Woensdag 16/10/2019

dEUS

dEUS viert 20 jaar ‘The Ideal Crash’: ‘Ons geluk? Dat het echt zware spul nooit in omloop is geweest’

Beeld Illias Teirlinck

Twintig jaar geleden zag ‘The Ideal Crash’ van dEUS het levenslicht en dat vieren Tom Barman en co. met ‘The Ideal Crash – 20th Anniversary Tour’, die vrijdag van start gaat in het Franse Rijsel, onderweg acht al lang uitverkochte AB’s passeert en de groep tot en met de zomerfestivals zoet zal houden.

Voor de gelukkigen met een ticket én voor de thuisblijvers vertellen we deze en volgende week het verhaal van toen. ‘We werden gewaarschuwd: deze plaat zou ons maken of kraken.’

Tom Barman (frontman): “Na ‘In a Bar, Under the Sea’ heb ik met Craig (Ward, t oenmalig gitarist bij dEUS, red.) een klein akoestisch tourtje gedaan, met voornamelijk covers – ‘Thirteen’ van Big Star en iets van Bonnie ‘Prince’ Billy onder andere – en een paar nieuwe songs die ik blijkbaar al had. Dat liep allemaal ongeveer gelijk met de plannen van ons management, dat ineens in Spanje een hotel wilde kopen. De vorige plaat hadden we opgenomen in Mol: de lokroep van Andalusië was groot (lacht).”

Filip Eyckmans (Musickness, management): “De liefde tussen dEUS en Spanje is al veel eerder begonnen. In 1990, op mijn 19de, heb ik in Spanje gewoond, en ik heb toen voor dEUS twee concerten in Madrid geregeld. En met hun eerste democassette zijn we gaan touren in Léon, waar ik een lief had. Tijdens de eerste tour in Madrid was Jules (De Borgher, red.) nog chauffeur, tijdens de tweede was hij drummer. Een periode die dEUS gevormd heeft. Jaren later hadden we met Musickness zes of zeven groepen, en daarvan zaten er altijd wel een paar van in de studio. Dure studio’s doorgaans, in steden of helemaal op de boerenbuiten. Door de band die er al was met het land – ik had toen ook nog altijd een Spaans lief dat bij mij in Antwerpen woonde – zijn we ginds op zoek gegaan naar iets typisch Spaans, niet te groot, niet te klein, en dicht bij de luchthavens. Zo zijn we in Ronda terechtgekomen, en zo is Enfrente Arte (Eyckmans’ hotel, red.) ontstaan.”

Klaas Janzoons (violist en toetsenist): “Filip heeft toen nog een huis bijgekocht om een studio in onder te brengen. Aan fondsen geen gebrek.”

Eyckmans: “De studio lag aan de rand van het stadje en had een mooie opnameruimte met zicht op de bergen. Erboven was een café, een soort kunstgalerij en een vintage shop met cd’s en kleren. Het hotel was centraler gelegen. Ik had geleerd dat een groep niet te lang op elkaars lip moet zitten, vandaar dat we kozen voor twee plekken. In het hotel werd gecomponeerd, gerust en geleefd, in de studio werd vooral gewerkt. Iedereen ging om de beurt zijn tracks inspelen en had zijn eigen leven. De studio en het hotel lagen ook net ver genoeg uit elkaar – op tien minuutjes wandelen ongeveer – waardoor iedereen zijn eigen route had langs cafeetjes en tapasbars.”

Barman: “We zijn naar Ronda gegaan, en ik denk dat we er uiteindelijk anderhalf jaar hebben gewoond. Ik hoef je niet te vertellen dat dat een prachtige tijd was. Met de ezel door de kasseistraatjes van dat schitterende stadje: za-lig. Enfin, ik had zelf uiteraard geen ezel bij, maar als je naar de studio wandelde, werd je wel voorbijgestoken door mensen op ezels.”

Janzoons: “Ik herinner me dat we daar nog aan een feria hebben meegedaan, een jaarlijks terugkerend feest dat een week duurt. Iets tussen carnaval en een religieus gegeven, elk dorp viert het op een ander moment. Extreem decadent. De enige keer in mijn leven dat ik een delirium heb gehad, ik zag echt beestjes op de muren.”

Danny Mommens (voormalig bassist) “Ronda was luilekkerland: zwembad, lekker eten, open bar… En een hele mooie omgeving.”

Jules De Borgher (voormalig drummer) “Ik herinner mij dat als een heel ontspannen periode. Voor een drummer is het anders dan voor de rest: wij hebben in het begin veel werk en dan valt het allemaal wat van ons af. Maar het was er aangenaam rondhangen. Dat de bar 24 uur op 24 open bleef, hielp ook (lacht).”

Schotse belegering

Eveneens van de partij in Ronda: producer David Bottrill, een man die twintig jaar geleden, op zijn 37ste, al een palmares had met daarop namen als King Crimson, Peter Gabriel, David Sylvian, Tool, The Smashing Pumpkins en Nusrat Fateh Ali Khan.

Christian Pierre (Musickness, management) “Jongens maken lijstjes, en omdat er geen gebrek was aan budgetten, was het een lijstje met allemaal grote namen. Bottrill stond erin, Stephen Street (The Smiths, Blur, New Order, red.) ook, als ik het mij goed herinner. Maar je kiest een producer uiteraard niet op papier, er moet ook een persoonlijke klik zijn, en daarom zijn Tom en Craig naar Londen gegaan voor een reeks interviews.”

David Bottrill: “Ze hadden de hele dag met producers gebabbeld, en ik was de laatste in de rij. Ze waren moe en grumpy: ‘Wat denk jij voor ons te kunnen doen? Ja? Waarom denk je dat? Really?’ (lacht). Ik had wat demo’s van hen gehoord, waaronder een vroege versie van ‘Instant Street’, als ik mij niet vergis. Vier of vijf songs in totaal. Hun vorige platen kende ik summier, maar ik vind het doorgaans niet belangrijk wat een groep al gedaan hééft. Die platen zijn af, daar valt niets meer aan te veranderen. Het gaat erom wat ik nog zou kunnen doen.

“Ik denk dat ze uiteindelijk voor mij hebben gekozen omdat ze moe waren en de knoop wilden doorhakken (lacht).”

Janzoons: “dEUS is een groep die grotendeels zichzelf producet, we hebben vooral een soort scheidsrechter nodig om alle meningen te kanaliseren. De meeste groepen hebben een producer nodig om tot ideeën te komen, wij hebben er een nodig om ideeën weg te gooien.”

Barman: “We hebben voor David gekozen omdat hij allround was, hij had met heel uiteenlopende artiesten gewerkt. En persoonlijk was ik vooral gecharmeerd omdat hij met Nusrat Fateh Ali Khan in de studio had gezeten. Hoeveel kunnen er dat zeggen? Voor de verhalen alleen al had ik hem gekozen! Zo gaat dat als je jong bent: je wil námen, en mensen die met je helden in de studio hebben gezeten. Dat David een heel aimabel persoon is, was mooi meegenomen.”

Beeld Alex Vanhee

Bottrill: “Ze hebben me niet gezegd wat ze van mij wilden, en ik denk ook niet dat ze dat zelf goed wisten.”

Barman: “We gingen stilaan naar de 30 en wilden de chaos van de beginjaren achter ons laten. Sommigen zullen zeggen dat David ons een gladdere, iets commerciëlere klank heeft gegeven, ik noem het liever een volwassenere klank.”

Bottrill: “Om te kijken of het ook op professioneel vlak klikte, zijn we eerst één song gaan opnemen in de ICP Studios in Brussel. Geen idee meer welke song, maar ze staat op de plaat.”

Barman: “Djeezus, inderdaad, dat was ik al vergeten. ‘Put the Freaks up Front’ was dat. And it worked. Ik begon in die tijd net in de jazz te duiken, en één van de mooiste klanken in de jazz vond ik een trompet en een fluit, unisono. Dezelfde noten, tesamen. Herbie Hancock heeft het veel gebruikt op ‘Maiden Voyage’. Craig zei: ‘No fucking way. No fucking flutes on this album, mate (lacht).’ ‘But Craig, it’s beautiful!’ Ik hield voet bij stuk, and he loved it. Hij is meteen naar de piano gegaan voor nog een harmonie, ineens was hij niet meer te houden. Craig was in die tijd een lawine van ideeën. ‘The Ideal Crash’ was zijn statementplaat. Ik weet nog dat hij in alle bescheidenheid over Rudy (Trouvé, Craigs voorganger bij dEUS) zei: ‘He didn’t leave, I arrived.’ Craig heeft in elk nummer een eigen song toegevoegd. Een Schotse belegering van dEUS was het. Wil hij nog altijd niet spreken? Omdat hij bomen aan het planten is in Schotland? (lacht hard) Geef toe: dat is dan wel weer mooi.”

Bottrill: “dEUS is de groep van Tom, maar het aandeel van Craig viel niet te onderschatten. Ik denk dat ze een soort Lennon-McCartney-verhouding hadden. Craig wilde altijd linksaf slaan: fuck things up, make them different, uniek. Hij heeft een heel eigen stijl van gitaar spelen. Nu, eigenlijk zijn ze allemaal uniek. Die partijen en arrangementen van Klaas: als hij ermee kwam aanzetten dacht je: voor welke song is dat? Maar dan hoorde je het ín de song en besefte je: aha, zo werkt zijn brein. Jules was de motor van de groep, en Danny het soort muzikant dat iets nooit twee keer hetzelfde speelt. Opwindend en frustrerend tegelijk. Had hij iets gespeeld dat heel cool was en vroeg je hem om het nog eens te spelen, dan zei hij: ‘Zo heb ik dat niet gespeeld.’ ‘Jawel, Danny (lacht).’ Ik ben dol op Danny, such a character. Zijn momenten op de plaat noem ik the little golden moments.”

Mommens: “Ik zou niet weten waarom ik iets twee keer hetzelfde zou moeten spelen? Je legt er toch altijd een beetje een andere feel in, niet? Maar David wilde dat we onze partijen allemaal live inspeelden, in één take, zonder achteraf veel te bewerken, en daarin kon ik hem wel volgen. Het was soms een hele dag alleen maar bassen, tot vier uur ’s nachts, tot het erop stond.”

Barman: “Niet dat ik dat toen niet vond, maar het viel mij opnieuw op toen ik de plaat onlangs nog eens heb beluisterd: Danny was zó goed! En heel serieus in die zaken. Luister naar ‘Nothing Really Ends’, wat niet op ‘The Ideal Crash’ staat, maar wat het laatste is dat we met hem hebben opgenomen; hoe fantastisch is die baslijn?”

Geweldige akoestiek

Terug naar Ronda, waar Klaas Janzoons zich voor het eerst waagt aan het schrijven van arrangementen.

Janzoons: “Ten tijde van ‘Worst Case Scenario’ was ik nog maar net bij de groep, en dat was ook vooral de plaat van Tom en Stef (Kamil Carlens, voormalig bandlid, red.). Ik ben begonnen als gastviolist tijdens Humo’s Rock Rally. Het klikte en ik ben gebleven. Maar het was zoeken naar mijn rol. Viool is moeilijk: drummers, bassisten of gitaristen kunnen zich makkelijk spiegelen aan anderen, maar als violist in een rockgroep heb je heel weinig voorbeelden. Mensen dachten dat ik heel hard geïnspireerd was door John Cale, maar die kende ik toen totaal niet. Soms heeft een song ook geen viool nodig, het maakt alles al snel te folky. Ik speelde toen bovendien nog op een akoestische viool: dat heeft maar één klank. Tegenwoordig, met mijn elektrische, klink ik soms meer als een gitaar of een pauk. Op ‘In a Bar, Under the Sea’ ben ik voor het eerst wat toetsen beginnen spelen, en voor ‘The Ideal Crash’ ben ik in de rol van multifunctioneel muzikant gekropen: toetsen, viool, percussie, en arrangementen. Ik heb totaal geen klassieke opleiding, maar het ging mij wel af. Vanaf dan was ik niet langer de violist die af en toe op een nummerke meespeelde.”

David Bottrill had intussen ontdekt dat de rudimentaire repetitiestudio in Ronda een veel betere akoestiek had dan verwacht, en liet een batterij extra microfoons aanrukken.

Bottrill: “We zaten in de Ronda voor de preproductie, de echte opnames zouden gebeuren in El Cortijo, een studio een halfuur verderop. Maar het liep lekker, en al snel dachten we: als we wat extra materiaal laten komen, kunnen we hier ook best wat dingen opnemen. Uiteindelijk is het merendeel van de drums in Ronda opgenomen.”

De Borgher: “Dat was niet zo evident, omdat niemand echt zin had om live mee te spelen. De drums die we in Ronda hebben opgenomen, dat was ik alleen met Tom Barman op akoestische gitaar, gewoon ter begeleiding, om de contouren van de song te tekenen. Ik moest het mij allemaal wat luider en elektrischer voorstellen dan het was. Onze eerste twee platen waren nagenoeg volledig live ingespeeld met de hele groep samen, ‘The Ideal Crash’ was een beetje anders, waardoor het een iets zachtere plaat is geworden. Omdat de drums bij wijze van spreken op akoestische gitaar zijn ingespeeld (lacht).”

Beeld Koen Keppens

Eyckmans: “Enfrente Arte diende vooral om te schrijven. In de studio kon worden gewerkt – Die Anarchistische Abendunterhaltung heeft er zijn ‘We Need New Animals’ wél volledig opgenomen, en Tindersticks zijn er achteraf ook nog geweest – maar het was niet state of the art. Ik kende niks van studio’s, maar ik heb dat ding toen wel zelf gebouwd. Ik wist gelukkig wel een paar dingen, dat je tegenoverliggende muren niet volledig evenwijdig mogen lopen bijvoorbeeld, dat je in een trapezium moet bouwen… Maar ik had er geen technici of ingenieurs bijgehaald. En dan kwam die Bottrill ineens af: ‘De akoestiek is hier ongelooflijk voor de drums!’ Bon, ik had het blijkbaar zo slecht niet gedaan.

“Tim Vanhamel is er ook nog komen opnemen met zijn eerste groepje, Sister Poo Poo. Later zijn we de studio ook gaan gebruiken als concertzaal. We stopten er op den duur 150 man in: compleet illegaal, maar het klonk er fantastisch. Vive La Fête heeft er zijn eerste buitenlandse optreden gedaan, Think Of One is zes of zeven keer geweest, Buscemi ook… Zowat de hele Belgische scene is gepasseerd.

“Eind 2000, na de ‘Ideal Crash’-tour, ben ik uit Musickness gestapt en heb ik beslist om het hotel ook open te stellen voor publiek. Ik heb er dat jaar ook nog de productie van ‘De mol’ gedaan. Vorig jaar in augustus heb ik het dan uiteindelijk verkocht. Ik heb hier in Estepona ook een finca waar ik aan ecologische landbouw doe, en die tegelijkertijd dienstdoet als trainingscentrum voor Bossaball, een sport die ik heb uitgevonden (een combinatie van volleybal, voetbal en capoeira, op muziek, red.). Het was allemaal wat te veel aan het worden.”

Janzoons: “Ik ben er afgelopen zomer nog geweest met mijn kinderen en mijn vriendin, de allerlaatste week voor het verkocht werd. Het deed mij wel wat, het is toch een deel van mijn leven geweest.”

