Maandag 15/08/2022

InterviewWim Opbrouck

‘De weken erna waren gruwelijk’: Wim Opbrouck kreeg een totale black-out voor een volle zaal

DMM 30/04 interview/cover Beeld LALO + EVA
DMM 30/04 interview/coverBeeld LALO + EVA

Wat als een acteur voor een volle zaal een totale black-out krijgt? Hoe gepokt en gemazeld hij ook is, het overkwam Wim Opbrouck (53), die er een novelle over schreef. ‘De weken erna waren gruwelijk. Ik, die zo’n open boek ben, heb het zelfs niet aan mijn vrouw verteld.’

Lotte Beckers

Op artistieke wijze het taboe rond mentale problemen slopen: Wim Opbrouck ziet het als een missie. En daarom brengt hij niet één maar twee boeken uit rond het thema, in samenwerking met de organisatie Te Gek!? Er is de theatertekst van zijn voorstelling Ik ben de walvis, en er is zijn eerste novelle Hij wist het niet meer, waarvoor dat ene traumatische moment op het podium dus de inspiratie bood.

Gewoonlijk spreken wij acteurs in een koffiebar of de backstage van een theaterzaal, maar deze keer worden we in de statige ambtswoning van de West-Vlaamse provincie­gouverneur in Brugge verwacht. Hier houdt hij vandaag kantoor, vertelt Opbrouck. Want er moet iets van zijn hart. “Ik krijg vaak te maken met de clichés rond mijn provincie. Ik vind dat wij erg nostalgisch naar West-Vlaanderen kijken, mémé maakt de soep en op het strand liggen schelpen. Terwijl ik een heel innovatieve streek zie, die vooruitkijkt. Er gebeurt van alles op technologisch en cultureel gebied, en onderschat ook de ondernemende West-Vlamingen niet. Tegelijk zijn we de provincie met het hoogste aantal zelfmoorden. Ik heb daar geen antwoord op, maar ook dat wil ik aankaarten.”

Wat ter voorbereiding van dit interview erg opviel, is dat de bekendste inwoner van Bavikhove zich niet alleen bezighoudt met theater, televisie, film, muziek, beeldende kunst (vanaf 25 juni exposeert hij zijn tekeningen in het Gentse Museum Dr. Guislain), literatuur en het peilen van de West-Vlaamse ziel. Constant duikt zijn naam op als steunbeer van allerlei projecten.

U engageert zich voor een miljoen dingen, zo lijkt het.

“Een miljoen is overdreven. Ik zeg echt niet op alles ja. En een filmpje inspreken voor een marathonloper, dat is bepaald geen dagtaak. Mijn belangrijkste engagement is dat ik lid ben van de bestuursraad van Het Ventiel, een buddywerking voor mensen met jongdementie.

“Maar ik ben altijd een veeldoener geweest en geëngageerd ben ik ook. Ik probeer vanuit mijn positie een wereld te creëren waarin ik graag leef, en dat is een lieve, diverse en inclusieve wereld. Ik kan over alles theater blijven maken, maar ik kan ook echt iets dóén. Ik vind dat ook nodig. Al toen ik zestien was, dacht ik na over wat ik precies wilde vertellen op het podium.”

‘Mijn kinderen vragen zich af of het wel een goed idee is zelf nog kinderen te krijgen. Maar de tijden zijn altijd vreselijk geweest. De middeleeuwen waren ook niet fijn.’ Beeld LALO + EVA
‘Mijn kinderen vragen zich af of het wel een goed idee is zelf nog kinderen te krijgen. Maar de tijden zijn altijd vreselijk geweest. De middeleeuwen waren ook niet fijn.’Beeld LALO + EVA

U voelt een zekere verantwoordelijkheid?

