Woensdag 16/10/2019

Theater

De schoonheid van onvoltooide ideeën: kunstenaar Benjamin Verdonck (sch)raapt in ‘Aren’ de restjes bij elkaar

Benjamin Verdonck. Beeld Damon De Backer

Soms is de droom even dierbaar als de realisatie en dus volgt kunstenaar Benjamin Verdonck in Aren het spoor van vroegere, onafgewerkte ideeën. Maar hoe maak je een voorstelling over werk dat je nooit hebt gemaakt?

Het kunstenaarsatelier. Het is de plek waar wordt geoogst, waar rijpe ideeën worden geplukt en onrijpe mogen blijven groeien. Bij Benjamin Verdonck zwerft er door dat atelier ook een roedel kinderen, want toen Verdonck een jaar of twee geleden verhuisde naar een cohousingproject in Kapellen, besloot hij werk en leven niet langer te scheiden. Verdonck: “Het klassieke kunstenaarsatelier staat voor afzondering, maar dat leverde de laatste jaren steeds meer schuldgevoelens op – ik die daar uren doorbracht, terwijl mijn gezin ergens anders een leven aan het leiden was.” Nu zijn woon- en werkruimte één, en breekt het leven in in de kunst met een energie die Verdonck omschrijft als ‘erg vruchtbaar’. 

Niet alleen het jong geweld verzamelt zich in Verdoncks werkruimte, “ook de ideeën die van de tafel vallen wanneer je aan het werk bent”, vertelt de theatermaker. “Niet omdat ze slecht zijn, maar omdat ze op dat moment niet bruikbaar zijn – hoe kan ik die naast elkaar plaatsen zodat ze een groter verhaal vertellen?” Dat wordt zijn nieuwe voorstelling Aren, gebaseerd op een collectie zijsporen en losse eindjes die Verdonck in zijn atelier heeft opgeraapt, zoals de arenlezer de halmen verzamelt nadat de dorsmachine is langsgegaan.

Benjamin Verdonck in zijn atelier in Kapellen. Beeld Damon De Backer

Onbedoeld en misschien zelfs ongewild zou dat ‘grotere verhaal’ waarnaar Verdonck zoekt weleens de artistieke biografie kunnen zijn van Verdonck zelf. Omdat in het bijeenbrengen van een honderdtal ongebruikte ideeën te zien valt hoe Verdoncks fascinaties door de jaren heen zijn gaan schuiven. Zo zijn er ideeën gelinkt aan zijn ‘bouwperiode’, waarin hij huisjes of nesten maakte; er zijn er bedacht voor de publieke ruimte; en dan zijn er de ideeën rond de ecologische catastrofe, een focus die vooral de laatste jaren zijn oeuvre kleurt. 

Sommige ‘oude’ plannen illustreren hoezeer Verdoncks houding daartegenover is veranderd. Verdonck: “Ik heb lang gedacht dat ik de ecologische dreiging moest verbeelden om de mensen wakker te schudden. Ik wilde een rond punt volzetten met ondergelopen auto’s of een maquette van de Brusselse Vismarkt plaatsen in de fontein daar, zodat je kon zien hoe het overstroomde plein er zou uitzien. Intussen ben ik uitgeweken naar een abstractere manier van verbeelden.”

Ideeën blijven dus soms onuitgevoerd omdat de kunstenaar gaandeweg op een ander punt in zijn denken belandt. Er zijn ook banalere redenen: gebrek aan tijd, gebrek aan geld of een logistieke no-go. Zo raakte Verdoncks idee om een supermarkt op kleur te rangschikken niet voorbij de voorschriften voor voedselveiligheid. Verdonck: “Ik ben met verschillende grote ketens gaan praten, maar het was wettelijk gezien onmogelijk. Het bleek ten strengste verboden om ingevroren vis naast wc-ontstopper te rangschikken, zelfs al is de verpakking van dezelfde kleur. (lacht)

Wie overigens verwacht dat Verdonck in
Aren zijn onuitgevoerde plannen alsnog zal realiseren, heeft het verkeerd voor. Neen, hij gaat geen tunnel graven tussen de Nationale Bank en een bloemenwinkel. En neen, hij gaat niet met een prauw uit het AfricaMuseum het kanaal van Molenbeek afvaren. Verdonck wil via Aren de onafgewerkte ideeën niet materialiseren – wat zou betekenen: ze verliezen – maar activeren, wakker kussen, en dan vooral in de verbeelding van het publiek. Die minimalistische invulling heeft in de eerste plaats te maken met de intrinsieke paradox van het ‘uitvoeren van niet-uitgevoerde ideeën’: de vrees dat de voorstelling zichzelf zou opheffen op het moment dat ze vorm krijgt.

Beeld Damon De Backer

Maar er is meer. Een zo sober mogelijke productie hoort ook bij een bewuste strategie ten aanzien van de klimaatcrisis. Verdonck: “Het beste zou natuurlijk zijn om niets meer te produceren, maar daarvoor zit er nog te veel maakdrift in mij. Bovendien geloof ik nog steeds dat een werk kan leiden tot politieke mobilisatie. De impact is belangrijker dan het kunstwerk, maar om een werking te laten ontbranden heb je een werk nodig, hoe minimaal ook.”

En dus ruimt Verdonck op, plukt hij de losliggende aren uit zijn atelier en maakt er een voorstelling van. Maar wat daarna? Is het atelier dan leeg? “Zoiets zal niet snel gebeuren. Tijdens het maken van Aren hebben zich spontaan alweer honderd-en-een mogelijkheden aangediend. En zo houdt het nooit op.”

Van 10/1 tot 19/1 in de Bourlaschouwburg, Antwerpen. Daarna op tournee. toneelhuis.be

Recht op rest: deze drie kunstenaars koesteren hun onvoltooide ideeën

Rebekka de Wit, auteur en theatermaker

“Ik loop al heel lang rond met het verlangen ‘iets’ – een voorstelling, een boek, een museum – te maken rond uitstervende talen. Talen verdwijnen even snel als diersoorten en ik ben soms bang dat we ons binnenkort alleen nog maar uitdrukken in backpacker-Engels. Dat ik nog nooit iets heb gedaan met dat idee komt in de eerste plaats doordat ik er geen tijd voor heb. Eigenlijk wil ik graag een website te maken met daarop een rubriek voor ongerealiseerde ideeën. Ik beschouw ze als collectief bezit, dus als ik geen tijd heb kan misschien iemand anders ermee aan de slag.

“Daarnaast merk ik dat ik vaak veel energie steek in het begin van iets, maar stop zodra ik weet hoe het verder moet. Zoals je een auto stationair laat draaien en je er elk moment mee kunt vertrekken – het gaat erom de voorpret zo lang mogelijk te rekken. Misschien speelt ook mee dat het resultaat soms teleurstellend is in vergelijking met het concept. Zoals een liedje dat je in je hoofd hoort en daarna probeert te zingen. Het klinkt nooit zo mooi als in je hoofd.”

Philippe Vande Velde, scenograaf en theatermaker

“Elke voorstelling van Studio Orka levert een heel schetsboek op aan onuitgevoerde ideeën. Voor onze recentste voorstelling Craquelé, die zich afspeelt in een kerk, had ik oorspronkelijk een ander decor bedacht. Het ging om een minikerk in de kerk, een kleiner universum waarin het hoofdpersonage ronddwaalt als een zonderling. Hij zou kaarsen maken, een moestuintje hebben waarin hij bolletjes zou kweken voor de paternosters, enzovoort. Toen bleek dat daarmee de beleving van de echte kerk verdween – het gevoel van een hoge ruimte, de indrukwekkende sculptuur van de preekstoel – is het idee vervallen. Bij Studio Orka is het vervelende aan onuitgevoerde ideeën dat ze vaak wél worden uitgevoerd, dat we er met de ploeg tijd, materiaal en zweet aan besteden, maar dat de vondsten uiteindelijk sneuvelen omwille van de dramaturgie.

“Voor Bernina, een nogal surrealistische voorstelling in een spookhuis, had ik een telegeleide wc-pot ontworpen en een tapijt dat kon functioneren als golfbaan. Maar ook die zijn ongebruikt gebleven. Terecht, want als het niet klopt in het verhaal, dan moet je het laten vallen. En ja, ik heb zo al veel van mijn darlings gekild.”

Piet Arfeuille, regisseur

“Ik vind Pier Paolo Pasolini zo’n groot kunstenaar dat ik daar ooit iets mee moet doen. En daar loop ik eigenlijk al vijftien jaar mee rond. Soms speelt het idee op om zijn Teorema op scène te zetten, dan weer het verlangen om iets rond de figuur van Pasolini zelf te doen. Daar fantaseer ik dan over. Misschien heet de voorstelling Laat hem spreken en zie je alleen maar een pratende man, anderhalf uur lang, met zijn rug naar het publiek. Misschien komen die ideeën alsnog in één voorstelling terecht. Recent hoorde ik Freddie Mercury in een documentaire zeggen dat ‘Bohemian Rhapsody’ drie nummers waren die hij niet afgewerkt kreeg en dus maar aan elkaar heeft gehangen. (lacht) Wat me voorlopig tegenhoudt bij Pasolini, is schroom. Ik wacht tot alle omstandigheden juist zitten, tot de ideeën volledig gerijpt zijn en ik er zelf klaar voor ben.

“Een andere droom, bijna een guilty pleasure, is het verlangen om ooit The Neverending Story van Michael Ende te doen, liefst met een hele grote cast. In mijn slaap zie ik daar soms hele scènes van voor ogen, op het toneel dus. Ik zie het decor, hoor de teksten en de muziek. Ik vind het overigens niet vervelend om met dat soort ongerealiseerde dromen te zitten. De dingen die je lang meedraagt krijgen tijd om te rijpen, zoals de wijn.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234