Maandag 23/11/2020

InterviewAnnie Ernaux ('De jaren')

‘De wereld is niet veranderd, maar gemuteerd. We leven in de dictatuur van het moment’

‘We hebben nood aan vrouwen die vertellen hoe zij de geschiedenis en het leven hebben ervaren. Tot nog toe hebben overwegend mannen een stem gegeven aan onze geschiedenis.’Beeld BelgaImage

Wie De jaren van Annie Ernaux leest, gaat onvermijdelijk ploegen in zijn eigen verleden. Perfecte literatuur voor het coronatijdperk, dus. In het aanschijn van een catastrofe is op zoek gaan naar onze Verloren Tijd minder dan ooit verloren tijd.

Annie Ernaux woont en werkt in Cergy-Pontoise, in het noordwesten van de Parijse agglomeratie. Vandaaruit ben je zo in Normandië, waar ze geboren en getogen is, of op weg naar de Lage Landen in het noorden, waar haar belangrijkste boek eindelijk in Nederlandse vertaling verschenen is. “Maar ik blijf lekker thuis”, lacht ze. “Sinds de eerste lockdown in maart heb ik bijna niet meer bewogen. Ik pas wel op.”

Vanuit haar schrijfkamer heeft ze uitzicht op bomen en groen, zegt ze. Daar kunnen we helaas niets van zien, want ze weigert te communiceren via Skype of Zoom. En aan sociale media doet ze al evenmin. Toch is Annie Ernaux meer bij de tijd dan de hipsten onder haar lezers. De tijd is namelijk haar specialiteit.

Toen De jaren in 2008 uitkwam, was het een instantsucces in Frankrijk. Dat leek logisch. Ernaux was in eigen land al enige tijd een gevierd schrijver, en dit boek was ontegensprekelijk haar huzarenstuk. In een dikke tweehonderd bladzijden, en aan de hand van een aantal snapshots uit haar eigen leven, laat ze de Franse geschiedenis van de laatste zes decennia voorbijrazen. De politieke en de strikt persoonlijke geschiedenis, de gebeurtenissen waaraan ze deelnam en de dingen die aan haar voorbijgingen, de revoluties die uitbraken en de vuren die doofden. De mannen die ze liefhad, de boeken die ze las, de spullen die ze kocht, de gerechten die ze bereidde, de liedjes die ze beluisterde. Het leven zoals het werkelijk was.

Naarmate er meer vertalingen verschenen, bleek De jaren geen louter Frans verhaal te zijn. Ook in Duitsland en Italië werd het boek door de gezaghebbende critici geprezen én gretig gelezen. En toen de Engelse vertaling haar vorig jaar een notering op de shortlist voor de International Booker Prize opleverde, begon Ernaux’ naam zelfs rond te zingen als een mogelijke kanshebber op de Nobelprijs. De jaren, haar jaren, zijn ook Onze Jaren, dat is ondertussen wel duidelijk.

Gefeliciteerd, mevrouw Ernaux, en bedankt voor het leven waaruit zo’n mooi boek is voortgekomen. Hebt u zelf een verklaring voor het internationale succes van De jaren?

Annie Ernaux: “O, ik denk dat iedereen wel iets uit zijn eigen leven herkent in dat boek. Een grote gebeurtenis die we ons allemaal herinneren, de tijdgeest in een bepaalde periode, de hoop die we koesterden, de revoluties die we verrieden, de verwachtingen die we hadden, de eenzaamheid die ons overviel. Maar ook al die banale dingen die vaak even onvergetelijk zijn als de grote bewegingen waardoor we ons laten meeslepen en de emotionele stormen die we doorstaan: een chanson op de radio, een rijmpje uit een reclame, de blijde intrede van de hogedrukreiniger in ons leven (lacht). Dat zit er allemaal in...”

Nu doet u precies hetzelfde als wat u in het boek doet: u hebt het voortdurend over ‘ons’ en over ‘wij’, nooit over ‘ik’. Ondanks het feit dat De jaren voor 100 procent autobiografisch is.

