Zondag 25/08/2019

Media

De niet zo ideale wereld van de woordvoerder: "Elk woord kan tegen je worden gebruikt"

Woordvoerder Lander Cobbaert, een typetje uit 'De ideale wereld', heeft weinig last van beroeps­ethiek. Hij ‘verdedigde’ de voorbije weken onder meer Geert Versnick en enkele bedrijven die opdoken in de Paradise Papers. Beeld rv

Is de gemiddelde woordvoerder totaal gewetenloos? Wie Lander Cobbaert uit De ideale wereld bezig hoort en ziet, kan geen andere conclusie trekken. De échte woordvoerders van de Wetstraat en daarbuiten nuanceren, uiteraard. "Je moet niet liegen, maar moet je daarom alle details vertellen?"

Actuaprogramma De ideale wereld heeft sinds 11 september een ideale woordvoerder: Lander Cobbaert. Of het nu om de ex-gedeputeerde Geert Versnick, Racing Genk of de commerciële rusthuizen gaat: allemaal verdedigt hij ze met een uitgestreken gezicht. Zolang de camera draait, tenminste. Wanneer die af staat, komen de goorste details naar boven van de Thailand-reizen van ‘de Snickel’ of de kartonnen schnitzels in de woon-zorgcentra. Met ethiek moet je hem vooral niet lastig­vallen: hij verdedigde zelfs drie verschillende bedrijven die betrokken waren in het Paradise Papers-schandaal. “Want ze gebruiken toch allemaal dezelfde excuses.”

In het laatste filmpje, van afgelopen dinsdag, heeft hij het over Bart De Pauw, die bij de VRT aan de deur werd gezet na een reeks beschuldigingen van grens­overschrijdend gedrag en stalking. Cobbaert vertegenwoordigt dit keer De ideale wereld zelf, omdat enkele van de makers van deze Woestijnvis-productie, zoals Jelle De Beule, te nauw met De Pauw hebben samengewerkt om er commentaar op te geven.

“Ze durven niet, de hypocrieten!”, zegt hij off the record. “Als het er ene van de VTM was geweest, of ene van een politieke partij, ze hadden er al tien sketches over gemaakt.” Waarna hij er meteen nog even een sneer naar zijn werkgever aan toevoegt: “Ik denk dat er hier ook een paar met de poepers zitten. Denkt ge dat niet? Dat het in plaats van ‘Woestijnvis’ meer ‘Weinsteinvis’ is?”

Gesneuvelde beslissingen

Herkennen echte woordvoerders zich in Cobbaert? “De woordvoerder van De ideale wereld is een karikatuur”, zegt Margot Neyskens, woordvoerder van Vlaams minister Bart Tommelein (Open Vld). “Maar natuurlijk is het ook een beetje herkenbaar. Ik heb er al heel goed mee gelachen.” Thomas Mels, ex-woordvoerder van gewezen premier Elio Di Rupo (PS), identificeert zich dan weer niet met zijn fictieve collega: “Ik kan mij totaal niet vereenzelvigen met de woordvoerder van De ideale wereld. Ik ben nooit cynisch geworden. Niet elke woordvoerder verkoopt zijn ziel voor de best betalende partij.”

Hoewel ze het nooit on the record zullen toegeven, hebben veel woordvoerders een honden­stiel. Ze staan ontzettend dicht bij hun baas, die hen door en door moet vertrouwen. Ze horen, zien en weten veel, maar moeten zich trainen in heldere, doch verre van volledige antwoorden. 

Niet liegen

“Mijn gouden regel is: je liegt niet”, zegt Sara Vercauteren, woordvoerder van Medialaan. Ze publiceert in het voorjaar Geen commentaar: 101 tips voor woordvoerders, waarvoor ze vanuit haar eigen ervaringen vertrekt. “Maar moet je daarom altijd alle details vertellen? Soms gaat dat niet. Soms mag dat niet. Want er kunnen private en juridische gevoeligheden zijn. De communicatie van de VRT vorige week over de zaak rond Bart De Pauw is daar een voorbeeld van. Zij moesten als bedrijf communiceren over een beslissing, maar mochten over de reden van die beslissing niet veel details vrijgeven omdat getuigen anoniem wilden blijven.”

Door de vluchtigheid van de sociale media is bovendien de moeilijkheidsgraad van hun beroep enorm toegenomen. “Er wordt verwacht dat je elk uur een nieuwe uitspraak serveert”, zegt Olivier Van Raemdonck, woordvoerder van binnenland­minister Jan Jambon (N-VA). “Maar ineens pikt een journalist daar dan een citaat uit en dan wordt dat in steen gebeiteld en – bij wijze van spreken – al op je grafsteen gezet. Erg is dat niet, it’s the game, maar je moet wel constant op je hoede zijn. Ik heb al goede beslissingen van de regering weten sneuvelen omdat ze op een onbehouwen manier in de pers kwamen. (lacht) Voorbeelden ga ik echt niet geven. Daarvoor ken ik mijn stiel te goed.”

Niet alleen in de politiek moet het steeds sneller: “Door de sociale media zijn de journalisten vaak sneller op de hoogte van een vertraging of een ongeval op het spoor dan wij”, zegt Frédéric Petit van Infrabel. “Dat maakt de job moeilijker, vooral omdat wij alleen de juiste informatie willen geven.”

Vijf types

Grofweg zijn er vijf types woordvoerders, al bestaan er zeker mengvormen. Type één: de technische woordvoerders. Die kennen hun dossiers, maar houden zich ver van het politieke spel. Ze zijn saai, maar best betrouwbaar.

Type twee: de spin­doctors. Zij staan ideologisch zeer sterk, kennen hun partij of organisatie van haver tot gort, en hebben zich ontpopt tot Mitspielers in de arena. Zeer interessant voor journalisten, maar vertrouw hen nooit of te nimmer blindelings. Het meest beruchte voorbeeld van dit type is Alastair Campbell. Hij was de ‘influisteraar’ van Tony Blair die het Verenigd Koninkrijk de Tweede Golfoorlog in praatte. Later werd hij in de Engelse pers neergesabeld als alcohol­verslaafde, kwade genius van de Irak­oorlog. 

Type drie: manusjes-van-alles. Denk, alweer een karikaturaal voorbeeld, aan de woordvoerder uit de tv-serie Veep, die constant met een schminkdoos achter de vrouwelijke, Amerikaanse president moet huppelen.

Type vier: de zwijgers. Zij hebben zich bekwaamd in het zeggen van ‘geen commentaar’ in alle mogelijke varianten. Type vijf lijkt wat op type vier. Die beloven dat ze de journalist in kwestie gaan terugbellen, maar doen dat nooit.

“Die types kloppen wel, maar vaak combineert een woordvoerder ze allemaal, en doet hij nog veel meer”, zegt gewezen sp.a-woordvoerder Gorik Van Holen. “Een woordvoerder is tegelijk inhoudelijk adviseur, psycholoog en komiek. Zeker op stresserende momenten is het jouw opdracht om goede grappen te maken.”

Alle types kennen feilloos het verschil tussen informatie die ze officieel en officieus meegeven. “Ik zal nooit off the record gaan om een pertinente leugen op slinkse wijze in de krant te krijgen”, zegt Van Raemdonck. “Mocht iemand mij daarop betrappen, dan stop ik onmiddellijk. Maar er zijn natuurlijk grijze zones. In terreur­dossiers heb ik op heel gevoelige momenten journalisten laten weten dat ze foute conclusies trokken op basis van de beschikbare informatie. Dan geef je de ware toedracht off the record mee, maar die kan niet van jou komen omdat je het onderzoek niet mag schaden. Ik doe dat wel alleen met mensen die ik goed ken. 

“Met schijnheiligheid of een gespleten tong heeft dat niks te maken. Woordvoerders moeten constant denken aan wat arrestanten in de VS te horen krijgen wanneer ze worden opgepakt: elk woord kan tegen u gebruikt worden. Je kunt in deze complexe wereld nu eenmaal niet alles met naam en toenaam zeggen. In het dagelijks leven zeg je toch ook niet alles zoals het helemaal echt is?”

Met de reactie ‘geen commentaar’ is het opletten, weten spreekbuizen-met-ervaring. “Een woordvoerder moet altijd balanceren, altijd voorzichtig zijn – anders krijg je woordvoerders die zeggen dat ‘Proximus geen sympathiek bedrijf moet zijn’”, legt Neyskens uit. “Maar met ‘geen commentaar’ maak je het jezelf moeilijk. Ik probeer altijd bereikbaar te zijn, ook voor moeilijke vragen. Zo creëer je ook goodwill bij de journalisten.”

Nog een kwaliteit van een woordvoerder: op grote crisis­momenten weten wanneer je iets echt niet meer uitgelegd krijgt. “Nadat de makers van Basta! waren geïnfiltreerd in een van de bel­spelletjes die bij ons werden uitgezonden, is daar heel wat commotie rond ontstaan”, herinnert Vercauteren zich. “Dan voel je: wat je ook zegt, je krijgt het niet verkocht. Er kwamen toen veel kritische vragen, en wettelijk waren we perfect in orde, maar de commotie was te groot: je zou niemand meer kunnen overtuigen. Ik ben blij dat we toen hebben beslist om er maar meteen een eind aan te maken. We hebben toen enkel een kort statement gegeven. Als je geschoren wordt, kun je maar beter stilzitten.”

Eindeloos takenpakket

Zegsmannen en -vrouwen hebben veel onvermoede taken. Vercauteren: “Een goede woordvoerder moet eerst in zijn eigen bedrijf advocaat van de duivel spelen, opdat hij dan recht in zijn schoenen kan staan wanneer een journalist om uitleg vraagt. Hoe krijgen we dat uitgelegd, aan onszelf en aan de buitenwereld? 

"Dat interne werk is eigenlijk het belangrijkste, hoewel dat onzichtbaar blijft voor de buitenwereld. Als woordvoerder moet je intern kritische vragen stellen, vóór een journalist dat doet. Dat is wat de woordvoerder in De ideale wereld niet doet: die moet enkel recht praten wat krom is.”

Veel woordvoerders staan voor dag en dauw op om sites en kranten te doorploegen op zoek naar nieuws en nieuwsjes over hun minister, partij of bedrijf. Die info gieten ze dan in een mail en wordt tegen de ochtendspits doorgezonden. Van De ochtend op Radio 1 tot De afspraak of Van Gils en gasten, zij vergezellen steeds hun werkgever. Van zes uur ’s ochtends tot elf uur ’s avonds, op zon- en feestdagen, altijd zijn ze van corvee. “Voortdurend bereikbaar moeten zijn is intens”, legt Mels uit. “Je staat op met de radio en je gaat slapen wanneer de kranten sluiten. Dat weegt wel op je privéleven.”

Van Holen heeft daar een mooi voorbeeld van. “Twee uur voor de persconferentie over het rood-groene kartel in Gent, bij de vorige gemeente­raads­verkiezingen, leek het alsof mijn vrouw moest bevallen. Ik had die hele samenwerking maandenlang mee voorbereid, maar wilde natuurlijk de bevalling van mijn eerste kind ook niet missen. Toen het in het ziekenhuis vals alarm bleek, ben ik dan in allerijl naar het station gelopen en heb ik nog net de persconferentie gehaald. (lacht) Mijn dochter is drie dagen later geboren en het kartel is een groot succes geworden.”

Beeld rv

Nog zo’n lastige kant van de job: journalisten bellen vaak pas tegen het sluitings­uur van de krant op, zodat hun primeur niet uitlekt. Het is dan aan de woordvoerder om de scoop nog gecheckt te krijgen. “Vooral in het weekend moet je opletten, omdat er dan geen natuurlijke aanvoer van nieuws is”, zegt Van Raemdonck. “Als dan iemand op een straathoek wat in een camera zegt, kun je binnen de kortste keren in een storm zitten waar je niet meer uit raakt.”

Soms lijkt het takenpakket van woordvoerders echt eindeloos. Zo zijn er oversten die eisen dat ze volledige debat­programma’s, zoals De afspraak of Terzake, uittikken. Zelf willen ze de tv geen hele avond aanzetten, maar ze willen ook niks missen.

Springplank

Op persreizen schenken zij hun baas een Duvel in, zodat die de vlucht zonder vlieg­angst doorkomt. ’s Avonds laat, wanneer de rest van de delegatie al lang verbroedert in de hotelbar, zoeken ze nog een internet­verbinding of een kopieermachine. ’s Morgens is dat dan weer een haardroger. Zij zeulen met een proper mantelpakje – inclusief handtas – van hun bazin, zodat die zich snel kan omkleden wanneer ze een (zweet)vlek maakt. Zij dragen de favoriete likeur van hun baas mee in hun handbagage. En wanneer hun chef hun uitkaffert in de hotellobby over een ietwat negatief artikel, moeten ze dat glimlachend doorstaan.

Waarom woordvoerders al die ondankbare nevenjobs erbij nemen? Het kan een perfecte springplank zijn voor een hoge post in de politiek of het bedrijfs­leven. Bart Somers, Guy Vanhengel en Bart Tommelein, drie liberale zwaargewichten, waren allemaal woordvoerders. Ben Weyts schopte het bij N-VA van woordvoerder tot minister, Sophie Dutordoir werkte voor Wilfried Martens voor ze het tot grote baas bij Electrabel en de NMBS schopte. 

Vaak ook komen ze uit de journalistiek en willen ze de andere kant van het wereldje leren kennen. De woordvoerder van premier Charles Michel, Barend Leyts, was journalist bij VTM. De woordvoerder van de vorige premier, Thomas Mels, werkte bij De Morgen.

“Als je als journalist de switch maakt naar woordvoerder, ruil je je onbevangenheid in voor een bepaald standpunt”, legt Mels uit. “Maar ik heb mijn ervaring ook meegenomen naar mijn nieuwe functie: ik weet welke soort info journalisten verwachten. En ik vond de baan van woordvoerder ook vanuit journalistiek oogpunt interessant: zo weet je nog meer welke dynamieken spelen in de politiek.”

Net door dat vorige leven op een kranten- of televisie­redactie kennen woordvoerders alle knepen van het vak. Dat ondervonden we nog maar eens bij het schrijven van dit artikel, waarvoor, op een uitzondering na, elk telefoongesprek eindigde met dezelfde vraag. “Mag ik de quotes nog eens nalezen?”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden