Maandag 10/05/2021
Sault - ‘Untitled (Black Is) / Untitled (Rise)’

Adieu 2020Terugblik

Deze 25 platen van het afgelopen jaar wisten onze zeitgeist perfect te vatten

Sault - ‘Untitled (Black Is) / Untitled (Rise)’Beeld rv

Adieu 2020. De Morgen blikt terug op een apart cultureel jaar vol platen, series, films en andere culturele hoogtepunten. Vandaag: muziek.

25. Thurston Moore - ‘By The Fire’

Kan Thurston Moore nog verrassen? Wis en waarachtig! Op gevorderde leeftijd toont hij zich nog steeds een onverbeterlijke noisenik, maar tegelijk een ambitieuze avonturier. Met By the Fire rijmt hij makkelijk behapbare popsongs met referenties aan Sonic Youth-classics en excentrieke soundscapes. Jon Leidecker, de elektronaut in de rangen, mag ook al eens schitteren. Elders moet By the Fire het evenwel vooral hebben van schurende, roekeloze en ontstemde gitaren. Maar zelfs met die karakteristieke sound klinkt dit album opvallend gedurfd, dynamisch en energiek.

24. Bob Dylan - ‘Rough and Rowdy Ways’

Bob Dylan (79) streek zopas een waanzinnige pensioendeal op. Het Amerikaanse muziekicoon verdient mogelijk honderden miljoenen, nadat hij de rechten op zijn volledige songcatalogus verpatste aan muziekgigant Universal. Maar niet alleen met dat wapenfeit gooide hij dit jaar hoge ogen. Dylans 39ste album - en zijn eerste plaat met nieuw, eigen materiaal in acht jaar tijd - verrast als een heuse culturele encyclopedie. De radicale of eigenzinnige koerswijzigingen heeft hij dan misschien een halve eeuw geleden achter zich gelaten, maar als tekstschrijver, neuzelaar en songsmid blijft hij hors catégorie.

23. Lyenn - ‘Adrift’

Frederic Jacques – ook bekend als de Brusselse bassist van Mark Lanegan en Dans Dans – nam Adrift live op in IJsland. Even betoverend mooi als dat decor klinkt zijn derde soloplaat. De songs zweven schijnbaar gewichtloos in een staakt-het-vurenzone waar woorden als atmosferisch, onrustig, subtiel, gevoelig en avant-gardistisch voortdurend met elkaar verbroederen. Een vergelijk met Thom Yorke of Scott Walker is zelden van de lucht. Maar eens te meer getuigt Adrift van zoveel eigenzinnigheid dat Lyenn zowaar een universum op zich is geworden.

22. Shabaka and the Ancestors – ‘We Are Sent Here By History’

“Om verandering te kunnen brengen, moet wat je wil veranderen ophouden te bestaan”, orakelde Shabaka Hutchings eerder dit jaar in The Guardian. De militant-activistische Londense tenorsaxofonist voegt de noot bij het woord. We Are Sent Here By History stelt het man-zijn en de postkoloniale stuiptrekkingen van Engeland in vraag. Dat gebeurt op de maat van gespierde, groovy composities en uitgesponnen werkstukjes. Verwacht je aan furieuze, soms euforische cosmic jazz à la Pharoah Sanders en wijlen John Coltrane.

21. Deftones – ‘Ohms’

De hereniging met producer Terry Date blijkt een meesterzet op Ohms. Leek Deftones de voorbije jaren af te stevenen op een vanity project van frontman Chino Moreno, dan sluit deze nieuwe plaat weer eerder aan bij hun doorbraakalbum Around the Fur en het grensverleggende magnum opus White Pony. De mix van betongitaren, emotionele new wave en synth-melancholie vormt de perfecte sound voor het alt.metal-gezelschap uit Sacramento.

20. Gorillaz - ‘Song Machine, Season One: strange dreamz’

Cartoon-crooner Damon Albarn viert het twintigjarige jubileum van zijn Gorillaz met een gloednieuw album. De sterrenlijst – met Elton John, Robert Smith, Beck of St. Vincent – glinstert daarbij aan het firmament. Hoewel Strange Timez op het eerste zicht oogt als een rommelige ragbag van genres en stijlen, toch voelt u zich nooit in de aap gelogeerd tijdens dit eerste seizoen van Song Machine.