Ernaux: “Sommige critici klasseren mijn boeken onder ‘autofictie’. Ik verfoei die term. Het is geen fictie! Wat schrijvers gewoonlijk doen in autobiografische geschriften, is zichzelf opvoeren tegen de achtergrond van de gebeurtenissen in de wereld die hen omringt. Zij zijn het hoofdpersonage en de wereld is hun decor. Ik heb dat omgedraaid. De jaren is het verhaal van hoe de wereld, mijn wereld, is veranderd tussen pakweg 1945 en 2005, en hoe een individueel bestaan, mijn bestaan, die veranderingen heeft beleefd, verwerkt of verworpen. De tijd is mijn hoofdpersonage, zou je kunnen zeggen, en ik – pardon: wij – zijn de speelbal.”

Mag ik ook een verklaring geven voor de ongelooflijke impact die uw boek heeft op zijn lezers?

Ernaux: “Allez-y, ga uw gang.”

‘Alle grote gebeurtenissen zitten in het boek, maar ook de banale dingen, zoals de blijde intredevan de hogedrukreiniger’Beeld Belgaimage

Ik denk dat De jaren onze herinneringsmachine in gang zet, waardoor we uw boek gaan aanvullen met beelden uit ons eigen fotoalbum.

Ernaux: “Dat is het. De jaren is een soort collectieve autobiografie. Het is mijn verhaal, maar net zo goed dat van u en van iedereen. Ik wil niet hooghartig klinken, maar dat was nooit eerder op die manier gedaan, daarin zit het vernieuwende van mijn boek.

“Eerlijk gezegd, ik wist niet dat het zo zou functioneren, hoor. Ik had daar niet op gerekend. Toen ik stopte met schrijven, had ik veeleer het gevoel dat het een moeilijk boek was. Het is niet netjes ingedeeld in hoofdstukken, maar het is een aaneenschakeling van alinea’s, het dendert maar voort, zoals de wereld en de tijd. Maar eens je doorhebt dat elk tijdvak, elke levensfase, wordt voorafgegaan door de beschrijving van een foto van telkens dezelfde vrouw, de vrouw die ik was op dat moment in de tijd, de vrouw die opgroeit, ouder wordt, anders wordt, nog wat ouder wordt, kun je wel min of meer volgen, denk ik (lacht).

U bent te bescheiden. The New York Times vergeleek u met Marcel Proust en noemde De jaren de À la recherche du temps perdu van deze tijd. Dat moet toch iets met u doen?

Ernaux: “Ja, natuurlijk. Al vind ik dat er een fundamenteel verschil is met À la recherche du temps perdu: mijn boek is toegankelijker. Het gaat over een wereld die we kennen en delen, over ervaringen die we allemaal op de één of andere manier gehad hebben. Bij Proust gaat het over een wereld die ver van ons af staat – die van de aristocratie en de bourgeoisie in het begin van de twintigste eeuw – en waar de schrijver ons een inkijkje in gunt. Bij mij ben je als lezer een deelnemer in het verhaal, bij Proust ben je een voyeur.”

De jaren begint met de naweeën van de Tweede Wereldoorlog. Voor jonge lezers is dat even ver terug in de tijd als Proust voor u. Bereikt u met dit boek ook de jongere generaties?

Ernaux: “Ik heb de indruk van wel. Jonge mensen zijn me al komen vertellen dat mijn boek bij hen herinneringen heeft losgewoeld aan de verhalen die hun ouders en grootouders vertelden aan de familiedis. En dat ze dankzij De jaren die verhalen nu eindelijk kunnen plaatsen, situeren in de tijd, beter begrijpen. Andere mensen hebben me uitgelegd hoe ze het boek hebben gelezen: met stijgende spanning, wachtend op het moment dat hun tijd aanbrak, hun jaren, en ze zelf mee in het verhaal konden stappen. (Stil) Ongelooflijk, hè?”

Bezwaren dergelijke reacties u, leggen ze de lat onmogelijk hoog voor volgende boeken, of bevrijden ze u van de laatste twijfels?

