Zondag 13/06/2021

InterviewJulian Borsani

De zoon van Barbara Sarafian: ‘Ze deed alles wat je moet doen om een kind goed op te voeden’

null Beeld Johan Jacobs
Beeld Johan Jacobs

Uiterlijk lijkt Julian Borsani niet op zijn moeder: zij is blond en blank, hij heeft gitzwarte haren, donkere ogen en een getinte huid dankzij de Italiaanse genen die hij meekreeg van zijn vader. Moeder en zoon runnen samen een modelijn, maar of hij van karakter op haar lijkt, daar is hij nog niet helemaal uit. ‘Ik zei het net nog tegen mijn vriendin: ik ben deze maand in een serieuze identiteitscrisis gesukkeld.’

De lente is pril: Julian ontvangt ons bij hem thuis in Gent, maar twijfelt tussen de tuin en de keuken. ‘’t Is mooi weer, Jools’, zegt Barbara, waarop Julian zich installeert op het terras, op de voet gevolgd door labrador Mike. Barbara brengt koffie en verdwijnt naar binnen: ‘Ik heb nog werk te doen.’

Julian Borsani: “We wonen hier sinds een jaar of twee samen. Ik woonde alleen, en na haar scheiding was mijn ma ook alleen. Het leek ons logisch om samen een huis te zoeken. We komen goed overeen, en het kwam professioneel goed uit: FokkoF was net gelanceerd, de modelijn die we samen beheren, en twee adressen was niet handig werken.”

Jullie wonen hier mooi: rustig gelegen met een grote tuin en toch dicht bij de stad. Hebben jullie lang moeten zoeken?

Borsani: “Toch wel even. Er was niks dat ons aanstond. Tot mijn ma dit huis vond. Ze belde: ‘Ik weet waar we gaan wonen.’ ‘Ah?’ ‘Ja, het is in feite al getekend.’ (lacht) Ze had gelijk: ik vond het meteen perfect. We hebben elk onze kant, met een eigen leef-, slaap- en badkamer, en we hebben gemeenschappelijke ruimtes, zoals de keuken en de tuin. Daar komen we samen.”

Moest het in Gent zijn?

Borsani: “Mijn ma verkiest Antwerpen of Brussel, maar ik wilde graag in Gent blijven. Ik woonde in het centrum, maar dat hoefde niet meer – ik was de drukte beu. Hier is het ideaal. Ik heb een maat een straat verderop, en achter de hoek woont er nog een.”

Jullie wonen al zowat je hele leven met z’n tweeën: je ouders zijn gescheiden toen je 1 jaar was, en je moeder heeft je grotendeels alleen opgevoed.

Borsani (knikt): “Soms met de harde hand, maar het is goed gekomen.”

Waar was ze streng op?

Borsani: “Goh. Mijn manieren, orde en mijn studies: ze deed alles wat je moet doen om een kind goed op te voeden, denk ik.”

Speelde je vader een rol in je leven?

Borsani: “Amper. Hij probeerde het wel, maar het lukte niet echt. Dan spraken we bijvoorbeeld af om samen naar Brussel te gaan, en stond ik vergeefs op hem te wachten. Als ik belde, was het: ‘Oei, was dat vandaag?’ Na een paar keer denk je: laat maar. Dat was mijn beslissing. Mijn ma heeft nooit gezegd dat ik hem niet mocht zien – al dacht hij dat dat wel het geval was.

“De jongste tijd probeert hij opnieuw contact te leggen, maar ik heb er voorlopig geen nood aan. Ik blok hem niet helemaal af: ik heb een kleine zus aan zijn kant, en ik wil haar een grote broer niet ontzeggen. Maar het is voor mij nog niet het juiste moment om close met hem te zijn.”

Je draagt zijn Italiaanse naam. Je moeder zei ooit dat ze al in de kleuterklas wist wat discriminatie was: ze werd uitgesloten wegens haar anders klinkende naam.

Borsani: “Ik heb met ‘Borsani’ nooit problemen gehad. Ik ben er voor zover ik weet ook nooit op aangekeken. Mijn voornaam lag moeilijker. Die spraken ze op alle mogelijke manieren uit: Choelian, Juuliaan

“Ik weet wel wat racisme is. Ik heb Marokkaanse en Turkse vrienden, en zie er zelf ook niet echt Belgisch uit: als ik met hen over straat loop, merk ik dat mensen helemaal anders naar me kijken.”