Gorillaz vierde zijn twintig jaar bestaan met 'Song Machine'. Beeld Gorillaz
Gorillaz vierde zijn twintig jaar bestaan met 'Song Machine'.Beeld Gorillaz

19. Lianne La Havas - ‘Lianne La Havas’

De titel van haar derde langspeler verraadt weinig originaliteit, maar niettemin morst Lianne La Havas alweer genereus met haar muzikaal talent. En ook met hartenleed. De voorbije vijf jaar vielen haar bepaald rauw op het dak. De Londense songschrijfster verloor niet alleen haar mentor Prince, maar zag ook een relatie op de klippen lopen, en die chagrin de vie strekt zich over een goede helft van deze plaat uit. Toch winnen sensualiteit en soul het uiteindelijk van somberheid.

18. Bill Callahan – ‘Gold Record’

Je plaat doodleuk beginnen met dezelfde legendarische woorden waarmee de Man in Black zijn Live At Folsom Prison inleidde? Wij vinden dat geestig. “Hello, I’m Johnny Cash”, beweert Bill Callahan, rollend met zijn ogen om al wie zijn mismoedige bariton in één adem noemt met die van Cash of Cohen. Zijn nieuwste plaat maakt snapshots van stervelingen en legt hun beslommeringen vast. Rare mensen, vaak. Altijd mooie songs.

17. Arabnormal - ‘Arabnormal’

Nu The Hickey Underworld in sluimerstand werd gezet, sloeg frontman Younes Faltakh de handen in elkaar met Das Pop-bassist en producer Niek Meul. Gitaren wikkelen zich nog steeds rond je zaadbal als prikkeldraad dat onder hoogspanning werd gezet. So far, so normal. Maar Arabnormal is méér dan de som van delen Hickey, Millionaire en Deadsets – de leden waaruit deze bizarre band ook werd opgetrokken. “Alternatieve wereldmuziek” is één manier om deze blend van Maghrebijnse roots, desoriënterende noise en koude postpunk te benoemen. Een ravissant ribat voor lijpe freaks, noemen wij dit abnormale schuiloord dan weer.

16. Childish Gambino - ‘3.15.20.’

“Where are those subtle men?” horen we Childish Gambino zich oprecht afvragen, ergens op zijn nieuwste album. We geloven het wanneer Donald Glover beweert dat hij in het ijle tast. De plaat 3.15.20. barst van ambitieuze ideeën en grootse muzikale vraatzucht. Zijn reputatie van Renaissance man doet hij alle eer aan. Nu eens verliest hij zich in weerspannige elektrofunk, dan weer in fluweelzachte r&b, zonovergoten indiepopmutaties of passionele gospel.

15. Nubya Garcia – ‘SOURCE’

Nubya Garcia sluit netjes de rangen met de Londense jazzrevival, van de voorbije vijf jaar. In een recent verleden bood de saxofoniste/fluitiste uit Camden hand- en-spandiensten aan bij acts zoals Ezra Collective, Maisha en Nérija. Op haar eigen plaat zigzagt ze sierlijk tussen jazzy reggae, dub, cumbia en Latijns-Amerikaanse fusion. SOURCE vertelt een verhaal over haar erfgoed en afkomst, en verkent de plaatsen die eigen waren aan haar ouders en grootouders. Een knappe introductie.

14. Moses Sumney - ‘Græ’

Græ is een banket van genreloze verbeelding”, schreef onze recensent dit jaar. “Een magnum opus dat vragen over liefde, pijn, gender en identiteit prachtig onbeantwoord laat en plagerig nieuwe vragen stelt.” Het is dan ook een complex en nauwelijks conventioneel werk, met elektronische grandeur én lofi-miniatuurtjes. Het “grijs” waarop “græ” slaat, exploreert evenwel ook de ruimte tùssen alle extremen, waarin folk, jazz en ambient worden ontgonnen met een fabuleuze falset.

13. Låpsley - ‘Through Water’

Holly Lapsley Fletcher was zo’n vijf jaar geleden de hipste vogel in de Londense scene. Ze inspireerde Billie Eilish en tal van mindere godinnen. Maar de plotse roem eiste zijn tol. De Britse ging mentaal even kopje onder. Verzuipen deed ze gelukkig niet. Wel deed ze er goed aan om het opgedrongen legertje producers en schrijvers overboord te kieperen. In haar uppie stoeit Låpsley met lome beats, elektropop, soul en reggaeton. Ook een elegant knipoogje naar Kate Bush kan er vanaf. Wat weer eens bewijst: in troebel water is het goed vissen.