“Ja, al ben ik eerder een verhalenverteller. Het Provinciaal Hof, bijvoorbeeld, moet een plek worden voor alle West-­Vlamingen (hij werd curator van het vernieuwde gebouw in hartje Brugge, waar de provincieraad zetelt en waar iedereen nu mag binnenlopen, red.). Maar West-Vlaanderen is al lang niet meer wit. De provincie behoort net zozeer toe aan Abdul Azziz, een jonge Syriër die ik heb leren kennen, als aan Katrien Van Eeckhoutte, de directrice van het Concertgebouw in Brugge. Ik heb vandaag gepraat met Stephanie De Smedt, een West-Vlaamse journaliste van De Tijd, en met Dalila Hermans, een ingeweken Bruggeling. Ik heb haar destijds ook het laatste woord gegeven voor het herdenkingsproject rond honderd jaar Eerste Wereldoorlog, dat ik cureerde. Ik merk dat ik voor elk project dat ik aanneem inclusief probeer te zijn, en dat ik er graag anderen bij betrek. Dat heeft niets te maken met een nood aan schuld­aflossing of met politieke correctheid, ik vind dat oprecht interessant.”

Hoe gaat het met de tournee van Ik ben de walvis? Ik hoor van uw collega’s dat het publiek sinds corona maar moeilijk de weg naar het theater vindt.

“Goh, ik moet dat tegenspreken. Het loopt eigenlijk zeer goed. En ik zie dat de meeste collega’s rondom mij het ook goed doen, dus ik weet niet wat er nu echt aan de hand is. Mijn grootste bekommernis is de jonge ­generatie. Vinden die nog hun plek, is er nog genoeg ruimte en geld om te experimenteren? Komt het publiek ook naar weerbarstigere voorstellingen? Ook daar hoor ik gemengde geluiden.

“Maar met de oorlog in Oekraïne valt er nu weer een mondiale catastrofe op ons dak. De brandstof- en voedingsprijzen stijgen, de huizenmarkt is verhit. Op den duur zullen mensen toch twee keer nadenken voor ze een ticket voor het Sportpaleis kopen. Elke sector gaat dat voelen.

“Ik probeer dat in perspectief te zien. De discussies met mijn kinderen (beiden prille twintigers, red.) zijn soms heftig. Ze vragen zich af of het wel een goed idee is om nog kinderen te krijgen. Maar ik heb hen dit weekend nog gezegd dat de tijden altijd vreselijk geweest zijn. Als achttienjarige was je in 1913 serieus gejost. In het oude Rome heeft een pokkenepidemie 26 jaar lang aangesleept! De middeleeuwen, ook geen fijne tijd. En ik ben opgegroeid onder de dreiging van de Koude Oorlog. Ik sliep toen niet, uit angst voor de atoombom. De geschiedenis herhaalt zich, ook nu heerst de vrees dat een achterlijke aap op een knop gaat duwen. Maar ik vind het wat hypocriet om nu opeens met een Oekraïense vlag te zwaaien. En de Syrische vluchtelingen dan? Oorlog is er altijd geweest, soms ver weg, soms dichtbij. Het zijn moeilijke tijden, maar je moet die sprankel hoop vasthouden.”

En lukt dat?

“Het is een pijnlijke vaststelling dat de mens niet geneigd is tot vredelievendheid, maar ik zie ook veel schoonheid, kunst en medemenselijkheid. Daar trek ik mij aan op. Gisteravond wenste een klein jongetje me ‘nog een fijne avond, mijnheer’. En ik ben blij om een mooi en respectvol televisieprogramma te zien over mensen met jongdementie die in een restaurant werken (Restaurant Misverstand, red.), dat dat iets losmaakt en die mensen weer wat eigenwaarde geeft. Ik zie taboes die stilaan sneuvelen en veel zorg voor elkaar.

“Maar misschien heb ik het geluk dat ik nooit veel geconfronteerd ben met haat en nijd. Toen ik afstudeerde van Studio Herman Teirlinck, zei iedereen: ‘Pas op, nu komt het ellebogenwerk.’ Maar ik heb dat eigenlijk niet vaak gezien.”