Vijandig?

Borsani: “Dat misschien niet, maar toch zeker meer op hun hoede. Ik heb in een winkel gewerkt, en als ik daar mensen vriendelijk vroeg of ik hen kon helpen, zag ik ze soms achteruitdeinzen. Racisme is heel aanwezig in onze maatschappij. In het begin schrok ik ervan: zijn mensen zó? Nu ben ik eraan gewend. Als ze gebaren maken, lach ik eens. Foert.”

Kun je dat makkelijk: foert zeggen?

Borsani: “Ja. Ik voel me niet snel aangevallen. Mensen kennen me niet, dus dan zal wat ze zeggen of doen ook niet persoonlijk bedoeld zijn. Daar ga ik altijd van uit.”

Wat als je iets negatiefs leest over je moeder?

Borsani: “Zulke zaken probeer ik zo weinig mogelijk te lezen. Er wordt zoveel geschreven, zeker online. Ik hoor het meestal van anderen als er iets over haar wordt gezegd. Ook als het over haar carrière gaat. Ze vertelt natuurlijk weleens over haar projecten, maar meestal hoor ik van anderen: ‘Je moeder was weer goed in die serie!’”

Heb je zelf acteerambities? Jullie stonden al een aantal keer samen op de set.

Borsani: “Mijn eerste rol was in Aanrijding in Moscou, via mijn ma. Maar ik heb, net als de anderen, wel een casting moeten doen. Ik vond het tof, en daarna volgden Allez, Eddy en In Vlaamse velden. Ook tof, maar na drie keer had ik het wel gezien. Acteren is hard werken. Gek genoeg krijg ik er de laatste tijd weer meer zin in. Ik ben niet actief op zoek, maar mocht er zich een opportuniteit aandienen, dan zou ik allicht niet weigeren.”

Hoe was het om naast je moeder te spelen?

Borsani: “Tof. Van Aanrijding in Moscou kan ik me niet zo heel veel herinneren – ik was maar een jaar of 11. Ik weet wel nog dat ik onder mijn voeten kreeg omdat ik mijn teksten niet studeerde: ‘Je moet die wel kénnen, hè!’ Ik was er gerust in: ‘Komt wel goed, ma.’ Op de set kon ik er natuurlijk niks van. Maar uiteindelijk is het allemaal goed gekomen. En voor de volgende rollen heb ik beter gestudeerd (lacht).”

‘Ik ben stiller dan mijn ma, eerder een denker. Maar we kunnen wel over alles praten. En soms eens goed roepen tegen elkaar. Dat lucht op, en er is ruimte voor.’ Beeld Johan Jacobs
‘Ik ben stiller dan mijn ma, eerder een denker. Maar we kunnen wel over alles praten. En soms eens goed roepen tegen elkaar. Dat lucht op, en er is ruimte voor.’Beeld Johan Jacobs

OEI, STUDIES

Heb je een acteeropleiding gevolgd?

Borsani: “Nee.”

Je hebt het talent natuurlijk van geen vreemde.

Borsani: “Ik zou niet durven te zeggen dat ik talent heb. Ik ben… redelijk.”

Welke studies heb je gedaan?

Borsani: “Oei, studies (zucht). Dat was bij mij heel dubbel. In de lagere school was ik een streber – ik wilde altijd de eerste van de klas zijn – maar in het middelbaar keerde dat. Ik ging naar het Sint-Barbaracollege, een strenge school in Gent, en wilde het nog steeds goed doen. Soms studeerde ik zes uur per dag, wat je op Sint-Barbara móét doen om goede punten te halen. Maar het lukte niet meer: ik kreeg black-outs, begon te beven. Ik wil er de term ‘faalangst’ niet opplakken – mensen gebruiken die te snel – maar het ging wel die richting uit. Uiteindelijk gaf ik het op. Vanaf het tweede middelbaar dacht ik: fuck it.

“Na dat jaar ben ik veranderd van school. Mijn ma liet me naar de Sudbury-school in Gent gaan, een privéschool met een eigen methode. We kregen er veel vrijheid: we mochten bijvoorbeeld aankomen tussen 8 en 10 uur. Hoe later je arriveerde, hoe langer je ’s avonds bleef. We hoefden er niet stomweg te leren wat een parallellogram is, wel dingen die je in het leven écht kunt gebruiken. Er was bijvoorbeeld een pc-kamer. Waren alle computers bezet, dan moest je met elkaar overeenkomen vanaf welk moment jij er kon werken. Kwam er een dispuut van, moest je dat zelf proberen op te lossen. Hetzelfde met regels die je overtrad. We kregen niet zomaar straf, we mochten de klacht betwisten: ‘Ik deed het om die reden.’ Dan kon je alsnog worden vrijgesteld. We leerden onszelf te verdedigen, en daar haal je véél meer uit dan je kunt leren van een leerkracht die gewoon zegt: ‘Dertig pagina’s en ik wil geen woord meer horen.’

“Ik heb mijn humaniora uitgedaan op Sudbury, maar in mijn laatste jaar besliste de overheid plots dat het geen effectieve school was. Ik heb mijn diploma dus niet gekregen. Maar I don’t give a fuck. Een diploma is een papiertje. Ik denk dat elke werkgever intussen weet dat je geen mensen moet aannemen op basis van dat papiertje, maar dat je moet kijken naar wat ze kunnen en willen leren.”

Je hebt niet verder gestudeerd?

Borsani: “Nee, ik ben in de horeca gaan werken. Ik heb niets tegen studeren – als ik ooit pakweg tuinaannemer wil worden, ga ik wel moeten studeren en zal ik dat ook doen. Dan zou ik er ook het nut van inzien.”

Kenmerkt dat jou: je eigen gang willen gaan?

Borsani: “Ja. Autoriteit ligt heel gevoelig en pakt niet bij mij. Net zoals ik niet tegen onrechtvaardigheid kan.”

Dat heb je van je moeder. In Humo zei ze over jou: ‘Zijn drang naar oorspronkelijkheid is zeer groot. Het is een familietrek waar ik ondertussen heel trots op ben.’

Borsani: “Zij heeft dat enorm. Daarom kan het tussen ons weleens stevig botsen. Zeker tijdens corona, nu we zo dicht op elkaar zitten.”

Hoe hebben jullie de lockdowns beleefd?

Borsani: “Mijn ma had het in het begin moeilijk, maar naarmate de regels versoepelden, ging het beter. Ze kon altijd blijven werken, dat scheelt natuurlijk. Ik denk dat ze als actrice zelfs één van haar productiefste periodes beleeft.

“Ik werkte als hulpkok in Lepelblad, het restaurant van een goeie vriendin van mijn ma. Dat ging goed, tot alles dicht moest. Ik heb maanden thuisgezeten. In de zomer mocht het restaurant weer open, maar het was geen leven: we stonden met een mondmasker in een keuken waar de temperatuur opliep tot 50 graden, en met handen die helemaal openlagen van het voortdurende wassen en ontsmetten. En waarom? In het beste geval draaiden we break-even, door het beperkte aantal tafels dat we mochten zetten. Als ik zie welke uren mijn bazin klopte en wat ze er maar voor terugkreeg… Het is waar wat ze zeggen: je moet héél graag in de horeca werken om het vol te houden.”

In oktober ging de horeca opnieuw dicht. Hoe hield je je dan bezig?

Borsani: “Ik kan zonder moeite 24/7 op mijn appartement zitten. Voor mij is dat geen straf – ik heb weinig mensen nodig om me goed te voelen. Gelukkig heb ik een vriendin die me graag ziet en me af en toe naar buiten trekt. En mijn hond. Hij is nu acht maanden. Hij is geen coronahond, zoals veel mensen misschien denken: ik wilde hem al langer. Dankzij hem kom ik nu op plekken in Gent die ik nog niet kende. Ik heb hier net nog een parkje ontdekt.”

'Ik ben graag bezig met crypto’s: ik kocht mijn eerste bitcoins aan 250 euro, nu staan ze op 55.000 dollar.' Beeld Johan Jacobs
'Ik ben graag bezig met crypto’s: ik kocht mijn eerste bitcoins aan 250 euro, nu staan ze op 55.000 dollar.'Beeld Johan Jacobs

DOOD IN BED

Je moeder houdt niet van platgetreden paden. Dat heeft ze van haar ouders, zegt ze.

