Maandag 09/12/2019

Recensie Boeken

‘De vriend’ van Sigrid Nunez: rouwen om een roekeloze rokkenjager

Beeld Sandy Carson/INSTITUTE

Meanderende beschouwingen en trefzekere observaties over schrijven, #MeToo en dierenliefde, ingebed in een verhaal over rouw. De Amerikaanse National Book Award-winnares Sigrid Nunez (68) schreef met De vriend een meesterstukje waarin je voortdurend passages wil aanstrepen.

Een loebas van een Deense dog treurt om het verlies van zijn baas, een gevierde, briljante schrijver-docent die zelfmoord heeft gepleegd. Het dier komt terecht in de piepkleine New Yorkse flat van een hartsvriendin. Zij – ook een docente creative writing – weet er zich aanvankelijk nauwelijks raad mee. Net als met haar verdriet. Gaandeweg raakt ze toch verknocht aan Apollo, de massieve, gevlekte hond met de geknipte oren. Zodanig zelfs dat ze zich met het beest gaat afzonderen en haar omgeving zich zorgen begint te maken.

In De vriend lijkt op het eerste gezicht weinig te gebeuren. En ligt de meligheid niet op de loer, met zo’n uitgangspunt? Welnee. Ondanks de dunne plot hanteert de gelauwerde Sigrid Nunez in haar zevende roman zo’n elegante, innemende verteltoon, dat je je vanaf pagina één gewillig laat meedrijven. Bovendien injecteert de Amerikaanse haar roman met een weldadige lichtheid, zonder de zware thema’s – liefde, dood, verdriet – uit de weg te gaan.

‘Ik denk dat ik de voorkeur geef aan een leven als een novelle’, zo liet de overleden schrijver zich weleens ontvallen. Het is een van zijn vele uitlatingen die de docente postuum vertederd aan het lachen brengen. Nu schrijft ze haar vroegere mentor, die ze zo node mist, in een soort lange brief. Ze vertelt over haar leven na zijn plotse dood, zelf kampend met een writer’s block, dubbend over zijn motieven, zijn flamboyante liefdesleven, zijn depressies, zijn intellectuele nalatenschap en zijn eigenzinnigheid.

Ze mijmert over hun band, die nooit echt in een relatie uitmondde maar waarvan de intensiteit wél vaak zijn echtgenotes de kast op joeg. Slechts één keer zijn ze met elkaar naar bed gegaan. Toch wordt zij nooit verheerlijkend. De vertelster verliest zijn kleine kantjes niet uit het oog. Zo was hij een driftig versierder. ‘Bij jou viel het begin van een verhouding vaak samen met een periode van grote productiviteit. Het was een van je excuses om vreemd te gaan. (…) Al je problemen die het rokkenjagen je brachten waren je meer dan waard, zei je.’ Ze vergelijkt hem met David Lurie uit J.M. Coetzees In ongenade.

Nabokov

Subtiel smokkelt Nunez ook het #MeToo-thema binnen. Want ze beseft dat hij een van die ‘roekeloze, wellustige mannen’ was ‘die hun carrière, middelen van bestaan, huwelijk – alles – riskeren’. En het tijdperk waarin het leslokaal als ‘de meest erotische plek ter wereld’ gold, is natuurlijk voorgoed passé.

Toch hekelt de vertelster evengoed de kleinzerigheid van studenten die Vladimir Nabokov liever uit hun leeslijst zouden schrappen. Ze stapt af van het heersende zwart-witdenken dat de #MeToobeweging in haar greep heeft en propageert ambiguïteit in de man-vrouwverhoudingen. Ook de toegenomen preutsheid krijgt van Nunez her en der een bolwassing.

Een aanzienlijk deel van De vriend is gewijd aan de verhouding tot de hond, de ongenode gast die haar Knausgård-boeken stuk bijt, maar wél steeds belangrijker wordt in het leven van de vrouw en waarmee ze noodgedwongen veel tochtjes door Manhattan onderneemt. Nunez’ bespiegelingen over de verhouding tussen mens en dier zijn charmant en spits, vermengd met milde ontroering.

Daar blijft het niet bij. Nunez laat haar hoofdpersonage op superieure wijze mopperen en sakkeren, waarbij de literaire wereld (‘een mijnenveld van haat’) een favoriete schietschijf is – tenslotte kent ze die biotoop van haver tot gort. ‘Als lezen werkelijk empathiebevorderend werkt, zoals we voortdurend te horen krijgen, dan lijkt het erop dat schrijven empathieverlagend werkt.’

Goed, je zou kunnen zeggen dat Nunez wel heel pedant strooit met allerlei citaten van pakweg Flaubert, Woolf of Kundera. Maar ze zijn zo welgemikt dat het niet stoort.

Nunez’ perfect gemanicuurde zinnen palmen je in en haar gefragmenteerde aanpak lijkt aan te sluiten bij onze springerige tijdgeest. Maar de roman hangt zeker niet als los zand aan elkaar. Nunez laat een aantal radertjes in de laatste hoofdstukken slim in elkaar haken en legt nog een extra laagje meerduidigheid over de gebeurtenissen – zoals het goede fictie betaamt. Was de vrouw dan toch echt verliefd op haar leermeester?

‘Vind de juiste toon, en je kunt over alles schrijven’, staat er ergens. Nunez heeft zich dat devies volkomen eigen gemaakt.

Sigrid Nunez, ‘De vriend’, Atlas/Contact, 224 p., 22,99 euro. Vertaald door Maaike Bijnsdorp en Lucie Schaap. Beeld rv
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234