Donderdag 23/01/2020

Portret

De verborgen macho in Arctic Monkeys-frontman Alex Turner

Alex Turner tijdens een concert van Arctic Monkeys in Bogota, november 2014. Beeld EPA

Hij wordt een genie genoemd. Een dromer. Maar ook een mysterie en een rock-’n-roll­karikatuur. Wie ís Alex Turner? Vrijdag maakt hij zijn terugkeer met het zesde Arctic Monkeys-album, maar wij graven eerst in zijn verleden.

David Bowie noemde hem “een waar genot voor de rockmuziek”. Ed Sheeran bekent dan weer dat hij al zijn teksten schrijft in de ‘rapstijl’ van zijn lichtend voorbeeld. Zelfs rappers als Diddy vinden de opper-Aap het summum van cool. NME bombardeerde de frontman zelfs tot ‘the coolest man on the planet’.

Bij vooraanstaande dichters en recensenten klinkt het dan weer bijna unisono: Alex Turner is de stem en de pen van een generatie. In zijn songs bedient hij zich van een heerlijk working-classaccent. Maar zijn teksten bevatten dan weer schrandere woordspelletjes, met een scherp oog voor het alledaagse en het bedompte leven in de voorstad. De grootste kracht van deze storyteller? In zijn tranches de vie neemt hij afwisselend de rol aan van observator, sarcast en criticus.

Na een fenomenale rise to fame hield Turner evenwel niet langer vast aan dat signatuur. Zijn lyrics schoven steeds vaker op naar de liefde, waarbij hij er vreemd genoeg net béter in slaagde om een rook­gordijn hoog te houden. Het lijkt zelfs onbegonnen werk om louter op basis van zijn teksten een beeld te krijgen van wie hij is. “Zinloos, ook”, vindt hij zelf. “Ik kan zelf niet beslissen wie ik ben.”

Angstige controlefreak

Een andere reden voor zo veel ­mysterie? Simpelweg zelfbehoud.

Toen Turner het aanlegde met it-girl Alexa Chung werd hij immers plots veroordeeld tot een leven op rode lopers en in de schijnwerpers. Ex-liefjes verkochten smeuïge verhaaltjes aan roddelblaadjes, terwijl Turners familie en vrienden belaagd werden door nieuwsgierige fans en sensatiebeluste journalisten. In het nummer ‘Secret Door’ zou hij daar even een boekje over opendoen: ‘
Fools on parade / Cavort and carry on for waiting eyes / That you would rather be beside than in front of.

Een mens zou zich voor minder afschermen van de buitenwereld. Ook al omdat het zelfs voor de buitenwacht altijd duidelijk was dat Alex Turner worstelt met alle verwachtingen, en als jonge twintiger twijfelde aan zijn eigen identiteit.
Whatever People Say I Am, That’s What I’m Not: beter dan de titel van zijn debuut heeft de frontman van Arctic Monkeys (en Last Shadow Puppets) zichzelf nooit kunnen om­schrijven. Net als in die titel walst hij daarom graag rond absolute waar­heden heen. “Ik ben gewoon een angstige, ­schuchtere controlefreak”, lachte de zanger/gitarist zijn imago als ‘smokes and mirrors’-goochelaar ooit weg toen we elkaar ontmoetten.

Arctic Monkeys met Alex Turner (tweede van links). Beeld Zackery Michael

Frontman tegen wil en dank

Die verlegenheid is alleszins geen leugen. Zijn angst om de aandacht op te slorpen, dateert sinds de eerste zanger van Arctic Monkeys andere oorden ging verkennen. Turner zag zich toen tegenstribbelend genoodzaakt om de hoofdrol in de band te kapen. Omdat het een grappig verhaal blijft: sinds het eerste succes van Arctic Monkeys wordt ex-zanger Glyn Jones in de Britse pers al eens weggezet als ‘Arctic Donkey’.

Turner, frontman tegen wil en dank, omschreef zichzelf in het begin van zijn carrière liefst als iemand die het dunne koord bewandelt tussen Mike Skinner van The Streets en Jarvis Cocker van Pulp.

Hoe wij die vergelijking lezen? Turner ziet zichzelf graag als woordsmid, ongemakkelijk in zijn eigen vel, met een korte aandachtsspanne en grote avontuurzin. Met die ­psychologie van de koude grond zitten we mogelijk net ver benevens de waarheid, als je zijn verschillende metamorfoses in acht neemt.

“Wie ons voor altijd wil blijven zien als een band die danst als een robot uit 1984 (
zoals het klonk in hun doorbraakhit ‘I Bet You Look Good on the Dancefloor’, GVA) moet onze ­eerste plaat maar opnieuw kopen en grijs draaien”, zei de frontman ter verdediging na elke nieuwe plaat.

Zelf vond hij het spannender om de woestijn in te trekken met Josh Homme om Humbug op te nemen. Dat leverde hen een stoer, psychedelisch en loodzwaar gitaargeluid op, ver van de frisgewassen britpop 2.0 die hij verondersteld werd te maken na zijn eerste twee langspelers.

Die sprong in het duister bleek evenwel geen onverdeeld succes: plots stond een deel van de spionkop voor de groep met getrokken messen. Ook Turner trok daar finaal lessen uit. De volgende platen zouden minder log in het oor klinken. Eerder ­verfijnd en nostalgisch. Of zoals hij het zelf verwoordt: “De primitieve macho die in elke man zit, zat bij mij toch diep verscholen. Daarom hou ik ook het meest van onafhankelijke, sterke vrouwen.”

In 2011 bekende Turner ons wel dat ijdelheid mogelijk zijn grootste hoofdzonde is. “In deze positie ben ik vaker dan me lief is bezig met het beeld dat anderen over me vormen. Op die manier wórd je ijdel. Ik vind het ­vandaag zelfs fijn om mooie kleren te dragen.”

Of om verschillende coiffures aan te nemen. Van het zwabberkapsel in de beginjaren over de golvende manen tot een uit brillantine opgetrokken casanova: op internetfora vind je elfendertig pagina’s waarin de haartooi van de Poolaap tegen het licht wordt gehouden.

Dat hij zijn imago en looks van tijd tot tijd verandert, is een handige manier om op te vallen én tegelijk afstand te bewaren, gelooft de al even ijdele Paul Weller. “Maar ook: om ongrijpbaar te blijven. En dat moet je zijn als je gelooft dat je op een podium de rockster moet uithangen.”

Belastingschandaal

Toch is Turners grootste angst een stomvervelend rock-‘n-rollkarikatuur te worden, gaf hij ons al toe. Daarom was hij als puber ook zo gek op Oasis: die lachten met de hele rock-‘n-rollmythe. “Misschien is het ook de nuchterheid van Sheffield die in mijn DNA is gebleven”, gelooft hij. “Met een heroïnenaald in je arm liggen zieltogen? Nee, zeg! Ik lees ­liever een goed boek of zo.”

Toch spreekt hij zichzelf al eens tegen. ‘I Wish I Was One of The Strokes’, zal de nieuwe plaat van Arctic Monkeys openen. Hét schoolvoorbeeld van een rock-’n-rollcliché! Inclusief de avonturen met heroïne, waaraan die Amerikaanse groep zich mispakte voor hun tuimeling uit de spotlights. The Strokes waren evenwel de groep die de jonge Turner in 2003 onbewust aanzette tot zijn eerste publie­ke imago. Geïnspireerd door hun shabby chic scheurde Turner zijn jeans, om met stift op zijn benen te schrijven:
‘I’ve got soul and I’m superbad!’

Van die ‘superslechte’ kant liet Turner zich helaas ook al zien. Vier jaar geleden kreeg zijn imago van scherpzinnige snotaap een lelijke knauw, toen bleek dat hij – en de rest van de groep – belastingen ontweek. Ruim een miljoen pond lieten Arctic Monkeys versluizen. Zo opzienbarend lijkt dat niet: zelfs heiland Bono gaf er niet veel voor om een deel van zijn royale inkomen te delen met het eigen land. Maar Britse fans reageerden sterk verdeeld op de hypocrisie van hun favoriete working class hero uit High Green, Sheffield. Lut­tele maanden voordien nam Turner tijdens een awardshow namelijk nog de pose aan van de rebelse underdog. Dat deed hij met een absurde speech over rock-’n-roll, waarmee hij een lange neus maakte naar alle gevestigde en gelauwerde namen in de popindustrie.

'Tranquility Base Hotel & Casino' van Arctic Monkeys verschijnt op 11/5 bij Domino. Beeld rv

Alleen: tegen dan was Turner natuurlijk zélf al onderdeel geworden van het establishment. Met de release van AM (2013) werden ze de eerste indieband ooit die met vijf langspelers op een rij binnen­kwamen op één in het Verenigd Koninkrijk. Die druk wordt volgende week opgedreven met een nieuwe, zesde plaat. Of hij daar zelf van ­wakker ligt? Mogelijk niet.

“Ik ben een dromer,” vertelde hij eerder. “En net als in een droom kan ik onmogelijk voorspellen hoe dit allemaal zal aflopen.”

Arctic Monkeys: 8/6 op Best Kept Secret en 8/7 op Rock Werchter  

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234