Borsani: “Mijn ma heeft lange tijd niet geacteerd toen ik klein was, omdat ze genoeg tijd voor mij wilde hebben. Naarmate ik ouder werd, begon ze weer vaker te spelen, en dan ging ik bij mijn grootouders, de moeder en stiefvader van mijn ma. Ze waren fantastisch. Mijn oma was zo’n échte oma. Als ik opstond, maakte ze verse fruitsla. Ging ik aan de pc zitten, dan bracht ze me chocomelk. En ik mocht twee keer per week naar de Euro Shop speelgoed gaan kiezen. Ik werd enorm verwend.

“Mijn grootvader is overleden in 2007. Ik heb hem gevonden, samen met oma. Dat was heavy. Ook voor mijn ma, die toen midden in de opnames van Aanrijding in Moscou zat. Weinigen weten wat ze toen heeft doorgemaakt. Nog geen drie jaar later overleed oma, aan de gevolgen van kanker. Nadien is heel onze familie ineengestuikt. Oma was degene die iedereen samenbracht. Nu zien we de meesten van die kant bijna niet meer.”

Waaraan is je grootvader overleden?

Borsani: “Ik weet het niet precies. Ik heb die periode gewist, denk ik. Ik weet wel dat hij vredig is gegaan in zijn slaap. We hebben hem in bed gevonden.”

Het lijkt me wel heftig, op je 11de je opa dood aantreffen in bed.

Borsani: “Ik ben daar vrij goed mee omgegaan. Dat zie ik nog wel voor mij: oma zat aan het bed, ik ging rustig naar de telefoon en belde ma: ‘Ik denk dat Patchoe dood is.’ Dat was zijn bijnaam.

“Ik heb dat nog gehad in zulke situaties. Mijn ma en ik zaten ooit op een terras. Er reed een vuilniswagen langs, die blijkbaar een defect had. De chauffeur stapte uit, maar die wagen bleef rijden en kwam recht op ons terras af. Ik zat er met mijn rug naartoe, maar hoorde mensen roepen. Toen ik omkeek, zag ik die vuilniswagen echt híér (wijst naar een punt vlak achter zich). Ik sprong recht, pakte mijn ma, en sméét haar weg. Een tel later daverde die wagen over het terras. Iedereen was in paniek, maar ik leek wel op neutrale stand ingesteld. Als een robot. Op zo’n moment neemt mijn instinct het over.”

Komt de klop dan achteraf?

Borsani: “Je zou denken van wel, maar nee.”

Je lijkt heel rustig van aard.

Borsani: “Meestal toch. Het hangt af van het moment, en van wie er in mijn buurt is.”

Zit er Italiaans temperament in jou?

Borsani: “Ik kan echt kwaad worden, ja. Onlangs stond ik aan te schuiven aan de kassa, en de man voor mij draait zich om en zegt: ‘Anderhalve meter afstand, alstublieft.’ Ik zeg: ‘Maar meneer, er is drie meter plaats vóór u.’ Waarop hij: ‘Gastje, ge moet zo niet praten, ga achteruit.’ Oef. Dan word ik dus kwaad, hè. Ze moeten tegen mij niet beginnen te zeveren.”

Heb je een donkere kant?

Borsani: “O ja. Ik kan heel triest zijn, en heel hard piekeren. Ik zit vaak in mijn hoofd. Soms denk ik zo hard na dat ik vergeet waar ik mee bezig was.”

Waar denk je dan zo hard over na?

Borsani: “Nu vooral: wat wil ik met mijn leven? Ik ben mezelf heel hard aan het zoeken. Ik zei het vorige week nog tegen mijn vriendin: ik ben deze maand in een identiteitscrisis beland.”

Waarom deze maand?

Borsani: “Geen idee. Het begon ineens: welke kant wil ik op? Ik ben 25, het is tijd dat ik mijn eigen ding heb. Iedereen heeft iets dat helemaal van hem of haar is, al is het maar een hobby.”

Een passie?

Borsani: “Zoiets, ja.”

