Vrijdag 18/10/2019

Boeken Harper Lee

De ‘rassenroman’ die Harper Lee niet geschreven kreeg

Dominee William Maxwell werd op de begrafenis van zijn laatste slachtoffer zelf dood-geschoten. Beeld AP

Al achttien jaar had Harper Lee niks ­gepubliceerd, toen ze in haar geboortestaat Alabama materiaal ging verzamelen over de sinistere zaak van een zwarte dominee-­seriemoordenaar. Casey Cep probeert te ­ontdekken waarom de gekwelde Lee ­ondanks veel research haar writer’s block niet overwon.

Harper Lee (1926-2016) is het enigmatische one hit wonder van de Amerikaanse letteren. Na het enorme succes van To Kill a Mockingbird (Spaar de spotvogel, 1960), haar invoelende roman over onrecht en uitsluiting in een dorp in Alabama, is ze door blijven schrijven, maar ze publiceerde een halve eeuw lang niets meer.

In 2015, een jaar voor haar dood, bracht haar uitgever onverwachts en met veel fanfare Ga heen, zet een wachter uit. Het bleek geen nieuw werk te zijn, maar een - nog steeds interessante - roman samengesteld uit outtakes van haar klassieker, ditmaal met een fellere veroordeling van het witte Zuiden.

Nieuwsgierig naar het ontstaan van Wachter reisde de jonge journaliste Casey Cep af naar Alabama, de geboortestaat van Lee. Daar hoorde ze over een misdaad waarover Lee ooit wilde schrijven en kreeg ze een koffer vol onderzoeksmateriaal in handen. Cep dook in de zaak en komt nu met De moordenaar, de advocaat en de schrijver, een verrassende, ijzersterke combinatie van true crime en biografie.

In de kachel

Cep begint met een uitgebreid relaas over deze beruchte seriemoord uit de jaren zeventig, waarna ze in de tweede helft overschakelt op het leven van de getroebleerde Lee. Ze brengt de verhaallijnen bij elkaar als Lee in 1977 vanuit New York naar het plaatsje Alexander City reist om het moordproces bij te wonen.

Lee hoopt er een onderwerp te vinden dat haar van haar writer’s block zal verlossen. De uitgever die haar hielp om Spotvogel te herschrijven is overleden. Of de jongensachtige Lee (voluit Nelle Harper Lee, roepnaam Nelle, spreek uit ‘Nel’) ooit een relatie heeft gehad, met een man of vrouw, weet Cep niet te achterhalen. Haar jeugdvriend en collega-schrijver Truman Capote ziet ze niet meer. Hij is aan de pillen geraakt, zij aan de whisky. Volgens buren in New York heeft ze op een avond dronken bij hen aangeklopt om te zeggen dat ze net driehonderd bladzijden van een manuscript in de kachel heeft gegooid.

Dan leest Lee over ‘Alex City’ en het naastgelegen dorp Nixburg, waar een zwarte predikant, William Maxwell, in een periode van zeven jaar vijf familieleden heeft omgebracht om het verzekeringsgeld op te strijken. Maxwells eerste en tweede vrouw, zijn broer en zijn neefje verongelukken een voor een. De lijkschouwer kan niets verdachts vinden. De buren beginnen van voodoo te spreken en mijden de predikant en zijn nieuwe echtgenote. Als hun pleegdochter ook dood wordt aangetroffen, is er wel bewijs voor moord, maar de politie komt te laat. Tijdens de begrafenis trekt een oom van het vermoorde meisje een pistool en schiet de dominee door het hoofd.

Harper Lee rookt een sigaret voor het huis van haar ouders in Monroeville, Alabama, mei 1961. Beeld The LIFE Images Collection/Getty

Cep reconstrueert Maxwells gewelddadige intriges en maakt tussendoor typisch literaire non-fictie-uitstapjes: naar de geschiedenis van de levensverzekering, de misdaadverslaggeving in Amerika, de werkzaamheden van de plaatselijke bevolking in de houtzagerijen en de textielindustrie.

In de tweede helft voert Cep de lezer mee naar een ander plattelandsstadje in Alabama, Monroeville, waar Lee opgroeit als onaangepast meisje in tuinbroek, met een afgedankte typemachine als lievelingsspeelgoed, waarop ook af en toe buurjongetje Truman mag tikken.

Lees vader, jurist en uitgever van de lokale krant, stond model voor Atticus Finch, de integere held van Spotvogel. Maar vlak na de oorlog trok Lee net als vele schrijvers van haar generatie naar de grote stad, waar ze zich tegen de bekrompenheid van haar geboortestreek keerde. In 1958, toen ze al enkele jaren fictie schreef, maakte ze een lijstje met schrijfideeën, waaronder een ‘rassenroman’, een Victoriaans drama en een roman aangeduid met ‘I’m gonna tear Monroeville to pieces’ (‘Ik maak gehakt van Monroeville’).

In koelen bloede

Na een studie rechten aan de universiteit van Alabama verhuisde Lee in 1949 naar New York, waar Capote al furore maakte. Toen ze eind 1959 net Spotvogel af had gekregen, ging ze met Capote mee naar Kansas om onderzoek te doen voor zijn true crime-klassieker In koelen bloede. Eigenlijk precies de verkeerde kant op: ze trok naar de Midwest net rond de tijd dat zo’n beetje iedere journalist juist naar het Zuiden wilde, om verslag te doen van de strijd om de zwarte burgerrechten.

Lees ‘stem had een van de krachtigste van het land kunnen zijn’, schrijft Cep, ‘maar ze leende hem niet’ aan de beweging tegen rassenscheiding. Alleen privé sprak ze zich uit. Ze wilde niet openlijk partij kiezen tegen wit Alabama. Maar het midden waarin ze graag was gebleven – los van de vraag of dat wel bestond – verdween onder de vloedgolf van de tijdgeest. Een verhaal met een louterend slot zoals Spotvogel zat er niet meer in. Als dit de verklaring is voor haar stilte, zou ze niet de eerste schrijver zijn die de tanden stukbeet op het zwaarbeladen onderwerp ‘ras’. Cep wijst erop dat Margaret Mitchell (Gejaagd door de wind) en Ralph Ellison (Onzichtbare man) evenmin een tweede roman hebben kunnen voltooien.

De sinistere zaak-Maxwell ging op zich niet over ras, maar het riep wel een gothic sfeer op waar Lee van hield. Ze verbleef lang in Alexander City om de gebeurtenissen in kaart te brengen. Haar beoogde hoofdpersoon was Tom Radney, de witte advocaat die Maxwells moordenaar wilde vrijpleiten. Maar de zwarte betrokkenen waren niet genegen om de vuile was buiten te hangen voor een buitenstaander en uiteindelijk concludeerde Lee dat ze ‘niet genoeg harde feiten had over de echte misdrijven om er een heel boek van te maken’. Het thema dat buiten haar bereik bleef – zwarte families ontwricht door (echtelijk) geweld – zou uitgediept worden in een nieuwe klassieker uit het Zuiden, Alice Walkers De kleur paars.

Cep weet haar personen overtuigend neer te zetten, vooral de gekwelde schrijfster die in 1970 over haar succesboek aan een vriendin schrijft: ‘Het gaat goed met Harper Lee, maar wel ten koste van Nelle.’ ’s Lands wijs en ’s lands eer van Alabama weet Cep minder goed te treffen. Hoe zou het zijn om in Nixburg op te groeien, om in Alex City een begrafenis bij te wonen? Hoe zijn de onderlinge verhoudingen tussen wit en zwart?

Harper Lee had de gave om een stadje in Alabama voelbaar weer te geven, in al zijn eigenheid. De buitenstaander Cep vertelt een boeiend verhaal, maar met wat ze niet kan, onderstreept ze nog eens de klasse van Lee, en de tragedie van haar stilte.

Casey N. Cep, De moordenaar, de advocaat en de schrijver. Over het boek dat Harper Lee nooit schreef, Atlas Contact, 416 p., 24,99 euro.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234