'Je oogst wat je zaait. Marc Van Eeghem en Reinhilde Decleir werden omgeven door een wolk van dankbaarheid van de mensen die ze onderweg met zich hebben meegenomen.' Beeld LALO + EVA
'Je oogst wat je zaait. Marc Van Eeghem en Reinhilde Decleir werden omgeven door een wolk van dankbaarheid van de mensen die ze onderweg met zich hebben meegenomen.'Beeld LALO + EVA

Wat is, naast een portie talent en geluk, het geheim van uw succes?

“Ik kan je de lijst bezorgen van ­slechte recensies en projecten die niet gelukt zijn. (lacht) Ik heb een paar jaar geleden de filmrechten gekocht van Jeroen Brouwers’ Het hout. Het is een van de mooiste scenario’s ooit, ik heb daar met een heel team aan gewerkt, maar ik krijg het aan de straatstenen niet verkocht. Het lukt echt niet. De pitbull in mij zal dit project niet loslaten, al moet ik ook opletten dat ik daar niet in verstrikt raak.

“Anderzijds ben ik een zondagskind, want ik ben heel gelukkig met mijn werk en blik al tevreden terug. Maar ik moet nog wel een paar jaar door, en het is bij elk project weer van nul beginnen, ook voor mij.

(denkt na) “Ik geloof dat je oogst wat je zaait. Dat zag ik na het overlijden van mijn goede vriend Marc Van Eeghem, en recent ook bij Reinhilde Decleir. Ze werden omgeven door een wolk van dankbaarheid van de mensen die ze onderweg met zich hebben meegenomen. Ik heb ook het geluk gehad dat ik door anderen ben meegenomen. Door mijn leraars in het atheneum en aan de toneelacademie. Ik bewonder bruggenbouwers als Josse De Pauw, Frie Leysen en Dirk Pauwels. En net als zij breng ik graag mensen samen. Alles wat ik doe, is collectief. Je kan alleen maar slagen als de groep rondom jou je helpt, en jij hen.”

Hij heeft het van zijn vader, zegt Opbrouck: ooit sp.a-schepen van Sport en Feestelijkheden in Harelbeke, zeer geëngageerd in het verenigingsleven. “Altijd aan een lange vergadertafel met veel mensen om hem heen.” Zijn ouders – Opbroucks moeder was psychiatrisch verpleegkundige – stuurden hem destijds naar het zogenaamde VSO, waar hij plastische kunsten studeerde, de plek waar voor hem alles begon. “Die school was genderneutraal avant la lettre. De jongens moesten koken, macrameeën en breien, en de meisjes moesten jongensdingen doen. Het was ook normaal dat een vriendje naar de islamles ging. Ik voelde mij daar ongelooflijk goed en de interesses van toen zijn gebleven.”

Wat vonden uw ouders er destijds van dat u koos voor een acteeropleiding aan Studio Herman Teirlinck?

“Ze waren superenthousiast. Dat ze progressieve mensen waren? Bwa ja. Het was nog de tijd dat je zogezegd eerst een echt diploma moest halen. Het was wellicht ook een beetje een rare keuze om mij plastische kunsten te laten studeren aan de humaniora.”

In Humo vertelde uw dochter onlangs dat u toch liever had dat zij een ‘echt diploma’ zou halen voor ze een theateropleiding zou volgen.

“Dat was een grap! Ze is een jaar naar het KASK geweest, nadat ze een diploma toegepaste psychologie had gehaald. En ik vind dat beter. Ik was destijds zo rijp als een overrijpe perzik om aan mijn opleiding te beginnen, maar Marthe is blij dat ze eerst psychologie heeft gestudeerd. Ook daar zijn de tijden veranderd, je studeert niet meer af om meteen bij een groot gezelschap te beginnen, want die bestaan niet meer. Sociaal-artistieke projecten liggen haar enorm. Ze is nu ook bewegingstherapie aan het bijstuderen, dus die interesse zal ooit wel ergens landen.”

In uw novelle Hij wist het niet meer wordt een bekende acteur op scène overvallen door een black-out.

“Ik heb het zelf meegemaakt een paar jaar geleden. Op zich is dat niet gek, maar het is een heel angstaanjagend gevoel. Die paar seconden waarin de acteur het niet meer weet, heb ik opgerekt tot een novelle waarin ik veel van mezelf steek: mijn liefde voor vulpennen, voor schoonheid en tuinieren. Ik was aan de tekst begonnen in de ik-vorm, maar dat kon ik niet aan, dat was te persoonlijk. Het verhaal ligt dicht bij mij, maar door te kiezen voor de derde persoon kon ik ook fantaseren.

“Na die black-out destijds heb ik doorgespeeld, achteraf zeiden mensen dat ze er niets van hadden gemerkt. Maar de weken erna waren gruwelijk. Dat is zoals een spits die niet meer scoort, het kruipt tussen je oren. Angstgegner noemt Kierkegaard die angst dat je verbeelding het onmogelijke mogelijk maakt. Zoals het feit dat hoogtevrees geen schrik voor hoogte is, maar de angst dat je gaat springen. Twee weken lang heb ik die Angstgegner voor mezelf gehouden. Ik, die zo’n open boek ben, heb dat zelfs niet aan mijn vrouw verteld. Ik dacht: als dit blijft duren, ga ik moeten stoppen met spelen.”

‘Toen ik op het podium mijn tekst vergat, in die zaal met duizend man, kwam plots het idee in mij op: foert, ik ben weg!’ Beeld LALO + EVA
‘Toen ik op het podium mijn tekst vergat, in die zaal met duizend man, kwam plots het idee in mij op: foert, ik ben weg!’Beeld LALO + EVA

Hoe bent u daar dan over geraakt?

“Ik ben toen voor een voorstelling in Rotterdam een koffie gaan drinken bij Wilfried de Jong (Nederlandse acteur, schrijver en televisiemaker, red.). Het was vrijdagavond, zijn kinderen waren thuis. Het was zo gezellig en ik dacht: ik wil hier blijven, ik wil het podium niet meer op. Ik weet niet eens meer wat hij precies gezegd heeft, maar in de loop van dat gesprek gleed dat angstige gevoel van mij af.

“Ken je de beelden van Patti Smith die zingt op de uitreiking van de Nobelprijs voor Bob Dylan, de tekst vergeet en het orkest moet vragen om opnieuw te beginnen? ‘I’m so sorry.’ Ze heeft daar zelfs een essay over geschreven, waarin ze heel die dag analyseert, tot op het punt dat ze blokkeert op dat podium in Zweden. Ik vond dat indrukwekkend.

“Het gaat er tegenwoordig ook vaak over. Zelfs de mol is gestopt omdat hij de druk niet meer aankon (een paar weken geleden werd duidelijk dat Philippe uit ‘De mol’ niet de hele rit als saboteur had uitgezeten, red.). Eindelijk, dacht ik, iemand die zegt dat het niet meer gaat! Bij sporters gebeurt het ook. Gymnaste Simone Biles op de Olympische Spelen, de Japanse tennisster Naomi Osaka. Ik vind dat een goede ontwikkeling, dat het allemaal wat menselijker wordt.”

Maar we bewonderen anderen toch net om hun virtuo­siteit, omdat ze iets kunnen dat wij niet kunnen en zichzelf op cruciale momenten overstijgen?

“Ja, die reflex heb ik ook. Als ik naar een driesterrenrestaurant ga waar de chef op de top van zijn kunnen is, en hij zegt die avond: (met diepe zucht) ‘Tja, vandaag ben ik wat kwetsbaar.’ Moeilijk hè, je hebt er net zoveel voor betaald. Maar het lijkt vandaag alsof je, als je succes hebt, niet meer kwetsbaar kan zijn. Daarom was ik ook zo onder de indruk van wat er gebeurde met Patti Smith. In de novelle schrijf ik ook over Bob Dylan, die zogezegd ooit een verkeersongeluk had en een jaar van de radar verdween. Ken je dat niet, dat je ergens naartoe moet en denkt: kon ik nu maar mijn voet omslaan, dan moet ik niet gaan? Wat als je aan dat verlangen ten onder gaat? Daarover ben ik blijven fantaseren.

“Want toen ik op het podium mijn tekst vergat, dook er ook een andere emotie op en die deed me echt panikeren. In die volle zaal met duizend man kwam plots het idee in mij op: foert, ik ben weg! Dat is zoals een acteur die op een grote prijsuitreiking het podium opstapt en iemand een klap geeft. Je weet: als ik het nu aftrap, ga ik tien jaar niet mogen terugkomen. (lacht) Maar net die baldadigheid trok me aan. Gelukkig heb ik in mij veel remmen en gevarendriehoeken, maar ik denk dat het soms maar een heel kleine sprong is tussen die gedachten hebben en het effectief doen.”

De acteur in uw boek denkt ook na over het einde van zijn carrière. Bent u daarmee bezig?

“Dat is een zorg die ik tegenwoordig af en toe uitspreek. Ik kan ermee om als een project afgelast wordt omdat er genoeg andere gelukkig wel doorgaan. De eerste lockdown voelde wel even als een soort vervroegd pensioen.”

En wat dan?

“We zien daarvan nu het resultaat: ik heb met De Dolfijntjes een elpee gemaakt, twee boeken geschreven, straks volgen mijn tentoonstelling en een kunstboek. Ik heb in een film gespeeld, een televisiereeks gemaakt en twee seizoenen van Bake-Off Vlaanderen gepresenteerd. Who am I to complain?

“Ik wil vooral niet verzuren. Zo zag ik ooit Jan Decleir op het afscheid van een goede vriend: er waren acts en liedjes en Jan stond in de coulissen. Ik zag hem kijken met zoveel interesse, spelvreugde en generositeit. Wauw. Ik wil ook genereus ouder worden, daarom omring ik me graag met jonge mensen. Voor ons project Instituut voor Onderzoek van de Betovering der Zeeën (het IOBZ, dat kunst, economie en wetenschap over de zeeën samenbrengt, red.) hebben we net twee jonge mensen kunnen aannemen, pas afgestudeerd. Dat is super. Zij voeden mij, ik voed hen. Als ik met een ­jonge regisseur werk en ik voel het verschil in generaties niet meer, voelt dat machtig. Ik ben niet de oude, succesvolle witte man die je eens gaat uitleggen hoe het moet. Dat werkt niet.”

Hoe blijft u na al die jaren artistiek fris? Betrapt u zichzelf nooit op spelen op automatische piloot?

“Nee, eigenlijk niet. Ik heb mijn grote voorbeelden dat nooit zien doen. Zij bleven zich bekommeren over de kleine details, zonder dictatoriaal te zijn. Ik vind het een opwindende gedachte dat ik – halverwege de vijftig – nog kan groeien. Door The Rolling Stones en Bob Dylan is het nu ook gepermitteerd om door te gaan tot je tachtigste: die mannen staan daar puur voor de fun, dat kan nu, dat mag nu. Toen ik jong was, was dat ondenkbaar.”

‘Ik vind het een opwindende gedachte dat ik, halverwege de vijftig, nog kan groeien. Dankzij The Rolling Stones en Bob Dylan is het gepermitteerd om door te gaan tot je tachtigste.’ Beeld LALO + EVA
‘Ik vind het een opwindende gedachte dat ik, halverwege de vijftig, nog kan groeien. Dankzij The Rolling Stones en Bob Dylan is het gepermitteerd om door te gaan tot je tachtigste.’Beeld LALO + EVA

Wat is voor u de rode draad in uw werk?

“Het spelplezier. Daarom was de vraag van Te Gek!? zo fantastisch. Via artistieke projecten maken ze een moeilijk thema als mentale gezondheid bespreekbaar. Dan is een deurenkomedie niet aan de orde. Ik sta bekend als een speelvogel, maar ik wilde ook eens iets schrijven waarbij ik niet binnen de minuut een grap moest maken.

“In de begeleidende tekst van de voorstelling staat dat Ik ben de walvis mijn meest persoonlijke voorstelling ooit is, omdat ik de tekst zelf heb geschreven en een aantal thema’s mij nauw aan het hart liggen. Ik kan mezelf wel ­herkennen in een walvis die strandt en bezwijkt onder zijn eigen gewicht: metafysisch, maar ook letterlijk. Ik kon daar ineens veel ideeën kwijt, alsof ik eindelijk eens de zwaarte mocht opzoeken. Voor de tentoonstelling die daarbij hoort, heeft de uitgeverij uit de vijftig schetsboeken die ik doorheen de jaren heb bijgehouden een selectie van mijn tekeningen gemaakt. Die schetsboeken zijn als intieme dagboeken, en de reactie luidde: we schrikken van de zwaarte. Maar die is er ook, naast die speelsheid.”

Mogen we u ook een culturele ondernemer noemen?

“Zeker, ik heb dat altijd in mij gehad. Ik trek de kar en met veel plezier. Ik vind het ook fijn dat je het zo benoemt, ‘cultureel ondernemerschap’ zie ik niet als een beledigende term. Ik zit zelfs in een soort start-upfase: het IOBZ wordt gefinancierd met privégeld, ik wilde zien hoe ver ik daarin kan gaan. De laatste jaren liggen mijn prioriteiten bij mijn eigen werk en doe ik het op eigen kracht, zonder subsidies. Dat bevalt me wel.”

‘Ik wilde niet zo’n vader worden die zijn energie overal rondstrooit en dan thuis in elkaar zakt.’ Beeld LALO + EVA
‘Ik wilde niet zo’n vader worden die zijn energie overal rondstrooit en dan thuis in elkaar zakt.’Beeld LALO + EVA

Uw goede vriend Wim Willaert omschrijft u als ‘totaal en artistiek gulzig’.

“Ja, maar op slechte dagen kan ik ook aan de piano gaan zitten, twee noten spelen, iets opschrijven, zoef, naar de tekentafel, zoef, een foto gaan maken. En op het einde van de dag heb je niets gedaan. Dat overkomt mij ook. En vandaag is mijn werk meer versplinterd dan ooit.”

U bent nog steeds getrouwd met uw jeugdliefde. Hoe bent u erin geslaagd om al die drukte, met lange avonden op de planken en buitenlandse tournees, te combineren met een gezinsleven?

“Ook dat is teamwerk geweest, er gaan veel credits naar mijn vrouw. En ik heb een uitstekende manager, Tania Berkovitch, die mijn agenda beschermt. Ik denk niet dat ik veel momenten gemist heb. Moest een van mijn kinderen een zwemdiploma behalen, dan reed ik na een repetitie als een zot in een slechte weekendfilm naar het zwembad, om daar luid toeterend aan te komen. Soms pas als ze net de andere kant van het zwembad aantikten, maar ik was er. Ik was vaak weg, maar ook veel thuis.

“Ik heb er echt over gewaakt om niet zo’n vader te worden die zijn energie overal rondstrooit en dan thuis in elkaar zakt. Vraag ik mijn kinderen hoe ik het heb gedaan, dan is het antwoord bevredigend. Al heb ik dat destijds misschien wel wat gedramatiseerd. Als ik vertrok, zat al in een depressie omdat ik ze moest achterlaten. Op dat vlak ben ik wel een dramaqueen.”

Hij wist het niet meer verschijnt op 5 mei bij Standaard Uitgeverij, 96 p’s, 18 euro. Ik ben de walvis toert momenteel door Vlaanderen, meer info op tegek.be

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234