Heb je geen hobby’s?

Borsani: “Toch wel, maar het is moeilijk om daar succesvol in te zijn. Ik ben graag bezig met crypto’s en traden (beleggen in onlinegeld, red.). Dat heb ik nog op Sudbury geleerd. Ik kocht mijn eerste bitcoins aan 250 euro, nu staan ze op 55.000 dollar. Ik ben ook een fervent gamer. Vorig jaar heb ik af en toe gestreamd: mensen laten meekijken terwijl ik gamede. Dat was kleinschalig, maar de grote namen kunnen daar grof geld mee verdienen, tot 5,6 miljoen euro per week. Daar zitten grote bedrijven achter, zoals Amazon.

“Ik heb een tijdlang competitief gegamed, maar om dat niveau te behouden, moet je zeker acht uur per dag aan je pc zitten. Die tijd heb ik niet meer.”

Barbara Sarafian(komt de tuin ingelopen): “Wat vraagt er veel tijd? Gamen?”

Borsani: “Als je er echt professioneel in wilt zijn, toch. Ik was er toen veel mee bezig, hè?”

Sarafian: “Dat was niet te doen.”

Vond je dat als moeder vervelend? Veel ouders proberen bewust de schermtijd van hun kinderen te beperken.

Sarafian: “Ik heb daar altijd een opening voor gelaten. We spraken er wel over: hoe groot is de kans dat je verslaafd raakt? Wat zijn de andere risico’s? Hij was een jaar of 12 toen hij mij kwam roepen: ‘Er is een rare meneer die vraagt hoe oud ik ben.’ Ik ben naar zijn bureau gestoven en heb in zijn naam geantwoord: ‘Ik ben 94 jaar, ik heb nog al mijn tanden, en ik ga ze gebruiken ook, vriend.’

“Het enige waar ik moeite mee had, was Grand Theft Auto. Ik vond dat spel véél te gewelddadig. Waarop hij er natuurlijk in slaagde om mijn moeder het voor hem te laten kopen. Ik heb daar met haar nog een hele discussie over gevoerd.”

Borsani (knipoogt): “Zo’n soort oma, dus.”

Sarafian: “Om maar te zeggen: the red flag, I have planted it. Jools had die red flags gelukkig snel door. En hij sprak er met mij over. Dat was mijn grootste eis: tell me.”

Je zou games kunnen ontwikkelen, Julian.

Borsani: “Nee, dat zie ik niet meteen gebeuren. Dat is een héél andere afdeling dan het gamen zelf.”

Ben je veel online?

Borsani: “Bijna constant. Niet op de sociale media – op Facebook vind je mijn verjaardag niet terug, ik hoef langs die weg geen felicitaties te krijgen. En op Instagram post ik maar heel af en toe iets. Ik ben vooral online om met vrienden te praten. Het is mijn manier om contact te houden, zeker nu. Het is niet eens zo dat we de hele tijd aan het praten zijn. Soms ben ik intussen met andere dingen bezig, zoals de crypto’s of de kledinglijn, maar het geeft een gevoel van samenzijn.”

Doe je aan sport?

Borsani: “Vroeger meer dan nu. Op Sudbury deed ik veel fitness, op een bepaald moment woog ik 85 kilo: door de spíéren, hè. Ik heb ook nog getennist en basket en voetbal gespeeld. Nu is het veel minder. De fitness is al maanden dicht. Binnenkort wil ik padel proberen. Dat is nu heel populair, en het lijkt me tof.”

‘Ik zei het net nog tegen mijn vriendin: ik ben deze maand in een serieuze identiteitscrisis gesukkeld.’ Beeld Johan Jacobs
‘Ik zei het net nog tegen mijn vriendin: ik ben deze maand in een serieuze identiteitscrisis gesukkeld.’Beeld Johan Jacobs

LEVENSMOTTO

Je had het al over de modelijn die je samen met je moeder hebt opgericht.

Borsani: “Dat is de zekerheid in mijn identiteitscrisis: met die lijn wil ik verder. We hebben twee merken: het meest bekende is FokkoF, en is een onderdeel van het grotere label Barbara Sarafian. Het is mijn ambitie om van die naam een begrip te maken. Zodat mensen, als ze hem horen, niet meer enkel aan de actrice denken, maar aan het kledingmerk. Hier zal dat moeilijk zijn, dus kijk ik ook naar het buitenland.”

