Donderdag 14/11/2019

Strips

De superheld volgens de joodse immigrant

Superman. Beeld © DC Comics

Superman, een concentratiekampbewoner met een vachtje of een superheld avant la lettre. Het Joods Museum van België opent vandaag een expo waarin zo’n 200 werken moeten aantonen hoe vele naar de VS geïmmigreerde joden zowel de superhelden- als undergroundcomics en graphic novels van gisteren en vandaag beïnvloeden.

Superman die ergens tussen de wolken Messerschmitts van de Luftwaffe aan gruzelementen slaat. The Thing die het in een gevecht opneemt tegen The Golem. Of Hulk die nog maar eens in razernij ontsteekt.

Maar ook een zielig, uitgemergeld muisje dat vanachter het prikkeldraad van Auschwitz beduusd naar de wereld kijkt, of een naakt meisje dat – letterlijk – op een berg van emoties haar gevoelens als kind van holocaustoverlevers een plekje tracht te geven.

De zowat 200 stripplaten die aan de media werden voorgesteld in het Joods Museum van België, vertellen ieder een ander aspect van de manier waarop de joodse auteursscene zich in de VS sinds zijn oorsprong wist te vermengen met het tumult van de geschiedenis.

The Thing and The Golem. Beeld © Marvel Comics Group

Yinglish

De expo is niet nieuw. Of toch. In 2007 werd de tentoonstelling Superheroes Never Die. Comics and Jewish memories gecreëerd door het Parijse Musée d’art et d’histoire du Judaïsme en het Amsterdamse Joods Historisch Museum, om vervolgens door Europa te reizen en later Australië en Brazilië aan te doen. In samenwerking met de originele curatoren besloot het Joods Museum van België de expo om te tunen tot “een aangepaste en geactualiseerde versie”.

Terwijl een eerste, eerder gezapig hoofdstuk het werk toont van nobele onbekende joden die aan het begin van de vorige eeuw het Europese antisemitisme en fascisme ontvluchten en in New York stripjes in vooral joodse kranten publiceerden (vaak in het ‘Yinglish’, een mix van hun moedertaal met het Engels), slaan in het tweede hoofdstuk de stoppen door van menige superheld.

I was a child of Holocaust survivors, Bernice Eisenstein. Beeld © Bernice Eisenstein

De opkomst van de superheld is nauw verbonden met de integratie van de joodse immigranten in de VS, klinkt het hier. Enkele van de bekendste superhelden kwamen uit hun koker. Joe Shuster en Jerry Siegel bedachten Superman in 1938, Bob Kane en Bill Finger schudden een jaar later Batman uit hun pen en nog een jaar later gaven Jack Kirby en Joe Simon de wereld Captain America. 

Die joodse link zou nooit meer verdwijnen en vind je overal terug, zegt curator Karim Tall (30). Hij verwijst naar Kirby’s personage The Thing (1961) uit Fantastic Four. “Dat is bijvoorbeeld een variant op de golem, een uit de klei getrokken wezen uit de joodse folklore.” X-Men-schurk Magneto? “Dat is dan weer een overlevende van de vernietigingskampen.”

The Spirit, Will Eisner. Beeld © Ann Eisner

Allesbehalve een superheld is dan weer The Spirit van Will Eisner, een auteur aan wie het volledige derde luik integraal wordt besteed. Tall: “Hij bracht met The Spirit een antiheld avant la lettre, besteedde meer werk aan het grafische aspect en ging zo over naar een periode van introspectieve graphic novels.” Bovendien, zegt Tall, richtte hij de eerste productiestudio voor strips in de VS op: de Eisner en Iger Studio. Onder meer Kane en Kirby gingen er aan de slag.

Maus

Art Spiegelman kon uiteraard niet ontbreken. Met zijn holocauststrip Maus (vanaf 1972), waarin hij niet alleen de relatie met zijn vader verbeeldde, maar ook diens belevenissen in Auschwitz, zette hij volgens Tall de toon voor een nieuwe generatie (joodse) stripauteurs. Hij wijst naar de muur verderop, waar Bernice Eisenstein zich als een klein meisje etaleert. De titel van haar werk spreekt voor zich: I was a child of holocaust survivors. Volgens Tall onderscheidde deze periode – van 1952 tot 2001 – zich door introspectie. “Het besef dat ze ‘anders zijn’ had als gevolg dat de auteurs zich meer politiek opstelden en hun joods-zijn bevroegen.”

Maus, Art Spiegelman. Beeld RV©Art Spiegelman

Watchmen

De expo mag eerder bescheiden worden genoemd. In ruimte, maar ook inhoudelijk. Er zijn verschillende redenen voor de barstjes onderweg. Slechts zo’n 50 werken zijn originelen. Het merendeel werd op houten panelen gehecht.

Europese auteurs komen er niet aan bod. Wellicht wilde men overlapping vermijden met die andere bekende expo rond joodse strips die momenteel in Europa toert: Strips en Holocaust, een expo van het Parijse Mémorial de la Shoah.

Tall: “Wij wilden echt iets nieuws brengen. Vandaar dat we titels als Watchmen en Brat Pack lieten opnemen. Watchmen stelde midden jaren 80 de legitimiteit van superhelden in vraag. In Brat Pack levert Rick Veitch politiek incorrecte satire door geruchten in het superheldengenre aan te kaarten als pedofilie, geweld en zelfs fascisme.”

“Met de expo willen we ook een dialoog aangaan”, wist Bruno Benvindo, historicus en directeur van het Joods Museum, nog. Indirect refereerde hij daarmee vooral aan de laatste ruimte waarin feminisme, lgtbq-thema’s, de Afro-Amerikaanse gemeenschap en moslims aan bod kwamen. Want de kwestie van emancipatie en identiteit, die er al sinds de jaren 30 waren, zijn er nog steeds, zegt hij. “Alleen worden ze anders ingevuld.”

Met die bedenkingen verlaten de bezoekers deze expo. Het is alleszins spek voor de bek van het publiek dat Benvido voor ogen had: “Een breed publiek, niet het publiek van enkel stripliefhebbers.”

De expo loopt nog tot 26 april. www.mjb-jmb.org

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234