Make or break

De crisis in de platenfirmawereld was in 1998 langzaam maar zeker ingezet, en bij Island Records – waar dEUS onderdak had gevonden naast helden als Tricky en Tom Waits – werd er duchtig geherstructureerd. Een hoop artiesten werd wandelen gestuurd, dEUS was zowat de enige niet-winstgevende groep die mocht blijven. Maar daar moest verandering in komen. Van ‘Worst Case Scenario’ en ‘In a Bar, Under the Sea’ werden telkens tussen de 150.000 en 200.000 stuks verkocht, dit keer moesten het er meer zijn.

Barman: “Mark Marot, de toenmalige baas van Island, heeft toen letterlijk in een of ander vakblad gezegd: ‘It’s make-or-break time for dEUS.’ Als je dat leest, slik je wel even. Maar uiteraard lag de lat hoog, en ‘The Ideal Crash’ heeft het niet slecht gedaan. Geen miljoenenverkoop, maar toch zo’n 450.000 exemplaren, denk ik.”

Om te kijken hoe het hun investering verging, stuurde Island regelmatig twee managers naar Ronda.

Barman: “Nigel Coxon en David Bedford: toffe gasten, ik vermoed dat ze in Londen zullen zijn als we er spelen. Het waren de laatste jaren dat er nog met geld werd gegooid, en ik kijk er met een weemoedige dankbaarheid op terug. ‘Wij dokken, ga naar Spanje en kom terug met een dijk van een plaat’: dat is toch prachtig. Maar dan kwam Napster en was het stilaan afgelopen met de grote budgetten.

“Dat Coxon en Bedford op bezoek kwamen, zorgde zeker niet voor extra stress. Ze kwamen vooral wat rondhangen. En als we aan het werken waren, zaten ze er weleens bij, en af en toe riepen ze wat. Wat dan doorgaans lateraal werd genegeerd (lacht).”

Bottrill: “Ik herinner me niet dat de druk groter was dan bij andere platen waaraan ik heb gewerkt. Die managers zijn een paar keer op bezoek geweest, ja. Maar iedereen kwam gewoon graag naar Ronda. Ze waren nooit opdringerig, deden niet moeilijk. And they liked what they were hearing. Ik had niet de indruk dat ze zich veel zorgen maakten. En ze wisten natuurlijk ook wat ze in huis hadden gehaald: crazy Belgians (lacht).”

En die crazy Belgians, gemiddeld 27 en in de fleur van hun leven, hielden wel van een feestje.

De Borgher:  “We zaten niet elke avond op café, maar ontkennen dat er redelijk wat gefeest is geweest, zou belachelijk zijn.”

Barman: “We zaten wél elke avond op café, tuurlijk wel.”

Mommens: “Ik herinner me vooral de ‘7 de Copas’, een hele fijne bar waar we veel zaten. Er werden chupitos gedronken, van die kleine Spaanse shotjes. Als je er zo eentje drinkt, ben je direct in vorm. Als je er drie drinkt, ben je nog meer in vorm, en na vijf… Maar de volgende dag stonden we er wel weer om 11 uur. Soms iets later. Het moest wel relaxed blijven.”

Bottrill: “In de studio werd doorgaans niet gefeest, maar achteraf wel. We begonnen pas redelijk laat in de namiddag, werkten tot een stuk in de nacht, en dan gingen we er eentje drinken. Of twee of drie (lacht). Het zat het werk nooit in de weg. Het was niet zo dat er in de studio voortdurend flessen Jack Daniel’s en drugs rondgingen, maar er is wel eens wat gebeurd, ja. They’re a rock group, they party. What a surprise (lacht).”

Barman: “Ons geluk is geweest dat het echt zware spul bij ons nooit in omloop is geweest. Voor de rest: we waren 27 jaar, wat wil je? We waren nog van rubber! Uitgaan én ’s anderendaags presteren in de studio, dat ging toen nog.