De lijn FokkoF kwam er nadat je moeder tijdens haar deelname aan De slimste mens in 2017 een trui had gedragen met dat opschrift.

Borsani: “Erik Van Looy sprak haar daarop aan, en zij grapte dat het haar levensmotto is. De dag nadien deed ze Erik zo’n trui cadeau, en de boel ontplofte: iederéén leek zo’n trui te willen. Mijn ma had duidelijk een snaar geraakt. Dus zei ze tegen mij: ‘Ik wil dat je binnen de twee dagen een website maakt.’ Ik protesteerde: ‘Ma, ik heb dat nog nooit gedaan!’ ‘Tutut, twee dagen.’ (lacht)

“In het begin haalde die site vijftig- à zestigduizend bezoekers per dag. Ongelooflijk. Nu is het rustiger, maar het draait nog steeds. We gaan het gamma nu zelfs uitbreiden: we hebben hier een paar dingen liggen die nog niet gelanceerd zijn.”

Had jij ervaring in de mode?

Borsani: “Geen. Ik heb veel geleerd via zelfstudie, en door te kijken naar anderen: Amiri en Yelir zijn bijvoorbeeld twee jonge merken die het goed doen. Het is niet eenvoudig: mode wordt vaak gezien als ‘kleren maken’, wat het deels is, maar het gaat vooral om zakendoen. De cijfers moeten kloppen.”

Ontwerpen jullie de kleding zelf?

Borsani: “Nog niet. We selecteren stukken, met aandacht voor ecologie, en laten er onze eigen grafiek op zeven of borduren. Maar we willen daar wel naartoe. Ik weet hoe het moet, het is vooral een kwestie van budget, en dat gaat op dit moment naar marketing.”

De modesector kreunt onder de coronacrisis.

Borsani: “Bij ons valt het mee, want we verkopen vooral online. We hebben meer hinder van het vastgelopen containerschip in het Suezkanaal – onze kleding wordt deels langs die weg vervoerd. We wilden de nieuwe collectie een maand geleden uitbrengen, maar ze is er nog steeds niet.

“In de toekomst willen we meer en meer via retailers werken. We zijn op zoek naar meer winkels om onze Barbara Sarafian- en FokkoF-collectie te verkopen. Schrijf dat gerust op, dan weten ze het al!”

Je hebt ook een tweede merk gelanceerd.

Borsani (wijst naar zijn T-shirt): “The Lavished. Het is nog niet echt gelanceerd, er is zelfs nog geen website, maar ik wil ermee verder. Barbara Sarafian is wijs, maar ik kan daar niet mijn volledige ‘ik’ in steken, het is niet van mij alleen.”

Je bent met veel dingen bezig. Misschien is je identiteitscrisis geen crisis, maar gewoon keuzestress.

Borsani: “Nu je het zegt. Dat zou best kunnen.”

Het lijkt eigen aan jouw generatie: vroeger hadden mensen één job, jullie kiezen er eerder voor om meerdere dingen te proberen en te combineren.

Borsani: “Er zijn ook zoveel opportuniteiten, vooral dankzij de digitale wereld. Neem influencers: wie had ooit gedacht dat dát een job zou zijn?”

Zou dat iets voor jou zijn? Met je bekende moeder heb je wel een grote voorsprong.

Borsani: “Ik weet het, maar ik heb haar naam nooit willen gebruiken. Daarom geef ik in principe geen interviews. Zij vindt dat grappig: ‘Potverdekke, je bent nu net de enige die er zijn voordeel mee mag doen, schoon is dat.’ Maar ik doe het liever op mezelf. Selfies maken en posten, daar ben ik ook al niet zot van. Al weet ik: de beste manier om te verkopen, is via je persoonlijke kanalen. Daarom zijn die influencers ook zo succesvol.”

Reality-tv is weer in. Misschien kunnen jullie een reeks maken over jullie leven hier samen.

Borsani: “Er stond zoiets op de agenda. Niets concreets, maar er is al over gegrapt: The Sarafians in plaats van The Kardashians (schatert).”

