Dinsdag 16/07/2019

Boeken

De opmars van sf en cli-fi: wat als sciencefiction akelig dichtbij komt?

Beeld uit 'The Day after Tomorrow', een Amerikaanse sf-rampenfilm uit 2004. Beeld rv

In de filmwereld zijn sciencefiction en fantasy de populairste genres, maar wie onder die stempel een boek publiceert, pleegt literaire zelfmoord. Tijd voor een re-branding? Oscar van Gelderen, uitgever bij Lebowski, meent van wel. ‘De lezer is rijp voor visionaire literatuur.’

“Ik was zelf ook geen fan van het sf-genre”, bekent Oscar van Gelderen. “Marsmannetjes, ruimteschepen, de strijd tussen goed en kwaad: het leek me infantiel en clichématig. De covers van die boeken zijn ook zo extreem lelijk. Maar een paar jaar geleden bezocht ik in New York Andrew Wylie, de literair agent van Dave Eggers, Salman Rushdie en Orhan Pamuk. ‘Jij gaat Philip K. Dick uitgeven’, zei hij. ‘Ik dacht het niet’, antwoordde ik. ‘Ik vind dat verschrikkelijke boeken.’

Een week later stuurde hij me een doos met tachtig titels van Philip K. Dick. Ik stuurde alles terug, met de boodschap dat ik fictie uitgaf en geen sciencefiction. Een jaar later ontmoette ik hem opnieuw. ‘Lees één boek van hem’, pleitte hij, ‘en als je terug in Amsterdam bent, bel je me met een bod.’ Hij gaf me The Man in the High Castle mee.”

Voor wie nog niet over The Man in the High Castle hoorde: in dit dystopische verhaal zoekt de auteur een antwoord op de vraag: wat als de Tweede Wereldoorlog niet gewonnen was door de geallieerden maar door Duitsland en Japan?

K. Dick schreef het boek in het begin van de jaren 60, maar soms lijkt het alsof de realiteit hem aan het inhalen is. Van Gelderen: “Ik las het boek op het vliegtuig, en kwam thuis met het besef dat ik het al die tijd verkeerd had gezien. Dit is alles wat ik leuk vind aan literatuur: het is visionair, heeft een hoog cult- en undergroundgehalte. Hoe kon ik dat in mijn eigenwijsheid gemist hebben?”

Blade Runner

Zoals Wylie had voorspeld, geeft Van Gelderen nu inderdaad Philip K. Dick uit, en daar bleef het niet bij. Naast werk zoals Blade Runner (1968), bracht Lebowski ook andere sf-classics uit, zoals High-Rise van J. G. Ballard (uit 1975) en Fahrenheit 451 van Ray Bradbury (uit 1953).

Sciencefiction wil Van Gelderen het evenwel niet meer noemen. Die term is besmet, zegt hij. Bovendien ziet hij geen reden waarom deze romans in de boekhandel niet naast werk van Murakami of Houellebecq zouden kunnen liggen. Een bordje in boekhandel Waterstone’s met daarop ‘Real fiction (formerly known as science fiction)’ inspireerde hem tot een nieuw label: grounded fiction. “Veel van wat men toen als fantasie beschouwde is uiteindelijk waar gebleken, en de komst van Donald Trump heeft dat besef getriggerd”, zegt Van Gelderen.

“Niet alleen 1984 van George Orwell (uit 1949) beschrijft de fascistische toestanden die we nu zien gebeuren. Je leest het ook in Dat gebeurt hier niet van Sinclair Lewis (uit 1935) en Hallo Amerika van J.G. Ballard, een roman waarin de toekomstige 45ste president van de VS, Charles Manson, de slogan ‘Make America Great Again’ gebruikt. Dat boek verscheen in 1981!”

Slavinnen in een theocratie

Ook de dystopische klassieker The Handmaid’s Tale van de Canadese schrijfster Margaret Atwood benadert de werkelijkheid danig. Geschreven in 1984, maar wel een van de meest gelezen boeken van 2017. Dat de Amerikaanse betaalzender Hulu er een tv-serie over maakte, speelde mee in de verkoopcijfers, maar de ruk naar rechts en de gevolgen daarvan voor gesubsidieerde geboorteplanning in de VS maakt de stap naar de tot baren gedwongen slavinnen in de totalitaire theocratie Gilead (Amerika na een staatsgreep van diepgelovige neocons) wel kleiner.