“Eén keer, toen de groep al was verkast naar de El Cortijo Studio in San Pedro de Alcántara, op een boogscheut van Marbella, vielen werk en plezier met de beste wil van de wereld niet van elkaar te scheiden. Van de hand Gods geslagen na een gezamenlijk nachtje stappen, zat de groep plots vol ideeën. We hebben David Bottrill om vier uur ‘s nachts uit zijn bed gebeld om aan de outro van ‘Instant Street’ te werken.”

Bottrill: “I remember that (lacht). Ze kwamen van de bar, waren allemaal stomdronken, en wilden de studio in. Ik dacht: goed, ik word hier tenslotte voor betaald, ik onderga het even, en dan kan ik terug mijn bed in. Ik dacht dat het vreselijk ging worden, maar het eindresultaat was fantastisch. Begrijp me niet verkeerd: van een leien dakje liep het die nacht niet. Door de adrenaline van het nachtje stappen, speelden ze voortdurend veel te snel. Er is veel editing aan te pas gekomen.”

De Borgher:  “Daar weet ik totaal niks meer van, dus dat zou best kunnen (lacht).”

Barman: “Ik weet niet meer of we het idee hadden om ‘Instant Street’ op het einde te versnellen, of dat het gewoon was omdat we vol adrenaline zaten, maar dat vind ik eigenlijk ook niet belangrijk. Ik herinner me nog andere grappige nachtelijke sessies. Ik ben songschrijver en slaggitarist, gitaarsolo’s zijn niet mijn departement. Maar op een bepaald moment speel ik daar – geïnspireerd door ‘Let’s See Who Goes down First’, en in het holst van de nacht dus – toch wel iets dat zich wel degelijk heel erg in de solosfeer afspeelt zeker. Helaas lag de opnamebooth vlak naast de slaapkamer van Craig, die dus werd wakker gehouden door iets wat hij eigenlijk had moeten doen. ’s Anderendaags: ‘You fuck! I fucking couldn’t sleep!’ Toen ik liet horen wat ik had gedaan, moest hij schoorvoetend toegeven dat het toch niet zo slecht was (lacht).”

Beeld Alex Vanhee

Volwassen worden

De zon scheen dat jaar in Andalusië echter niet dag en nacht. Er waren interne strubbelingen, en zowat elk groepslid kreeg persoonlijke demonen op bezoek.

Janzoons: “Ik ben mijn toenmalig lief, destijds de vrouw van mijn leven, kwijtgespeeld aan de opnames van ‘The Ideal Crash’. Ik was nauwelijks nog thuis, en gaandeweg begon ik te voelen dat ik haar aan het verliezen was. Waardoor Spanje ineens ook een heel beklemmende plek werd. En toen de breuk uiteindelijk een feit was, moesten we nog een maand naar Londen om te mixen. Niet de leukste periode uit mijn leven. Het leek alsof de teksten van Tommy over mij gingen, alsof mijn ellende erin weerspiegeld werd.”

Bottrill: “Ik vond de teksten van Tom fantastisch. Hij zei vaak dingen op een manier waarop een Engelstalige het nooit zou formuleren, maar daardoor werd het net interessanter. Hij kwam er vaak mee naar mij: ‘Is dit correct?’ ‘Wel, zo zou ik het nooit zeggen, maar laat dat vooral geen bezwaar zijn (lacht).’”

Barman: “De teksten kwamen heel vlot en makkelijk. Het was de eerste keer dat ik dacht: tiens, ik kan ook gewoon over mezelf schrijven. Een openbaring. Het was de eerste keer dat ik zo persoonlijk uit de hoek kwam. Bono heeft ooit gezegd: rockzangers overdrijven hun eigen pijn. Wel: ‘The Ideal Crash’ is daar een mooi voorbeeld van.”

Barman had een nieuwe liefde, Magdalena Przybylek (de song ‘Magdalena’ draagt haar naam), een relatie die tijdens de opnames van ‘The Ideal Crash’ op de klippen liep. Craig Ward was net getrouwd, maar ook hij zat niet lekker in zijn vel en liet later optekenen: ‘I didn’t have fun recording that album’.

Bottrill: “Als ik hoor dat Craig er geen plezier aan heeft beleefd, dan maakt me dat erg triest. I thought it was fantastic. Eén van de fijnste opnames die ik ooit heb meegemaakt, en één van de platen waar ik het meest trots op ben. En dat zeg ik zonder overdrijven. Uiteraard waren er spanningen en discussies, maar die zijn er altijd als je creatieve mensen samenzet.”

De Borgher:  “Van Craig wisten we al een tijd dat hij het een beetje beu aan het worden was. Vooral touren stak hem tegen. Was de sfeer daarom slechter? Dat zou ik niet durven zeggen. Ik wist wel dat den Barman troubles had met zijn lief, maar hij was altijd nogal gesloten als het over zijn relaties ging. Je kwam er nog het meest over te weten in zijn teksten. Hij was ook regelmatig teruggetrokken, vooral als hij met zijn teksten bezig was. Dat was duidelijk iets van hem, daar was geen inmenging van de groep bij. ‘The Ideal Crash’ mag dan een groepsplaat zijn, de sfeer ervan wordt toch voornamelijk bepaald door Barman.”

Beeld Joris Casaer

Barman: “Ik was op korte tijd door een paar mensen serieus in de steek gelaten. Twee platen gemaakt en er waren al twee muzikanten weg, Stef en Rudy. Andere mensen zullen dat misschien anders plaatsen, maar het kan niet anders dan dat ik toen heb gedacht: als het zo zit, pak ik de boel over. Maar zoals gezegd was Craig heel belangrijk voor het volwassen maken van mijn composities. Die hele plaat gaat gewoon over volwassen worden. De teksten: dat is pure coming of age. Mijn eerste zware heartbreak, the power of love, the destruction of love…

“De spanningen met Craig kwamen vooral voort uit het feit dat zijn nieuwe vrouw er voortdurend bij was. Ik bedoel: het was niet dat we haar goed kenden, hij kende haar zelf nog maar drie lunches of zo, en hij was er al mee getrouwd. Maar ineens moest ze erbij zijn – ‘She’s my wife.’ (Verheft zijn stem) ‘What the fuck?’ En dan vond hij het niet kunnen dat mijn toenmalig lief, Magdalena, voor een paar dagen op bezoek kwam. ‘Die van u zit hier al drie weken te klagen dat er geen internet is! Die van mij heeft tenminste drie nummers opgeleverd!’ (lacht hard) ‘But she’s my wife’. ‘Aaargh!’.

“Als je erop terugkijkt met een volwassen blik kun je dat allemaal wel plaatsen – er is in ieder geval niks van blijven hangen.”

De opnames in Andalusië worden uiteindelijk tot een goed einde gebracht, waarna de groep met Bottrill naar Londen trekt voor de mixing. Hier en daar worden nog wat arrangementen en details ingevuld, en dan is ‘The Ideal Crash’ klaar.

Bottrill: “Ik heb het al gezegd maar ik herhaal het graag: ‘The Ideal Crash’ is een van de platen waar ik het meest trots op ben. Ze staat zonder overdrijven in mijn top twee of drie. Ik denk met veel plezier terug aan die periode, heb er een pak levenservaring opgedaan. ‘Instant Street’ opnemen om vier uur ’s nachts was geen pretje op het moment zelf, maar wat een fantastisch moment om op terug te kijken.

”Afscheid nemen is moeilijk. Meer dan een jaar heb je met elkaar doorgebracht, maar ineens is de plaat klaar: ‘Okay, bye!’ De groep gaat verder, op tournee, jij gaat naar je volgende job. Je spreekt af dat je contact zult onderhouden, maar je weet hoe dat gaat. Tom belt me ongeveer één keer per jaar, en verder wat berichtjes heen en weer bij verjaardagen. Maar zonder twijfel: dEUS is één van de ongewoonste groepen waarmee ik heb gewerkt. Dat maakte het net opwindend. Hetzelfde is ook maar hetzelfde.”

©Humo

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234