12. Denzel Curry & Kenny Beats - ‘Unlocked’

Unlocked klinkt alsof ze in een buitenwijk van New York City werd bekokstoofd: neurotisch, manisch en in dronken chaos gemarineerd. Voor die verrukkelijke teringherrie sloeg de Amerikaanse rapterrorist Denzel Curry de handen in elkaar met beatbakker Kenny Beats. Noem dit minialbum van Curry evenwel vooral geen zijstapje. Het lijkt meer een hommage aan hiphop-royalty als DMX, Ol ’Dirty Bastard of Madlib. Luister naar de agressieve, kale beats of het vindingrijke samplegebruik, en besef: UNLOCKED is hoe hiphop anno 2020 hoort te klinken.

11. Nordmann - ‘In Velvet’

De wereld van David Lynch, Andrej Tarkovsky of Alfred Hitchcock vallen als losse puzzelstukken in je schoot tijdens deze onbedoelde soundtrack. Op In Velvet wordt de voormalige rockesprit van Mattias De Craene wat meer naar het achterplan gedrukt, ten voordele van zweverige synths, sequencers, elektronische structuren en benedennavels mikkende beats. Tien soundscapes lang doorkruis je met Nordmann verschillende galactische stelsels, tot je sterretjes ziet.

10. Róisín Murphy - ‘Róisín Machine’

Sinds de verhoudingen binnen Moloko verzuurden in 2003, liet Róisín Murphy zich solo zelden betrappen op een muzikale uitschuiver. Maar laten we eerlijk wezen: de Ierse Queen of Pop maakte met de jaren ook steeds minder rimpels in het water. Onder de auspiciën van Sheffield-legende DJ Parrot is dat anders. Haar vijfde soloalbum is een bruisende dansplaat, die je naar het New York van de seventies en vroege eighties doet verlangen. De titel verwijst naar Munich Machine, een combo van Giorgio Moroder, en diens invloed ligt er ook vingerdik op. Met funky disco, euforische gospelzang, glitterbalhymnes en vette grooves manoeuvreert Murphy je willens-nillens-wetens naar de dansvloer. Een droomplek die je vandaag niet eens zou mogen betreden. Maar zoals dat gaat: niéts geilers dan die ene verboden vrucht.

9. Run the Jewels - ‘RTJ4'

De wraakroepende dood van George Floyd bespoedigde de release van RTJ4. Beklemmend genoeg voelt deze plaat ook aan alsof iemand minutenlang druk op je nek zet. Maar deze veertig minuten hiphopgeweld werken net zo goed als een soort mentale chiropraxie: ze lost uiteindelijk de spanning in je gewrichten tot je met een frisse 180°-blik deze waanzinnige wereld monstert. Killer Mike en El-P weerspiegelen in hun songs de muiterij van 2020, met opstandige raps en onmeedogende kritiek op onrecht, onderdrukking en kapitalisme. Samen met Pharrell Williams en Zack de la Rocha van Rage Against The Machine klagen ze het geïnstitutionaliseerde racisme aan. Maar net zo goed schoppen ze je een geweten met Mavis Staples of snarenwonder Josh Homme. Dit album klinkt even gemeen als gemeend, en minstens even bloedend als woedend.

8. Tame Impala - ‘The Slow Rush’

“There’s a party in my head and no one is invited”, zong Kevin Parker ooit in ‘Solitude Is Bliss’. Dat is op The Slow Rush wel anders. Tame Impala nodigt je met open armen uit op een hedonistisch feestje. De Australische groep blijft meestal trouw aan haar beproefde techniek van stuwende bassen, stuiterende hiphopbeats, zweverige synths - en ook al eens een grandioze break die je op het verkeerde been doet dansen. Maar daar struikel je niet over, bij dit soort aanstekelijke floorfillers. Wat brengt de ochtendstond na dit feest, wanneer je de prut uit je ogen lepelt? Geen klauwende kater, waarbij je ellendig miauwend hoopt op een snelle dood. De enige souvenirs na een heroïsche avond met The Slow Rush is ontstelpbare gutsende gelukzaligheid. Let it happen!