‘Make Atwood Fiction Again’ is dan ook de slogan die demonstranten en activisten vandaag gebruiken om het conservatieve en vrouwonvriendelijke beleid van de regering-Trump aan te klagen. Als het kan, doen ze dat gekleed in de typerende rode cape en de witte kappen, het uniform van de dienstmaagden uit de roman.

Detail: Atwood is, net als haar net overleden collega Ursula K. Le Guin, een gerespecteerd auteur. Le Guin, die onder meer de fantasyserie Aardzee schreef, en de roman Duisters linkerhand, was een van de weinige auteurs die bij leven en welzijn werd opgenomen in de canon van de Library of America, een eer die ook Philip Roth en Saul Bellow te beurt viel.

Hoewel hun werk een hoog ‘wat als’-gehalte hebben, en elementen van sciencefiction en fantasy bevatten, noemen zij het speculatieve literatuur. Le Guin was daar halsstarrig in: ze weigerde om zich uit de literaire scene te laten duwen. Dat The New Yorker Atwood vorig jaar uitriep tot de profeet van dystopia vond ze ook maar zo-zo: “Ik ben geen voorspeller, ik schrijf over wat ik zie”, zei de schrijfster in een interview met The Guardian. Of het nu over genetische manipulatie gaat, sociale onrust of de gevolgen van de klimaatverandering: alles waar ze over schrijft is ergens ter wereld aan de hand, of behoort tot de geschiedenis.

Margaret Atwood in 2015. De schrijfster van 'The Handmaid's Tale' werd vorig jaar door magazine 'The New Yorker' uitgroepen tot 'profeet van dystopia'. Beeld BELGAIMAGE

Ecofictie

De tijdsgeest, dat is wat men feitelijk bedoelt met de term grounded sf. Hoe verzonnen ze ook mogen lijken, de verhalen zijn geworteld in de samenleving die we nu kennen, in een soort van alternatief verleden, of een niet al te verre toekomst, en tonen een doembeeld van hoe de wereld zou kunnen evolueren als men niet stilstaat bij de gevolgen van wat optimisten vooruitgang noemen.

Toegegeven: dit soort romans is niet voor tere harten. Vaak stap je in een wereld die ergens bekend maar ook akelig onbehaaglijk aanvoelt. De apocalyps zoals die werd beschreven in het boek Openbaring in het Nieuwe Testament is nooit ver weg. De vier ruiters die de Dag des Oordeels aankondigen, verschillen in hun moderne vorm niet eens zoveel van hun mythische voorbeelden (de Antichrist, oorlog, ziekte, honger).

In ecofictie (of cli-fi, van climate fiction) krijgt de lezer een beeld van de gevolgen van een verwoest milieu, watersnood en dode oceanen. De destructieve dreiging die uitgaat van chemische en biologische oorlogsvoering, of doorgedreven genetische manipulatie is ook niet fictief. Maatschappelijk gedreven plots vertellen over totalitaire staten en dictaturen, oorlogen en niet te controleren migratiestromen.

Technologische verhaallijnen tonen wat doorgedreven robotica en artificiële intelligentie zouden kunnen betekenen voor mens- en menselijkheid. Mensen, of mensachtigen, behoren ofwel tot een kleine groep overlevenden, of zijn mutanten, waarbij culturele concepten als gender, sociale klasse, etnische afkomst en identiteit opnieuw worden uitgevonden. In veel gevallen overlappen die thema’s elkaar en vormen ze een hybride mix van mogelijke toekomstscenario’s die de verbeelding tarten.

Net dat verbeeldende vindt Oscar van Gelderen een extra troef. “Mensen raken murw van de nooit eindigende stroom van onheilsberichten die hen overspoelt. Door er een spannend verhaal omheen te weven, maak je die dreiging behapbaar en appelleer je aan het empathisch vermogen van de lezer”, zegt de uitgever. “Het zet mensen aan het denken over de samenleving. Ik denk dat de lezer rijp is voor visionaire literatuur.”

Ramayana en Frankenstein

“Als je dat soort dystopische verhalen leest, dan is je eigen situatie nog niet zo erg, toch?”, merkt een bevriende sciencefictionfan op. Als student las hij alles wat hij te pakken kon krijgen, veelal boeken uit de honderden titels tellende serie M=SF die Meulenhoff in de jaren 60, 70 en 80 uitbracht.

Isaac Asimov, Philip K. Dick, Jack Vance. William Gibsons cyberpunk­roman Neuromancer, waarin hackers en een embryonale versie van het internet de basis vormen van de veel later gemaakte kaskraker The Matrix. Vandaag houdt de fan zich beroepsmatig bezig met AI en digitale omgevingen. “Het is handig dat ik ongeveer elk scenario waarin het fout kan gaan heb gelezen”, zegt hij. “Die romans leerden me nadenken over de ethische impact van big data, databeheer en datamining. Onder collega’s gebruiken we die verhalen als referentiekader.”

Of dit dan romans zijn voor cynici en zwartkijkers? “Het is maar hoe je het bekijkt”, zegt de fan. “Uiteindelijk gaat het over mensen en hoe ze omgaan met zo’n context. Trouwens, ook al spiegelen ze je een mogelijke toekomst voor, feit is dat futuristische en dystopische verhalen even oud zijn als de mensheid zelf.”

Het Gilgamesj-epos borduurde in het derde millennium voor Christus inderdaad al door op de maakbare mens, en het concept tijdreizen door wormgaten kwam al voor in het hindoe-epos Ramayana. In Frankenstein (1818) bedenkt Mary Shelley wat mogelijk is met elektriciteit. H.G. Wells speelde in War of the Worlds (1898) met de angst voor een invasie van aliens, en Orson Welles maakte er met zijn radiohoorspel in 1938 fake news van.

Robots met een geweten

Het enige verschil tussen sf en fantasy is misschien wel dat dat laatste nog veel metaforische elementen uit de mythologische en sprookjestradities bevat. Maar is een politiek gedreven verhaal als George R.R. Martins A Song of Ice and Fire (beter bekend als de HBO-serie Game of Thrones) ondanks de draken en de levende doden minder waar dan de wereld die historische sf-schrijvers als Jules Verne of Isaac Asimov bij elkaar verzonnen met hun verhalen over maanreizen aan het eind van de 19de eeuw of robotten met een geweten in de jaren 40 en 50 van vorige eeuw?

Dat het publiek van dit soort verhalen houdt, bewijst het succes van de verfilmingen van de al dan niet verguisde cultklassiekers en nicheromans. Game of Thrones kwam al ter sprake, Op Amazon Prime zijn Philip K. Dicks Electric Dreams en The Man in the High Castle absolute hits. Netflix scoort met de dystopische anthologie Black Mirror, met het mysterieuze tijdreisverhaal Dark en het sf-horrorverhaal Stranger Things. Ook de nieuwe verhalen doen het dus goed. Het boek Joan, een dystopische hervertelling van het verhaal van Jeanne d’Arc werd de hemel in geprezen door The New York Times. Lokaal is het donkere Pest van Joost Devriesere aan een derde druk toe.

“Ik hoor van auteurs dat ze vaak ideeën hebben met plotlijnen die in het genre passen, maar dat ze niet altijd de stap durven te zetten”, zegt Van Gelderen. Hij ziet het groots: de uitgeverij ging vorig najaar een exclusieve samenwerking aan met het Amerikaanse agentschap William Morris Entertainment. Speciaal voor de internationale markt publiceert Lebowski twee maal per jaar 2 3 74, een magazine met nieuwe korte verhalen van Nederlandse en Vlaamse auteurs, speculatieve fictie die inspeelt op de ‘wat als’-vraag.

In de eerste editie, die nu van de persen rolt, staan verhalen van Joost Vandecasteele, Hanna Bervoets en Jerry Goossens, die zullen worden gepresenteerd aan scenarioschrijvers en producenten wereldwijd. “Uiteindelijk gaan dit soort verhalen over de samenleving, ze zijn urgent. Ze verdienen een ernstige aanpak.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden