Zaterdag 19/10/2019

Pop

De ‘Pippi van de pop’ staat te popelen: Sigrid brengt eerste plaat uit

Beeld Illias Teirlinck

Voor haar album Sucker Punch trok de Noorse zangeres Sigrid (22) zich niets aan van de bazige songschrijvers die het label haar toewees. En dus werden haar liedjes net zo fris en eigenwijs als zijzelf.

Het liedje is inmiddels twee jaar oud, er staan zes verschillende versies van op Spotify, maar toch moest ‘Don’t Kill My Vibe’ natuurlijk terugkeren op het ­debuutalbum van het onweerstaanbare Noorse electropopfenomeen ­Sigrid (22). Omdat het haar doorbraakhit was, haar signature tune, maar vooral ook omdat het een sleutellied is: het markeert een beslissend moment in haar creatieve ontwikkeling en haar leven.

Het lied gaat over een ‘schrijfsessie’ die ze in 2016 had met een aantal professionele songschrijvers, op initiatief van haar platenlabel. Ze wist toen nog niet welke kant ze op wilde. “Ik deed in die tijd wel meer van zulke schrijfsessies”, zegt ze, gezeten op een bankje in het Amsterdamse Lloyd Hotel, “maar deze was onplezierig. Ik was zo naïef om te denken dat ze me serieus zouden nemen als songschrijver, maar ze deden bazig. Ik had het gevoel dat ik alleen mocht toekijken. Daar was ik even door uit het veld geslagen, maar daarna heb ik gezegd: als jullie niet naar mij luisteren, waarom doen we dit dan eigenlijk?”

Einde schrijfsessie. Sigrid Solbakk Raabe uit Alesund, Noorwegen, was op dat moment nog geen 20.

“Ik ben blij dat ik die ervaring gehad heb. Sindsdien durf ik nog meer voor mijn mening uit te komen en te varen op mijn eigen visie.” Over die ervaring schreef ze ‘Don’t Kill My Vibe’: ‘You shut me down, you like the control/ You speak to me like a child (...) I tried to play it nice, but oooohh, don’t kill my vibe.’

Het was niet haar eerste liedje en ook niet haar eerste hit, maar wel haar eerste echte electro­popsong, gemaakt met de producer die haar rechterhand zou worden: ­Martin Sjolie. Sigrid had haar geluid gevonden. Was het toch nog een vruchtbare schrijfsessie geweest.

In de twee jaren daarna manifesteerde ze zich als de kroonprinses van de Europese electropop. Ze bracht twee EP’s (Don’t Kill My Vibe en Raw) en een paar losse singles uit, was begin 2018 een must see op Eurosonic, en speelde onder meer op Pukkelpop. Opmerkelijke wapenfeiten voor een artiest zonder album.

Dat verschijnt op 8 maart dan eindelijk: Sucker Punch, naar haar misschien wel leukste single, typisch zo’n kraakfris popliedje waarop Sigrid het patent heeft.

Op je eigen voorwaarden

Ze ziet eruit zoals we haar kennen: spijkerbroek, T-shirt, het donkerblonde haar in een hoge paardenstaart, weinig tot geen make-up. Dat onopgesmukte is haar handelsmerk geworden: kijk, je hoeft je niet op te tutten, je hoeft als meisje niet bevallig te doen, je kunt op je eigen voorwaarden muziek ­maken en succes hebben.

Ze is lekker uitgerust, na een paar dagen skiën op de pistes van Tryvann bij Oslo. Ze gaat graag terug naar Noorwegen. Naar haar ouders in Alesund, naar de koffiebar die ze dagelijks met haar schoolvriendinnen bezocht, naar haar vrienden in de studenten- en muziekstad Bergen, waar ze nu op zichzelf woont. Even terug naar haar oude leven, naar de onbezorgdheid en het kalme tempo van haar Noorse jeugd.

Beeld Marie Wanders

“Als ik naar mijn album luister, word ik er bijna nostalgisch van”, zegt ze. Haar uitspraak van het woord ‘nostalgisch’ verraadt dat dat geen gemoedstoestand is die haar vaak overvalt. “De liedjes gaan over verliefdheid, liefdesverdriet, vriendschap, ­tienertwijfel en in een paar gevallen over het begin van mijn muziekcarrière, zoals ‘Don’t Kill My Vibe’ en ‘Business Dinners’. Allemaal stukjes uit mijn dagboek, ­eigenlijk. Ze nemen me mee terug naar een tijd die echt voorbij is. Dat beangstigt me weleens.”

Op het album staan ook een paar liedjes waaraan je kunt horen hoe ze begon, zoals de afsluitende ballad ‘­Dynamite’: Adele-achtig, met piano.

“Thuis in Alesund hadden we zo’n oude honkytonkpiano van bijna honderd jaar oud. Mijn broer Tellef speelde gitaar, mijn zus Johanne wilde vooral zingen. Dus ik ging, als jongste, maar achter dat ding zitten.”

Ze studeerden liedjes in die ze tof vonden: Adele, Coldplay, Ellie Goulding, Florence + The Machine, maar ook Neil Young. Van alle filmpjes die Sigrid en Johanne daarvan maakten, zetten ze er maar één op YouTube: ‘­Primadonna’ van Marina & The Diamonds. Het staat er nog altijd. Sigrid bespeelt een zwarte akoestische gitaar. Zo klonk bijna alles dat ze tot 2017 maakte.