Ernaux: “Ze hebben mij vooral verrast (lacht). Ik mag nu toch wel zeggen dat ik, euh, iets groots heb gerealiseerd. Bevrijd voel ik me niet. Ik heb altijd de vrijheid genomen om de boeken te schrijven die ik wil schrijven. En ik heb dat tot nog toe in betrekkelijke anonimiteit kunnen doen. Ik ben een beetje bekend in Frankrijk, maar ik heb er altijd voor gezorgd dat ik uit de wind bleef, buiten de grote actuele en literaire debatten, buiten de Parijse cenakels ook. Ik heb nooit rekening gehouden met hoe mijn boeken zouden worden ontvangen. Dus ik hoop nu maar dat men niet te veel van mij verwacht. Ik ga niet twee keer hetzelfde boek schrijven.”

KRUIDENIERSDOCHTER

Na De jaren hebt u Meisjesherinneringen gepubliceerd, een nog veel autobiografischer relaas van uw zomer van 1958, toen u tijdens een vakantiekamp voor het eerst met een man naar bed ging. Dat is niet hetzelfde boek, maar het heeft wel dezelfde stijl, dezelfde opeenvolging van herinneringen, brieven en foto’s, dezelfde slingerbeweging tussen vroeger en nu.

Ernaux: “Mijn boeken zullen altijd gebaseerd zijn op mijn eigen ervaringen en mijn herinneringen, maar de wereld zal altijd automatisch meekomen. Want als ik naar mezelf kijk, zie ik iemand wiens individualiteit onlosmakelijk verbonden is met gebeurtenissen, met plekken en met andere mensen. Ik kan me gewoon niet los zien van De Wereld en De Ander. Ik bestá niet als louter mezelf. En doordat die verbondenheid een samenstellend onderdeel van mezelf is, is ze ook een basiscomponent van mijn schrijven. Zo simpel is het. (Lacht) Of zo complex.”

Bestaan we alleen door toedoen van De Ander? Worden we door De Tijd gemaakt?

Ernaux: “Ja, daar ben ik van overtuigd. We hebben helemaal geen unieke identiteit. We weten niet wie we zijn. Enfin, we zijn natuurlijk wel iemand, maar daar komen we pas met de jaren achter. We worden samengesteld door onze geschiedenis.”

Hoe bent u daar zo zeker van?

Ernaux: “Omdat ik er lang over nagedacht heb. En omdat ik het voor mezelf kan verklaren. De sleutel ligt in mijn jeugd. Ik ben als enig kind opgegroeid in de kruidenierswinkel annex het café van mijn ouders. Tussen de mensen, tussen de klanten die kwamen en gingen. Er waren altijd meer mensen rond mij dan mijn moeder en mijn vader. Ik heb mezelf nooit opgesloten gevoeld in een familie. Ik zag mijn ouders en mezelf zelfs niet als een gezin. We waren met drie, oké, we waren bloedverwanten, zeker, maar de wereld en de mensen om ons heen waren minstens even belangrijk. Hetzelfde gold voor mijn ouders: zij moesten evenveel, zo niet meer aandacht en tijd besteden aan hun klanten dan aan mij. Mijn omgeving is altijd een grote kracht geweest in mijn leven, die heel vaak een bepalende invloed uitoefende. Ik was ontvankelijker voor de signalen van buiten dan voor die van binnen mijn familiekring.”

Kruideniersdochter: vandaar dat er zo veel merknamen opduiken in De jaren. De consumptiemaatschappij is voor uw ogen ontstaan.

Ernaux: “Ja, en het is opmerkelijk hoe veel ik daarvan heb onthouden. Melk in pakken, yoghurt met een fruit-smaakje, Obao-badolie, Eau Sauvage van Dior. En de transistorradio, niet te vergeten. Ineens kon je overal naar muziek luisteren, op je bed, op straat, op het strand. Je kon er alleen mee zijn zonder je alleen te voelen. Het gedruis en de verscheidenheid van de wereld drongen via dat apparaat tot je door.”

Chansons kunnen echte markeringen van de tijd zijn, schrijft u.

