Woensdag 05/08/2020

Boeken

"De mensen uit 'Negroland' zijn bijna zoals witte mensen"

Dalilla Hermans in een innige omhelzing met Margo Jefferson, auteur van 'Negroland'. Beeld Kees Van De Veen

Het is een lastige spagaat, opgroeien in een bevoorrecht zwart milieu waar op ‘gewone’ zwarten wordt neergekeken. Het superioriteits­gevoel van de zwarte upper class is een van de thema’s in Margo Jeffersons auto­biografie. 'Ik heb bepaalde gedragingen echt moeten afleren.'

De 70-jarige Margo Jefferson is een vrouw met een indrukwekkende levensloop. Geboren in het Chicago van de jaren ’40 als dochter van een zwarte pediater en een modebewuste socialite, groeide Jefferson op in de upper class van de zwarte gemeenschap in Amerika. Ze was een tiener toen de burgerrechtenbeweging van onder anderen Martin Luther King haar opmars maakte.

In het milieu waarin zij opgroeide moesten de kinderen excelleren. Ze kregen een hoge opleiding, moesten een voorbeeldfunctie ambiëren, en uitblinken in studies, goed gedrag en etiquette. Margo Jefferson stelde haar ouders niet teleur: ze was een goede studente en kan bogen op een succesvolle carrière, ook al stelt ze zelf dat ze het jammer vond geen ‘genie’ te zijn. Ze werd theater- en later boekenrecensent voor onder andere The New York Times en won een felbegeerde Pulitzer Prize. Daarnaast is ze professor aan de prestigieuze Columbia University.

In 2016 verscheen haar autobiografie Negroland, die zopas in het Nederlands werd vertaald. Ik zocht haar op in een hotel in Amsterdam. Telkens als mensen me jonger schatten dan ik ben, zeg ik al lachend: “Black don’t crack!” Margo Jefferson is daar het perfecte voorbeeld van: de vrouw die de lounge binnenwandelt zou ik amper 45 geschat hebben. Als ze dan ook nog eens giechelend toegeeft het even spannend te vinden als ik, zie ik meteen het jonge meisje uit haar boek.

Laten we even beginnen bij het begin: 'Negroland', wat een titel! Hebt u lang getwijfeld over het gebruik van het woord ‘negro’ in uw boek, en over de titel?

Margo Jefferson: “Ik heb er goed over nagedacht, en erover gesproken met allerlei mensen. Met de uitgeverij en de eindredacteur uiteraard, maar ook met vrienden en familie. Ik weet hoe beladen woorden kunnen zijn. Maar ik leg meteen in het begin van het boek uit waarom ik ervoor kies. In de wereld waarin ik opgroeide was ‘negro’ de term die iedereen, inclusief zwarten, gebruikte voor de zwarte elite. Het was de term die we zélf wilden, het had iets gedistingeerds, in tegenstelling tot ‘nigger’.

“En ik plakte er ‘land’ aan vast omdat dat woord niet enkel een geografische locatie aanduidt. Het omvat ook een set normen en waarden en gedragscodes. ‘Negroland’ is de perfecte omschrijving van de wereld waarin ik opgroeide.”

Aanvankelijk kreeg de Nederlandse vertaling van uw boek de titel ‘Negerland’, maar uiteindelijk is beslist de oorspronkelijke Engelse titel te behouden. Begreep u dat?

“Ik heb alle gesprekken die daaraan voorafgingen gevolgd, en ik begrijp de kwestie intussen volledig. ‘Neger’ is de enig mogelijke vertaling van ‘negro’, dus de term wordt door het boek heen gebruikt. Maar de nuance, dat gevoelsmatige verschil tussen bijvoorbeeld ‘negro’ en ‘nigger’ en de historische duiding, gaat in de Nederlandse taal een beetje verloren. We wilden mensen niet afschrikken met de titel. Daarom hebben we voor de Engelse geopteerd.”

Ik las intussen heel wat boeken over de emancipatiestrijd van zwarte Amerikanen, maar zelden las ik iets over de zwarte upper class. Waarom duurde het zo lang voor hier een boek over werd geschreven?

“Er gingen me wel een aantal schrijvers voor, maar die boeken zijn waarschijnlijk niet of nauwelijks vertaald. Ik denk dat het deels aan de attitude ligt die in Negroland van je verwacht werd. Je mocht enkel opvallen door je uitmuntende prestaties of successen, maar verder moest je discreet zijn en geen deining veroorzaken.

“Daarnaast heerst de gedachte: witte mensen willen niet over dit onderwerp lezen. Zij willen verhalen lezen die bepaalde stereotypen in stand houden. Op een of andere manier zijn de mensen uit Negroland bijna zoals witte mensen. Daar leek de wereld lang niet klaar voor, voor verhalen over zwarte mensen waarin ze níét als een probleem worden opgevoerd. Maar toch zijn er een aantal auteurs en belangrijke historische figuren uit de zwarte elite die wél een publiek vonden. Kijk bijvoorbeeld naar W.E.B. Du Bois, die al in het begin van de vorige eeuw uitvoerig schreef over ‘The Talented Tenth’, waarmee hij de tien procent succesvolle opgeleide zwarten bedoelde.”

'De wereld was er lange tijd niet klaar voor, voor verhalen over zwarte mensen waarin die níét als een probleem worden opgevoerd.'Beeld Kees Van De Veen

Ik kende Du Bois – samen met Marcus Garvey – als een van de grondleggers van het panafrikanisme, een intellectuele stroming die de banden tussen mensen met Afrikaanse roots wereldwijd wil versterken, gebaseerd op het geloof dat zowel mensen in de diaspora als Afrikaanse inwoners een gezamenlijke geschiedenis en toekomst hebben. In uw boek las ik echter dat de twee vaak met elkaar botsten.

“Ook dat is weer terug te voeren tot die stereotypering: zwarte mensen worden afgebeeld als een homogene groep die dezelfde bekommernissen en dezelfde helden heeft. Er is nauwelijks aandacht voor de grote verschillen binnen onze gemeenschap. Dat gaat van klassenverschillen – de arbeidersklasse versus de bewoners van Negroland bijvoorbeeld – tot ideologische verschillen.

“Maar die uiteenlopende visies zijn er altijd geweest, ook binnen de burgerrechtenbeweging. Je had Malcolm X en zijn aanhangers en Martin Luther King en de zijnen. Op het einde van hun leven was hun boodschap nagenoeg dezelfde. Malcolm werd gematigder en Martin werd militanter. Maar aanvankelijk verkondigden ze een hele andere boodschap, en spraken ze ook voor een ander publiek. Du Bois was de verpersoonlijking van de zwarte elite: hoogopgeleid, intellectueel, elitair. Garvey was een man van het volk, hij werd als niet-gesofisticeerd beschouwd. Hij was zwarter, letterlijk ook.”

Ook dat is een belangrijk thema in uw boek: het zogeheten ‘colorisme’. Een groot deel van de zwarte upper class stamt af van zwarte slavinnen en witte slavenhouders. Hun huidskleur is dus vaak lichter. Denkt u dat dat fenomeen vandaag nog invloed heeft?

“O ja, daar ben ik van overtuigd! De idee dat een lichtere tint je beter, meer waard, maakt, is zo alom verspreid dat het zelfs bij veel zwarte mensen geïnternaliseerd is. In de Verenigde Staten is daar veel debat rond. Er groeit ook een bewustzijn, mensen komen ertegen in opstand.

“Om je als zwarte op te werken ten tijde van de slavernij, en vlak na de afschaffing ervan, had je de goodwill van witte mensen nodig. Want zelfs als je ‘vrij’ was, waren er ontzettend veel wetten en regeltjes die het zwarte mensen zo moeilijk mogelijk moesten maken. Zo kon je bijvoorbeeld gearresteerd worden omdat je ‘lui’ leek te zijn. Het lukte een heel aantal vrije zwarten om toch op te klimmen en economisch succes te bereiken, maar het hielp wel als je nauwe banden, of zelfs bloedbanden, met witte mensen had. Ik vertel in het boek een aantal verhalen over die afstammelingen van witte slavenhouders. Zij vormden de basis van Negroland.”

Ik las in uw boek ook dat er een aantal zwarte slavenhouders bestonden met grote plantages waar ze honderden zwarte slaven hielden. Daar schrok ik van. Die verhalen had ik nog nooit gehoord.

“Die reactie krijg ik vaak. Ze waren niet met zo heel veel, maar ze bestonden wel, de zwarte slavenhouders. Ik nam hen op in het boek, omdat het belangrijk is dat we de volledige geschiedenis meekrijgen, de goede én de slechte facetten ervan.”

Een van de belangrijkste personages in uw boek is uw moeder. Heeft zij Negroland nog gelezen?

“Mijn moeder was een heel bijzondere dame, ze speelde een zeer belangrijke rol in mijn leven. Ze stierf een tijdje geleden, op 98-jarige leeftijd, maar ze leefde nog tijdens het schrijfproces. Ik heb haar enkele passages laten lezen, vooral de positieve stukken waarin ik ons leven van vroeger beschrijf. Daar was ze blij mee: dat er iemand die periode vastlegde. De kritische stukken heb ik haar niet getoond. Deels omdat ik bang was dat ik mezelf dan zou censureren, en deels omdat ik geen zin had om met haar op die leeftijd nog moeilijke discussies te voeren.”

In uw boek laat u ons een brief meelezen die uw moeder ooit schreef aan een vriendin. De allerlaatste zin, een PS eigenlijk, raakte een gevoelige snaar bij mij. Ze schrijft: ‘Ik ben zo gelukkig, dat ik bijna vergeet dat ik een neger ben.’

“Mijn zus en ik waren ook ontzettend geschrokken van die zin. Eigenlijk zegt hij alles. Ik had geen betere manier kunnen vinden om Negroland en de buikgevoelens van die zwarte bourgeoisie te omschrijven. Het is een vaststelling die steeds terugkomt: hoe succesvol je ook bent, hoezeer je ook in de pas loopt, als persoon met een kleurtje blijf je toch altijd geconfronteerd worden met racisme en discriminatie.”

Kunt u definiëren wat het voor u precies betekend heeft om op te groeien in Negroland?

“Ik heb het geluk gehad te zijn opgegroeid met het idee dat ik alle mogelijkheden had om succesvol te worden. Mijn ouders stimuleerden uiteraard mijn studies, ze reikten me kunst en cultuur aan, daagden me intellectueel uit. Ik ben natuurlijk ook materieel gezien erg geprivilegieerd geweest. We hadden de middelen om te studeren, ik heb nooit armoede gekend.

“Negatief was dan weer het snobisme dat heerste in de kringen van mijn ouders. Het dreef een wig tussen onze wereld en die van de rest van de zwarte bevolking. Ik heb bij het volwassen worden bepaalde visies en gedragingen echt moeten afleren. De inwoners van Negroland keken neer op de alledaagse zwarte. Er werd ons met de paplepel meegegeven dat wij beter waren, het voorbeeld moesten zijn. Daardoor zijn we niet altijd goede bondgenoten geweest in de emancipatiestrijd van ons eigen volk. Het heeft even geduurd voor ik inzag dat dat onderscheid niet wenselijk was, dat de strijd voor alle zwarten dezelfde was.”

Een van de moeilijkste aspecten van het aankaarten of bevechten van racisme vind ik het uitleggen van de impact ervan aan mensen die er geen slachtoffer van worden. Ik schrok dan ook niet van de stukken in uw boek waarin u schrijft over de vele zelfmoorden die achter de gesloten deuren van de mooie huizen in Negroland plaatsgrepen.

“Deel uitmaken van een groep die zo vaak geviseerd wordt, waarin je zoveel druk voelt om je op een bepaalde manier te gedragen zodat je veilig kunt leven, is ontzettend moeilijk. Het ontwricht mensen, en zorgt voor grote druk op het psychisch welzijn. Soms lijkt het alsof de zwarte bevolking in Amerika aan een soort collectief posttraumatisch stresssyndroom lijdt. Daar wordt zelden over gesproken. Het wordt ook niet aanvaard binnen de eigen gemeenschap. Toegeven dat je aan dat gewicht van raciale spanning dreigt te bezwijken, lijkt toegeven dat je racisme hebt aanvaard. Je lijkt er zwak door. Terwijl het diepmenselijk is.”

Naast racisme gaat Negroland ook over ‘klassisme’ en seksisme en hoe deze fenomenen elkaar constant kruisen, iets wat we nu met de term ‘intersectionalisme’ omschrijven. U schreef dit boek toen Obama nog aan de macht was.

“Ja, in die goede oude tijd.” (lacht)

Intussen leven we in een nieuwe wereld, zeker in de VS: met enerzijds Black Lives Matter en anderzijds alt-right, met de witte arbeidersklasse die massaal op Trump stemde maar door zijn nieuwe belastingplannen alleen maar meer achteruitgesteld wordt. Er is ook #metoo en het Weinstein-schandaal. De drie
–ismen van daarnet worden dus nog scherper op de spits gedreven. Bent u nog optimistisch?

“Ik zou mezelf niet als optimistisch omschrijven, wel als hoopvol. In de jaren zestig veranderde de wereld ook in een rotvaart. De frictie was toen ook ontzettend tastbaar en dat was even opwindend als angstaanjagend. Ik heb het gevoel dat we nu weer op zo’n scharniermoment zitten. Er ettert en fermenteert van alles, en het lijkt slechter te gaan dan ooit. Maar we zijn wél al die lastige gesprekken aan het voeren. Er komt wél van alles bovendrijven. En telkens als er weer een slag wordt toegediend aan de gelijkheid en de burgerrechten staat er een tegenbeweging op die vandaag de dag diverser en feller dan ooit is. Verschillende groepen vinden elkaar en werken samen. Vrouwen nemen vaak de leiding in die tegenbeweging. Er broeit van alles, en dat is ook heel interessant. Dus ik blijf hoopvol.”

Margo Jefferson, Negroland. Een autobiografie, De Arbeiderspers, Privé-domein, 252 p., 24,99 euro

Journalist, professor en schrijfster Margo Jefferson (1947) tegenover Dalilla Hermans in Amsterdam.Beeld Kees Van De Veen
Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234