Zou je dat zien zitten, 24/7 een camera op je gericht?

Borsani: “Dat zou niet 24/7 zijn, hoor. En we zouden kunnen laten zien hoe saai het hier soms is. 24 uur aan één stuk stilte: dat is óók ons leven.”

VECHTSCHEIDING

Je moeder belandde vier jaar geleden in een pijnlijke vechtscheiding. Heb je die mee beleefd?

Borsani: “Vanop de eerste rij. Het was heftig. De andere partij trok constant negatieve aandacht, er verschenen steeds weer artikelen. Ik heb vaak gedacht: waaróm? Het had een enorme impact op mijn ma. Het was ook constant aanwezig, en het is nog steeds niet helemaal klaar.”

Hoe gaan jullie met zulke dingen om?

Borsani: “Mijn ma kan van alles altijd de bigger picture zien. Ze filosofeert en benoemt de dingen, zo objectief mogelijk en zo zuinig ze kan, ondanks die aanhoudende belagingen. Ik ben stiller, eerder een denker. Maar we kunnen wel over alles praten. En soms eens goed roepen tegen elkaar. Dat lucht op, en er is ruimte voor.”

Zij heeft nog geen geluk gehad in de liefde. Beïnvloedt dat jouw kijk op relaties?

Borsani: “O, ik zou niet zeggen dat ze nog geen geluk heeft gehad in de liefde. Ze heeft mij gekregen, hè (lacht).

“Nee, serieus. Het leven loopt zoals het loopt. Als je de keuze maakt om bij iemand weg te gaan, weet ik niet of je dat ‘ongeluk’ kunt noemen. Ma gaat ook nooit op zoek naar liefde, ze overkomt haar. Dat is met alles zo. Kijk naar de kledinglijn: die kwam er ook heel plots, door één grappige uitspraak.”

Jij hebt een vriendin.

Borsani: “We zijn anderhalf jaar samen. Het is dus nog best pril. We kennen elkaar al langer, en er hing al een tijdje iets in de lucht, maar we zijn allebei nogal afwachtend op dat vlak.”

Anderhalf jaar, dat is ongeveer sinds de eerste lockdown. Konden jullie elkaar dan zien?

Borsani: “We konden wandelen, hè. En zodra we een knuffelcontact mochten hebben, kwam ze naar hier. We hebben elkaar wel altijd kunnen zien.”

Je lijkt optimistisch in het leven te staan.

Borsani: “Goh. Ik ben eigenlijk geen optimist, maar ik zou me ook geen pessimist noemen. Ik ben eerder geneigd om vooraf te bedenken wat er allemaal kan misgaan, en focus me dan daarop. Ik wil vermijden dat het fout zou kúnnen gaan.”

Heb je kleine kantjes?

Borsani: “Dat zou je aan mijn ma moeten vragen. Ik weet dat ik heel ongeduldig ben. Met de kleding, de crypto’s, mijn gamingcarrière. Het leven is een marathon, geen sprint, en dat is voor mij soms moeilijk om te aanvaarden.”

Dat ongeduld is ook eigen aan jouw generatie.

Borsani (knikt): “Instant gratification! We willen alles direct. Dat komt door de onlinewereld. Als mijn ma vroeger niet wist wat te doen, kon ze bij wijze van spreken alleen maar buiten met de bal gaan spelen. Wij nemen onze gsm, en meteen is alles mogelijk.”

Is dat een voordeel?

Borsani: “Voor de consumptiemaatschappij wel. Er zijn bedrijven die er veel geld aan verdienen, en het heeft ook jobs gecreëerd. Maar voor consumenten kan het op de lange termijn schadelijk zijn. Plus: het geeft onrust. Dat merk ik aan mezelf.”

Ik ben er na dit gesprek nog steeds niet uit of je nu wel of niet op je moeder lijkt.

Borsani (lacht): “Ik weet het zelf ook niet. Veel mensen zeggen van wel. We delen alleszins dezelfde humor. Maar onze manier van leven is compleet anders. Mijn ma heeft er soms al een halve werkdag op zitten als ik uit bed kom. En ze is véél geduldiger. Ze heeft al 25 jaar geduld met mij. Dat zegt genoeg, hè.”

© Humo

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234