Ernaux: “Ja, en nog zoveel meer dan dat! Chansons, muziek, liedjes functioneren voor mij zoals de madeleinekoekjes bij Proust. Ze zetten mijn geheugen in gang, ze voeren mij terug naar de tijd toen ik ze voor het eerst hoorde, ze roepen beelden en verhalen op.”

‘Mijn zonen waren mijn ankerpunten in de jaren 70 en 80 en voor het laatste stuk van 'De jaren'. Je wilt niet weten hoe vaak ik hun Iron Maiden-T-shirts heb gewassen.’Beeld BelgaImage

Uw muzieksmaak is zeer eclectisch, blijkt uit De jaren. Op een gegeven moment schalt Iron Maiden loeihard uit de autoradio.

Ernaux (lacht): “Dat was de muziek van mijn twee zonen. In hun jonge jaren waren ze heavymetalfans. Je wilt niet weten hoe vaak ik hun Iron Maiden-T-shirts heb gewassen (lacht). Als ik mijn zonen niet had gekregen, zou het laatste stuk van De jaren een moeilijke bevalling zijn geworden. Zij waren vanaf de jaren 70, 80 van de vorige eeuw de belangrijkste ankerpunten in mijn persoonlijke leven, en daarna ook mijn brug naar de cultuur van deze tijd. Dankzij hen weet ik iets van gamen, hiphop en onophoudelijk door hun smartphone scrollende kinderen aan de keukentafel. Ondertussen hebben ze me vier kleinkinderen geschonken.”

U schrijft dat de dingen die gebeuren, in de wereld en in uw leven, vaak pas veel later betekenis krijgen voor u.

Ernaux: “Dat is zo. Daarom heb ik het vaak lastig met de actualiteit. Ik ben niet zo goed in het ontcijferen van de gebeurtenissen terwijl ze zich voordoen. Ik probeer het wel, hoor. Met name in mijn dagboeken. Daarin noteer ik niet alleen intieme zaken, maar ook korte bespiegelingen over actuele gebeurtenissen.”

Schrijft u elke dag in uw dagboek?

Ernaux: “Bijna. In dit lockdownjaar heb ik zelfs meer dagboekaantekeningen gemaakt dan ooit tevoren. Mijn journaux intimes vormen het hart van mijn archief. Tijdens het schrijven grijp ik er voortdurend naar. En daarnaast ben ik ook een verwoed verzamelaar van krantenknipsels (lacht). Ik dateer nog uit het papieren tijdperk.”

Uw jonge collega’s houden tegenwoordig hun dagboek bij op Facebook.

Ernaux: “Ik doe niet aan sociale media. En niet omdat ik bang ben van nieuwe technologie. Integendeel, technologische revoluties hebben mij altijd gefascineerd. Ze hebben doorgaans een gigantische impact op de levens van mensen.

“Toen ik De jaren schreef, had ik nog geen smartphone. Nu kijk ik er elk uur op. Met mijn smartphone op zak verkeer ik in de waan dat ik alles volg en alles weet. Dat is natuurlijk niet zo, dat is een illusie. (Denkt na) Het internet heeft een turbo gezet op de samenleving. De tijd is versneld. De wereld is niet veranderd, maar gemuteerd. We leven in de dictatuur van het moment. In het Frans noemen we dat présentisme. We zijn de junkies van het digitale tijdperk. Ik probeer daaraan te weerstaan. Ik laat mijn inzichten liever een tijd rijpen. Dus men moet van mij geen overhaaste reacties op sociale media verwachten.”

VROUWENSTEMMEN

De jongste tijd hebt u zich wel een paar keer gemengd in de politieke debatten. U hebt het liberale beleid van president Emmanuel Macron aangevallen en de Gele Hesjes verdedigd. Wat is uw gevoel bij de wereld van vandaag?

Ernaux: “Het is een wereld die wankelt, die uit evenwicht is, die soms op z’n kop lijkt te staan...”

Die steeds gewelddadiger wordt ook?

Ernaux: “Ja, maar dat is niks nieuws. De wereld is altijd gewelddadig geweest.

