Vrijdag 03/02/2023

BoekrecensieCormac McCarthy

‘De passagier’ van Cormac McCarthy: tussen schizofrenie en nucleaire apocalyps

Een atoomproef in de woestijn. De hoofdpersoon in ‘De passagier’ krijgt er regelmatig beelden van op zijn netvlies. Beeld ThinkStock
Een atoomproef in de woestijn. De hoofdpersoon in ‘De passagier’ krijgt er regelmatig beelden van op zijn netvlies.Beeld ThinkStock

Zestien jaar na publicatie van zijn laatste roman De weg komt Cormac McCarthy (89) met een nieuw boek. Sterker nog, twéé nieuwe boeken die kort na elkaar zullen verschijnen: De passagier en Stella Maris.

Hans Bouman

Van Cormac McCarthy is bekend dat hij soms wel aan vier manuscripten tegelijk schreef, in werkdagen van vier maal twee uur per project. Daarmee is meteen een van de spaarzame zaken genoemd die over McCarthy’s schrijfgewoonten en opvattingen over het schrijverschap bekend zijn. De andere: wie goed wil leren schrijven moet veel lezen (Tolstoj, Dostojewski, Faulkner, Joyce en Melville, niet Proust en Henry James), en schrijven is een intuïtief proces waarover hij verder niets te melden heeft.

Om die reden – en omdat hij staat op zijn privacy en eigenlijk nogal verlegen is – heeft hij in zijn loopbaan maar zelden interviews gegeven. Onlangs doken er wat oude interviewtjes uit plaatselijke kranten op uit de tijd dat hij net was begonnen met schrijven. Het eerste interview dat een grote krant met hem had, The New York Times Magazine in 1992, is in feite een (mooi) profiel, vooral samengesteld uit informatie van derden. Als McCarthy zelf aan het woord komt, gaat het meer over zijn fascinatie voor ratelslangen en wolven dan over schrijven.

McCarthy’s interview met Vanity Fair in 2005 – net als het New York Times-interview afgenomen door Richard B. Woodward; de twee zijn bevriend – is vooral het verslag van een bezoek van de interviewer aan het Santa Fe Institute (SFI) in New Mexico, een multidisciplinair onderzoekscentrum waar McCarthy bijna dagelijks rondhangt. Hij verkeert graag in het gezelschap van wetenschappers (en nadrukkelijk niet van schrijvers). Over schrijven vertelt hij in dit gesprek niet veel meer dan dat hij een hekel heeft aan interpunctie, met name aanhalingstekens. Ook toen McCarthy zich in 2007 liet verleiden tot een tv-interview met Oprah Winfrey hield hij zich beleefd op de vlakte.

Cormac McCarthy, kortom, is een man die veel te vertellen heeft, maar alleen in zijn boeken. Daarin draagt hij al sinds zijn debuut The Orchard Keeper (1965) een sombere boodschap uit. Zijn romans zijn doordrenkt met moord en doodslag, willekeurig bloedvergieten, wreedheid en moreel nihilisme. McCarthy, die een katholieke opvoeding genoot en ook misdienaar was, schuwt Bijbelse thema’s niet, zoals het verloren paradijs, het einde ter tijden en gecompliceerde vader-zoonrelaties.

De frontier

In het semiautobiografische Suttree (1979) schreef hij over de gedesillusioneerde, volstrekt onmaatschappelijke Cornelius Suttree, die een uitzichtloos bestaan leidt op een woonboot in de rivier Tennessee. Hij wordt in het boek afgeschilderd als een gedoemde en gecorrumpeerde anti-Huckleberry Finn, de literaire held die juist optimisme en vrijheid belichaamt.

Geweld is een constante in McCarthy’s oeuvre, maar Blood Meridian (1985) is zijn gewelddadigste boek. Het speelt in de negentiende eeuw en verhaalt over de Glanton Gang, een bende die, op zoek naar indianenscalpen, geld en de intense bevrediging die moorden nu eenmaal oplevert, een spoor van dood en verderf trekt door het grensgebied van Mexico en de Verenigde Staten.

Ondanks zijn 89-jarige leeftijd, en zestien jaar na zijn vorige boek 'De weg', brengt Cormac McCarthy dit jaar maar liefst twee romans uit. Beeld EPA
Ondanks zijn 89-jarige leeftijd, en zestien jaar na zijn vorige boek 'De weg', brengt Cormac McCarthy dit jaar maar liefst twee romans uit.Beeld EPA

McCarthy’s boodschap: een leven zonder bloedvergieten bestaat niet. Het idee dat de mens moreel kan groeien, dat mensen met elkaar in harmonie kunnen leven, is gevaarlijk. Wie dat gelooft, zal als eerste bereid zijn ziel en vrijheid op te offeren en ten prooi vallen aan inhoudsloosheid en slavernij.

Met All the Pretty Horses (1992) en de twee andere delen van de Border Trilogy brak McCarthy door bij het grote publiek, waarna ook No Country For Old Men (2005) en het een jaar later gepubliceerde The Road (verfilmde) bestsellers werden.

