Zaterdag 14/12/2019

Film

De verlamde cartoonist die Robin Williams en Joaquin Phoenix fascineerde

Joaquin Phoenix vertolkt de verlamde tekenaar John Callahan in 'Don't Worry, He Won't Get Far on Foot'. Beeld RV Scott Patrick Green

Lachen met mensen met een handicap mag niet. Tenzij je er zelf een bent. In zijn omstreden cartoons stak de verlamde John Callahan de draak met alles en iedereen – te beginnen bij zichzelf. Gus Van Sant wilde zijn leven aanvankelijk verfilmen met Robin Williams in de hoofdrol(stoel), maar na diens dood nam Joaquin Phoenix het van hem over.

Wakker worden en plots je armen en benen niet meer voelen. Het is een nachtmerrie die realiteit werd voor John Callahan. Na een straalbezopen feestnacht in 1972 stapte hij in de auto van een zo mogelijk nog zattere vriend, die achter het stuur in slaap viel en met 145 kilometer per uur tegen een telefoonpaal crashte. De paal gaf geen krimp, Callahans ruggengraat wel.

Lees hier de recensie van 'Don't Worry, He Won't Get Far on Foot'.

Beverig en rudimentair

Tetraplegie was het harde verdict: Callahan raakte volledig verlamd onder zijn middenrif, en kon ook de meeste spieren daarboven niet meer naar behoren bewegen. Armen en benen werden lusteloze aanhangsels. Totdat Callahan er na heel wat revalidatie weer in slaagde om met zijn rechterhand een pen te omklemmen en vanuit zijn schouders zijn armen te besturen. Die simpele beweging werd zijn redding: ook al waren de tekeningen die hij begon te maken beverig en rudimentair, ze waren helder genoeg om zijn scherpe – en vaak hilarische – gedachtekronkels in beelden te vertalen.

Zo groeide Callahan in de jaren 80 uit tot een bekende – of zeg gerust: beruchte – cartoonist. De Amerikaan maakte namelijk van taboe-onderwerpen zijn handelsmerk, te beginnen bij die waar hij zelf ervaring mee had: niet zelden waren de mannetjes op zijn tekeningen, zoals hijzelf, andersvaliden of alcoholisten. Een van Callahans bekendste cartoons toont een sheriff die samen met zijn collega’s halt houdt bij een lege rolstoel – vermoedelijk van een voortvluchtige crimineel. “Geen nood,” sust hij, “te voet zal hij niet ver geraken”.

Dat gortdroge zinnetje werd in 1989 ook de titel van Callahans autobiografie: Don’t Worry, He Won’t Get Far on Foot. Het boek kwam uiteindelijk terecht bij acteur Robin Williams, die zwaar onder de indruk was. Hij kocht hij de rechten om Callahans levensverhaal te verfilmen, en stapte er eind jaren 90 mee naar regisseur Gus Van Sant. De twee hadden net samengewerkt aan Good Will Hunting, dat Williams een Oscar had opgeleverd. Een gedroomd onderwerp voor Hollywood, zou je denken, met bovendien een steracteur in de hoofdrol én een Oscargenomineerde regisseur aan het roer. En toch kwam het project niet van de grond.

De alcoholist in Robin Williams

Was het de politiek incorrecte humor van Callahan die studio’s deed bibberen? Nee, zegt Van Sant ons op het Filmfestival van Berlijn, waar de film in competitie speelde: “Het kwam volgens mij doordat het voor Robin zo’n persoonlijk verhaal was: hij zag dit project als een eerbetoon aan zijn goede vriend (en Superman-acteur, LTR) Christopher Reeve, die na een val van zijn paard verlamd raakte. Maar Robin zag ook zichzelf in Callahan. Hij had namelijk ook veel ervaring met alcoholverslaving. Dat schrikte de studio’s af, ze durfden er geen geld in te pompen.”

Geen geld, geen film. Van Sants script voor
Don’t Worry, He Won’t Get Far on Foot belandde in de vuilnisbak, en het contact met Williams verwaterde. “Ik zag hem nog in 2008 in San Francisco,” zegt Van Sant, “toen we Milk aan het draaien waren. Robin kwam me een bezoekje brengen op de set. Dat was de laatste keer dat ik hem zag voor zijn dood.” In 2014 verhing Williams zich, enkele maanden nadat hij te horen kreeg dat hij aan Parkinson leed – een foute diagnose, bleek trouwens: het ging om Lewy body dementie.

Gus Van Sant. Beeld Belga

Williams’ dood deed Van Sant uiteindelijk teruggrijpen naar zijn Callahan-script, en wonder boven wonder: deze keer kreeg hij het budget wel rond. De hoofdrol ging naar Joaquin Phoenix, die Van Sant halverwege de jaren 90 al eens had geregisseerd in To Die For met Nicole Kidman. 19 en onervaren was hij toen, herinnert Van Sant zich. “Joaquin en ik zijn nadien altijd contact blijven houden. We bespraken geregeld nieuwe projecten, en het heeft een paar keer weinig gescheeld of we hadden opnieuw samengewerkt. Nu is het er eindelijk echt van gekomen.” Of Phoenix in al die tijd veranderd is? “Geen haar”, grinnikt de regisseur. “Hij heeft alleen meer ervaring: hij weet veel dingen die zelfs ik niet weet, gewoon omdat hij intussen al op zoveel verschillende filmsets heeft gestaan.”

Voor zijn voorbereiding moest Phoenix niet meer rekenen op de hulp van Callahan zelf: die was in 2010 overleden. Maar doordat Van Sant al sinds de jaren 90 met deze film bezig was, kon hij Phoenix veel studiemateriaal bezorgen. “Ik had Callahan urenlang geïnterviewd bij hem thuis, vaak terwijl hij aan het tekenen was. Die tapes heb ik aan Joaquin gegeven.” Maar daar hield Phoenix het niet bij. “Hij is een heel precieze acteur, hij bereidt zich tot in de puntjes voor. Hij ging bijvoorbeeld op zijn eentje een paar dagen rondhangen in de revalidatiekliniek waar Callahan na zijn ongeval terechtkwam. Daar praatte hij met verlamde mensen en bestudeerde hij hun herstelproces.”

Rolstoelcrash

Phoenix leerde ook met een elektrische rolstoel rijden. Niet om het even hoe, maar op de Callahan-manier: roekeloos en oerend hard. Dat weet Gus Van Sant uit eerste hand: hij verhuisde eind jaren 80 naar Portland, de kleine stad in het noordwesten van de VS waar Callahan zijn hele leven doorbracht. “Hij was een bekende figuur, en ik zag hem regelmatig over het voetpad racen: hij haalde makkelijk 32 kilometer per uur. Een vriend van me heeft hem zelfs ooit uit zijn stoel zien vliegen. Dat gebeurde blijkbaar regelmatig, door zijn overdreven snelheid.” Om zo’n rolstoelcrash na te bootsen op de set, werd volgens Van Sant eerst een stuntman ingezet. “Maar uiteindelijk heeft Joaquin de val zelf voor zijn rekening genomen”, lacht hij.

John Callahan geldt vandaag nog steeds als een groot voorbeeld voor heel wat cartoonisten. Maar had hij in deze tijden nog zo groot kunnen worden met zijn humor die steevast tegen de haren streek? Op zijn eerste professioneel gepubliceerde cartoon was een bouwwerf te zien waar een bordje ophing: “Opgepast! Deze zone wordt bewaakt door lesbiennes.” Die vlieger zou nu wellicht niet meer opgaan. “Oh, maar John kreeg vroeger ook al veel kritiek hoor”, nuanceert Van Sant. “Dat was een constante in zijn carrière, want hij tastte voortdurend de grenzen van de humor af. Mijn film eindigt net wanneer zijn carrière echt goed gelanceerd is, maar hoe bekender hij werd, hoe meer hij in de problemen kwam. Vooral heel wat mensen met een beperking namen aanstoot aan zijn werk.” Callahan liet dat niet aan zijn hart komen. De vlammende klachtenbrieven die hij ontving, publiceerde hij later doodleuk op zijn website.

‘Don’t Worry, He Won’t Get Far on Foot’ speelt vanaf 18/04 in de bioscoop.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234