“Onze samenleving is aan het verharden, dat is duidelijk. De migratieproblematiek die maar niet opgelost geraakt, het oplaaiend racisme, het islamitisch radicalisme dat zich blijft roeren, nu weer met die vreselijke moordpartijen in Frankrijk. Maar ook: de liberale economie die overal ter wereld haar wil oplegt en de inperkingen van de burgerlijke vrijheden die daar het gevolg van zijn. Dat zijn de grote lijnen die ik zie. De ene tendens versterkt de andere. Er lijkt niet veel hoop te zijn.”

Bent u pessimistisch of optimistisch?

Ernaux: “Geen van beide. Die categorieën zijn me te veel gebaseerd op geloof, op vertrouwen in je eigen gevoel. Ik weet niet goed wat we nu meemaken, eerlijk gezegd. Ik heb nog geen woorden gevonden voor de tijd waarin we leven.”

Waarom bent u zo terughoudend? Misschien hebben we na decennia van blinde adoratie voor al wat jong, nieuw en disruptief is, opnieuw nood aan oude en wijze stemmen. Misschien ligt daar ook een verklaring voor het succes van De jaren, dat heden en verleden verbindt...

Ernaux: “O, dat zou mooi zijn. Al weet ik niet of ouder in alle gevallen ook wijzer is. Waar we nu vooral nood aan hebben, zijn vrouwenstemmen. Vrouwen die iets meegemaakt hebben, vrouwen die erbij zijn geweest, vrouwen die iets gepresteerd hebben. Vrouwen die vertellen hoe zij de geschiedenis en het leven hebben ervaren. Want tot nog toe zijn het overwegend mannen geweest die een stem gaven aan onze geschiedenis. Mannen die de feiten rangschikten, interpreteerden en betekenis gaven. (Denkt na) Zoals we in de jaren 70 van de vorige eeuw nood hadden aan de stem van Simone de Beauvoir. De eerste keer dat zij deelnam aan een tv-uitzending was in 1975, wist u dat? Ze was toen al bijna 70 jaar! Dat was een evenement! Ze was niet jong meer, maar ze had grensverleggende boeken geschreven en deelgenomen aan het volle leven. (Aarzelt) Mijn stem is overduidelijk een vrouwelijke stem. Maar ik laat ze liever weerklinken in mijn boeken.”

Welk boek bent u nu aan het schrijven?

Ernaux: “Zoals veel schrijvers ben ik bijgelovig op dat punt: ik praat niet graag over het boek waar ik nog mee worstel.”

U bent net 80 geworden. Hebt u het gevoel dat u zich moet haasten?

Ernaux: “Ja, toch wel. Des te meer omdat schrijven bij mij heel traag gaat, en omdat er geen enkele zekerheid is over de tijd die mij nog rest, om François Mitterrand te parafraseren. De enige zekerheid is dat mijn verdwijnmoment steeds dichterbij komt. En de angst daarvoor is er nu al, hihi.”

Gelukkig hebt u bepaalde episodes uit uw leven twee keer beleefd.

Ernaux: “Hoe bedoelt u?”

Ik las in De jaren dat u werd teruggeslingerd naar uw studententijd toen u op uw 58ste een stormachtige relatie kreeg met een man van 29.

Ernaux (lacht): “Zeer interessant wat u daar zegt. Ik had die relatie nog niet bekeken als een verdubbeling van mijn jaren als jonge vrouw. En de tweede keer was het nog beter dan de eerste. Ik beleefde niet alleen mijn studententijd opnieuw, nee, ik herleefde helemaal, ik regenereerde. Veel mannen weten uit ervaring wat het is om een boost te krijgen van een veel jongere partner, maar vrouwen overkomt het uiterst zelden, hè. Wel, ik kan u zeggen: het was fantastisch. Alleen de liefde kan zo’n mirakel verrichten. (Lacht) Dáár zou ik een boek over moeten schrijven!”

Annie Ernaux, De jaren, De Arbeiderspers

Beeld RV

© Humo

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234