Dinsdag 22/10/2019

Strip

De opvallendste strips van de week

'Monster Allergie' is knap en vooral vlot getekend. Beeld RV

Er is een nieuwe Sherlock Holmes en Merlijn, maar de verrassing van de week komt toch van een uitgeverij die zelden strips publiceert.

Holmes 1 & 2 ★★★★☆

Zopas werd er aan het al uitgebreide Sherlock Holmes-stripuniversum een titel toegevoegd: Holmes (1854-1891?). Het vraagteken bij die overlijdensdatum staat voor het wantrouwen tegenover zijn dood. Op 4 mei 1891 zou hij samen met zijn aartsvijand Moriarty zijn omgekomen in de Reichenbachwaterval. Zijn trouwe dienaar Watson bevestigde zijn dood, maar komt daar in dit verhaal op terug.

Iedereen die van belang is en was in de verhalen van Holmes, passeert hier de revue: van Holmes’ broer en vader tot sir Arthur Conan Doyle, Holmes geestelijke vader. 

Scenarist Brunschwig haalt alle bekende elementen door de mixer. Dat mag en kan hij, want: wat is fictie en non-fictie? Een enquête van de BBC eind jaren vijftig bracht immers aan het licht dat meer dan de helft van de Britten ervan overtuigd was dat Holmes echt bestaan heeft. Dan kun je je trukendoos wel bovenhalen.

Beeld RV

Brunschwig is op deze pagina’s al enkele kerel de hemel ingeprezen, onder meer voor de beeldroman De lach van de clown. Zijn scenario’s hebben iets meer om het lijf dan de vele andere Holmes-albums die voorbije jaren verschenen. Meer diepgang, meer spanning en emotie. In dit eerste deel van wat een vierluik moet worden zet hij de lezer voortdurend op het verkeerde been en maakt hij het mysterie na Holmes’ dood nog wat groter met amusante cliffhangers en verrassingen die doen snakken naar meer.

Het tekenwerk is totaal anders dan in alle vorige Holmes-spin offs. De 52-jarige Franse tekenaar Cecil beheerst vele stijlen, maar tekent uitermate zelden strips. Het eerste album van dit vierluik verscheen bijvoorbeeld in Frankrijk in 2006, pas zo’n tien jaar later kwam het vierde deel uit.

Hij tekende het eerste album in aquarel met blauw- en grijstinten, nadien komen daar bruintinten bij, en zelfs een halve ingekleurde pagina. Die weinig commerciële kleurgril maakt het allemaal net wat geheimzinniger. Duisterder ook. Dat geldt zeker voor de eigenzinnige covers van deze reeks. De Fransen moesten lang wachten op dit vierluik. Wij niet. Deel 1 kwam uit in maart, deel twee zopas.

Uit bij Daedalus.

Beeld RV

Monster Allergie: een griezelkomedie ★★★★☆

‘Ik ben geen superheld en ik heb geen superkrachten,’ snauwt hij op zeker moment tegen zijn nieuwe vriendinnetje. 'Hij' is Dex, een jongen die geesten en monsters ziet. 'Zij' is zijn buurmeisje Evi: recht voor de raap en niet te beroerd om na één gemene opmerking op de vuist te gaan. 280 pagina’s telt deze knappe graphic novel voor de jeugd die bij een uitgeverij verschijnt die zelden of nooit strips uitbrengt: De Fontein. 

Monster Allergie is knap en vooral vlot getekend. Het duurde even voor ik door had waar deze stijl, en vooral dan het hoofdpersonage me aan deed denken. Maar dat paarse haar, dat kleine neusje met twee gaten en die grote ogen: 2D, één van de vier Gorillaz-hoofdpersonages van voormalig stripauteur Jamie Hewlett. Je begrijpt meteen waar de Italiaanse tekenaar Francesco Artibani, scenarist bij Disney, de mosterd en/of bewondering haalde. Op het ene plaatje valt het nogal mee, op het andere lijk je wel de hand van Hewlett te zien.

Beeld RV

Het verhaal doet dan weer denken aan Magic7, een jeugdreeks bij Dupuis . Ook over een jongen die geesten kan zien. In een min of meer gelijke tekenstijl zelfs. Nochtans is de van oorsprong Italiaanse Monster Allergie ouder dan Magic7. En populairder. Tussen 2003 en 2015 verschenen 30 albums, vanaf 2005 werden twee seizoenen van een Italiaans-Frans-Duitse animatieserie uitgezonden en werd het succes uitgebreid met een game, een ruilkaartenspel en -in Italië- een musical. Bij ons verscheen één deel in het Nederlands, maar kregen de personages andere namen.

Artibani schreef Monster Allergie samen met Katja Centomo. Het plezier straalt er vanaf. Het is ondanks het zotte thema en maffe monsters erg geloofwaardig en  warm ingekleurd. Verder bevat de strip gevatte dialogen, interessante hoofdpersonages en een sfeer om U tegen te zeggen. Goed, er zijn die typische nevenfiguren die je in elk (Disney-)verhaal aantreft, maar ze zijn vreemd genoeg een meerwaarde. 

Monster Allergie is een reeks voor de jeugd, maar dat mag de pret niet drukken voor de (jong)volwassenen. Hoewel 280 pagina’s dik, rubriceert dit boek 6 delen. En het is nog maar een eerste deel. Voor de prijs moet u het niet laten: 15 euro. Daarmee geeft De Fontein heel wat anders stripuitgevers het nakijken. Waarom het logo van Kinderjury 2019 (!) binnenin werd afgedrukt is me vooralsnog een raadsel.

Uit bij De Fontein.

Beeld RV

Nino ★★★

Wat zegt het over de Vlaamse stripscène wanneer een auteur als Hec Leemans tot de groten wordt gerekend? ’s Mans carrière stelt immers weinig voor. Zijn Bakelandt was op zijn best middelmatig, en laten we over F.C. De Kampioenen -een reeks gemaakt voor het grove geld- maar zwijgen. Een harde werker en een vakman. Maar een groot auteur? 

Toch één lichtpuntje: hij kan als scenarist
Nino op zijn cv schrijven. Oftewel: het beste wat ooit uit zijn pen kroop. Idem voor Dirk Stallaert, overigens. Wél een Vlaamse stripgrootmeester, en een kameleon qua tekenstijlen, maar eentje die afknapte op deze naar Hergé’s Klare Lijn geënte stijl.

Nino verscheen in 1998 in het weekblad Kuifje. Opmerkelijk, want het was weinig Vlamingen gegeven om zo’n avonturenreeks in het blad te mogen publiceren. Ook over de taalgrens viel men snel voor de verhalen van het weesjongetje Nino dat zich in de jaren dertig als verstekeling aan boord verstopte en niet veel later in New York avonturen beleefde en zelfs de KKK tegen het lijf liep.

Beeld RV

Maar het succes was tijdelijk. Na drie delen werd er een eind aan gebrouwd, terwijl het vierde verhaal klaar lag. In een lijvig dossier blikken Leemans en Stallaert terug op hun Nino-avontuur. Voor die laatste eiste de Klare Lijn zijn tol. Hij blokkeerde. “Het lag niet aan een gebrek aan goesting," liet hij optekenen. "Ik wilde zodanig perfectionistisch zijn dat ik zelfs naar buiten trok om struiken na te tekenen." 

De drie jaren die hij nodig had om het derde deel te voltooien, bleken ook te lang voor Le Lombard. Leemans van zijn kant koos voor F.C. De Kampioenen, een idee dat niet eens van hem kwam, maar gelanceerd werd door Caryl Strzelecki (maar dat zegt Leemans niet, of lees je niet in dit dossier). Vaag wordt er gezegd dat er intussen nog twee pogingen werden ondernomen voor een vervolg. Zo werden de auteurs in 2010 nog gepolst door Média-Participations. Dat draaide op niets uit, maar je leest niet hoe diepgaand die communicatie al dan niet liep.

Dit boek is een eerbetoon aan wat het begin was van een mooie reeks. Maar vanuit Belgisch of Europees oogpunt is het misschien net wat te veel van het goede. Een integrale van een onafgewerkte reeks die net van de grond kwam? Hoewel deze drie albums er nog mogen zijn, een sterk verhaal, goede dialogen en geweldig tekenwerk bevatten, moeten we vooral niet vergeten ook wat kritisch te blijven voor onze eigen stripwereld.

Uit bij Matsuoka.

Beeld RV

Astrid IJskoud 1: Hoe je die kleine muis het best aanpakt ★★☆☆

Met Matsuoka, de naam van een nieuw stripfonds van Standaard Uitgeverij, wil de uitgeverij zich richten op ‘spannende, geestige strips uit binnen- en buitenland (…), bestemd voor een zo breed mogelijk publiek.’ Eén blik op de eerste titels die zopas verschenen, leert vooral dat deze imprint vis noch vlees is. 

Er zit geen lijn in. Er is niet over nagedacht. Franse gagstrips staan er naast Vlaamse integralen van
Nero en Nino, alsook Kim Duchateau’s eigen Nero-album (dat eind vorig jaar al uitkwam). En ze vinden er nu niets beter op dan alle titels ineens op de markt te gooien. 

Soit, laten we ons richten op dit kleinood, dat wel gemaakt lijkt voor de kleinsten onder ons. Astrid IJskoud is een klein kind dat samen met haar butler, huishoudster, kat en hond in een statig huis bovenop een New Yorkse wolkenkrabber woont. Haar personeel vertelt haar dat de melktand die ze dreigt te verliezen wordt opgehaald door een kleine muis, die in de plaats een geldstuk legt. Astrid gelooft er niet van, tot een in reclameslogans pratende witte muis haar toespreekt en het huis op stelten zet.

Beeld RV

De Fransoos Fabrice Parme (Koning Snotneus, De Familie Piraat), die in eigen land al vier titels uit deze reeks uitbracht, levert met zijn eigen opgefriste atoomstijl lieflijke tekeningen.Zelfs volwassenen zullen er voor vallen. Maar daar tegenover staan flauwe dialogen en grappen, en een saai verhaal. Duidelijk een strip voor kinderen. 

Uit bij Matsuoka.

Beeld RV

Merlijn: De profeet 1-4 ★★★☆☆

Sinds de tovenaar en Keltische druïde Merlijn in 1135 tot leven kwam in Geoffrey van Monmouths pseudohistorisch werk over de Britse geschiedenis, Historia regum Britanniae, heeft het fictieve karakter een iconische status gekregen.

Van Monmouth kennen we niet meer, Merlijn des te meer. Een populair personage dat talloze films, tv-series en strips bevolkt. In Vlaanderen kennen we hem vooral via
De Rode Ridder, waar hij als een oprechte en slimme tovenaar aan de zijde staat van koning Arthur. Niets van dat ‘geromantiseer' in deze spin-off, die wreder en luguberder is.

Het is alweer de tweede vertaalde spin-off van de tiendelige reeks
Merlijn: De initiatie. Die werd gevolgd door de vijfdelige prequel Merlijn: Queeste naar het zwaard. Het vervolg daarop is deze Profeet-reeks, die de geboorte van Koning Arthur inluidt. Ik hoop dat u nog kan volgen.

Beeld RV

De Profeet-cyclus start met enkele bloederige scènes wanneer de Saksische leider Hengist het Britse dorp van de jongen Bedwyr platbrandt en zijn moeder op wrede wijze vermoordt. Merlijn, dan nog een eenzaat in een woud verderop, ontfermt zich over de jongen. Een album later ziet Merlijn oude bekenden terug. Nog een album later barst de strijd tussen de verschillende aartsvijanden los en wordt er steeds meer magie (en draken) aan het verhaal toegevoegd. 

Uitmelken, die handel, moeten ze gedacht hebben. Toegegeven, dat doen ze met vakmanschap. De insteek van scenarist Jean-Luc Istin is ook niet mis, het verhaal en de tekenstijl bij momenten zeker niet slecht. De Picten, de Saksen, Jezus en de kerk, Lancelot, Avalon,…: het wordt er allemaal in verwerkt. Maar deze nevenreeks overstijgt zelden de middelmatigheid. Je hebt het allemaal al wel eens gezien of gelezen. Vanaf deel drie, wanneer Vukic de tekenaarsfakkel overneemt, verandert het ten goede: spannender, geloofwaardiger, interessanter en nog beter getekend.

Goed nieuws voor de echte Merlijn-fans: er komen nog twee spin-offs aan. In de ene staat Arthurs regeerperiode centraal, in de andere zijn einde.

Uit bij Silvester.

Beeld RV
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234