Vrijdag 28/02/2020

Septemberfestival

De mythische School van Gaasbeek: De geschiedenis herhaalt zich, maar nooit helemaal

De school van Gaasbeek is een mythische plek waar heel wat theatermakers en beeldende kunstenaars hun wortels hebben.Beeld Tim Dirven

Wat zou de School van Gaasbeek vertellen, als zijn muren konden spreken? Zouden de rode bakstenen fluisteren over de roemrijke iconen van de Vlaamse Golf, die op het speelkoertje met de losliggende tegels hun eerste voorstellingen toonden? Of zouden ze spreken over de jonge generatie die vandaag de School inpalmt en dit weekend op datzelfde koertje zijn prille werk presenteert? Hugo De Greef, schakelfiguur tussen verleden en heden, toont ons de lokalen, de geschiedenis en de toekomst van de School. Zonder nostalgie: "Sommige dingen verdwijnen, maar dat is niet erg."

De rit van het centrum van Brussel naar Gaasbeek duurt nauwelijks twintig minuten, maar ze voert de stadsmens een nieuw universum binnen. De grijze stad wijkt verrassend snel voor de groene, glooiende heuvels van het Pajottenland, geasfalteerde straten worden vervangen door landelijke wegen die afgezoomd zijn met heggen en knotwilgen.

De Greef moet bruusk remmen: drie spierwitte eendjes eigenen zich het voorrecht toe om rustig de weg over te steken. De Greef kent deze wegen, hij is een kind van de streek: opgegroeid in Vlezenbeek, op een steenworp van Gaasbeek. Het Pajotse dialect reserveert onze gastheer voor straks, wanneer we de rondleiding afsluiten met een biertje bij Rita, in het café op het dorpsplein. Dat 'machtig pleintje', zoals Josse De Pauw het in een tekst uit 2005 roemde, die plek die 'alles al in zich' had, en waar 'woeste lieden' als Radeis, Eric de Volder, Jan Decleir en Jan Lauwers een begin maakten met een radicaal nieuw theater.

Zelfs grote geschiedenis hangt aaneen van kleine toevalligheden, en dat is niet anders voor deze cruciale periode uit het Vlaamse theater. Dat de wortels van de Vlaamse Golf reiken tot begot Gaasbeek, is niet meer dan een speling van het lot. Eind de jaren 1970 zochten Hugo De Greef en Jari Demeulemeester, collega's in de Beursschouwburg, een plek om op den buiten te gaan wonen. Ze vonden een huis aan het dorpsplein van Gaasbeek, waar al gauw ook Radeizenaar Josse De Pauw introk.

Vanuit het raam van zijn slaapkamer keek de jonge De Greef uit op het dorpsschooltje achter het gemeentehuis. Daar stond een lokaal leeg, want het gebouw herbergde enkel nog een kleuterschool. "Ik ben toen aan de gemeente gaan vragen of we dat lokaal mochten gebruiken als kunstenaarsatelier", vertelt De Greef, terwijl hij de deur ontsluit. Het oude klaslokaal is een helderwitte dansstudio geworden - enkel het zwarte krijtbord herinnert nog aan de oorspronkelijke bestemming. "Soms moet je de dingen gewoon durven vragen." De gemeente stemde toe. En toen? "Toen gebeurde het gewoon", zegt De Greef. "Het ontwikkelde zich, aanvankelijk zonder doel of langetermijnproject." In het klaslokaal werd in 1978 de vzw Schaamte opgericht, het kunstenaarscollectief dat - met behulp van De Greefs managerstalenten - namen als Radeis, Anne Teresa De Keersmaeker en Needcompany nationaal en internationaal groot zou maken.

Beeld Tim Dirven

Kunstenaarsappartementen

De rest van het verhaal is geschiedenis. Schaamte trok enkele jaren later terug naar Brussel, kocht met de artiesten de gebouwen van de Kaaistudio's, transformeerde tot het Kaaitheater en de kunstenaars zwermden uit over de hele wereld. En de School? Het schooltje bleef stilletjes staan, na een tijdje ook zonder kleuters. De lokalen werden 'gemeenschapslokalen' voor feestjes van plaatselijke verenigingen en in het eveneens verlaten gemeentehuis werden asielzoekers opgevangen, tot het gebouw in 2013 niet meer aan de vereiste normen beantwoordde.

Wanneer we in dat gemeentehuis de oude ontvangstruimte betreden springt een grote zwart-witfoto in het oog. Het is een groepsportret van de stichters van vzw Schaamte: zeven grijnzende kerels met ongetemde jaren 1970-coupes. De jongeman uiterst rechts in beeld, met golvende haren en weelderige baard, heeft veertig jaar later nog steeds zijn baard, al is die intussen behoorlijk van kleur verschoten.

Wanneer Hugo De Greef in 2013 hoort dat school en gemeentehuis opnieuw leeg komen te staan, richt hij samen met kompaan Christel Simons de vzw School van Gaasbeek op. Doel: een residentieplek creëeren waar jonge kunstenaars zonder productiedwang hun werk kunnen ontwikkelen. En net zoals die eerste keer stapt De Greef naar de gemeente om het 'gewoon te vragen'. De gemeente Lennik ziet wel iets in de residentieplannen, stelt de gebouwen ter beschikking en draagt zelfs een serieuze steen bij in het opknappen van de lokalen. Het resultaat: vandaag heeft de School van Gaasbeek in het gemeentehuis twee kunstenaarsappartementen en een productielokaal, twee dansstudio's in de oude school.

In een van de appartementen huist momenteel schrijfster Astrid Haerens (°1989) die in haar zoektocht naar rust en concentratie in Gaasbeek terecht kwam. "Rondom het gebouw liggen uitgestrekte velden, vanuit mijn keuken heb ik zicht op boerenpaarden en boomgaarden. Ik kan haast overal de horizon zien. Ik had niet gedacht dat het contrast met mijn dagelijkse leven in de stad Brussel zo groot zou zijn. De residentie biedt mij een leeg canvas, het geeft me de ruimte om alles wat in mijn hoofd "opgestapeld" ligt rustig voor me uit te spreiden."

Nog in het gemeentehuis gaan we binnen bij fotograaf Maarten Vanden Abeele, die er als enige vaste resident zijn productielokaal heeft. Voor Vanden Abeele is niet alleen de afzondering van de plek cruciaal, maar ook de aanwezigheid van andere kunstenaars. Vanden Abeele: "Hier ben ik afgesneden van de "lopende zaken" uit de samenleving, maar tegelijkertijd omringd door mensen, en dat heb ik nodig om te kunnen werken. Zelfs al respecteert iedere resident de beslotenheid van andermans atelier, dan nog is er de mogelijkheid om mensen te ontmoeten, om nieuwe ideeën op te doen. Ik heb deze plek op twee jaar tijd sterk zien evolueren. Er komen steeds meer mensen werken. Er is nog veel potentie, dit is nog maar het begin."

Hugo De Greef.Beeld Tim Dirven

Founding fathers

Naast de ontwikkeling van zijn eigen werk archiveert Vanden Abeele ook de toonmomenten die de School organiseert, zoals het Septemberfestival, dat dit weekend voor de tweede keer plaatsvindt op verschillende locaties in het dorp. Hoewel de School nadrukkelijk geen jachtig productiecentrum wil zijn, maar een trage plek voor ontwikkeling, wil De Greef Gaasbeek op gezette tijden deelgenoot maken van wat er in de School gebeurt. "Het is manier om iets terug te doen voor de gemeenschap, die veel in de School investeert."

De wekelijkse Boerenmarkt en de Koninklijke Harmonie St-Cecilia uit Sint-Martens-Lennik krijgen uitdrukkelijk een plaats in het festivalprogramma. Alle activiteiten zijn gratis: de theatervoorstellingen van het jonge collectief Kuiperskaai, het uitgebreide poëzieluik gecureerd door Sigrid Bousset, de kortfilms van Maarten Vanden Abeele, de interventies van Jan Decleir, Dirk Pauwels en Anne Teresa De Keersmaeker. Want ja, de founding fathers and mothers tekenen present. Het samenbrengen van ervaring en vernieuwing is een van De Greefs stokpaardjes maar niet, zoals vandaag nogal vaak dreigt te gebeuren, vanuit een paternaliserende houding. "Het is cruciaal om te blijven denken vanuit de jonge mensen", vindt De Greef. "Zij moeten krijgen wat ze nodig hebben om zelfstandig hun werk te ontwikkelen. Coaching? Hmmm, enkel wanneer ze daar zelf om vragen. Zeg nu zelf: die mensen van Kuiperskaai, moet je die coachen?"

Het jonge theater- en beeldende kunstplatform is misschien wel het mooiste voorbeeld van de subtiele manier waarop de geschiedenis zich in Gaasbeek herhaalt. Op de plek waar Jan Lauwers met zijn Epigonentheater de grondslag legde voor het latere Needcompany zullen dit weekend zijn kinderen Victor en Romy Louise Lauwers met hun eigen werk te zien zijn.

Ja, de geschiedenis herhaalt zich - maar nooit identiek. De mythe rond van de School van Gaasbeek zou tegen de plek kunnen werken, als een verstikkend voorbeeld van foute romantiek. De residenten lijken daar echter geen last van te hebben. Haerens: "Het is geen plek die die druk oplegt, die haar eigen geschiedenis opdringt of verheerlijkt. Hier heerst geen prestatiedwang."

Ook Kuiperskaai blijkt nauwelijks door de roemrijke geschiedenis van zijn voorgangers en voorouders belast. Victor Lauwers: "We kennen het verhaal van de School van Gaasbeek een beetje, we weten dat Radeis hier heeft gespeeld. Maar eigenlijk doet dat er voor ons weinig toe. Wij zijn vooral bezig met het ontwikkelen van ons eigen werk." Romy Louise Lauwers: 'Ik wist zelfs niet dat mijn vader bij deze plek betrokken is geweest... De vzw Schaamte? Nooit van gehoord. Kijk, zo'n dingen leren we dus van iemand anders." (lacht)

Hugo De Greef zelf is nog het minst van al onderhevig aan romantische sentimenten. We lopen over de koer, daar waar het collectief Radeis zijn eerste voorstelling presenteerde: Radeis wegens ziekte. "Heilige Vlaamse grond", grijnst onze gids, en lacht om de overdrijving. Liever wijst hij op het podium dat klaarstaat voor de voorstelling Mariembourg van Kuiperskaai.

Beeld Tim Dirven

Afsluiten doen we in Café De Pajot, waar Radeis indertijd 'repeteerde' - knipoogt De Greef - en waar de marktkramers van de intussen opgeruimde Boerenmarkt er eentje komen drinken voor ze de tocht naar huis aanvatten. De stamgasten kennen Hugo De Greef en misschien ook het belang van de School in de Vlaamse theatergeschiedenis, maar niemand lijkt daar verder echt om te malen. 'Het verhaal is het verhaal, zegt De Greef, 'en het gebouw is nog steeds hetzelfde, maar voor de rest is alles anders. Sommige dingen verdwijnen, maar dat is niet erg. Deze plek moet nu vooral een nieuw verhaal krijgen.' De School van Gaasbeek mag geen museum worden; het moet een 'vormgegeven gedachte' blijven, zoals Josse De Pauw het verwoordde. Een springplank voor de toekomst, zodat 'je voor je hele leven beseft dat zo'n klaslokaaltje genoeg is om eraan te beginnen, dat van daaruit de wereld te bespelen valt.'

Septemberfestival, van vrijdag 11 tot zondag 13 september in het centrum van Gaasbeek.

Beeld Tim Dirven
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234