Woensdag 26/06/2019

Theaterrecensie

'De moed om te doden': meedogenloos duel in een gebroken huiskamer

►Wouter Hendrickx (achteraan links), Aminata Demba en Dirk Van Dijck, als de zoon, zijn vriendin en zijn vader. Beeld RV © kurt van der elst | kvde.be

Met De moed om te doden brengt Guy Cassiers een stevig psychodrama, dat inzoomt op een verstoorde vader-zoonrelatie. De regisseur levert maatwerk af, de acteurs krijgen vrij spel.

Met zijn atypische aanpak van De moed om te doden bewijst Guy Cassiers andermaal dat hij geen one-trick pony is. Deze keer laat hij zich niet inspireren door een roman of een klassieker uit de canon van de literatuurgeschiedenis, maar koos hij voor een theatertekst uit 1980 van de Zweedse toneelauteur Lars Norén.

Cassiers schrapte uit zijn typisch esthetiserende theaterjargon alle multimediaal-technische hoogstandjes, de videoprojecties, de muziek. Met zijn strakke en onopgesmukte benadering voegt hij zich naar de beperkingen die het theateridioom van Norén dicteert. De voelbare aanwezigheid van de regisseur is dan ook uit de voorstelling verdampt, zodat De moed om te doden een schoolvoorbeeld van acteurstheater is geworden.

De acteurs spelen op een zo goed als lege voorscène, die claustrofobisch smal aandoet. Breder dan deze ingesnoerde ruimte is de enge leefwereld van de personages niet. Een vader (Dirk Van Dijck) logeert bij zijn zoon (Wouter Hendrickx). De sfeer is gespannen en hun eindeloze gekibbel maakt van elk gesprek een meedogenloos duel in de arena van de huiskamer.

De zoon is kortaangebonden, ontoegankelijk, scherp, cynisch en neerbuigend. De vader is onvermoeibaar op zoek naar aanknopingspunten en openingen, maar hij vangt bot ("Als ik vriendelijk ben, word jij een aasgier en verscheur je mij."). Beiden percipiëren het verleden en hun gezin toen moeder nog leefde helemaal anders, en dat voedt de wrijvingen.

De komst van Ratka (Aminata Demba), de vriendin van de zoon, betekent een omslagpunt. Het masker van de vader valt: van een klaaglijke, weerloze en hulpbehoevende oudere man wordt hij een opdringerige versierder van het laagste allooi. Als de grenzen van het fatsoen overschreden zijn, volgt de freudiaanse afrekening waaraan dit stuk zijn titel ontleent.

Déjà vu

De moed om te doden is in alle opzichten een goedgemaakt toneelstuk. Degelijk maatwerk en voldoende genietbaar. Toch roepen de voorspelbare uitkomst en het gegeven zelf een déjà vu op.

De kracht van de voorstelling zit vooralsnog in het spel van de drie acteurs. Pet af voor Van Dijck die in een mum van tijd de vaderrol overnam van Marc Van Eeghem, die door ziekte moest afhaken. Zijn lichaamstaal is subtiel en gedoseerd: het slepende loopje, de gebeitelde grimas, de rusteloze tics, de pulkende handen en de nauwelijks zichtbare tremor. Allemaal een toemaatje voor wie dicht genoeg bij de scène zit.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden