Maandag 01/06/2020

Expo

De museumtrend van 2019: inzetten op 'beleving’

De expo over Keith Haring in de Brusselse Bozar is een kunstwerk op zich.Beeld Reporters / GYS

Van opgegeten kunstwerken (bananen) tot gidsende BV’s (Boonen): er zijn veel gegadigden voor de titel ‘trend van het jaar’ op tentoonstellingsgebied. Een ervan won met een banddikte voorsprong: steeds meer musea zetten in op beleving. Wij gaan langs bij voorvechters Bozar en MIMA.

Bij supermarkten en winkels kon je het al een tijdje horen, tegenwoordig is beleving ook in de kunsten het toverwoord. Het publiek is verwend en om te kunnen optornen tegen het enorme opbod aan entertainment dat ons langs alle kanten verleidt, moeten ook de kunsten hun beste beentje voorzetten en proberen het publiek een onvergetelijke ervaring te bezorgen. De tijd is voorbij waar het publiek bij een tentoonstelling een verwaarloosbare nevenzaak was. Dat beseft ook Sophie Lauwers, directeur tentoonstellingen van Bozar.

“Wij komen uit een generatie waarin kunstenaars en museumdirecteurs totaal niet bezig waren met het publiek. Dat was ook totaal onbelangrijk. Erger zelfs, het publiek was een obstakel. Kunstenaars en museumdirecteuren maakten een tentoonstelling ‘voor de kunst’ en het liefst van al hadden ze geen publiek. Laat de kunstwerken maar rustig hangen, dat was het idee. Vandaag is dat compleet veranderd. Waar het publiek vroeger als een obstakel werd gezien, is het nu de oplossing.”

De grote tentoonstelling over Keith Haring, die momenteel in Bozar loopt, is hier een goed voorbeeld van. Bijzonder is dat deze bijna een werk op zich is geworden. Ze werd niet door klassieke scenografen vormgegeven, maar door de gerenommeerde grafische ontwerpers van Bold, die onder andere mooie dingen deden voor Angèle en Stromae. In hun aanpak kijk je niet langer naar een rij doeken tegen een witgekalkte muur, maar naar een totaalconcept waar muziek, video’s of zelfs stukken taxi aan bod komen, waar met subtiele en minder subtiele ingrepen sfeer wordt geschept en waar het publiek zich kan uitleven in atypische ruimtes als een blacklight room.

Keith Haring.Beeld RV © Muna Tseng Dance Projects,

Lauwers: “Het is interessant om met de mensen van Bold samen te werken, omdat zij veel beter begrijpen wat de boodschap is van iemand als Keith Haring. Zij zijn doordrongen van de tijdgeest van de jaren tachtig, van de muziek van toen. Op die manier creëer je toch wel een andere beleving. Je gaat niet alleen zijn kunstwerken tonen, je gaat ook tonen hoe belangrijk muziek en mode voor hem waren. Je komt in een soort totaalconcept terecht, waar een divers publiek iets mee kan.”

Haring zou het graag gezien hebben. Hij wilde met zijn kunst namelijk een zo breed mogelijk publiek bereiken. Als de mensen zijn werk niet konden kopen wegens uit de pan swingende prijzen maakte hij wel werk op de muren van metrostations tijdens publieke performances of verkocht hij T-shirts in tijdelijke pop shops. Hij zorgde er in ieder geval voor dat er altijd iets te beleven viel.

Lees ook: Dit zijn de tien beste expo’s van 2019

Interactie

Ook het MIMA in Sint-Jans-Molenbeek is zeer sterk in het naar voren brengen van de beleving. Ze deden dat onlangs met tentoonstellingen als Dream Box of eerder met Wonderland. Bij Dream Box ging je als bezoeker helemaal op in een psychedelische punktrip en bij Wonderland werd je als bezoeker uitgenodigd om voorzichtige de eerste stapjes te zetten op het pad van de burgerlijke ongehoorzaamheid. Steeds wordt er nagedacht over hoe ze de bezoekers kunnen activeren en een interactie met de werken op gang brengen.

Raphaël Cruyt, medeoprichter van het MIMA: “Wanneer wij een tentoonstelling opzetten, werken wij volgens de regels van de videogame. Een videogame is makkelijk instapbaar. Je begint gewoon te spelen en de complexiteit komt achteraf. Zo denken wij bij elke nieuwe expo: laat ons een manier vinden om de mensen stapje per stapje in het werk te leiden. Vaak komen we dan uit bij een op ervaring gerichte installatie.”

Cruyt vindt dat musea met hun tijd mee moeten gaan. “Het gedrag van het publiek is veranderd. Voor mij is het helemaal achterhaald dat je naar een museum gaat om een oude meester te bezoeken, waarbij het museum zoals in de universiteit ex cathedra zegt hoe je een en ander moet begrijpen. Als je met jongeren over musea praat, dan zullen ze snel zeggen dat die stom of vervelend zijn. Het is dan zaak om wél aanknopingspunten te vinden. Vaak moet je dan inzetten op iets fysiekers, iets dat je kunt ervaren, eerder dan met woorden begrijpen. Dat wil nog niet zeggen dat er in ervaringsgerichte tentoonstellingen minder informatie of concept is, het gaat er gewoon om mensen te engageren of activeren. Je kunt veel verder gaan met de verbeelding als je de mensen eerst goedgezind hebt gemaakt.” 

De tentoonstelling ‘Dream Box’ in MIMA. Opgaan in een psychedelische punktrip.Beeld RV Mima

Dat ze dat goed doen, bewijst het gegeven dat de krant Washington Post hen onlangs op haar cover zette en Brussel het epicenter van hedendaagse kunst noemde.

Het klassieke museum heeft stilaan zijn beste tijd gehad. Wellicht is er een nieuwe rol voor de musea weggelegd, gelooft Lauwers. “Een culturele instelling wordt steeds meer gezien als een van die nieuwe rituele plekken waar mensen graag samenkomen. Bijna de helft van de mensen komt naar een museum om samen te zijn, om een moment te delen. Ik heb eens gelezen dat musea de nieuwe kerken zijn. We hebben nood aan nieuwe rituele plaatsen. Wat de beleving betreft, denk ik dat musea ruimtes en plekken zijn waar mensen iets gezamenlijks kunnen doen, kunnen nadenken en een dialoog aangaan. Het is geen unilateraal gegeven meer, in de zin dat wij iets aan de muur hangen en jij komt maar kijken. Een museum is er vandaag niet meer om alleen statisch een kunstwerk te tonen, maar echt om verhalen te vertellen en om extra dimensies toe te voegen.”

Geen weg terug

De trend om meer op beleving in te zetten staat voorlopig in zijn kinderschoenen. Er valt nog heel wat te ontdekken en te professionaliseren. Maar een weg terug is er (waarschijnlijk) niet. 

Cruyt: “De technologie staat niet stil. Ik denk dat wat we nu zien op het gebied van tentoonstellingen te vergelijken valt met de filmindustrie in het begin van de twintigste eeuw. Er is nu wel een wow-effect omdat een en ander nieuw is, maar nu moet het nog groeien en rijpen. Heel de industrie moet groeien. De schaal moet vergroten. Zoals films wereldwijd tegelijk in de zalen komen, zal je dat ook veel vaker met tentoonstellingen zien gebeuren.”

Hier en daar veroorzaakt deze trend gemor. Kunst zou een deel van haar mystiek verliezen of simpelweg te mainstream worden. Hebben de haters gelijk? Zijn er gevaren aan deze trend verbonden?

Cruyt: “Je moet wel bewaken dat er genoeg inhoud blijft. Een goede verpakking mag niet ten koste gaan van de inhoud. Je hebt nog altijd een visie nodig. Een ander gevaar is dat een tentoonstelling steeds meer een product wordt waar de scherpe kantjes afgevijld worden.”

Lauwers beaamt: “Het mag geen gimmick, geen trucje worden. Het publiek is ook niet dom. De kunst is om niet oppervlakkig te zijn maar wel toegankelijk.”

In ieder geval is kunst niet langer een ervaring die enkel is weggelegd voor een klein, geïnformeerd clubje. Zoals je aan het begin van de Keith Haring-expo in blinkende, spiegelende letters kunt lezen: “Art is for everybody.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234