Zondag 20/10/2019

#PKP15

Deze 10 bands hebben Pukkelpop 2015 tot een van de beste edities sinds lang gekroond

Archiefbeeld Beeld Jokko

Er was de voorbije maanden nogal wat inkt gevloeid over de dertigste verjaardagseditie van Pukkelpop. Te veel oude namen, geen échte headliners. Desondanks verkocht het festival vlot uit, en werd het -niet alleen dankzij de tropische temperaturen- uiteindelijk één van de beste edities sinds lang. De muziekredactie koos uit meer dan 250 optredens de tien absolute hoogtepunten.

1. AmenRa

Mocht muziek een kleur hebben, dan blakerden de songs van AmenRa onmiddellijk roetzwart. Het is niet overdreven om te zeggen dat deze band uit Kortrijk met geen enkele andere act op de affiche te vergelijken viel, en zelfs daarbuiten was het zoeken naar aanknopingspunten. Tool, misschien? Het optreden van deze post-metalband ontplooide zich als een bijzonder fysieke gebeurtenis. Neem een nummer als 'The Pain It Is Shapeless We Are Your Shapeless Pain', een compositie die traag op gang kwam en zichzelf meer dan tien minuten in het donkerse mysterie huldde, maar tussendoor met een paar verpletterende uitbarstingen niettemin je hele inwendige huishouding herschikte.

Zanger Colin H. van Eeckhout begon geknield aan de set, sloeg metalen staven tegen elkaar, en toen hij uiteindelijk overeind kwam kreeg het publiek als altijd enkel zijn getattooeerde rug te zien. Veel meer dan een klein, vleeskleurig onderbroekje had hij niet aan, maar dat belette hem niet om de longen met een vervaarlijke kracht haast létterlijk uit z'n lijf te schreeuwen.

AmenRa trad niet gewoon op, maar bood een overrompelende totaalervaring en zoog je helemaal mee de muziek in. Het was aangenaam zoals een avondje waterboarding in bepaalde kringen vast ook aangenaam wordt bevonden. Na vijftig minuten -vroeger dan voorzien- was het leed geleden, maar het was goed zo. Méér zou -zowel voor de band als het publiek- de gezondheid ernstige schade hebben toegebracht. Maar eerlijk: dit was een passage die achteraf nog dagen aan je ribben bleef kleven. In één woord: verpletterend.

AmenRa Beeld Alex Vanhee

2. Jurassic Five

Wow: zelden zoveel rappers (vier) tegelijk zo soepel door elkaar horen flowen als bij Jurassic 5. Kom daar maar eens om bij collega-veteranen als de elkaar hopeloos overschreeuwende Wu-Tang Clan of bij brallerige jonkies als A$AP Rocky. Al even dartel buitelden de beats, scratches en samples van de dj's Nu-Mark en Cut Chemist over elkaar.

"This sounds a little scratchy after all these years", hoorden we tijdens een rondje turntablism, maar de collage van funk-, soul- en exoticasamples klonk nog even fris als in de hoogdagen van deze hiphoppers, vijftien jaar terug. 'Quality Control' en 'Jayou' waren maar twee hoogtepunten in een good vibe die een klein uur lang over de weide voor de Main Stage rolde. Topshow dus, en een klinkend antwoord op al wie meent dat hiphop live nooit verder komt dan brallen over bitches of snoeven over Courvoisier. Of zoals het in 'Concrete Schoolyard' klonk: "original beats and real live mc's".

3. Charli XCX

Charli ging naar Pukkelpop en bracht mee: een cheerleaderoutfit, sneakers met plateauzolen en een trio badass motherfucking chicks (op bas, gitaar en drums). Op plaat kauwt ze bubblegumpop, maar live deed ze het met punk, haar eerste liefde. Kort, snel, snedig, hard en ook wel catchy as hell. Haar nummers mogen dan quotes bevatten die beeldig staan op pennenzakken ("I just wanna break the rules"), zij spuwde ze uit als mitraillettevuur.

Charli is een popster, een bommetje dat stuitert van links naar rechts en van boven naar onder, maar ook: een figuur van vrouwelijke kick-assery, van empowerment, vol attitude. Dat schudden met de poep en flirten met het statief: sexy, maar wie durfde haar blik te vangen? Dansen met Charli is als lopen met dynamiet: die ontploffing kómt er, en ze duurde in het geval van Pukkelpop precies vijftig minuten. Tot 'Boom Clap' stopte en u aan de bar kon gaan blussen. Je suis Charli. En u?

Charli XCX Beeld Alex Vanhee
F.F.S. (Franz Ferdinand & Sparks) Beeld ANP

4. F.F.S. (Franz Ferdinand & Sparks)

Het gebeurt niet zo vaak dat twee bands hun eigen loopbaan aan de kant schuiven om samen een nieuwe groep te beginnen, louter en alleen omdat ze zo'n fan zijn van elkaars muziek. Toch is dat het verhaal achter F.F.S., het kersverse gezelschap met naast het voltallige Franz Ferdinand ook hun Amerikaanse helden Sparks. Het onlangs verschenen debuut combineert het beste van twee werelden, en ook live hing er meer dan eens magie in de lucht hing.

'Take Me Out' en 'This Town Ain't Big Enough For The Both Of Us' -ze coverden ook een handvol van elkaar's oudere classics, uiteraard- waren van die aard dat niet alleen het dak eraf ging, maar ook de vloer in de Marquee het elk moment dreigde te begeven onder het gewicht van het op en neer verende publiek.

De sardonische humor, de gortdroge ironie, de ingenieuze teksten... Het was allemaal even geniaal als tongue in cheek, met het ronduit hilarische ego-oorlogje 'Collaborations Don't Work'. Want voor de slechte verstaander: werken deed déze samenwerking dus wel.

5. Evil Superstars

Wat uw verwachtingen over de Evil Superstars-reünie ook waren, Mauro en zijn bende bliezen ze aan flarden met een stronteigenwijze selectie uit hun cultoeuvre. De Marquee was één uur lang een vreemde, vreemde planeet. Halsbrekender bochtenwerk hebben we in drie dagen Pukkelpop niet gehoord. Wie deze jongens destijds nog aan het werk had gezien, stelde vast dat de chaos van toen nu een betere uitlaatklep had gevonden.

Geen gedoe meer met te vroeg ingezette nummers, overstuurde instrumenten en dronkenmansideeën - alle manie zat in de zeventien kanten tegelijk op stuiterende muziek. De sfeer verwoordde Tim Vanhamel perfect met de song 'I'm on a High', een nummer dat hij wel met Millionaire opnam, maar eigenlijk voor de Superstars schreef. Mauro zong dan wel over "a sad sad planet", Pukkelpop was duidelijk massaal komen opdagen voor een rondje "smart sex with a winner", zoals het klonk in 'B.A.B.Y.'.

Evil Superstars Beeld Alex Vanhee
Tame Impala Beeld Alex Vanhee

6. Tame Impala

Tame Impala - het geesteskind van de Australische zanger/producer/muzikant Kevin Parker- heeft recent de overstap van cultband naar mainstream-act gemaakt zonder gezichtsverlies te lijden. Op het nieuwe Currents handelt Parker complexloos in glasheldere popmuziek. Toegegeven: er zit nog steeds een psychedelisch randje omheen, maar de songs zelf klonken nooit eerder zo rechtoe-rechtaan. Ook uit de liveset van Tame Impala sprak ambitie. Opener 'Walk On' spatte robuust uit de luidsprekers, en in 'Why Won't They Talk To Me' hoorde je hoe een kruisbestuiving tussen The Beach Boys en T.Rex zou klinken.

Extatische droompop, dàt was het. Parker zong meer dan eens met een stemvervormer - de vergelijking met Daft Punk borrelde vanzelf op- en de lange gitaarsolo's van de begindagen hadden plaats geruimd voor nadrukkelijk op de voorgrond getrokken keyboards. De set leek één lange trip die uiteindelijk uitmondde in 'Feels Like We Only Go Backwards', de song waarmee de band in 2012 wereldwijd doorbrak. Je kon er niet omheen: Tame Impala was een grote groep geworden.

7. James Blake

Uw teen gestoten? Een nagel omgeslagen? Gewoon heimwee? Níét naar de EHBO gaan, wel naar James Blake: zijn stem is zalf voor alle wondjes. 'Limit to Your Love' klonk zelden prangender (die basdreun zullen we wel nooit gewend raken), 'Retrograde' kreeg hier een steviger stel kloten aangemeten dan ooit tevoren en 'Lindisfarne' was ontroerend. James Blake is één van de weinige artiesten die de stilte beheerst. Hij weet waar hij zijn beats moet leggen, waar zijn stem hoort, waar het méér mag zijn en, vooral, waar minder.

Bij momenten, zoals bij 'Life Round Here', lijkt er amper iets te gebeuren (schijn!), elders knapt er iets, maar altijd is er beweging, en als er ergens een halve tik verandert, reken er dan maar op dat hij daarmee ergens naartoe wil. Je kon James Blake al meerdere keren en op verschillende plekken gezien hebben in België, maar laat ons elkaar geen Wilhelm noemen: nooit beter en scherper dan hier en nu.

8. Jamie xx

Zou hij nu live spelen of een dj-set draaien? Jamie xx nam de twijfel snel weg toen hij als eerste song 'Good Times' van The Persuasions op de draaitafel legde, de vergeten soulparel waarrond hij zijn hit 'I Know There's Gonna Be (Good Times)' boetseerde. De knoppendraaier van The xx bood zo een blik in zijn interne keuken. Na een rondje spot-de-sample liet Jamie xx de Dance Hall zijn persoonlijke geschiedenis met dansmuziek meebeleven.

Die trip leidde langs gestileerde rave, 's mans remixwerk voor o.a. Radiohead, Londense piraatzenders en ninetiesdance. Geen massa-euforie in het publiek, iedereen beleefde zijn eigen intieme roesje. In één beeld: het frêle rosse meisje in dat in een flits op het scherm passeerde. Met een voorzichtige, tikkeltje mysterieuze glimlach op de lippen stond ze met de ogen dicht te genieten. Een Mona Lisa-smiledie een fractie van een seconde opflakkerde in een door de discobol weerkaatste lichtstraal.

Jamie XX (archiefbeeld) Beeld Redferns via Getty Images
STUFF Beeld Alex Vanhee

9. STUFF

Zouden we dit jaar al veel méér intrigerende platen dan het titelloze debuut van STUFF. gehoord hebben? Die kans is klein.

Live blijkt de groep uit "Gentwerpen" het punt achter zijn naam bovendien wel dégelijk gestolen te hebben. Een uitroepteken of vraagteken - zelfs een verbijsterd beletselteken - ware méér op zijn plaats geweest.

Op Pukkelpop zien we deze krolse jazzcats hun klauwen diep planten in hiphop-samples, elektronica, mathrock, funk en future disco.

Sluimerende waanzin? Hun kattenkruid. Het levert een bijzonder fysiek nummertje in de Wablief?! op, dat in strak crescendo blijkt te gaan, en in het beste geval zelfs buitenlichamelijke proporties aanneemt. Zou dit eigenlijk wel nog legale stuff zijn? Best effe die patrouillerende buitenwacht met kepie en Bancontact aanspreken.

Hoewel de groep een aarzelende start lijkt te nemen, ontpopt hun set zich geleidelijk aan tot een vierdimensionale zinsbegoocheling. In de handen van STUFF. verandert een collage van Electric Wind Instrument, funkbas, kregelig orgel en stevige scratches in een droom van klank, kleur en clandestiene pret.

Op elf seconden tijd sjezen elfendertig muziekstijlen voorbij, terwijl eenmansblazers-combo Andrew Claes in een pogo verwikkeld lijkt met zijn saxofoon - denk aan een mix tussen Jimi Hendrix en John Coltrane.

De boel ontregelt slag om slinger, maar wordt tegelijk kordaat bij elkaar gehouden door bassist Dries Laheye en drummer Lander Gyselinck. Die leggen voortdurend een stevige groove, gebeiteld in dwarse funk en minimalistische hiphop.

Zou Hudson Mohawke of Flying Lotus eigenlijk nog een balorkest zoeken? In dat geval: gevonden!

10. alt-J

In Werchter liet alt-J eerder deze zomer de Barn nog uitpuilen, en op Pukkelpop schitterde de groep drie jaar geleden in een letterlijk stomende Castello. Maar op het hoofdpodium kreeg de groep eindelijk de ereplaats die ze verdiende. Al was het niet noodzakelijk de plek waar deze verlegen jongens uit Leeds altijd op hadden gehoopt.

Hun songs getuigen vaak van zo'n grote subtiliteit en klein gebaar dat je de Britse band beter in een transparante sneeuwglobe aan het werk zou zien dan op een intimiderend groot openluchtpodium. Toch weerde alt-J zich als een leeuw. De band torste bijvoorbeeld een absoluut fabuleuze lichtshow mee, en een videowall met smaakvolle tot intrigerende projecties, die de aandacht slinks afleidden van de jongens zélf.

Grootse performers zijn immers niet verloren gegaan aan dit Brits kluitje. Méér nog: ze lijken haast per ongeluk langs de Grote Poort te zijn geglipt. Maar de songs hebben ze wél. Zo betrapte je jezelf al gauw op luide, kattevalse maar zegedronken samenzang tijdens 'Something Good' of 'Breezeblocks'. Het timbre van frontman Joe Newman is zo eigenaardig, dat ze op risico van eeuwige spot te kopiëren is. Méér succes had je met een simpele daad van hoffelijkheid: in die laatste song werden meisje massaal op de schouders van hun vriendje gehesen.

Net zo goed kon de aanstekelijke single 'Left Hand Free' rekenen op groot enthousiasme, naast een scanderende spionkop. En nog belangrijker: de song kon ook rekenen uw eeuwige sympathie. Hoe geolied en geroutineerd de groep bleek te zijn, toch derailleerde ze heel eventjes. Zo moest Newman de song na twee maten opnieuw inzetten na een faux-pas. Niemand die zich een buil viel aan zijn flater: ook de danspasjes voor de Main Stage getuigden immers van een vergelijkbare en vergeeflijke wankelheid.

Een massale chant tijdens 'Mathilda' deed uiteindelijk helemààl vergeten dat de groep zich in een ongemakkelijk MainStage-keurslijf gewurmd zag. En voor alle wiskundigen onder u: de driehoek bleek nog lang niet in het verdomhoekje beland. Tijdens 'Fitzpleasure' of 'Breezeblocks' vormden fans eensgezind een triangeltje met de vingers, alsof ze een clandestien verbond hadden gesloten met deze opgewaardeerde underdogs.

Klein gebaar, grote kracht. Ook dàt was alt-J dus.

alt-J Beeld Alex Vanhee
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234