Maandag 14/10/2019

Voorpublicatie

De kunst van de column

Marc Didden. Beeld Johan Jacobs

Voor De wanhopige optimist selecteerde Marc Didden onder meer zijn beste columns van de afgelopen vijf jaar, zoals die verschenen in De Morgen en Humo. In het boek is ook de nieuwe tekst 'De kunst van de column' opgenomen.

Wat deden mensen vroeger wanneer ze niets te doen hadden, vraag ik me wel eens af. Ik kan het weten, want ik ben van vroeger. Vroeger zetten mensen op zo'n dag dat het werk hen niet verhinderde om te leven gewoon een stoel op straat, voor hun huis, en dan keken ze naar andere mensen die niets te doen hadden en die voorbijliepen.

Wat doen mensen nu wanneer ze niets te doen hebben? Elkaar de duivel aandoen via Twitter, vermoed ik, of met hun modieuze telefoontoestellen foto's nemen van de portie slappe sushi waarop ze dagelijks sabbelen ter vervanging van het als volledig passé beschouwde volksgerecht dat 'spek met eieren' heette en grosso modo bestond uit spek en eieren. Wat doen ze nog? Boekjes lezen waarin de saaie levens van BV's beschreven worden.

'En wat doen BV's als ze niets te doen hebben?', hoor ik u al vragen. Ik zal het u zeggen. Wanneer BV's niets te doen hebben, dan schrijven ze columns. Die indruk kreeg ik toch sterk toen ik onlangs ook even niets te doen had en mij in de hoofdstedelijke bibliotheek bevond en mij daar door het volledige aanbod dag- en weekbladen werkte dat zich in ons medialandschap op regelmatige wijze manifesteert.

Nu, ik moet niet te veel zeuren, want ik schrijf zelf ook wel eens een column. Dat begon in het jaar 2007 op eenvoudig verzoek van een redacteur van het geweldige dagblad De Morgen. Die vroeg me of ik daar geen zin in had, op tweewekelijkse basis, en hij beloofde dat ik daar ook nog enigszins voor betaald zou worden. Niet veel, maar toch genoeg om er tweewekelijks een Havana-sigaar van te kopen. Alleen, ik rook niet. Maar ik schrijf wel graag en daarom zei ik dan ook volmondig 'ja'.

En toen dacht ik toch: hoe begint een mens daaraan? Een andere vraag die zich opdrong was eigenlijk nog dringender en luidde: wat ís een column? Zoekmachines die encyclopedisch van aanleg zijn, zegden mij dat een column een journalistiek genre is dat vroeger wel eens cursiefje genoemd werd en dat op regelmatige tijdstippen in kranten en tijdschriften gepubliceerd wordt als een soort commentaar bij de harde werkelijkheid waarover reporters horen te berichten.

Het is een vorm van proza, maar dan eentje zonder artistieke pretenties. Wikipedia zegt ook dat een column moeilijk te definiëren valt omdat het genre zichzelf per definitie geen enkele beperking oplegt. Onderwerpen kunnen gaan van het beschrijven van het gedrag van het geliefde huisdier tot grote problemen der geopolitiek. Columns kunnen melancholisch van inslag zijn of grappig bedoeld.

Vaak scheren ze langs de actualiteit heen, maar even dikwijls duiken zij in het verleden van de columnist. Niets moet, alles kan.

Echte journalisten moeten wel nieuws brengen en liefst nog op een objectieve wijze. Echte columnisten moeten om dat nieuws heen dansen en er hier een daar een vraag- of een uitroepteken bij plaatsen, al eens een kreet van vreugde slaken en dan meteen daarop weer eentje van horror.

Columnisten moeten enerzijds geen journalisten zijn, maar ze moeten anderzijds toch ook maar niet denken dat ze schrijvers zijn. Schrijvers schrijven boeken, namelijk. Gedichten, romans, biografieën, maar liefst geen columns. Want al zijn er per definitie weinig wetmatigheden vast te stellen bij het beoefenen van de kunst van de column, dan is het wel mogelijk om bijna objectief vast te stellen dat de columns van schrijvers niet per definitie tot de allerbesten uit de branche horen.

Zelf heb ik in de regel geen hoge pet op van columnisten. Ik kan degenen die ik graag lees op één hand tellen en ik stel daarbij vast dat ik na afloop dan nog altijd minstens twee vingers vrij heb. En geloof me op mijn woord: ik tel mezelf daar niet bij. Ik schrijf mijn columns wel, maar ik zou ze niet lezen als ik ze in de krant zag staan. Gebral van een oude gek, zou ik denken. Huilen naar de maan.

Maar als ik goed gezind ben, denk ik wel eens dat de columnist zoals ik hem zie een moderne versie van de hofnar is. En van de hofnar is weinig geweten behalve dat hij altijd alles mag zeggen, overal en over iedereen. Een hofnar met een plakker op zijn mond is geen hofnar meer. Maar het moet mij toch van het hart dat 'alles zeggen' in het Nederlands niet automatisch wil zeggen 'n'importe quoi'.

Het zou bijvoorbeeld al niet slecht zijn wanneer mensen die een column beginnen te schrijven, ergens vooraf een soort grondgedachte zouden koesteren, een punt dat ze willen maken, een idee dat ze willen overbrengen. Hij moet ook liefst ergens over gaan: iets waar men voor of tegen is, iets waar men warm voor loopt of koud voor blijft, maar nooit lauw. Wat een column ook zeker niet mag zijn: een recensie, een lezing, een hoorcollege, een bijklus, een dagboek, een talentloze kreet om aandacht, een flard uit een verdoken agenda. Wat een column dan vooral wél moet wezen? Niet vervelend.

Er zijn mensen die geen columns kunnen schrijven, maar die wel cursussen doceren die heten Hoe Schrijf Ik Een Column. Ik heb er zo eens een gevolgd, een uur lang, achteraan in het auditorium. In het donker en dan ook nog eens verkleed als een gordijn. Ik hoorde de docent zeggen dat het allemaal om je eigen stem ging die je eerst moest vinden en dan beslissen wat je daarmee wilde zeggen. Het ging er ook over dat schrijvers in het begin vooral lezers moeten zijn, dat ze hun hersenen, wat zeg ik, hun hele 'zijn' moeten voltanken met andermans woorden eer men zelf aan de spreekbeurt is. Dat je elke zin moest schrijven alsof je een film maakte, zodat de lezer ook kan zien wat jij ziet. Dat je vooral op je einde moest letten. Daar écht hard naartoe werken is de boodschap, want die laatste zin, dát is de zin die mensen uiteindelijk onthouden. Ik had zin om over te geven, maar toen was het gelukkig pauze. Met gratis koffie en broodje kaas of ham toe.

RV Beeld Orestes Laurent

Columns ? Ik kan me een leven zonder inbeelden.

Toch vragen aardige jonge mensen die ik op de tram of trein tegenkom wel eens hoe ze moeten beginnen aan dat columnistendom. "Tja", zeg ik dan, "wist ik dat zelf maar!" en dan probeer ik me monkelend door de binnenstad te reppen. Het resultaat van mijn denkwerk vertel ik daarna, op een bank in het stadspark gezeten, aan de eerste de beste hond die daar voorbijwandelt. En vandaag vertel ik dat voor één enkele keer aan u.

* Vind een titel voor je column, en liefst zo snel mogelijk ook maar een eerste zin. Vraag je tegelijk af waar je het over wilt hebben vandaag, deze week, deze maand. Maak een punt. Heb een mening. Maar maak die daarna ook hard met argumenten, met feiten, met research. Informeer je. Praat met mensen. Lees. Kijk naar Het nieuws of Het journaal. Denk na. Probeer ook werkelijk een eigen stem te vinden. Zorg dat er per paragraaf tenminste één zin staat die het verschil maakt. Als uw columns inwisselbaar zijn met die van andere columnisten, zijn ze wellicht niet goed genoeg.

* Tenzij u tot het slag columnisten behoort dat zijn stukjes gewoon inbelt naar een inktaap die ergens in een industriepark achter zijn computer zit, bedenk dan dat een column eer hij gepubliceerd kan worden ook nog geschreven moet worden. Enig inzicht in de moeder- en andere talen is dan meegenomen. Het is ook geen nadeel als de aspirant-columnist enige liefde voor woorden koestert en die woorden graag zo kan oplijnen dat ze samen een zingende zin vormen. En zo'n column schrijft zichzelf ook niet, natuurlijk. Er moet wat aan gewerkt worden. Een kladversie kan geen kwaad. En een keer hij af is nog eens herlezen. En dan even laten rusten en nog eens lezen tot er op de verzendknop wordt gedrukt.

* En nog iets: wees nieuwsgierig. Wil dingen weten ! Essentieel voor mensen die iets willen doorvertellen is dat ze zelf iets te vertellen hebben. En dat ze over een vocabularium beschikken waarmee ze die boodschap of mening kunnen overbrengen op de lezer.

* Humor is geen must, maar wel een goede bondgenoot voor de toekomstige columnist. De praktijk leert ons dat columns die enig spoor van humor vertonen, zowel in binnen- als buitenland meer en gretiger gelezen worden.

* Denk erom dat iedere mens een verhaal heeft en dat al die verhalen in wezen even interessant zijn. Iedereen is belangrijk. Durf daarom wel scherp te zijn in uw opinies, maar kwets mensen niet nodeloos. Ik heb er me wel eens aan gewaagd maar ik had er altijd ogenblikkelijk spijt van. En een paar keer kwam die spijt ook te laat. Ook dat betreur ik. De columnist moet dankbaar zijn dat hij een tribune aangereikt krijgt, maar mag dat privilege niet misbruiken. Vind ik nu. Plagen mag, pijn doen niet.

* Vergeet vooral niet ervan te genieten. Als schrijven een last is, schrijf dan niet. En denk terwijl je schrijft voortdurend aan je lezers. Zij kopen de kranten en weekbladen waarin wij schrijven. Zij zijn soort van de baas!

Zo. Genoeg wijsheden voor vandaag. Buiten roept de wereld en daar gooi ik me straks in. Al zou het handig zijn als dat gewoon in pyjama kon.

Marc Didden, De wanhopige optimist, Uitgeverij Luster, 400 p., 22,50 euro. Verkrijgbaar vanaf 5 oktober.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234