Zondag 20/10/2019

Boek

De tatoeëerder van Auschwitz: "De enige Jood die ooit gaskamer inging en er levend is uitgekomen"

Beeld Associated Press

Meer dan 50 jaar lang zweeg Lale Sokolov. Hij leefde met een geheim dat voortkwam uit de verschrikkingen van de Tweede Wereldoorlog en ontstond op een plek die getuigde van de ergste onmenselijkheid in de geschiedenis. Zijn opmerkelijke levensverhaal zou hij pas als kranige tachtiger prijsgeven. Lale Sokolov was de tatoeëerder van Auschwitz, degene die van duizenden gevangenen een nummer moest maken. 

Zo veel jaar later en duizenden kilometers verwijderd van het concentratiekamp besloot de joodse man die in 1916 in Slovakije werd geboren als Ludwig "Lale" Eisenberg om zijn verhaal te delen met auteur Heather Morris. Zij tekende in de Australische stad Melbourne zijn levenspad op in het net verschenen boek De tatoeëerder van Auschwitz.

"Deze man, de tatoeëerder van het meest beruchte concentratiekamp, bewaarde zijn geheim zo lang omdat hij er onterecht van overtuigd was dat hij iets te verbergen had", zegt Heather Morris, die uitgebreid met Lale kon spreken - voor hij op zijn negentigste stierf in 2006.

"Ik moest zijn vertrouwen winnen en het kostte me drie jaar tijd om de puzzel van zijn leven te leggen", aldus Morris. Lale vreesde dat hij als nazi-collaborateur zou worden weggezet. Hij bewaarde al die tijd het geheim om zijn familie te beschermen. Pas nadat zijn vrouw Gita stierf, sprak hij over de ontberingen van een overlever maar ook over de wondermooie liefde die ontstond op een plaats waar je ze het minst verwachtte.

Lale Sokolov met auteur Heather Morris. Beeld Heather Morris/Sokolov familie

Gevangene 32407

In april 1942, op 26-jarige leeftijd, werd Lale overgebracht naar Auschwitz, het grootste vernietigingskamp van de nazi's in het bezette Polen. Bij aankomst werd zijn naam ingeruild voor een nummer: 32407. Gevangene 32407 moest net als vele anderen noeste arbeid verrichten, terwijl er nieuwe huizenblokken werden gebouwd naarmate het kamp uitbreidde.

Kort nadat hij in Auschwitz was aangekomen, kreeg Lale tyfus. Hij werd verzorgd door de man die hem zijn identificatietatoeage had gegeven, een Franse academicus genaamd Pepan.

Beeld AP

Pepan nam Lale onder zijn hoede en zette hem aan het werk als zijn assistent. Hij leerde hem niet alleen tattoos zetten, maar ook hoe hij zich 'low profile' kon houden om niet ten prooi te vallen aan het onvoorspelbare temperament van de SS-bewakers. Maar op een dag verdween Pepan. Lale zou er nooit achter komen wat er met hem is gebeurd.

Mede vanwege zijn talenkennis - hij sprak Slovaaks, Duits, Russisch, Frans, Hongaars en een beetje Pools - werd Lale de belangrijkste tatoeëerder, dé Tätowierer, van het vernietigingskamp.

Op die manier werkte hij nu voor de politieke vleugel van de SS. Een officier kreeg de opdracht om hem te controleren, wat hem toch min of meer een gevoel van bescherming gaf.

Beeld REUTERS

Als Tätowierer leefde Lale wat verder verwijderd van de dood dan de andere gevangenen. Hij at in een administratief gebouw. Hij kreeg extra rantsoenen. Hij sliep in een éénpersoonskamer. Wanneer zijn werk was voltooid, of als er geen nieuwe gevangenen waren om te tatoeëren, kreeg hij vrije tijd.

"Hij zag zichzelf nooit als een collaborateur," zegt Morris. Maar het was wel zijn grote zorg na de oorlog - velen zagen de gevangenen die voor de SS in de kampen werkten als collaborateurs die hadden deelgenomen aan de wreedheden.

"Hij deed wat hij deed om te overleven, hij zei dat hem niet werd verteld dat hij een baan kon krijgen binnen het kamp", zegt Morris. "Hij vertelde dat je nu eenmaal aannam wat er werd aangeboden. Je deed het en je was dankbaar omdat het betekende dat je de volgende ochtend misschien wakker zou worden."

Josef Mengele

"Vooral Josef Mengele dook geregeld in zijn buurt op terwijl hij tussen de nieuwkomers toekomstige proefpersonen selecteerde", schrijft Morris. Bij veel gelegenheden zou hij Lale verbaal terroriseren. "Op een dag, Tätowierer, zal ik jou kiezen - op een dag", liet hij zich meermaals op dreigende toon ontvallen.

Op een gegeven moment werd Lale gedwongen de gaskamers binnen te gaan - hij zag een macaber kluwen van honderden naakte lichamen. Nu wist hij dat de dood rook naar bloed en urine en uitwerpselen en andere dingen die hij niet kon identificeren, maar die stank zou hij nooit vergeten.

Toen hij de kamer verliet, zei een bewaker: "Weet je wat, Tätowierer? Ik wed dat je de enige Jood bent die ooit in een gaskamer is gelopen en er vervolgens weer levend is uitgekomen."

Gedurende twee jaar tatoeëerde Lale honderdduizenden gevangenen, met de hulp van enkele assistenten. Deze verplichte tatoeages zijn uitgegroeid tot een van de meest bekende symbolen van de Holocaust en haar dodelijkste vernietigingskamp. Alleen gevangenen in Auschwitz en subkampen, Birkenau en Monowitz, werden getatoeëerd. De praktijk begon in de herfst van 1941 en in de lente van 1943 hadden alle gevangenen hun identificatienummer.

"Het was eerst en vooral een pijnlijke zaak. Bovendien begrepen de gevangenen dat ze op dat moment hun naam waren kwijtgeraakt. Vanaf dan waren ze een nummer geworden", aldus Morris. 

Beeld AP

Gevangene 34902

Het is juli 1942 en Lale krijgt een ander stuk papier overhandigd. Voor hem staan ​​vijf cijfers: 3 4 9 0 2. Mannen tatoeëren is één ding, maar als hij de dunne arm van een jong meisje in zijn handen houdt, voelt hij zich gechoqueerd. Hij is dan nog niet bevorderd tot dé Tätowierer. Pepan maant hem aan om te doen wat hem is opgelegd. Als Lale dat niet doet, zal hij zichzelf ter dood veroordelen.

Er is iets met dit meisje en haar heldere ogen. Jaren later zal Lale aan Morris vertellen hoe hij op dat moment - toen hij het nummer op haar linkerarm tatoeëerde - zij haar nummer voor altijd in zijn hart had gekerfd.

Hij hoorde dat haar naam Gita was - ze bevond zich in het vrouwenkamp, ​​Birkenau. Met de hulp van zijn persoonlijke SS-bewaker smokkelde hij brieven naar haar. Die brieven leidden tot geheime ontmoetingen buiten haar blok.

Hij probeerde zo goed als hij kon voor haar te zorgen door haar zijn extra rantsoenen te geven en haar zelfs een betere werkplek te bezorgen. Hij probeerde haar hoop te geven. "Gita had haar twijfels, heel sterke twijfels", zegt Morris. "Ze zag geen toekomst, hij daarentegen wist altijd - diep vanbinnen - dat hij de gruwel zou overleven. Hij wist niet hoe, maar hij was een overlever. En dat is hij geworden doordat hij in het kamp op het juiste moment op de juiste plaats was en alle kansen greep die binnen zijn mogelijkheden lagen."

Op zoek naar Gita

In 1945 begonnen de nazi's gevangenen uit het vernietigingskamp weg te voeren voordat de Russen arriveerden. Gita was een van de vrouwen die was geselecteerd om Auschwitz te verlaten. De vrouw op wie hij verliefd was geworden, was plots weg. Lale kende alleen haar naam - Gita Fuhrmannova - maar niet waar ze exact vandaan kwam.

Lale kon uiteindelijk ook het kamp verlaten en begaf zich terug naar zijn woonplaats Krompachy in Tsjechoslowakije. Hij verdiende zijn geld met het verkopen van de juwelen die hij van de nazi's had kunnen stelen. Zijn zus Goldie had het ook overleefd en dus beschikten ze nog over het ouderlijke huis.

Het enige wat hem nog restte was om uit te zoeken wat er met Gita was gebeurd. Zou hij hoop durven koesteren dat hij haar ooit nog ging vinden?

Met paard en kar vertrok hij naar Bratislava, de aankomstplaats van veel overlevenden die terugkeerden naar het toenmalige Tsjechoslowakije. Lale hield zich wekenlang op in de buurt van het station, totdat de stationschef hem adviseerde om eens te gaan horen bij het Rode Kruis.

Onderweg naar daar zag hij hoe een vrouw wat verderop op straat liep. Het was een bekend gezicht. Een paar heldere ogen. Het was Gita. Ze hadden elkaar gevonden.

Gita. Beeld Heather Morris/Sokolov familie

Het koppel trouwde in oktober 1945 en veranderde hun achternaam in Sokolov om minder op te vallen in het door de Sovjets gecontroleerde Tsjechoslowakije. Lale begon met een textielwinkel die al snel succes kende.

Maar ze hadden geld naar het buitenland gestuurd om de oprichting van een Israëlische staat te steunen. Toen de autoriteiten dit ontdekten, werd Lale gevangengezet en zijn bedrijf genationaliseerd. Toen hij tijdens een weekend even kon genieten van penitentiair verlof vluchtte het koppel uit Tsjechoslowakije.

Melbourne

Ze gingen eerst naar Wenen, vervolgens naar Parijs en tenslotte - in een poging zo ver mogelijk van Europa weg te komen - zetten ze koers richting Australië. Tijdens die reis ontmoetten ze een stel uit Melbourne en waren ervan overtuigd om in die stad een nieuw leven te beginnen.

Lale startte opnieuw een textielbedrijf op en Gita begon met het ontwerpen van jurken. In 1961 kregen ze een zoon, Gary. Lale en Gita hebben de rest van hun leven in Melbourne gewoond. Gita bezocht Europa een paar keer voordat ze in 2003 stierf. Lale is echter nooit meer teruggegaan.

Alleen goede vrienden kenden hun bijzondere liefdesverhaal. 
Ze probeerden de horror van de Holocaust te vergeten, maar konden nooit geheel aan de nachtmerrie ontkomen. Hun identificatienummers waren een herinnering aan die beangstigende tijd.

Gita werd niet graag herinnerd aan het verleden. Ze liet de bewuste tatoeage tien jaar voordat ze stierf verwijderen. Lale van zijn kant behield zijn nummer als testament dat hij de gruwel had overleefd en "vastbesloten om elke Duitse soldaat die betrokken was bij de oorlog te overleven".

Beeld rv

'De tatoeëerder van Auschwitz, het waargebeurde verhaal van de uitzonderlijke liefde tussen gevangene 32407 en 34902', is op 23 januari verschenen. Uitgever Harper Collins, 352 pagina's.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234