Zondag 18/08/2019

Dour

De laatste dag van Dour was propaganda voor hiphoppers op een zomeraffiche

Schoolboy Q op Dour 2019. Beeld Francis Vanhee

De laatste dag van Dour was propaganda voor hiphoppers op een zomeraffiche, terwijl mijn innerlijke Julia stapelverliefd werd op een Roméo.

De Grote Baller In The Sky haalde z’n meest melancholische oranje boven voor de avondhemel. De onbezorgdheid van de vorige dagen was weg, de belastingpapieren die morgen geklasseerd moeten worden, kwamen al eens als een begaaide festivalganger in uw nek hijgen. Het duurde niet lang of de laatste tabletten waren uitgewerkt, de laatste Win for Life-biljetten gekrast en de laatste pintjes uitgeschonken. Maar het leven werd gelukkig nog éven op armlengte gehouden door een paar motherfuckers van optredens.

U kent Action Bronson (★★★☆☆) misschien van hitjes als ‘Baby Blue’ en van zijn onnavolgbare kookprogramma ‘Fuck, That’s Delicious’. Zo niet: hij is een middelgrote Himalaya-berg van een kerel, ‘gebouwd als de Egyptische piramides’, en een enthousiast gebruiker van Dour-waardige hoeveelheden wiet. In zijn baard is plaats voor een vogelnest of vijf. Zijn nek is breder dan de bumper van mijn Hyundai: een canvas vol tattoo’s waar evengoed iets van Rubens had kunnen hangen. Zijn optredens zijn hard en gemeen: klassieke dj/rapper-livegebeurens die bewijzen dat zulke shows allesbehalve gemakzuchtig hoeven te zijn.

Action Bronson op Dour 2019. Beeld Francis Vanhee

‘Terry’, ‘Standing in the Rain’ en ‘Irishman Freestyle’ waren potige straatraps zonder franjes, vol soulsamples: nummers met de ziel van jaren 90-hiphop. En eigenzinnig. In plaats van de alomtegenwoordige luchtsirene gebruikte Bronson het geluid van paardenhoeven op kasseien. Maatje Meyhem Lauren kwam even mee het podium op: ook niet kwaad. De sound was uitgepuurd, waardoor je kon letten op de teksten. Die waren vaak geestig, op Bronsons stompzinnige manier (‘Nobody wants your bitch / She’s like the middle seat’), soms idioot (‘Fuck Star Wars / Indiana Jones is better, bitch’) en héél af en toe onthullend: ‘I been going through some shit / That’s why I smoke a lot’ - uit ‘Mt. Etna’. Hij zong dat laatste met een soort schreeuwerige wanhoop, die suggereerde dat zijn ziel even groot is als zijn maag.

Het eindtrio (‘Actin’ Crazy’, ‘Baby Blue’ en ‘Easy Rider’) knalde het optreden ei zo na richting vier sterren, maar dat was buiten de geluidsmix gerekend: één box zond alles met een seconde vertraging uit, wat overal op de wei voor een vreemde echo zorgde. Het was zoals merken dat er seksgeluiden komen uit de kamer van je ouders: eens je het in de smiezen hebt, kun je ‘t onmogelijk níét horen. Toch een beetje een kaakslag.

Gelukkig zijn de fans van A$AP Rocky het gewénd om te incasseren: een paar dagen geleden raakte bekend dat hij nog altijd vast zat in Zweden vanwege een vechtpartij, en dat hij zijn optreden op Dour definitief moest annuleren. Last minute werd zijn kameraad Schoolboy Q (★★★☆☆) opgetrommeld als vervanger: toch een beetje alsof je een cola bestelt en een Chateau Petrus 2005 geserveerd krijgt, n’est-ce pas?

Q kweet zich prima van zijn taak. Zijn show had eigenlijk veel weg van die van Action Bronson: zakelijk, to the point, alleen De Man en Zijn Stem. Goede setlist, met niet al te veel spul van zijn tegenvallende nieuwe plaat ‘Crash Talk’. Wat stond er wel op? Een best of met alles van ‘That Part’ over ‘X’ (van de ‘Black Panther’-soundtrack) tot ‘Studio’ en het onvermijdelijke ‘Collard Greens’. ‘Omdat jullie voor een A$AP-ticket betaald hebben,’ speechte hij, ‘speel ik iets uitzonderlijk iets van hem’. Hij hield ‘Lord Pretty Jacko Jodye 2’ de volle dertig seconden vol: prijzig kaartje!

Soms was het eerder zakelijk dan opwindend, eerder professioneel dan wervelend. De lange stiltes tussen nummers kwamen de sfeer niet ten goede, dat schurftige ‘Chopstix’ ook niet. Desalniettemin: ik heb Rocky een paar keer zien optreden - vanavond kreeg u wel degelijk een upgrade van Economy naar First Class.

Nu goed: als Schoolboy Q First Class was, dan heb ik vanavond ook met een gouden privéjet mogen meevliegen. Wat was Roméo Elvis (★★★★☆), le phénomène, de man die dit jaar het meeste volk naar The Last Arena wist te lokken, rétegoed.

De songs kent u intussen wel, maar de performer? De term ‘podiumbeest’ wordt al te kwistig rondgestrooid (in dezelfde categorie: ‘straffe madam’ en ‘bekwaam politicus’), maar op Roméo Elvis is-ie van toepassing omdat hij op een podium écht in een dier lijkt te veranderen. Zijn priemende arendsblik, zijn katachtige schouders, de manier waarop zijn lijf samentrekt alsof er af en toe een stevige scheut elektriciteit wordt doorgejaagd... In ‘Pogo’ was hij een roofdier, in ‘Soleil’ een blije hond. En in ‘Parano’, misschien wel het absolute hoogtepunt, schokschouderde hij alsof hij op het punt stond in een weerwolf te veranderen; hij had voor de veiligheid alvast zijn T-shirt uitgedaan. Daarna kronkelde hij over de grond en klom hij in de lichtpaal. Zijn vertrokken grimassen waren die van dokter Frankenstein die keek hoe zijn monster tot leven kwam: ‘Kijk naar het publiek: it’s alive!’ Alleszins: je keek alléén naar hem. Het is van Servais Verherstraeten geleden dat mijn charisma-meter nog eens zó rood uitsloeg.

Bij ‘Drôle de question’ pakte Roméo een gitaar vast. In ‘Coeur des hommes’ zette hij de puntjes op de i (‘Fuck les extrémistes!’). In ‘J’ai vu’ kwam zus Angèle dag zeggen op tape, terwijl Roméo zelf bewees een hypnotiserende zanger te zijn: een stem zo diep als een waterput, zo rijk als een parlemantariër, zo laag als de marktwaarde van Guy Van Sande. Bij ‘Tu vas glisser’ - opgedragen aan de Fransmannen in het publiek, naar aanleiding van quatorze juillet - moest iedereen op de knieën: de daaropvolgende explosie zorgde in de buurt voor een paar ongeruste telefoontjes naar de ontmijningsdienst.

Roméo Evlis op Dour 2019. Beeld Francis Vanhee

‘3 étoiles’ was nog een hoogtepunt: de titel lijkt nergens naar, maar ‘Quatre et demi étoiles’ bekt dan weer niet zo lekker. En dan liet hij ‘La Belgique Afrique’ nog in de schuif liggen - als Rafael Nadal die beslist om zijn forehand niet te gebruiken, maar tóch de French Open wint. Als iedereen zich nog íéts zal herinneren van Dour 2019 - een festival dat gaten heeft geslagen in zielen, levers en geheugens - dan wel dit fabuleuze optreden. Il est superstar, il est ksar.

Om het met die andere Romeo te zeggen: ‘Good night, good night! parting is such sweet sorrow / That I shall say good night till it be morrow.’ Anders gezegd: jammer, maar ik ga crashen in mijn tent. Da-ág! 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden