Zondag 21/07/2019

Circus

De magie van de circustent

Circus Pipo. Beeld Jelle Vermeersch

Circus, dat proef je in woorden als degenslikker, draadloper, boeienkoning, berentemmer en messenwerper; vliegende trapeziste, clown, illusionist en equilibriste op de fiets. Zeg circus, en je denkt aan namen als Houdini en Boltini, aan de magie van de tent. Daags na de uitreiking van de Vlaamse Cultuurprijs voor circus: een rondgang langs vaderlandsche weiden en pleinen, van nostalgie tot avant-garde.

Een lamlendige tuinwijk in Oudenburg. Kia's op de oprit, biljartvlakke voortuinen en voile voor de ramen. Op een graspleintje tussen treurwilgen staat de rood-witte tent van de familie Heppenheimer-Pauwels. Het avondlicht doet zijn weemoedige werk, er weerklinkt kermismuziek en kindergeklap en Maria Pauwels van Circus Pipo rookt een elegante, witte sigaret op de trappen van het ticketkraam.

"Onze hele familie is in het circus geboren, ik ben van de zesde generatie, de achtste generatie loopt nu rond in pampers. Mijn papa gaat nog altijd mee op tournee, hij is de big boss. Als hij stopt, dan sterft hij meteen. Hij wordt natuurlijk ouder, drie jaar geleden heeft hij een bloedklonter in het hoofd gehad, maar gelukkig is alles goed- gekomen. Van de oudere generatie is papa de enige die overblijft, mijn man Dennis Heppenheimer heeft geen ouders meer en mijn moeder is ook al gestorven. Zij was van Boedapest en had dertien broers en zussen, dat was toen normaal. Het was ook veel simpeler. Er was geen schoolplicht en hoewel de meesten van die generatie konden lezen noch schrijven, zijn ze toch goed terechtgekomen."

"Zelf ben ik samen met mijn twee broers en zus opgegroeid in een kleine caravan zonder douche of warm water. We waren met vier kinderen en mama moest alles met de hand wassen omdat er geen wasmachine was. Daarnaast moest ze voor ons zorgen, eten maken en ook nog eens optreden. Een vrouw in het circus heeft veel werk. Mannen zetten de tent op, maken alles in orde voor de voorstellingen, maar als dat gedaan is, zetten zij zich rustig neer en roken een sigaretje. Een vrouw heeft nooit gedaan."

"Er is veel veranderd in vergelijking met vroeger. Toen mijn papa de tenten opsloeg, kwamen er nog honderden mensen van het dorp kijken en hielpen alle kindjes flink mee. Nu zien we dat niet meer. Er waren ook veel minder regels. Mijn papa kwam aan in een stad, ging naar een burgemeester en die zei meteen waar vader zijn tenten mocht opslaan. Nu moeten we een hele papierwinkel afwerken om aanvragen bij gemeenten te doen. Er zijn er trouwens heel wat waar we niet meer welkom zijn. Dat is spijtig, want circus is toch een mooie traditie die niet verloren mag gaan. We proberen met Pipo altijd te evolueren, maar de basis moet blijven."

"Ik zie de toekomst eigenlijk wel positief. Er komt minder volk dan vroeger, maar zolang er kinderen zijn, zal het traditionele circus blijven bestaan. Het is een mooi leven, ik zou niks anders willen doen."

Circus Ronaldo. Beeld Jelle Vermeersch

Circus Ronaldo

Van traditie en trouw weet Danny Ronaldo van Circus Ronaldo alles. Zijn nieuwste (solo)voorstelling, die dit weekend in wereldpremière gaat op het circusfestival Perplx in Marke, heet niet voor niets Fidelis Fortibus ofte 'trouw zijn de dapperen'.

"In de voorstelling zie je een gast die letterlijk tussen zijn begraven circusvoorouders leeft. Hij wil boven alles trouw blijven aan zijn familie en aan zijn metier. Dat is iets heel moois, iets heel sterks en je ziet dat fenomeen vaak bij circusfamilies. Ook ik heb dat gevoeld. Maar je moet er wel voor zorgen dat je niet bezwijkt onder de druk van die eeuwige trouw aan het verleden."

"Je moet het gewicht op de juiste plaats dragen. Niet als een zak op je rug, want dan ga je door de knieën, maar misschien op je buik en in je hart en dan kun je er iets heel schoons mee doen. Ik heb altijd geprobeerd om andere mensen zoals muzikanten, theatermakers en choreografen binnen te laten in mijn stukken."

"Je moet wel een mooi evenwicht proberen te zoeken, want als je te veel binnenlaat verlies je je eigenheid, de zuiverheid van je circusbloed, maar als je alles buitenhoudt, wordt het algauw een kamer waar niet genoeg lucht doorstroomt. Dan wordt het een muffe bedoening. Bij sommige circussen is het feit dat het circus doorgaat, soms belangrijker dan de kwaliteit ervan. The show must go on. Continuïteit is in die visie het belangrijkste, ook al is bijna iedereen dood en zijn er maar twee acts meer."

"Ik ben een nostalgische mens, ja. Ik houd heel erg van het gevoel van het oude circus en de oude clowns; ik mis dat tegenwoordig in de wereld. Toen ik klein was, waren er echt nog circussen waar ik met glunderende ogen naar keek. Nu mis ik dat vluchtige en dromerige van toen. Alle circus, zowel het moderne als het traditionele, is tegenwoordig misschien te doordacht. Naar mijn gevoel was het oude circus lichter, vloog het voorbij en kwam dat als een soort van flow over het publiek. Artiesten deden meer dingen vanuit hun buik. Ze werkten meer vanuit hun gevoel."

"Mijn liefde voor het circus is eigenlijk dezelfde als mijn liefde voor het leven. Als mensen uit mijn voorstelling komen en ze voelen een sterke liefde voor het leven, dan ben ik blij. Ik denk niet dat er één mens op de wereld is die van circus houdt en niet van het leven. Dat gaat niet samen. Je kunt bijvoorbeeld wel ongelooflijk van alcohol of drugs houden en niet van het leven. Dat kan wel. Circus daarentegen scherpt de liefde voor het leven aan."

Collectif Malunés. Beeld Jelle Vermeersch

Collectif Malunés

DOK is dezer dagen niet alleen de plek waar gippe Hentenaars zoals ondergetekende hun linksgerichte kroost uitlaten en een biologisch gebrouwen tripel binnenkappen. Sinds kort staat er ook een vervaarlijke bordeauxrode tent op het terrein. Niet van een of ander familiecircus, maar van een bende twintigers die pas een aantal jaren geleden van de Zweedse banken af zijn. Collectif Malunés heten ze en Arne Sabbe is een van de oprichters.

"We hebben Collectif Malunés opgericht toen we nog aan de Academy for Circus and Performance Art in Tilburg studeerden. Daar hebben we de acrobatische voorstelling Sens Dessus Dessous op poten gezet, waarmee we zes jaar wereldwijd getoerd hebben. Dat rondtrekken is echt geweldig, je ontmoet fantastische mensen en komt op machtige plekken, maar we speelden al een tijdje met het idee om een tent aan te schaffen. Dit jaar hebben we met de nodige steun de stap kunnen zetten. We willen echt dezelfde sfeer als de traditionele circussen creëren, de sfeer van caravans en vrachtwagens rond het zeildoek."

"We weten dat het leven met een tent fysiek heel zwaar is: je rijdt eerst vier dagen met een vrachtwagen, dan heb je twee dagen nodig om de tent op te zetten, lichten te installeren en reparaties uit te voeren, dan moet je spelen en daarna moet je alles weer afbreken. Met een tent moet je 24 op 24 uur bezig zijn, maar toch willen we ervoor gaan."

"In acrobatie is gevaar part of the job. Ik heb bijna een jaar op krukken gelopen door gescheurde ligamenten, verstuikte voeten en andere kwetsuren. Op een bepaald moment kruipt dat in je kop. Met die angst om je te blesseren moet je echt leren leven. Als je bijvoorbeeld voor het eerst nieuwe figuren zonder beveiliging doet, dan geeft dat de nodige stress, want er is altijd kans dat je op je kop valt. Maar ik vind die adrenaline, die vrijgekomen endorfines net leuk, die krijg je niet als je in je zetel blijft zitten."

"Je moet de vrijheid vinden tussen je angst en je techniek. Zodra je die gevonden hebt, is het genieten. Dan vlíég je echt aan het kader."

"Het vertrouwen tussen mij als de vlieger en de 'catcher' (diegene die met zijn knieën aan het kader hangt, red.) is heel belangrijk. Ik geef mijn handen en voeten in de leegte en ik moet ervan uitgaan dat hij ze vangt. Je staat voortdurend in relatie tot diegene waarmee je oefent en optreedt. Luke en ik kennen elkaar nu al twee jaar en so far so good."

Compagnie Ea Eo. Beeld Jelle Vermeersch

Compagnie Ea Eo

Genoeg België, op naar Frankrijk en Parijs. Daar waren de vijf jongleurs van Compagnie Ea Eo midden juni artists in residence van het Centre Culturel Jean-Houdremont, een van de parels aan de Franse circuskroon. Binnenkort komt hun nieuwe voorstelling uit en het zal er weer niet naast zijn.

Cie Ea Eo, dat zijn drie Vlaamse venten (Bram Dobbelaere en de broers Sander en Jordaan De Cuyper), een Fransman en een Israëlisch meisje. Met kegels en ballen brengen ze hun verhaal. Ooit zeiden ze 'neen' tegen de absolute wereldtop, zegt Bram Dobbelaere: "Na een voorstelling op het Festival Mondial du Cirque de Demain in Montreal vroegen de mensen van het Cirque du Soleil ons of we met hen op tournee wilden gaan. Ze gingen 'une tournée beaucoup plus intime' doen, maar daarmee bedoelden ze nog steeds zalen van 5.000 man. Da's veel te groot, jong, je zou ons amper zien staan. Het gaat er bij Cirque ook allemaal very American aan toe: zo van 'Hey man, let's do this tonight man, come on man, yeah.' We zijn daar veel te nuchter voor, we zijn liever vrij."

"Belgium's Got Talent heeft ons ook al vijf keer gebeld om mee te doen, maar we schepen ze telkens af. De laatste keer belde Aagje Vanwalleghem me omdat ze ook van Wevelgem is en dat 'ze' dachten dat ik daardoor vlugger 'ja' zou zeggen. Aagje Vanwalleghem, de godin van de rondat flik salto, moet nu mensen zoals ik opbellen met de vraag of we willen meedoen aan Belgium's Got Talent. Zot!"

Sander De Cuyper: "Onze nieuwe voorstelling gaat over wat ons stoort aan het hedendaagse circus, en dat leunt heel dicht aan bij wat ons stoort aan religie en spiritualisme. In het circus is het nog vaak bon ton om jezelf beter voor te doen dan je bent. Ik heb niks met het glittersausje van het circus. Artiesten spiegelen zich vaak aan het perfecte lijf en de perfecte présence, maar daar doen we niet aan mee. Ik vind: na een optreden moet je stinken en de kegels en de ballen mogen al eens vallen. Bij ons is het you get what you see. Fouten maken maakt nu eenmaal deel uit van het jongleren."

Bram Dobbelaere: "We toeren het grootste deel van het jaar in Frankrijk, circus is hier echt groot, alle grote cultuurhuizen hebben een volwaardige circusprogrammatie. Ook in België begint het goed te lopen, maar om fulltime van circus te leven zoals wij doen, moet je naar het buitenland. We zijn dus veel op de baan en we zien onze vriendinnen veel te weinig, maar het is een schoon leven."

"Maar het feit dat circus nog altijd niet als een 'echte' kunstvorm gezien wordt en dat de budgetten niet zo groot zijn als bij dans of theater, dat kan aan onze reet roesten. Ik vind het fijn dat circus nog altijd een soort van parallelle samenleving is zoals dat bij de traditionele circussen het geval was. Er zaten daar echt geschifte mannen tussen zoals Bill Kartoum, machtige gast. Circus moet volgens mij rock-'n-roll blijven en niet geïnstitutionaliseerd worden. Je moet blijven doen waar je zin in hebt en niet wakker liggen van de goedkeuring van een of andere instantie."

Alexander Vantournhout

In Roeselare keken ze vreemd op toen Alexander Vantournhout een klein decennium geleden vertelde dat hij naar de circus- hogeschool ESAC in Brussel wilde gaan "om voor circusartiest te leren". Zijn grootmoeder begon zelfs te huilen omdat ze bang was dat hij op straat zou terechtkomen. Maar kijk, we zijn acht jaar verder en Alexander staat op grote podia in binnen-en buitenland. Evident was het echter niet.

"Ik heb in het begin vaak moeten vechten tegen achterhaalde verwachtingspatronen. Circus werd en wordt nog te vaak gezien als iets voor kinderen, dat liefst in een tent opgevoerd wordt met wat dieren erbij. Hedendaags circus staat nog in zijn kinderschoenen in vergelijking met hedendaagse dans en theater. Ik wil daar verandering in brengen door eigenzinnig en onderzoeksgericht werk te creëren en vooral voorstellingen te maken die vandaag relevant zijn. In Frankrijk en Scandinavië zijn ze daar al een aantal jaren mee bezig, maar gelukkig raken we in België nu ook in een stroomversnelling."

Alexander Vantournhout. Beeld Jelle Vermeersch
Alexander Vantournhout. Beeld Jelle Vermeersch

Magic Circus

Bill Kartoum heeft iets met affiches. En ook met tenten. Al zijn hele leven. Het is sterker dan hemzelf. Minstens drie keer per week komt hij de sta- caravan op zijn terrein in Kontich binnengestormd met een partij nieuwe affiches en nieuwe plannen onder de arm. Zoals vandaag. Zijn vrouw Patrizia zucht. Ze kent hem nu al 40 jaar, hij is nog geen haar veranderd. "Ik heb Bill ontmoet in Rimini in augustus 1975, ik was toen 17,5 jaar oud, Bill 47. Mijn vader was er boer en mijn broer heeft bij de gemeente gewerkt, maar ik wilde meer avontuur in mijn leven. Ik heb me toen als zijn assistente gepresenteerd en het was snel in orde. Toen was hij nog goed wakker hoor, op alle vlakken." Ze lacht. "Was het een goeie tijd?", vraagt Bill.

Patricia: "Het is altijd een goeie tijd. Allee, het was een andere tijd. Ik heb misschien niet gestudeerd, maar ik heb veel gezien door rond te reizen."

Bill Kartoum alias Leo Verswijvel is een levende circuslegende. Op zijn 25ste was hij de jongste circusdirecteur van het land, met zijn 87 nu de oudste van Europa. Hij was leeuwen- en berentemmer, illusionist, muzikant, clown, draadloper, scherpschutter en messenwerper en hij trok met zijn circus rond in Turkije, Iran, Irak, Soedan, Italië, Spanje, Frankrijk, België en de rest van Europa. Ondertussen speelde Bill mee in talrijke Italiaanse spaghettiwesterns en versleet in zijn gloriejaren menig juffrouw. De enige die bleef, was de liefde van zijn leven, Patrizia. Ook al schoot hij ooit per ongeluk een kogel in haar hoofd tijdens een act.

Magic Circus. Beeld Jelle Vermeersch

Bill: "Het was in Charleroi. Ik had een van de ballonnen boven haar hoofd gemist en ik keer terug, net op dat moment denkt Patrizia dat het gedaan is, ze springt vooruit om te groeten en bang, een kogel in haar hoofd, die stak er langs haar schedel uit. Daar heeft ze veel chance gehad. Negen op de tien keer overleven mensen zulke ongevallen niet. Toen heb ik meteen beslist om niet meer te schieten, want missen doe je altijd."

Het zou nu niet ook meer lukken. Bill wordt oud, zijn gezichtsvermogen gaat achteruit en de pezen van zijn schouders zijn door een ongeval met een paard getoucheerd. Het Magic Circus wordt steeds kleiner. "We hebben nog duiven, een aantal katten, kippen en een pony. En nog een groot beest met slagtanden, mijn schoonmoeder, maar die mag niet meedoen van Gaia."

Bill speelt nog clown en doet goochelacts op scholen en rusthuizen. Patrizia doet haar dieren-acts. De pony moeten ze binnenkort verkopen. Het wordt te moeilijk in de rusthuizen: het dier moet vaak mee in de lift naar de eerste verdieping.

Problemen met dieren, problemen met tenten en met burgemeesters, rondsleuren met materiaal. Voor Patrizia wordt het soms een beetje te veel.

En ook Bill kan stoppen, zegt hij: "Ik ga alleen nog door om de rest te kloten. Als er nog één dier doodgaat, stop ik. Het wordt moeilijk. Ik heb een huis in Italië en ik heb genoeg geld om te leven, maar als ik daarheen ga waar ik niks om handen heb, dan sterf ik. Ik zeg dikwijls tegen Patrizia: 'Doe een klein programmaatje. Ge hebt uw duiven, uw kiekens en uw katten. Ge hebt alles en ge amuseert u.'"

Patrizia: "Maar dat zie ik niet zitten. Ik heb iemand naast me nodig. Ik heb alles graag gedaan in het circus, met hart en ziel. Vroeger assisteerde ik mijn man en nu is het omgekeerd."

Als afsluiter nemen we foto's. Zij kijkt teder naar haar duiven, ze kijken naar elkaar en lachen. "Zeg, van waar zijt ge ook alweer? Van Gent? Ah, daar willen wij nog een tournee van de scholen doen. Zeg, en goed schrijven hè, zeg maar dat onze nieuwe tent automatisch naar boven gaat. Helemaal uit zichzelf."

Met bijzondere dank aan Maarten Verhelst van het Circuscentrum.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden