Zondag 13/10/2019

Boeken

'De Noordzee': ode aan de oudste snelweg ter wereld

De Noordzee, 575.000 vierkante kilometer water. Beeld RV

Niemand zong mooier over de zee dan Charles Trenet en je kunt er ook goed naar kijken. In De Noordzee lees en zie je wat inleider James Attlee ‘de oudste snelweg ter wereld’ noemt. De zee is altijd een reden om te reizen.

Léon Spilliaert schilderde de zee en Hugo Claus dichtte erover: van Sehnsucht maakte hij ‘zeezucht’. Bij de golfslag in zwart-wit van Stephan Vanfleteren lees je Young Sea van Carl Sandburg. De woorden zijn ­honderd jaar ouder dan de foto, maar de zee blijft altijd de zee: ‘The sea ­speaks / And only the stormy hearts / Know what it says: / It is the face / Of a rough mother speaking.’ Rond diezelfde tijd baadden Duitse soldaten naakt in het water van de Noordzee. Jongens eigenlijk, met twee benen en twee armen en een niet-verborgen geslacht. Onbevreesd voor garnaalvissers.

Schoolreizen 

James Attlee schrijft mooi in De Noordzee, gloednieuw boek van uitgeverij Hannibal: ‘De zee is een weg naar elders, de oudste snelweg ter wereld.’ Die zee die voor heel Vlaanderen de eerste vakantiebestemming was. Of toch een schoolreis. We gingen naar Koksijde en bij tante in De Haan en iedereen liet zijn boule de Berlin minstens één keer in het zand vallen. En in Nieuwpoort naar het standbeeld van koning Albert I kijken. Maar Attlee doelt op de reis op zee. Het sop in, ‘ons huis voor gevaarlijke ontdekkingsreizen’, daar waar niks dan water is. ‘Alle landen grenzend aan de Noordzee hebben dergelijke reizigers uitgestuurd: handelaren en ontdekkingsreizigers, imperialisten en missionarissen, jagend op schatten, grondgebied en zielen.’

Terug aan land is er de verbinding met de fotografie en dan duikt de angst voor het cliché op. Walker Evans’ definitie van de fotografie zegt dit: ‘Under no circumstances it is anything ever anywhere near a beach.’

Maar wat als het omgekeerde waar is, vraagt Attlee zich af en bladerend door De Noordzee zie je geen zonsondergangen. Zelfs de ‘Twee meisjes op het strand’ van Raymond van het Groenewoud duikt als songtekst niet op. Wel Dylan, Radiohead, Charles Trenet over ‘la mer/qu’on voit danser’ en Salvatore Adamo.

Niemand is haar baas

Kun je dus niet clichématig kijken en schrijven over het water dat de kusten kust van Noorwegen tot Frankrijk? Nét niet tot Calais, waar het Kanaal begint en de reis eindigde van mensen uit Syrië, Afghanistan en Nigeria. Aan de Noordzee vooralsnog geen jungle, maar wel nog dromen. 575.000 vierkante kilometer met een gemiddelde diepte van zo’n 94 meter. William Turner schildert er een schip in, gegeven aan de golven, je weet nooit zeker of het thuiskomt: dat is de angst van de zee, het is ook de schoonheid ervan. Niemand is haar baas.

Is er alleen schoonheid? Loop langs de dijken van onze kustlijn en dan is dit een retorische vraag. Lelijke flats, de winkels met wafels, al op de oude foto’s kun je zien dat de verknoeiing niet enkel 21ste-eeuws was en er is verveling. Waarop wachten twee dames op een bankje in Kent? Of in de haven van Ramsgate. Daar staat een mooi gedicht van Charles Baudelaire bij: ‘Un port est un séjour charmant pour une âme fatiguée des luttes de la vie.’ Als weemoed ergens een plaats verdient, dan wel aan zee. Dat weten we allemaal.

Naar Claus: zeemoed, dat zou het wel goed uitdrukken, en dat ademt de Noordzee uit op een prachtig beeld waar ze ten noorden van Skagen samenkomt met het Kattegat. Twee op elkaar botsende golven vormen een grillige lijn van schuim, het water in twee kleuren en daarachter niks.

Geven en nemen

Natuurlijk zijn er oorlogen uitgevochten op zee en is het water een kerkhof. Ooit, in 2001, gingen we op de kade van Oostende aan boord van de Franlis. De boot was 50 jaar oud en op het dek stond de urne met daarin de as van Warre Geleyns. Zijn hart gestopt op vakantie in Bilbao. Zijn familie wist dit zeker: Warre wilde rusten in eb en vloed. Schipper Michel duwde z’n boot tot drie mijl van de haven en daar ging Warre in een urne van zout het water in. De meegevaarde ambtenaar van Oostende las iets van Toon Hermans voor en arm in arm greep de familie zich vast aan de reling.

Je denkt niet aan de verdampte dode als je op het strand van Oostende zit. Je denkt niet aan al die schippers die de strijd verloren. Wie herinnert zich de 193 doden die op 6 maart 1987 vielen toen de Herald of Free Enterprise kapseisde voor de kust van Zeebrugge? Toen leverde deze zee een iconische foto op, het luchtbeeld met op de zijkant die letters ‘Townsend Thoresen’. De ramp waste later de naam van het bedrijf weg.

Getekende levens

De zee neemt veel levens, genadeloos, maar in De Noordzee zie je ook dat ze leven geeft (al waren het maar de vissen en de meeuwen), dat ze leven is (ruwe foto’s van Jean Gaumy) en dat ze levens tekent. Kijk naar de kop van de oude kapitein en de zeeman van Vanfleteren (die ook de kleine matroosjes van Koninklijk Werk IBIS fotografeert), de vissers van Eliot Elisofon en de vuurtorenman die een lamp vervangt. Zie de dijk waar Harry Gruyaert neonreclames met ijssmaken ving. En niemand is beter geplaatst om over dat leven op zee te schrijven dan J. Slauerhoff, zelf scheepsarts geweest.

Ik ben een gedoemde zwerver, waar moet ik anders heen?

Maar gelaten door de wind gaan, weg uit de stad van steen.

Geen vrouw, geen haard verwacht mij. Ik blijf ook liever zonder.

‘k Heb genoeg aan een pijp op wacht en een glas in ‘t vooronder.

Al die woorden komen samen, in veel zwart en wit, maar ook in oude kleuren en in prikkeldraad op het strand van Oostende in 1941. Je blijft kijken en lezen en dan zit je weer met je schep op dat strand. Voor een nieuwe boule de Berlin, nadat nonkel zuchtend in zijn zak heeft getast. Het moet 1976 zijn.

Ze zijn zelf dood nu, tante en nonkel, en in De Haan ben je niet meer geweest. Dus misschien moet je toch maar eens terug. Al was het maar voor een verse sole meunière. De Noordzee geeft genoeg goesting.

De Noordzee, met een inleiding van James Attlee. Foto’s van o.a. Stephan Vanfleteren, Harry Gruyaert en Sebastião Salgado.
Teksten van o.a. Hugo Claus, Herman de Coninck en John Keats,
Uitgeverij Hannibal, 240 p., 39,50 euro.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234