mij betreft, de Europese identiteit nog meer dan Shakespeare vertegenwoordigd. Müller als Oost-Duitser met een uitgebreide kennis van de westerse tradities: zijn stukken (zoals Hamletmachine uit 1977, EWC) zijn een commentaar op de utopie van het communisme én op die van het kapitalisme. Dat ís gewoon het verhaal van Europa. En Beckett geeft dan weer als geen ander de eenzaamheid van de Europese mens weer."

Maar op de Europese podia is meer te zien dan enkel theater. Ook de Belgische danseres en choreografe Anne Teresa De Keersmaeker, van het dansgezelschap Rosas, mag niet onderschat worden, aldus Verhelst. "Over enkele decennia zal zij een van onze belangrijkste kunstenaressen blijken. Zij brengt het Europese verlangen naar utopie en schoonheid op een emotionele wijze naar voren."

Maar op het gebied van dans mogen ook de Fransman Maurice Béjart en de Duitse Pina Bausch nooit vergeten worden, vindt Ultima Vez-choreograaf Wim Vandekeybus. "Het werk van Bausch staat in contrast met de Amerikaanse traditie, die ook vernieuwend was, maar op een andere manier: eerder vormelijk. Bausch maakte daarentegen heel persoonlijke en heel theatrale voorstellingen, waarbij haar dansers personages worden."

"Samuel Beckett geeft als geen ander de eenzaamheid van de Europese mens weer." Beeld getty

Beeldende kunst

Pablo Picasso, uiteraard. Piet Mondriaan als belichaming van de niet-figuratieve kunst, zeer zeker. Marcel Duchamp, omdat hij de kunstwereld op zijn kop zette. "Hij toonde een urinoir en noemde het kunst. Daarmee is hij de peetvader van de readymades, banale objecten die de kunstenaar manipuleert tot kunst. VRT-cultuurmanager Chantal Pattyn: "Zowat elke kunstenaar is schatplichtig aan Duchamp." Om in de sfeer te blijven, Marcel Broodthaers, van wie het MoMA zopas nog een retrospectieve organiseerde. "Nog steeds verhouden kunstenaars zich tot hem", weet Pattyn.

De verwrongen lijven van Francis Bacon behoren ook tot onze Europese canon, Pattyn noemt hem zelfs een van de belangrijkste schilders ooit. Nog? Gerhard Richter, die schipperde tussen hyperrealistisch en abstract. De speelsere Sigmar Polke en Joseph Beuys met zijn installaties en performances. "Dit trio representeert een tijd dat Duitse kunst vooropliep."

Dichter bij huis kunnen we natuurlijk niet heen om Rene Magritte, wiens surrealisme nog steeds op ons plakt. Wat hedendaagser: Luc Tuymans. Incontournable en invloedrijk, zegt Pattyn. "Meer dan andere Belgische kunstenaars heeft hij iets veranderd. Hij heeft schilderkunst weer bon ton gemaakt op een moment dat het niet gewaardeerd werd. Van midcareer artisten blijf ik ook naar de werken van Tracey Emin kijken. En niet naar Damien Hirst, die zich als clown heeft weggezet."

Al jaren bezig maar nog steeds bepalend in onze beeldcultuur is Magnum Photos. De coöperatie, waarbij onder meer Henri Cartier-Bresson aan de wieg stond, groeide uit tot een van de belangrijkste persbureaus, en een keurmerk voor kwaliteit.

Het urinoir van Marcel Duchamp zette de kunst op zijn kop. Beeld rv

Mode en design

De little black dress van Coco Chanel, de minirok, de Birkinbag, Europa is een broeihaard voor frisse en vernieuwende mode die voor de eeuwigheid gemaakt lijkt. Denk ook aan de gerenommeerde modehuizen à la Dior en Yves Saint Laurent. Iets recenter zijn namen als Martin Margiela, Hedi Slimane en Raf Simons. Die eerste (een Belg) presenteerde onder andere de hoefschoen. Hij is al zeven jaar weg bij het huis dat zijn naam draagt, maar nog steeds is zijn invloed op andere modeontwerpers voelbaar.

Slimane (Frans-Tunesisch) en Simons (Belg) hebben de mannenmode volledig naar hun hand gezet en naar een hoger niveau getild. En voor onder meer Dior creëerde Simons alom bejubelde vrouwencollecties. "Als Simons iets doet, dan wordt daar reikhalzend naar uitgekeken", weet design- en modejournalist Jesse Brouns. Miuccia Prada, de reeds overleden Alexander McQueen en de verguisde John Galliano verdienen volgens Brouns ook het plekje in dit overzicht.

Op het vlak van design is het Deense Legoblokje het belangrijkste Europese product. Inmiddels heeft kunst met Lego zelfs een eigen genrenaam gekregen: brick art. Gerrit Rietveld is onontkoombaar, nog relevante namen in de hedendaagse Europese design zijn volgens insiders Jasper Morrison (heeft het minimalisme heruitgevonden) of Maarten Vanseveren ("een designer's designer, hij wint heel snel aan invloed", aldus Brouns).

Maar werkelijk iedereen kent Scandinavisch design, populairder dan ooit in woonkamers, badkamers, slaapkamers en keukens wereldwijd. "Geïnspireerd door het functionalisme van Bauhaus en door het gelijkheidsideaal in de politiek kwamen noordse designers met meubelen en gebruiksvoorwerpen die even minimalistisch gevormd als esthetisch verantwoord waren, en vaak nog laaggeprijsd ook", schrijft Pieter Steinz.

Hij verwijst daarbij naar H&M, maar niemand kan om de Zweedse meubelgigant IKEA heen. Geen kat die de Billy-boekenkast niet kent, toch?

Een Belgische modeklassieker: de hoefschoen van Martin Margiela. Beeld Belgaimage
De elektronische muziek van Kraftwerk lag mee aan de basis van heel wat genres. Beeld reuters

Muziek

Er is een aantal Europese artiesten die als icoon elke mogelijke beweging overstijgen: denk The Beatles, The Rolling Stones en David Bowie. Maar de recente muziekgeschiedenis van Europa wordt vooral door enkele grote stromingen gevormd, vindt VRT-muziekhoofd Gerrit Kerremans. "Er was de punk, met onder andere The Sex Pistols, in Engeland: een aanklacht tegen het establishment, met een grote maatschappelijke impact", legt Kerremans uit. "Maar er was ook de elektronische tegenhanger in Duitsland, met bands als Kraftwerk.

"Sindsdien is dance uitgegroeid tot een onderscheidend kenmerk van de Europese muziek. Denk maar aan de new wave, in de vroege jaren 80, maar evengoed aan Belgische grootheden als Front 242 en de new beat, een genre dat ook een brede impact had. In Italië werd de Italo-disco groot dankzij Giorgio Moroder, die op zijn beurt weer de Fransen van Daft Punk heeft beïnvloed, die tot op vandaag relevant zijn."

De muzikale tentakels van de dance strekken zich over heel Europa uit, maar als er één land is dat er bovenuit steekt, is het Groot-Brittannië. "Engeland en Ierland zijn altijd een voedingsbodem geweest voor verschillende genres", legt Kerremans uit. "Daar werd dance gemengd met alternatieve gitaarmuziek, door The Prodigy en Chemical Brothers. En de poprock is er altijd groot gebleven, in verschillende varianten: denk aan U2, toch al relevant sinds de jaren 80, en het succes van Britpopacts als Blur en Oasis in de jaren 90."

Ten slotte mag ook de rol van Zweden én die van het Eurovisiesongfestival, in de VS en Australië toch een beetje hét muzikale uithangbord van Europa, niet onderschat worden. "Op het Eurovisiesongfestival is ABBA groot geworden, en sindsdien is Zweden altijd prominent aanwezig geweest in de Europese muziek: van Roxette in de jaren 80 over de hitmuziek van Ace of Base en The Cardigans in de jaren 90, tot Lykke Li vandaag."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden