Woensdag 12/05/2021

InterviewJoren Creylman en Mathias De Neve

De makers van ‘De mol’: ‘Elk jaar zijn er kandidaten die het nadien thuis moeilijk hebben’

Mathias De Neve (links) en Joren Creylman. ‘Wij hebben tien jaar lang ons leven gedeeld, maar we zijn uit elkaar gegaan als beste vrienden. Voor ‘De mol’ hoeven we niet te overleggen: we zien, denken en voelen hetzelfde.’ Beeld Geert Van de Velde
Mathias De Neve (links) en Joren Creylman. ‘Wij hebben tien jaar lang ons leven gedeeld, maar we zijn uit elkaar gegaan als beste vrienden. Voor ‘De mol’ hoeven we niet te overleggen: we zien, denken en voelen hetzelfde.’Beeld Geert Van de Velde

Goeie tv-programma’s worden met kunde gemaakt, héérlijke tv-programma’s met liefde. Joren Creylman en Mathias De Neve (beiden 37) waren tien jaar lang elkaars molletje vóór ze in 2016 mee aan de wieg stonden van De mol 2.0. Hoe is het om jarenlang het gulzigst becommentarieerde spel op de Vlaamse buis te maken? Als ex-geliefden nog wel? En waar blíjft die hele ploeg de inspiratie halen? ‘Speed, xtc en coke helpen.’

Eindredacteur Joren Creylman en regisseur Mathias De Neve zijn slechts radertjes in een geoliede machine die van elke zondagavond een minilockdownfeestje maakt – maar het zijn wel perféct in elkaar klikkende radertjes. Aan een halve blik hebben ze genoeg, wat wel zo handig is als je een seizoen maakt in weinig ideale, om niet te zeggen deerniswekkende omstandigheden.

Joren Creylman: “Je moet ’t zeggen zoals het is: dit seizoen was niet het leukste om te draaien. Het heeft op iedereen gewógen.

“Pas op, wij waren dankbaar. Iedere dag reden we door heerlijk glooiende Duitse landschappen om – het is dezer dagen bijna absurd – een réísprogramma te maken. Dan heb je niet te klagen. Maar in vergelijking met vorige jaren was het echt moeilijk. Vooral de communicatie verliep moeizaam, want cameramannen, klankmannen, producers en redacteurs zaten allemaal in andere bubbels.”

Mathias De Neve: “Iedereen had een kleurensticker op z’n walkietalkie: je mocht alleen ontbijten en in de auto zitten met mensen met dezelfde kleur. Net Amerika in de jaren 50.”

Creylman: “Nog een geluk dat we intussen zo goed op elkaar zijn ingespeeld. Als we dit hadden meegemaakt in onze eerste jaargang, was alles in duigen gevallen.”

Duitsland was niet jullie eerste keuze. Naar welk land wilden jullie vliegen voordat corona roet in het eten gooide?

Creylman: “Dat zeg ik niet. Ha!”

Hebben jullie gevloekt toen al die vergevorderde plannen in het water vielen?

De Neve: “We hebben wel vaker gevloekt, te meer omdat het in Duitsland altijd slecht weer is. Vaak konden we niet draaien, of moesten we een opdracht naar binnen verplaatsen. De kou was bovendien moordend. Normaal geven wij onze kandidaten graag een vakantiegevoel, maar nu zag je hen tijdens sommige opdrachten bibberen, en voor een keer níét van de spanning (lachje).”

Creylman: “In elke aflevering zit hoogstens een straaltje zon of een streepje blauwe lucht. Toen we – verkleumde handen rond ons statief geklemd – het ijswater over onze rug voelden stromen, zwoeren we: nooit zakken we met De mol nog zo noordelijk af!”

‘Meedoen aan ‘De mol’ is als een affaire hebben: je hebt van alles beleefd, maar je mag er thuis niets over vertellen’ Beeld Play
‘Meedoen aan ‘De mol’ is als een affaire hebben: je hebt van alles beleefd, maar je mag er thuis niets over vertellen’Beeld Play

Heeft Duitsland ook, euh, voordelen?

Creylman: “De clichés helpen: jodelen, dirndls, bierkuipen... Daar kun je al eens een opdracht aan vastknopen. En tegelijk vind ik het leuk om net een ándere kant van zo’n land te tonen. Zoals vorig jaar: we bewezen dat Griekenland meer is dan alleen pittoreske kustdorpjes en marginale discotheken. Bij Duitsland is dat net zo: je ziet er ook nog wat anders dan bejaarden.”

De Neve: “De Moezelstreek, op drie uur rijden, is even mooi als Zuid-Frankrijk. En vanuit de Alpen ben je op een paar uur in Berlijn. Ik ben ooit op vakantie geweest in Soedan, en daar zou je De mol nooit kunnen opnemen: daar is alleen maar woestijn. Dan toch liever Duitsland.”

Heeft België ooit op de lijst gestaan?

Creylman: “Ja, maar dat vonden we een te groot risico. Verder kwam het zelfs niet in ons op dat het dit jaar niet zou lukken: we bleven naïef optimistisch. Wellicht té, want als we een week later waren vertrokken, hadden we vroegtijdig ons boeltje moeten pakken. Het heeft echt niet veel gescheeld of er was geen De mol dit jaar.”

Was het harder werken door corona?

Creylman: “Ik vond van wel. We moesten constant improviseren. Wat doe je als iemand ziek wordt? Als de grenzen dicht gaan? Elk probleem dat we konden bedenken, moesten we preventief zien op te lossen. We hebben onze opdrachten zó bedacht dat corona niet te veel roet in het eten kon strooien.”

De Neve: “Er komen bijvoorbeeld weinig buitenstaanders aan bod, en de kandidaten zijn ook minder vaak verhuisd. Vroeger sliepen ze bijna elke nacht in een nieuw hotel, nu zaten ze dagen aan een stuk in één huisje.”

Creylman: “Dat bleek een onverwacht voordeel: het is veel leuker om de kandidaten samen te zien dan om ze af te zonderen in hotelkamers. Zo zie je wie er kookt, afwast, opruimt... ’t Geeft een andere dynamiek. Volgend seizoen doen we het opnieuw zo.”

Geeft ook een andere dynamiek: de teckel Isidoor, die jullie met de kandidaten lieten meereizen.

De Neve: “Isidoor was Jorens idee: hij heeft thuis een hond en die bracht zijn familie altijd dichter bij elkaar.”

Creylman: “Een hond zorgt voor een heel sociale reis. Iedereen komt met je praten, het is een toffe, dankbare metgezel... Zeker bij De mol: met Isidoor hebben zij toch minstens één trouwe compagnon de route.”

Van Isidoor mag ik dus met honderd procent zekerheid opschrijven dat hij níét de mol is?

Creylman: “Zwart op wit.”

De Neve: “Het is echt een héél tamme hond: hij zou een lamentabele mol zijn.”

Wat was het plan voor dat beestje? Je kunt een hond toch niet zomaar in het asiel droppen als het seizoen gedaan is?

Creylman: “Isidoor had net zes jaar lang de tijd van zijn leven gehad: hij leidde een gelukkig bestaan bij zijn fokker. Maar dan is zo’n beestje uitgefokt en gaat hij op pensioen, en wordt er een nieuw baasje gezocht. We merken nu op Twitter dat Isidoor zijn best heeft gedaan: om de haverklap herkennen mensen ’m als de vader van hun huisdier. Hij is een echte vedette.

“Ons plan A was altijd dat Isidoor achteraf naar huis zou gaan met één van de kandidaten. Plan B was Koen, één van onze producers, die Isidoor vóór de opnames ook een maand lang heeft opgevangen. Maar toen we aan de overblijvende kandidaten in aflevering vier vroegen of iemand Isidoor wilde adopteren, stak Annelotte vliegensvlug haar hand op.”

Het feit dat zij nu het baasje is, betekent dus niet noodzakelijk dat ze een voorgeschiedenis had met Isidoor en bijgevolg de mol is?

Creylman: “Heeft er helemaal niks mee te maken.”

Wie is dan wel...

De Neve(luid): “Volgende vraag!”

‘In het eerste jaar kenden we Gilles De Coster nog helemaal niet. Maar het wederzijdse vertrouwen bleef groeien tijdens de reis, en is intussen enorm.’ Beeld RV
‘In het eerste jaar kenden we Gilles De Coster nog helemaal niet. Maar het wederzijdse vertrouwen bleef groeien tijdens de reis, en is intussen enorm.’Beeld RV

NAAKTE AAP

Wanneer hebben jullie elkaar leren kennen?

Creylman: “Tijdens onze studententijd.”

De Neve: “Een échte studententijd kun je dat niet noemen: er zijn geen uitspattingen aan te pas gekomen. In de vier jaar dat we samen aan het RITCS zaten, hebben wij vooral gewérkt. Doodzonde, ik weet het, maar we waren altijd al hongerig om iets te betekenen in tv-land. We zijn nooit te laat in de les geweest.

“In 2006 hebben we samen ons eindwerk gemaakt, al dan niet toevallig geïnspireerd op De mol. We hebben toen aan Michel Vanhove en Michiel Devlieger – samen met Bart De Pauw en Tom Lenaerts de bedenkers van De mol – gevraagd of zij onze promotoren wilden zijn.”

Creylman: “De mol was hét programma, hè, het stichtende voorbeeld voor ambitieuze jonge snaken zoals wij. Het was toen al onze droom om ’t ooit zelf te maken.”

De Neve: “Ons eindwerk was een spelprogramma dat DNA heette, naar De naakte aap, een boek over sociale psychologie van Desmond Morris. We zijn met tien kandidaten naar de Ardennen afgezakt: zij dachten dat ze daar iets konden winnen, maar eigenlijk namen ze alleen maar deel aan een reeks psychologische experimenten.”

Creylman: “Het ging over groepsdynamiek: hoe gedragen mensen zich? Wat is groepsdruk? En vooral: zouden ze voor een stom spel hun eigen morele grenzen overschrijden? In een oorlogssituatie zie je dat vaak: in ogenschijnlijk doodbrave lui komt opeens van alles naar boven wat je nooit vermoed zou hebben.”

Kennis die gretig valt toe te passen op De mol: alsof jullie toen al aan het oefenen waren.

Creylman: “We hebben vooral geleerd wat een spelletje níét mag zijn. Bij één opdracht wilden we kijken in hoeverre mensen bevelen opvolgen, een beetje zoals in de film Das Experiment. We hadden een legersergeant mee, die brulde: ‘Je moet nú iemand onder de prikkeldraad krijgen, dus pak ’m bij de kraag en zwier ’m eronder!’ De kandidaten deden dat. Zoiets zouden we in De mol nooit doen: daar respecteren we hun grenzen.”

Om De mol te maken moet je een klein beetje een slecht karakter hebben, denk ik, maar niet té slecht.

Creylman: “Ik noem het graag: een grote nieuwsgierigheid naar het gedrag van de mens (grijnst).”

Was het een strategische zet om Michel en Michiel als promotoren te kiezen?

Creylman: “Mathias is de strateeg van ons beiden.”

De Neve(trekt wenkbrauwen in diepe plooi)

Creylman: “Volgens mij dacht jij toen toch: ‘Dat kan ons misschien nog wel van pas komen.’ (lachje) En je had gelijk! Toen we later samen bij Woestijnvis solliciteerden, ging dat bijzonder vlot.”

De Neve: “We werden daar – behoorlijk uniek – als team binnengehaald.”

Creylman: “Tijdens de sollicitatie kwam Michel even langs om ons een schouderklopje te geven: ‘Dat is een goed eindwerk geworden, hè?’ Zijn manier om ons zijn zegen te geven.”

De Neve: “Ik denk dat hij zag hoe zot wij waren, en hoe ver we zouden gaan in ons werk.”

'Als je als schrijnwerker een mooi kastje hebt gemaakt, dan maak je daar één iemand gelukkig mee. Bij ons is dat ineens 1.300.000 man' Beeld Geert Van de Velde
'Als je als schrijnwerker een mooi kastje hebt gemaakt, dan maak je daar één iemand gelukkig mee. Bij ons is dat ineens 1.300.000 man'Beeld Geert Van de Velde

ONTEMBAAR MONSTER

Na enkele jaren bij Woestijnvis-programma’s als Man bijt hond en Basta! durfden jullie, samen met Christoph Cuypers, Jeroen Mertens en Kelly Van den Bleeken, hét voorstel te doen: een nieuwe De mol.

Creylman: “Ik zal in al die jaren niet de eerste zijn geweest met dat idee, maar De mol maak je niet alleen: je maakt ’t als ploeg, en ik geloofde dat ónze ploeg die uitdaging aankon.”

De Neve: “Wij zijn méér dan collega’s, wij zijn een groepje vrienden. Om een voorbeeld te geven: vijf jaar geleden ben ik met redacteur Wouter Verstichel twee maanden in Berlijn op vakantie geweest. Op een zeer vroege en intense prospectie, zeg maar (lachje). Die vriendschapsband maakt het samenwerken alleen maar leuker. Zonder zo’n band krijg je dit programma nooit voor elkaar.”

In het begin misschien, maar de trein werd al snel groter en sneller: intussen is De mol de mastodont van Play4 geworden.

Creylman: “De mol is een monster dat je eigenlijk niet kunt temmen. Ik weet nog hoe we daar voor het eerste seizoen stonden in Argentinië. (Hoofdschuddend) Er is nooit zoveel misgelopen als toen. Vrachtwagens vlogen in brand, decorwagens kwamen niet aan, plaatselijke helpers besloten midden in een draaidag om het af te trappen omdat ze naar de tandarts moesten… Op een bepaald moment zaten er vlooien in al onze koffers. En toen moesten we nog beginnen! (lacht)

Creylman: “Die eerste draaidagen duurden achttien, negentien uur. Ik weet nog dat de crew onbegrijpend naar ons keek: ‘Wat hebben jullie gedáán?’ In ons enthousiasme hadden we ons schema veel te vol gepropt, vanuit het idee: hoe meer je draait, hoe groter de kans op een goed programma.”

De Neve: “Ik denk dat we het vertrouwen van de crew – stuk voor stuk ervaren vaklui die er wellicht het hunne van dachten – pas écht hebben gewonnen in de montage, toen ze zagen wat we ervan gemaakt hadden.”

Bij Woestijnvis moeten ze ook een paar maanden met dichtgeknepen billen hebben rondgelopen.

De Neve: “Michiel Devlieger was de eerste week mee, als begeleider van Gilles De Coster, die ook nerveus was. Na drie afleveringen zei Michiel: ‘Je hebt het.’ En dan is hij teruggekeerd.”

De Neve: “De stilte vóór de eerste opname suist nog in mijn oren. We hadden de camera’s opgesteld net voordat de kandidaten toekwamen: iedereen stond klaar, in onze blikken viel alleen opperste concentratie af te lezen – en slaaptekort, misschien. En toen drong het door: ‘Wij gaan hier écht De mol maken.’ Het was een oorlog, die allereerste opdracht, maar we hebben ’m gewonnen. Om de één of andere reden zorgt de openingsopdracht élk jaar voor de meeste kopzorgen. Ook dit jaar.”

Hij vond plaats in een veld te Liedekerke. Er deden twintig mensen mee: tien kandidaten plus tien kapers op de kust, die een plaatsje van één van de deelnemers moesten afsnoepen. En het heeft in België nooit harder geregend dan die dag.

De Neve: “Dat was de ergste opname die we óóit hebben meegemaakt. Het regende zo hard dat we gewoon niet konden filmen: we stonden om vijf, zes uur ’s morgens op locatie, maar we hebben ons eerste shot pas ingeblikt tegen drie uur in de namiddag. Ik heb nog nooit zo snel moeten regisseren (lachje).”

De mol begint altijd op een manier die de kijker verrast: in Vietnam was er nog geen mol gekozen, in Griekenland bleek er al een opdracht in België te zijn gespeeld.

De Neve: “Elk jaar moet er anders uitzien, elke ópdracht zelfs. Als ik op automatische piloot in een machinerie zou meedraaien – als ik niet meer die drang tot vernieuwing voelde – dan zou ik er snel uit stappen, denk ik.”

Creylman: “Bepaalde dingen wérken. Bijvoorbeeld: zet tien kandidaten rond een tafel en zorg dat niet enkel de mol, maar ook gewone kandidaten er baat bij hebben om te liegen. Dit jaar lieten we sommige kandidaten iets heel pikants eten of heel straffe alcohol drinken, terwijl er bij andere kandidaten niks aan de hand was. Maar bij wie? Dat is supersimpel, maar het werkt.”

Wat is de ideale samenstelling van een kandidatengroep? Casten jullie hen als personages? ‘We hebben nog één lamme goedzak en één harde speler nodig’, zoiets?

Creylman: “Je hebt mensen nodig die voor de groep gaan én mensen die kiezen voor eigen gewin. Je moet een goeie dynamiek hebben, waarbij je nooit zeker bent: wie krijgt de rest op sleeptouw? Het mag geen groep olijke vrienden worden die altijd over alles hetzelfde denkt. Maar eigenlijk blijft hét belangrijkste: je moet al die mensen graag zien.”

De Neve: “Tom Lenaerts zei vroeger: ‘Je moet met elke kandidaat naar het zuiden van Frankrijk willen rijden.’”

Je hebt conflict in de groep nodig om het interessant te houden, maar er mag niemand onder de prikkeldraad worden gegooid. Hoe waken jullie daarover?

Creylman: “De groep zorgt daar meestal zelf voor. Die van dit jaar vind ik gewéldig. Tijdens een opdracht spreken ze alles uit wat ze voelen of denken, wat frictie oplevert. Maar zodra ze terug in hun huisje zijn, worden ze meteen weer die aangenaam zeverende bende. Dát hebben we nodig.”

De Neve: “Wij waken intussen over de spanningsboog én de sfeer. Eigenlijk moet De mol voortdurend slaan en zalven. Zoals Samina, één van onze kandidaten, eens opmerkte: ‘Dan is het eens leuk en báf, hebben ze je liggen!’ (lacht)

Nog een gouden wet: als je als kandidaat vol alcohol wordt gegoten, hou je dan maar vast voor het verdere verloop van de nacht.

Creylman (lacht): “In Zuid-Afrika had Gilles aan tafel gezegd: ‘Beste vrienden, geniet ervan vanavond. Maar pas op: morgen weer een opdracht.’ En ja hoor: klokslag middernacht begonnen we eraan. Als maker zo met de voeten van je kandidaten rammelen, dat is – we moeten daar niet onnozel over doen – heel plezierig.”

Ik interviewde vorige week enkele mensen van ‘Het overlegcomité’ van Telenet TV, en ik vroeg hun wat zij van jullie wilden weten. De vraag van Joris Hessels: stippelen jullie voor elke gebeurtenis in elke opdracht scenario’s uit?

Creylman: “Als een opdracht maar op één manier gespeeld kan worden, dan is het geen goeie opdracht. Dus ja: wij maken scenario’s van soms wel honderd pagina’s dik, waarin álles uitgeschreven staat. Wanneer een opdracht op punt staat, wordt er nóg eens vier dagen over gebabbeld, om voorbereid te zijn op elke eventualiteit. De sleutel is: testen. Tegen dat we beginnen te filmen hebben we onze opdrachten zodanig veel getest dat we zeker weten dat het áltijd spannend zal zijn, áltijd goeie tv zal opleveren.”

De Neve: “Nog een belangrijk punt: er moet discussie zijn.”

Creylman: “Ja! Er móét gebabbeld worden, want dan pas kom je te weten hoe de kandidaten denken, hoe ze in elkaar zitten. Door de manier waarop ze omgaan met de obstakels die wij op hun pad dumpen, leer je ze als kijker kennen en – hopelijk – appreciëren.”

De vraag van Celine Van Ouytsel: welke drugs nemen jullie zoal om de opdrachten te bedenken?

De Neve: “Speed, xtc en coke helpen. Niet voor ons, hè! Voor onze laptops.”

Creylman (lacht): “Ik hoor dat wel vaker in de omgang: ‘Wat smoren jullie allemaal?’ Maar eigenlijk zijn die brainstorms heel saai: een zaaltje vol mensen die met hun koptelefoon over hun laptop gebogen zitten. Af en toe heb je een idee en schrijf je iets op het whiteboard, om dan de fronsende blikken om je heen te zien en terug naar je laptop te sloffen.”

De Neve: “Opdrachten voor De mol bedenken is een bureaujob van tien tot zes.”

Creylman: “Als je héél vroeg naar huis gaat (lachje).”

‘Het is een geluk dat we intussen zo goed op elkaar zijn ingespeeld. Als we onze eerste jaargang in corona­ omstandig­heden hadden moeten maken, was alles in duigen gevallen.’
 Beeld Geert Van de Velde
‘Het is een geluk dat we intussen zo goed op elkaar zijn ingespeeld. Als we onze eerste jaargang in corona­ omstandig­heden hadden moeten maken, was alles in duigen gevallen.’Beeld Geert Van de Velde

LIEFJE, IK BEN WEG!

Wanneer waren jullie precies een koppel?

De Neve: “Vanaf het tweede of derde jaar in het RITCS.”

Creylman: “Van ons 20ste tot ons 30ste.”

En jullie konden daarna zomaar blijven samenwerken?

De Neve: “De eerste zes maanden lag dat misschien iets moeilijker (lachje).”

Creylman: “We zijn uit elkaar gegaan als beste vrienden. Ik vertrouw Matti blindelings, ken hem door en door, weet waar hij goed in is. (Tot Mathias) Samen met jou aan De mol werken is een geruststelling. Je hebt daar niet altijd tijd om te overleggen, maar bij jou is dat niet nodig. Als ik je op een bepaalde manier zie kijken, dan wéét ik dat er iets niet goed zit. Meer nog: dan weet ik vaak zelfs exact wát er niet goed zit.

“Wij hebben tien jaar lang ons leven gedeeld. Het is niet omdat onze relatie moest stoppen, dat we elkaar niet nog altijd enorm goed begrijpen.”

De Neve: “Het helpt dat je op het werk geen discussies over het huishouden hoeft te hebben (lachje). Nu discussiëren we enkel nog over De mol.”

Creylman: “Sommige koppelreflexen krijg je er niet meer uit. (Weer tot Mathias) Ik weet nog dat ik jou tijdens die eerste opdracht in Liedekerke, in de striemende regen, zeiknat in het veld zag staan. Je was de enige die weer niks van regengerief mee had. En ik dacht onwillekeurig: ‘Och, heb jij geen kou?’ (lacht) Ik ben toen in mijn valies gaan kijken en heb je mijn pull gegeven. Die ik trouwens nooit meer heb teruggezien: je mag die bij gelegenheid eens teruggeven.”

De Neve: “Het is extreem hoe goed het klikt in onze samenwerking. Zo wordt daar ook over gedacht bij Woestijnvis: ‘Die twee zien, denken en vóélen hetzelfde.’ Als iemand een De mol-opdracht voorstelt, dan is onze reactie veelal identiek. Van je 20ste tot je 30ste, dat is niet niks, hè: wij hebben elkaar gevormd.”

Creylman: “Alleen yoghurtpotjes opruimen, dat heb ik er nooit in gekregen.”

De Neve(kreunt)

Creylman: “Mijn auto lag vroeger vól met zijn lege yoghurtpotjes.”

De Neve: “Nu rijden we apart. Máár – en dat is echt waar – we bellen wel nog iedere dag. Elke ochtend, op weg naar het werk, hangen we een halfuur tot een uur aan de lijn. En ’s avonds ook.”

Ik heb ook al meegemaakt dat een lange relatie liefdevol eindigde. Maar nu nog zo intens samenwerken, dat kan ik me toch moeilijk voorstellen.

De Neve: “Misschien dat onze liefde destijds ook wel is ontsproten uit... een soort gedeelde passie? Een passie voor dat stomme flikkerende schermpje. Dat blijven we delen hé.”

En vinden jullie huidige partners dat allemaal oké?

De Neve: “In het begin is dat wennen. ‘Ja maar, jullie zijn toch écht uit elkaar?’ Maar intussen weten ze dat.”

Creylman: “Ik denk dat wij in geen duizend jaar nog samen zouden kunnen zijn (lachje). Bij mij thuis is dat wel duidelijk.”

Hebben partners van De mol-makers soms een haat-liefdeverhouding met het programma?

Creylman: “Ja. Ik merk elke keer opnieuw wat voor aanslag het is op je privéleven. Maandenlang werk je zeven dagen op zeven, kom je pas heel laat thuis, moet álles wijken voor De mol. En dan moet je nog, vaak compleet kapot, op reis vertrekken: ‘Liefje, ik ben weg!’ Die drie weken zijn meestal nog de gemakkelijkste, omdat het dan heel duidelijk is dat je er niet bent. Al die andere maanden ben je eigenlijk evengoed afwezig, maar zweef je wel nog ergens als een spook op de achtergrond. Nee, niet elke relatie zal bestand zijn tegen De mol.”

Praten jullie weleens met collega’s over spanningen op het thuisfront?

De Neve: “Ja, wij zeggen eigenlijk alles tegen elkaar.”

Creylman: “De redactie bestaat nog altijd, zonder uitzondering, uit vrienden. Wij zien elkaar graag. En proberen elkaar erdoor te sleuren wanneer dat nodig is. Als iemand zegt: ‘Ik moet echt naar huis, want anders is het ruzie’, dan staat er zó iemand op die het werk overneemt.

“Ik heb al gemerkt dat de relaties van kandidaten er óók soms onder lijden. Meedoen aan De mol is zoals een affaire hebben: je hebt van alles beleefd, maar je mag er thuis niets over vertellen. En het gebeurt dat een partner dat maar moeilijk snapt. Elk jaar zijn er kandidaten die het nadien thuis moeilijk hebben. Er zijn er die een gewenningsperiode nodig hebben en zelfs afkickverschijnselen vertonen.”

Sukkelen jullie na de opnames ook nog in een zwart gat?

Creylman: “Het eerste jaar wel. Ik heb toen één van de mooiste reizen van mijn leven gemaakt, naar Lapland: genieten van het noorderlicht aan een meertje in een bubbelbad. Maar ik slaagde er tóch niet in om in het moment te geraken.”

De Neve: “Ik reis liever voor De mol dan privé. Wij zien veel meer dan de doorsneetoerist.”

Creylman: “Privé ben ik een extreem luie reiziger, die graag lang uitslaapt en dan nóg vaak gaat liggen.”

De Neve: “Ik ook. Dan lig ik van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat aan het zwembad van een vijfsterrenhotel.”

Creylman: “Maar met De mol weet je dat je avontúren beleeft. Alles waar je nieuwsgierig naar bent, krijg je ook te zien.”

Een goeie reis heeft niet zelden een kundige reisleider. Zouden jullie Gilles De Coster een vriend noemen?

Creylman: “Een goeie vriend. Gewórden. Dat eerste jaar was ons team al een hechte kliek, maar Gilles kenden we helemaal niet, en hij ons niet. Het wederzijdse vertrouwen was er nog niet. Maar dat bleef groeien tijdens de reis, en is intussen enorm.”

De Neve: “Drie jaar geleden was Gilles’ relatie net afgelopen en dan had hij het soms – ook al presenteerde hij feilloos – wat moeilijker. Wij zaten toen altijd samen in de auto, en dáár is onze band sterk geworden. Hij is een ongelooflijk lieve, attente man. Ik zal het zo zeggen: ik zou ook buiten De mol graag met Gilles De Coster op reis gaan.”

UITGEBREID MUILEN

Ik sluit af met een vraag die ik ook heb gesteld aan Gilles De Coster, Alina en Elisabet: in hoeverre heeft De mol jullie leven veranderd?

Creylman: “Heel fel. Dat ik nu al vijf jaar in een grote speeltuin mijn zin mag doen, voegt ongelooflijk veel plezier toe aan mijn leven. Het is hard werken dat nooit aanvoelt als zwoegen.”

De Neve: “Wij kijken nooit op ons uurwerk, wij denken eerder: ‘Shit, het is al drie uur en we willen nog zoveel doen!’”

Creylman: “Ook niet onbelangrijk: als je als schrijnwerker een mooi kastje hebt gemaakt, dan maak je daar één iemand gelukkig mee, maar bij ons is dat ineens 1.300.000 man.”

Jullie zitten nu aan zes seizoenen: dubbel zo lang als het originele De mol. Hoeveel benzine zit er nog in de tank?

Creylman: “Ik weet nog dat we tijdens het tweede seizoen tegen elkaar zeiden: ‘Hoeveel jaar kunnen we dit nog doen? Eén?’ Maar bij terugkomst wist ik dat dat onzin was: van De mol kan élk jaar een nieuwe reeks worden gemaakt. Dat gezegd zijnde: dat hoeft niet elk jaar met mij te zijn.”

De Neve: “Volgend seizoen is het tiende in totaal: dat zou een mooie afsluiter zijn voor ons, denk je niet?”

Geven jullie dan de fakkel door aan een nieuwe generatie, of zijn jullie daar nog niet oud genoeg voor?

Creylman: “Ik begin net een béétje baardgroei te krijgen.”

De Neve: “De redactie vernieuwt zichzelf. Er gaan altijd mensen weg en er komen altijd mensen bij, en dat is maar goed ook – af en toe heb je frisse ideeën nodig.”

Vorig jaar zeiden jullie: ‘Wij gaan pas terug op reis als er weer uitgebreid gemuild mag worden.’ Dát wens ik jullie toe.

De Neve: “Dank je, want van muilen is er inderdaad nog altijd niet veel gekomen in De mol.”

Creylman: “In ons geval lijkt het me best dat we dat zo houden (lachend af).

De mol, PLAY 4, zondag, 19.55 uur

© Humo

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234