“Toen ik 16 was, deed mijn broer een optreden voor publiek in Alesund. Ik mocht zijn voorprogramma zijn, maar hij eiste van me dat ik dan minimaal één eigen liedje zou zingen. Die deadline had ik blijkbaar nodig.”

Ze schreef ‘Sun’, een akoestisch liedje dat ze ook opnam en naar een programma op de Noorse radio stuurde dat thuisopnamen van jonge artiesten zonder platencontract draait (“zoals BBC Music Introducing in Groot-Brittannië”). ‘Sun’ werd ‘Song van de Week’. Haar goede vriend Kim bracht het als single uit op zijn eigen eenmanslabeltje Petroleum en kijk nu eens, een hitje in Noorwegen.

Eigenwijs en lastig

De platenmaatschappijen stonden meteen in de rij. Ze koos voor Universal, in 2016. Daar zat ze dan, 19 jaar oud, aan tafel bij labelvergaderingen in Londen. Ze had net haar school afgemaakt en was in Bergen aan een universitaire studie begonnen: politics & human rights. Die brak ze af voor de muziek.

“Ik dacht dat ik al heel wat wist over de muziekindustrie: opgenomen in een studio, single uitgebracht, hitje gehad. Maar ineens ging het over budgetten, advocaten en boekingsagenten. Ik wist dus niks, eigenlijk, maar ik vind de zakelijke kant van de muziek wel heel leuk. En ik ben ambitieus. Ik bemoeide me meteen overal mee.”

Daarover gaat ‘Business Dinners’: over de druk die anderen je opleggen, de druk die je jezelf oplegt en dat het oké is om je soms gewoon even om te draaien en terug te trekken.

Beeld Marie Wanders

Ze vertelt over haar jeugd in Alesund: modern, Scandinavisch in een gezin waarin ‘praten, praten, praten’ het devies was. Ze was altijd gewend om volstrekt serieus genomen te ­worden door haar ouders: wat vind jij, Sigrid, hoe denk jij erover?

“Dat is typisch Noors”, zegt ze. “Noren zijn mondig, zelfbewust en direct. Ik heb tijdens die vergaderingen in Londen nooit het gevoel gehad dat ik stoer en zelfverzekerd zat te doen. Ik kende niet ­anders. Ik vermoed dat ze me weleens ­eigenwijs en lastig hebben gevonden.”

Het is een mooi beeld: Sigrid Solbakk Raabe als een ongedwongen Noorse pop-Pippi Langkous, zelfbewust en ­eigenwijs zonder het zelf in de gaten te hebben. Het is haar charme in een notendop. Haar fans voelen dat aan. Bij haar optredens zie je meer vrouwen dan mannen: dertigers, twintigers, maar ook tieners en meisjes van soms maar een jaar of 8. Veel homostelletjes ook. Ze komen niet alleen voor de muziek, maar duidelijk ook voor Sigrid, het rolmodel, de verpersoonlijking van een fris en opgeruimd soort vrouwelijke zelfverzekerdheid.

De electropopsound waarmee ze dit jaar Europa en de VS zal doorkruisen, koos ze uiteindelijk ook gewoon zelf. Ze haalde de schrijfsessiemannetjes over de vluchtstrook in: producer Martin Sjolie kende ze uit Noorwegen en hup, daar was de Sigrid-sound. ‘Don’t Kill My Vibe’ lag zomaar ineens op een Universal-bureau, kant-en-klaar.

Haar muzikale geheim? Ze noemt twee dingen. Ten eerste bestaat haar band uit jazzmuzikanten, met wie ze ­bevriend raakte aan de universiteit van Bergen, waar ze kortstondig studeerde, terwijl ‘the guys’ jazz studeerden aan de Edvard Grieg Academy. Ze noemt ze ‘échte muzikanten’, die aan haar demo’s altijd iets goeds kunnen toevoegen. Haar liedjes zijn teamwork.

Factor twee: het feit dat haar liedjes, ook nu nog, altijd ontstaan aan de piano. Het begint altijd met een melodie. Nooit met een beat, want die klinkt soms zo verraderlijk lekker dat je te snel tevreden bent over het liedje.

“Voor mijn gevoel is het een enorme reis geweest om tot mijn sound te komen. Ik werd door Universal getekend als meisje-met-gitaar. Het werd iets heel anders. Martin Sjolie en ik luisterden allebei veel naar Britse hiphop, grime, van mensen als Stormzy en Skepta. Die droge, minimalistische drumbeats, dát is ‘Don’t Kill My Vibe’.”

De tijd zit erop. De volgende journalist staat op Sigrid te wachten. Ze constateert goedkeurend er geen enkele vraag over haar podiumkledij van spijkerbroek en wit T-shirt werd gesteld. Dat doen de meeste interviewers wel. “Dat verbaast me altijd”, zegt ze. “Jongens in gitaarbandjes lopen toch ook altijd in een spijkerbroek en een T-shirt? Doe niet zo raar joh, denk ik dan.”

Sucker Punch (Universal) verschijnt op 8/3. Sigrid staat op 20 november in de AB.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234