Tame Impala Beeld rv
Tame ImpalaBeeld rv

7. Fontaines D.C. - ‘A Hero’s Death’

Vorig jaar trok een Ierse gitaarstorm door Europa, met wervelwinden die klinkende namen meekregen als The Murder Capital, Girl Band of Fontaines D.C. Die laatste band voerde gelijk ook de postpunk-renaissance aan, met het bloeddoorlopen album Dogrel. Deze opvolger overklast die roemruchte voorganger evenwel. Het Dublinse kwintet bracht meer reliëf aan in hun schurende sound, en drukt de voet iets minder diep in op het gaspedaal. Zanger Grian Chatten klinkt daarbij niet zelden alsof Ian Curtis en Mark E. Smith postuum een robbertje uitvechten om zijn stembanden, terwijl de songs een weidser wereldbeeld dan de pubs en straten van Dublin opzoeken. Hou je voorschrift van angstremmers wel binnen veilig handbereik: deze songs zijn zo mogelijk nog meer van zonlicht verstoken dan de donkere doem-en-donderpreken van hun debuut.

6. Millionaire - ‘Applz ≠ Applz’

Als een revolutie zou losbarsten, vind je Tim Vanhamel niet terug op de barricades. En ook de apocalyps wacht hij liever af vanaf een parelmoeren strand, in zijn luilekkere hangmat. Of dat maakt hij je toch wijs op zijn laatste plaat APPLZ ≠ APPLZ (spreek uit als: apples not apples). De songs klinken vaak onbekommerd groovy en uptempo. Glitterrijke soul, stuwende funk, disco, boogiewoogie en psychrock passeren opgewonden de revue. Afwisselend stuurt Millionaire je gedachten daarbij richting Jimi Hendrix, John Frusciante, Curtis Mayfield of Sly & The Family Stone. Maar achter die gouden glitterrand schuilen best wel wat donkere bespiegelingen, doembeelden en twijfels. Na zijn eerder mystieke comebackplaat Sciencing (2017) is dit alweer een succulent appeltje voor de dorst.

5. Eefje de Visser - ‘Bitterzoet(

In OOR werd Eefje de Visser onlangs uitgeroepen tot de prima inter pares van 2020, met Bitterzoet. Daar kan De Morgen slechts vier albums tegenin brengen. Zoals je het woord uit de titel kan proeven op je tong, net zo fluweelzacht glijdt Bitterzoet bij momenten binnen. Nochtans: méér dan haar vorige langspelers is deze vierde plaat niet voor één gat of genre te vangen. De gitaren zijn grotendeels verdwenen, maar de zwaarder aangezette elektronica inviteert je nu ook niet meteen vrolijk tot de dansvloer. Wél nodigt haar schaduwrijke artpop uit tot een trip doorheen de kosmos. Daar vinden haar mistige songteksten over romantiek gelijk ook meteen veilige beschutting. Even verleidelijk als meeslepend schuifelt deze Eefje De Visser richting collectief geheugen.

4. Perfume Genius - ‘Set my Heart on Fire Immediately’

Zet mijn hart van de weeromstuit in vuur en vlam. De titel klinkt als een dwingend bevel. Maar net zo goed als een onverholen noodkreet, waarin elke zetel-zombie zich dit jaar wel zal herkend hebben. Zelf had Mike Hadreas nooit gedacht dat hij plots universele weerklank zou vinden in een plaat over huidhonger en de behoefte aan connectie. Die thema’s zijn nu eenmaal eigen aan het muzikale universum waarin hij altijd vertoefde. Toch blijft het Welriekende Wonderkind niet surplacen in het verleden. Zo lofi en low-key als zijn songs indertijd klonken, zo theatraal paraderen ze vandaag soms je gemoed binnen. Bravoure en swagger spelen ook vaker een rol. Dan tapt hij al eens uit een vaatje grunge of schemert Arcade Fire door. Maar net zo goed overtuigt Hadreas ook weer met een intieme ballade of kwetsbare confessies.

3. Fiona Apple - ‘Fetch the Bolt Cutters’

Collectief vielen de critici in katzwijm toen de nieuwste Fiona Apple in april verscheen. Fetch The Bolt Cutters kreeg een onovertroffen score van vijf sterren bij zowat heel het verzamelde journaille. Die verhitte standjes hadden vast wat te maken met de terugkeer van Amerika’s Verloren Dochter. In de jaren 90 maakte Apple furore, tot ze zich zo’n decennium geleden plots terugtrok uit de ratrace.

Toch is het vooral de herkenbaarheid van deze plaat, die een gevoelige snaar raakt. Zo’n vijf jaar lang schuurde en schaafde Apple aan deze songs, in zelfopgelegde lockdown. Ze verzamelde een orkest om zich heen met de weinige intimi die ze vertrouwde, zoals haar eigen zus. Een bubbel avant la lettre, met andere woorden. Apple had nooit kunnen bevroeden hoe de wereld in maart zou veranderen, maar ze schreef er wél alvast de quarantaine-soundtrack voor. U voelt zich vandaag opgesloten en kwetsbaar? Laat net die vreemdsoortige claustrofobie een hele plaat beheersen.

De titel betekent zoveel als “Haal de betonscharen boven”, en op een soortgelijke manier ging Apple haar songs radicaal te lijf. Potten, emmers of bloemenvazen worden met bestek bewerkt. Zelfs een doos met botten van haar overleden hond moest er aan geloven. Deze plaat dreunt, rammelt en schuurt. Maar net zo primitief als percussief klinkt ze elk moment inventief en innovatief. Buitenaards mooi.

'Fetch The Bolt Cutters' van Fiona Apple Beeld Epic
'Fetch The Bolt Cutters' van Fiona AppleBeeld Epic

2. Phoebe Bridgers - ‘Punisher’

Phoebe Bridgers wordt al eens verward met actrice Phoebe Waller-Bridge. Dat beiden de handen in elkaar sloegen voor een videoclip, én ook nog eens in eenzelfde emotionele vijver vissen, helpt wellicht niet. Zowel het album Punisher als de tv-serie Fleabag delven in bitterzoet sentiment en zwarte humor. De psychologische rode draad doorheen de plaat? Huilbuien en een stomp gevoel in hoofd en hart, break-upstress en de compulsieve gedachte aan een nakende apocalyps. Gezéllig! Toch gniffel je net zo goed vaak om de spitsvondigheden in haar lyrics. Wanneer ze de spot drijft met Eric Clapton, bijvoorbeeld. Of haar gal spuwt over de moeder van een ex.

Het ene moment zwijmel je roezig door haar gedachten, het andere moment lonkt bonkende haarpijn. Op eenzelfde grillige manier zijn de liedjes nu eens spartaans gearrangeerd, dan weer bombastisch of door elektronica gestut. Eén constante: Bridgers toont zich steeds een meesteres in melancholie, morbide grapjes en moodswings.

De term “punisher” wordt wel eens gebruikt voor opdringerige fans, die tegen een artiest blijven aanlullen. Nomen est omen: Bridgers mag misschien van geluk spreken dat ze haar absolute doorbraakjaar achter slot en grendel beleefde. Wanneer de wereld terug opengaat, ligt die zonder twijfel kwijlend aan haar voeten. Phoebe Bridgers wordt Een Grote Artiest, geloof ons.

1. Sault - ‘Untitled (Black Is) / Untitled (Rise)’

Het enigmatische Sault zegende dit onzalige jaar met liefst twéé albums. Die werden in De Morgen broederlijk bedacht met een ultieme score van vijf sterren. Beide Untitled’s vormen dan ook een puntgaaf dubbeltje van zalvende, dansbare en opruiende muziek. Op de namen van gaststemmen en die van producer Inflo na bleef de identiteit van Sault altijd bewust uit beeld. Toch moest je al je stinkende best doen om hitgevoelige songs als ‘Wildfires’ of de naam van dit kloekmoedige collectief nooit op je radar te zien verschijnen. Zeker in een jaar waarin de constante berichtenstroom over corona hooguit onderbroken werd door nieuws over Black Lives Matter. Sault schopt je namelijk ook een geweten met Black Is en Rise.

De eerste plaat werd opgedragen aan George Floyd, en bij uitbreiding aan al wie ooit te maken kreeg met politiegeweld of systematisch racisme. Ontreddering is daarbij soms je deel. Zusterplaat Rise klinkt dan weer veel strijdvaardiger. En nog duidelijker gericht op de dansvloer. Black Is verdoolt in een ingenieus labyrint van soul, gospel, afrobeat, hiphop en experimentele pop. De invloeden op Rise kantelen van house naar postfunk, Braziliaanse percussie en boogie. Wat Sault daarbij zo uniek maakt is, dat je hen nooit van een retro-eerbetoon zou verdenken. Dit is een ultiem tijdsdocument van 2020 en een gedurfde, avontuurlijke muziekcollage. Een gebalde vuist, met vuistdikke ballen, zoiets.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234