Vrijdag 03/12/2021

InterviewBoeken

Debuutroman van Jens Meijen: ‘Geluk is er ook in de veranderde wereld’

Jens Meijen: ‘Ik heb heel lang met de eindigheid van het leven geworsteld.’ Beeld Wouter Van Vooren
Jens Meijen: ‘Ik heb heel lang met de eindigheid van het leven geworsteld.’Beeld Wouter Van Vooren

In De lichtjaren, dat donderdag werd ­genomineerd voor de PrixFintroPrijs, schetst Jens Meijen (25) een grimmige wereld waar­in de klimaatverandering het leven stevig door elkaar heeft geschud. Maar noem het geen ­klimaatroman. ‘De eerste versie heb ik in een soort wazige razernij geschreven.’

In 2016 werd Jens Meijen de eerste Jonge Dichter des Vaderlands. Zijn poëziedebuut Xenomorf volgde drie jaar later, waarmee hij meteen de C. Buddingh’-prijs voor beste Nederlandstalige literatuur wegkaapte. En nu ligt zijn gloednieuwe roman te blinken op tafel, naast een dampende mok koffie. In De lichtjaren ontvangen de protagonisten, twee prille dertigers, een postpakketje met daarin een levende heremietkreeft. Hun zoektocht naar de afzender voert hen langs donkere kelders en hulpgroepen op het internet, terwijl ze ook nog eens proberen om hun onvervulde kinderwens een plek te geven.

De wereld waarin De lichtjaren zich afspeelt zal u niet meteen in huppelen doen uitbarsten: de aarde wordt er voortdurend geplaagd door extreme hittegolven, drinkwater is er zo schaars geworden dat er een limiet op staat en de openbare orde wordt bewaakt door drones.

Het veranderende klimaat en het verdwijnen van de natuur waren ook al thema’s in Meijens poëziebundel Xenomorf. In Paal-Beringen, waar we in zijn ouderlijk huis hebben afgesproken, ziet hij die veranderingen zich al jarenlang op kleine schaal ontvouwen. “Vroeger stond hier een eenzaam huis omringd door weiland, zover als het oog reikte. Nu wordt onze straat stilaan volgebouwd en de natuur versnipperd. Of dat een teloorgang is? Ik weet het niet. In die huizen wonen ook gelukkige mensen. Je kunt dus niet zeggen: natuur is goed, bouwen is slecht. Ik kan alleen maar vaststellen dat er iets verandert.”

Ook in zijn roman wil hij liever geen grote statements maken: Meijen observeert liever dan dat hij bekritiseert. “Ik schrijf over het klimaat omdat de huidige situatie me, zoals veel mensen van mijn generatie, grote zorgen baart. Maar De lichtjaren is geen klimaatroman. Ik gebruik het klimaat als vehikel om iets anders te vertellen. Dit boek gaat ook en vooral over wat het is om mens te zijn, over kinderen krijgen, over vriendschap, en ik zou het jammer vinden als het boek als een klimaatroman wordt weggezet.”

Die roman heeft Meijen duchtig volgeladen met knipoogjes naar de wereld waarin we vandaag leven: zijn boek is doorspekt met sms-taal, de Starlink-satellieten van Elon Musk cirkelen ook in die parallelle wereld nog steeds rond de aarde, en sociale media als Facebook en Instagram zijn er nog steeds razend populair. Een scherp contrast met auteurs die de actualiteit liever uit hun romans weren om ze een air van tijdloosheid mee te geven. “Ik denk dat als je bewust probeert om een tijdloos werk te schrijven, dat je daar altijd in faalt”, zegt Meijen. “Geen énkele literair werk is tijdloos. Als je een boek van een eeuw geleden vastpakt, dan lees je dat toch ook met het idee dat dit is hoe de wereld van toen eruitzag? De personages lopen rond in de kleren van die tijd, en ze spreken de taal van toen. Het feit dat wij het nadien tijdloos noemen, betekent niet dat het tijdloos is. Die geforceerde vereeuwiging van schrijvers door middel van hun literatuur vind ik net zo ijdel als het nemen van een selfie.”

Hoopvol

Of Meijen een tijdloos boek geschreven heeft zal, nu ja, de tijd moeten uitwijzen. Maar hij heeft in elk geval wel iets actueels op papier gezet. In welke mate zegt de wereld die in De lichtjaren geopenbaard wordt iets over het wereldbeeld van de schrijver zelf? “Ik vind het juist een hoopvol boek, in die zin dat ik geloof dat mensen zich aan bijna elke situatie kunnen aanpassen. Tegelijk denk ik ook dat we bepaalde evoluties niet meer kunnen omkeren. Het is goed om activistisch te zijn, om toch te proberen de klimaatschade tot een minimum te beperken, maar ik denk dat het ook nuttig is om ons mentaal voor te bereiden op toekomstscenario’s waarin we misschien wat minder luxe zullen hebben.

“Op een gegeven moment zullen we moeten inzien dat ons geglobaliseerde systeem niet meer houdbaar is. We gaan nu naar de winkel en vinden daar producten uit Madagaskar, Japan en Venezuela. Dat is zo absurd! We hebben nu alles van overal tegelijk, en dan lijkt de wereld die ik in deze roman schets natuurlijk desastreus. Maar wat ik wil tonen, is dat er ook geluk te vinden valt in die veranderde ­wereld.”

Al is dat geluk in De lichtjaren nu ook weer niet zó rijkelijk gezaaid: in Meijens roman krijgen de protagonisten, net voor de heremietkreeft zijn intrede doet, te horen dat hun kinderwens wellicht onvervuld zal blijven. Met ongeziene toewijding richten ze hun affectie vervolgens op de kamerplanten waarmee ze hun appartement vullen, en later op de heremietkreeft. Waarom was die ongewenste kinderloosheid een thema dat hij wilde aansnijden in zijn debuut? “In onze samenleving ligt de focus van een zinvol leven toch nog steeds heel hard op het krijgen van kinderen. We zijn bang om alleen achter te blijven of om vergeten te worden. Ik wilde de vraag opwerpen of het wel nodig, en ja misschien zelfs ethisch is om in deze wereld van twijfelachtig allooi kinderen op de wereld te zetten. Want je kunt een kind veel geluk, maar ook veel miserie geven. Het minste wat je kunt doen, is daar even over nadenken.”

Dát het aardse leven ooit een einde zal kennen, staat buiten kijf. “Zelfs als we de klimaatcrisis te boven komen, zal de aarde op termijn door de zon worden opgeslokt, en anders volgt er wel een andere catastrofe”, zegt Meijen haast zakelijk terwijl hij nog eens van zijn koffie nipt. “Er zal van deze wereld alleen nog een iel gas overblijven. Daarmee wil ik niet zeggen dat alles wat we op deze planeet uitsteken niets uithaalt, dat vind ik dan weer te nihilistisch. Ik denk niet dat het leven nut heeft, maar ik geloof wél dat het zinvol kan zijn.”

‘Op een gegeven moment zullen we moeten inzien dat ons geglobaliseerde systeem niet meer houdbaar is.’ Beeld Wouter Van Vooren
‘Op een gegeven moment zullen we moeten inzien dat ons geglobaliseerde systeem niet meer houdbaar is.’Beeld Wouter Van Vooren

Vindt hij dat een bevrijdende of een beklemmende gedachte, dat het allemaal toch nergens naartoe gaat? “Een bevrijding zou ik het niet noemen, want ik heb heel lang met de eindigheid van het leven geworsteld. Als kind heb ik eens een spreekbeurt gegeven over de manieren waarop onze wereld kon eindigen. Het heeft uiteindelijk nog lang geduurd voor ik dat gevoel van ‘Oh, shit, we gaan allemaal dood’ kon loslaten.

“Nadien is dat veranderd in een bevrijdend gevoel van perspectief: het maakt allemaal niet zo veel uit, dus ook niet als het misloopt. Mislukken mag. Vroeger durfde ik eigenlijk niet te beginnen met schrijven, omdat ik niet wist of ik het wel zou kunnen. Terwijl ik nadien dacht: als ik het nu niet probeer, doe ik het misschien nooit.”

Naam maakte Meijen tot nu toe vooral met zijn poëzie. Toch sleuren de zinnen in De lichtjaren geen grammetje overtollig vet met zich mee, zijn ze eerder sober dan overdadig – een valkuil waar dichters die de overstap naar de roman maken weleens in durven te lopen. In welke mate heeft Meijen de dichter in hem de mond moeten snoeren om deze roman te kunnen schrijven? “Ik had niet het gevoel dat ik mezelf moest intomen. Alleen moest ik er in tegenstelling tot in mijn poëzie, waar ik vaak behoorlijk fragmentarisch schrijf, wel over waken dat het allemaal samenkwam tot één gestroomlijnd geheel. De eerste versie van deze roman heb ik in een soort wazige razernij geschreven, waarna ik er nog anderhalf jaar aan heb zitten schaven en snoeien.”

In één ademtocht

Die aanpak verschilde enorm met hoe zijn poëzie tot stand komt. Vaak zet hij die gedichten in één ademteug op papier en verandert hij er nadien weinig aan. “Wat ik tracht te doen in mijn poëzie is een vonk in mijn hersenen vastleggen op papier. Van stijlfiguren zoals rijm maak ik nauwelijks gebruik: voor mij voelen die al snel ontzettend artificieel aan, terwijl ik een gedicht zo authentiek mogelijk wil houden. Zo’n rijmschema vind ik bijvoorbeeld echt iets uit de middeleeuwen; het haalt de oprechtheid van een gedachte of gevoel onderuit.”

Mogen we, nu het schrijven van romans zich aan Meijen heeft geopenbaard, nog nieuwe poëzie van zijn hand verwachten? Materiaal ligt er in elk geval wel, zegt hij. “Maar ik heb me tijdens het schrijven van dit boek gerealiseerd dat ik toch vooral romans wil schrijven. De poëzie is er eigenlijk ook eerder toevallig gekomen; ik schreef al veel langer korte verhalen, maar voelde me nog niet klaar voor die debuutroman. Poëzie had ik toen wél al liggen. Maar ik heb nu het gevoel dat ik ben opgewarmd, en klaar ben voor een volgend boek.”

Die tweede roman staat al in de steigers, alleen het contract moet nog ondertekend worden. Toch koestert Meijen niet de droom om ooit voltijds en om den brode te schrijven. “Dat wil ik uit principe niet: dan zou ik een product moeten afleveren dat commercieel succesvol genoeg is om in mijn levensonderhoud te voorzien. Waarom zou je de waarde van literatuur, iets wat zich juist omdat het zo uniek is helemaal onttrekt aan die commerciële marktlogica, aan de hand van verkoopcijfers willen meten? Nee, laat mij dan maar schrijven voor en na mijn werkuren.”

Jens Meijen, De lichtjaren, De Bezige Bij, 240 p., 21,99 euro.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234