McCarthy’s boeken zijn te plaatsen in een Amerikaanse literaire traditie waarin de rechtschapen hoofdpersonen hun zuiverheid behouden door de gecorrumpeerde beschaving te ontvluchten. Eerder genoemde Huckleberry Finn, die de Mississippi oversteekt en de vrijheid aan gene zijde van de frontier opzoekt, is het archetypische voorbeeld. Ook McCarthy’s personages proberen zich te onttrekken aan de beschaving, de georganiseerde burgermaatschappij. Maar steevast met aanzienlijk minder verheffende gevolgen.

Stuurloos

Het zojuist verschenen De passagier is wat dat betreft een hardcore McCarthy-roman. Bobby Western is een intelligente, hoogopgeleide natuurkundige, maar heeft elke ambitie, elk geloof, elke illusie verloren. Als de roman opent, we schrijven 1980, is hij werkzaam als bergingsduiker in New Orleans. Met collega Oiler moet hij een in zee neergestort zakenvliegtuig bergen, midden in de nacht. Het is een haastklus, al snapt Western de haast niet: er zullen geen overlevenden zijn.

Aangekomen bij het toestel constateert hij dat alle negen inzittenden inderdaad dood zijn. Misschien al enkele dagen zelfs, gezien hun opgezwollen toestand. Merkwaardig genoeg ontbreken er enkele zaken: de zwarte doos, een paneel bij de vluchtinstrumenten, de vluchttas van de piloot en… een passagier. Beide mannen voelen intuïtief dat hier iets niet klopt. Zeker wanneer er de dagen daarna in de pers met geen woord over het ongeluk wordt gerept.

In de hoofdstukken die volgen krijgt de lezer langzaam een completer beeld van Bobby Western. Hij woont in een armoedig kamertje in het French Quarter van New Orleans (net als McCarthy zelf ooit) en wordt gekweld door herinneringen aan zijn zuster Alicia. Zij was een nog veel getalenteerdere natuurkundige dan hij, maar tevens geestelijk instabiel: ze leed aan paranoïde schizofrenie. Zeven jaar geleden heeft ze zelfmoord gepleegd. Het is duidelijk dat Alicia en Bobby een zeer intense relatie hadden. Buitenstaanders spreken over ‘verliefdheid’ en de suggestie wordt gewerkt dat die mogelijk is geconsummeerd. Het is duidelijk dat Bobby’s stuurloosheid alles met de dood van zijn zus te maken heeft.

Softenonkind

De eerste tientallen pagina’s van De passagier hebben een thrillerachtig karakter. Niet lang na de berging van het zakenvliegtuig krijgt Bobby bezoek van onduidelijke officials, die hem vragen stellen die hij niet kan beantwoorden. Wordt hij ergens van verdacht? Waarvan dan? Er volgen nieuwe bezoeken van – ja, van wie eigenlijk? De sfeer wordt dreigender. Als collega Oiler bij een klus in Venezuela overlijdt, beseft Bobby dat hij in gevaar is. Hij slaat op de vlucht, neemt zijn intrek in een onbewoonde keet, leeft van de hand in de tand, want hij heeft ineens geen toegang meer tot zijn bankrekening.

Het verhaal van Bobby wordt met zekere regelmaat onderbroken door hallucinante passages waarin we het hoofd van Alicia binnentreden. Zij wordt gekweld door waanbeelden waarin het misvormde, met uiterst sarcastische humor behepte ‘softenonkind’ een hoofdrol speelt. Als om de hechte band van broer en zus te benadrukken, laat de schrijver het softenonkind in een droom ook aan Bobby verschijnen.

null Beeld RV
Beeld RV

Gaandeweg verdwijnen de mysteries rond het vliegtuig naar de achtergrond en verandert de dynamiek van het boek. Opnieuw maakt zich van Bobby de gelatenheid meester die hem al sinds de dood van Alicia in zijn greep heeft. De toon van het boek verschuift van thrillerachtig naar filosofisch.

We lezen dat ook vader Western natuurkundige was en deel uitmaakte van het team van Robert Oppenheimer, dat de atoombom ontwikkelde. Net als zijn herinneringen aan Alicia keren beelden van de nucleaire apocalyps, het ultieme bloedvergieten, telkens terug in Bobby’s gedachten. Met kroegvrienden voert hij ellenlange, soms inhoudsloze, soms juist hoog-intellectuele gesprekken, ongetwijfeld geïnspireerd door McCarthy’s vertoeven tussen de geleerden van het SFI. Ze gaan over theoretische fysica, de moord op JFK, oorlog, tijd, God, en lijken wanhopige pogingen om zijn verwoestende herinneringen aan Alicia althans tijdelijk te verdrijven. Tevens doen ze een ernstig beroep op het geduld van de lezer.

De passagier is minder hecht en toonvast dan McCarthy’s beste boeken. Maar na zo’n indrukwekkende loopbaan blijf je de oude meester volgen tot het eind. Laat Stella Maris maar komen.

Cormac McCarthy, De passagier, De Arbeiderspers, 432 p., 26,99.

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234