Dinsdag 04/08/2020

Interview

De kotstudenten uit ‘Iedereen Beroemd’: ‘Politici spelen een smerig spel’

Stond het leven van de studenten uit de Iedereen beroemd-rubriek Op kot enkele maanden geleden nog in het teken van fakbars, daten en – al dan niet af en toe – naar de les gaan, dan gaan ze nu gebukt onder een digitale coronakater: zowel hun lessen, hun sociaal leven als hun liefdesleven spelen zich online af. Toch een lichtpuntje aan de einder: ‘Vroeger betaalden sommigen keiveel geld om aan de andere kant van de wereld op bezinning te gaan, nu krijg je het gewoon thuis in de schoot geworpen.’

Wanneer Michael, Stans en Stéphan op ons scherm verschijnen tijdens het Zoom-gesprek, hebben ze er geen idee meer van hoeveel weken ze al in quarantaine leven.

Stans, student rechtspraktijk: “Ik ben de tel kwijt. Ik ben twee dagen thuis geweest, maar zit nu weer op kot. Ik moet superveel taken indienen en heb daarvoor bronmateriaal nodig vanop Juridat (portaalsite van de rechterlijke macht in België, red.). Thuis werkt dat systeem niet goed, dus ben ik nu weer in Leuven. Ik ben hier helemaal alleen: alle andere studenten zijn naar huis.”

Michael, student toegepaste economische wetenschappen: “Ik kom je binnenkort weer gezelschap houden, want ik kan thuis niet studeren. Er zijn hier te veel maten om mee te basketten. Toch ben ik blij dat ik nog eens thuis ben geweest. Ik miste mijn mama en wilde checken of alles goed ging met haar.”

Stéphan, student communicatiewetenschappen: “Ik ben sinds een paar dagen weer thuis.”

Werd het onhoudbaar op kot?

Stans: “Aanvankelijk dachten we: het is maar voor een paar weken, we blijven allemaal op kot. Maar al snel bleek dat het veel langer zou duren.”

Michael: “Er staat een bepaalde houdbaarheidsdatum op je geduld. Waren we op kot gebleven, dan waren we elkaar misschien beu geworden.

“Toch kan ik me geen andere mensen inbeelden met wie je me twee maanden aan een stuk zou mogen opsluiten. Hoe graag ik mijn ma ook zie: met haar zou het niet lukken, ik zou al gek worden na twee weken.

“Uiteraard kwamen er ook op ons kot in Leuven soms kleine irritaties naar boven. Ik loop bijvoorbeeld de hele tijd bij iedereen langs, omdat ik continu gezelschap nodig heb. Na een tijd ging ik zo vaak bij Stéphan aankloppen dat hij me gewoon begon te negeren. Hij heeft meer me-time nodig dan ik, en dat begon soms te wringen. Uiteindelijk hadden we een balans gevonden: we aten ’s middags en ’s avonds samen, en sloten de dag af door samen naar een film te kijken.”

In de aflevering van 13 maart zei jullie kotgenote Elise: ‘What the fuck is er gaande met dat coronavirus? Ik dacht eerst dat iedereen overdreef, maar nu heb ik plots geen les meer.’ Zagen jullie direct de ernst van de situatie in?

Stéphan: “We zijn op 13 maart níét naar een lockdownfeestje geweest, maar ik besefte nog niet hoe erg het was. Ik werd pas bang toen de sterftecijfers bleven stijgen. Plots had ik ook geen studentenjob meer, de cafés gingen dicht en we kregen te horen dat we de rest van het jaar alleen nog online les zouden krijgen. Pas toen drong de ernst tot mij door.”

Stans, we zagen jou op tv een kuisobsessie ontwikkelen.

Stans: “De week vóór de lockdown lag ik in het ziekenhuis met een nierontsteking. Mijn moeder mocht me zelfs toen al niet meer komen bezoeken. Daardoor sloeg ik in paniek: ‘Wow, dat virus is écht erg.’ Ik had geen idee wat je ertegen kon doen, dus ontsmette ik mijn handen zodra ik een klink had vastgepakt.”

Michael: “Ik was heel naïef. Of optimistisch. Ik geloofde dat het normale leven zou hervatten op 19 april, en werd zelfs kwaad als iemand zei dat het zeker nog tot 4 mei zou duren. Toen kwam de persconferentie van de Veiligheidsraad met die rare powerpoint en raakte ik in een dipje, want de situatie bleek uitzichtloos. Na die persconferentie ben ik buiten naar de sterren gaan kijken, met trieste muziek op de achtergrond.”

Michael, jij zei in het programma: ‘Iedereen draagt mondmaskers, alsof we in Tsjernobyl leven.’ Zijn jullie het ondertussen al gewend?

Stans: “Nee. Toen ik daarnet een mondmasker moest opzetten voor ik de trein opstapte, dacht ik: in wat voor wereld leven wij? Ik ben bang dat dit het nieuwe normaal zal worden. En dat we zelfs na de crisis superafstandelijk gaan blijven, dat vrienden elkaar geen kus of hand meer zullen geven als ze elkaar tegenkomen.”

Stéphan: “Mijn mama heeft mondmaskers voor mij gemaakt. Ook voor mijn kleine zusjes: zij moeten nu terug naar school.”

Stans: “Het is gênant om toe te geven, maar toen ik in het ziekenhuis lag met die nierontsteking, heb ik drie mondmaskers meegenomen: ‘Wie weet komt dat nog van pas.’ (lacht)

Michael: “Ik kreeg er toegestuurd uit China, van vrienden die er studeren. Twee weken voor we in quarantaine gingen, zeiden die: ‘Michael, het gaat nog erger worden.’ En ze hadden helaas gelijk.

“Ik ben gestopt met alle updates te volgen. Het is deprimerend om telkens weer die cijfers van het aantal overledenen te horen. Want achter die cijfers zitten mensen, wier families kapot zijn. Ik vind het nog altijd surreëel.”

Stéphan: “Nu de cijfers beter worden, ben ik al wat meer opgelucht: er is licht aan het einde van de tunnel.”

Stans: “Ik kijk elke ochtend op de app van VRTNWS, maar daar stopt het, want er is een overdosis aan coronanieuws.”

Michael: “(knikt) Kim Jong-un was misschien dood en Amerika heeft beelden van ufo’s vrijgegeven! Maar heb jij daar iets van zien voorbijkomen in Het journaal?”

Stans: “Ik word het ook moe dat politici deze crisis gebruiken voor hun campagne. Ze spelen een smerig spel. Hoe verklaar je dat de winkels weer open mogen, maar er nog geen grote versoepeling is qua sociaal contact? Ik las een tweet van een man: ‘Mijn dochtertje is tijdens de lockdown geboren en mijn familie is nog altijd niet op bezoek kunnen komen, maar we mogen wel weer gaan shoppen in de H&M? Dan ga ik met mijn suikerbonen tussen de sokken en de onderbroeken staan.’”

Stéphan: “Ik snap dat de economie moet worden heropgebouwd, maar er zijn toch ook andere aandachtspunten? Er wordt niet aan studenten gevraagd hoe we geholpen kunnen worden. We weten nog altijd niet hoe het juist zit met onze studiepunten. Of met onze examens: sommige gaan online door, andere ter plaatse. Maar hoe, daar hebben we het raden naar.”

Michael: “Het is frustrerend om totaal géén sociaal contact te hebben. In Leuven is de politie aan het patrouilleren om mensen te betrappen die met drie of meer rondlopen: creepy.

“Als student voel ik me uitgesloten: alles draait er nu om de CEO’s blij te maken en de economie te redden. Ik snap dat, maar uiteindelijk zullen wíj de rekening betalen in de toekomst. Gelieve dus ook met ons rekening te houden.”

Stans, jij had het moeilijk om structuur in je dag aan te brengen. Stéphan, jij zei dat je om tien uur wakker werd, maar tot twee uur ’s middags in je bed bleef liggen. Is dat ondertussen al beter?

Stéphan: “De eerste weken had ik het heel moeilijk. Bij het ontwaken dacht ik: wat is het nut van opstaan? Vaak kwam Michael me dan ’s middags uit mijn kamer halen: ‘Komaan Stéphan, je moet íéts doen!’ Na een paar weken begon ik stress te krijgen voor school, omdat ik veel deadlines had. Dus probeer ik nu op te staan en te studeren.”

Michael: “Dat er geen les is, was al een beetje een gewoonte voor mij: ik skipte vaak lessen. (lacht) Maar ik ben niet goed in nietsdoen, dus ben ik met fitnessen gestart op onze koer. Als je sport, is er meteen twee uur van je dag weg. ’s Avonds was het ook altijd leuk: we begonnen te koken, speelden een spelletje of keken naar een film. En we hadden themadagen: op zondag keken we naar De mol, vrijdag was frietjesdag. Elke zondag waren we opgelucht: we hebben wéér een week overleefd! Of we hielden pyjama- en galafeestjes. Dat was goed, want als elke dag er hetzelfde uitziet, word je depri.

“April zou een grootse maand worden voor ons: we hadden een galabal en we zouden nog eens hard uitgaan voor de blok begon. Plots was dat allemaal wég. Net zoals onze zomerplannen. Festivals, werken, reizen: wég. Hoe zal onze zomer er nu uitzien? En het volgende academiejaar?

“Onlangs is mijn moeders vriend, die ik als mijn stiefvader beschouw, overleden aan kanker. Door de coronamaatregelen mochten we hem niet gaan bezoeken. Enorm triest. Het was hartverscheurend om mijn moeder aan de telefoon te horen huilen, zonder dat ik iets kon doen. Ik voelde mij machteloos: ik kon de begrafenis niet bijwonen, kon haar niet knuffelen en kon haar ook niet bezoeken omdat ik bang was dat ik haar zou besmetten. Gelukkig is mijn moeder heel sterk: ‘Focus jij maar op je studies, met mij komt het wel goed.’ Ik heb veel aan mijn familie en kotgenoten gehad. Het is een cliché, maar ik weet dat hij nu op een betere plek is. Die gedachte helpt.”

Stans: “Ik ben afgestapt van de ingesteldheid: ‘Goed dat er weer een dag gepasseerd is.’ Dat maakte me neerslachtig, omdat je dan echt gewoon zit af te wachten en de dagen – en dus ook een stuk van je leven – ziet passeren. Ik probeer productief te blijven.”

Stéphan: “Nu ik niet meer kan gaan werken, komen de geldproblemen er ook nog eens bovenop. Soms reageren mensen op ons YouTube-kanaal: ‘Waarover zagen die studenten? Ze leven toch allemaal op kosten van hun ouders!’ Maar dat is lang niet bij iedereen zo. Ik betaal alles zelf. Ik weet nog altijd niet precies hoe ik dat deze zomer zal doen. Ik werk in de Kinepolis en in een zomerbar: zullen die wel kunnen openen deze zomer? En wat als de situatie nog doorloopt tot volgend semester?”

Jullie kotgenote Laura is van Italiaanse afkomst: zij kent mensen die aan corona overleden zijn. Kennen jullie mensen die besmet raakten?

Stans: “Een grootouder van één van mijn vriendinnen is eraan overleden, maar voorts ken ik haast niemand die besmet is geweest.”

Michael: “Ofwel hebben we het allemaal zelf gehad, ofwel niet, want we leven heel nauw samen. Dat je besmet kunt zijn geweest zonder het zelf te beseffen, is net wat iedereen paranoïde maakt. En tegelijk ook onvoorzichtiger, want zo lijkt het gevaar niet echt.”

Stans: “Ik las onlangs dat maar 6 procent van de bevolking antistoffen heeft aangemaakt: belachelijk weinig. Dan moet het ergste toch nog komen? Daar maak ik me zorgen over: ondanks alle strenge maatregelen lijken we niet ver gevorderd in de bestrijding van het virus. We zitten precies in een slechte apocalyptische Hollywoodfilm: iedereen is aan het sterven, en er moet zo snel mogelijk een vaccin gevonden worden.”

Stéphan: “Ik las dat ze in Nederland het eerste semester van volgend academiejaar nog online zullen blijven lesgeven. Dat zou ik echt niet willen: ik wil mijn laatste jaar niet continu binnenshuis moeten doorbrengen. Dat er nog een tweede golf kan komen, maakt me triestig.”

Zijn er ook goede kanten aan de quarantaine?

Michael: “Ik heb meer aan zelfreflectie gedaan. Vóór de quarantaine dacht ik dat je ’s avonds geen fun kon hebben als je niet uitging met je maten. Nu weet ik dat je geen zotte toestanden of sloten alcohol nodig hebt om je te amuseren.”

Stans: “Ik denk wel dat veel mensen onderschatten wat je nu eigenlijk cadeau krijgt. Oké, wekenlang thuiszitten is niet evident als je kinderen en werk moet combineren, maar er zijn ook mensen die keiveel geld betalen om aan de andere kant van de wereld even op bezinning te gaan. Nu krijg je het in de schoot geworpen. Je beseft wat belangrijk is – vrienden en familie – en hebt tijd om te reflecteren. Zeker studenten: wij moeten overdag niet werken, dus wij kunnen nadenken over wat we willen in het leven. Dat is iets om dankbaar voor te zijn.

“Dat natuur en milieu dankzij de lockdown heropleven, maakt me ook gelukkig. Precies alsof er een pauzeknop is ingedrukt en het hele universum ons zegt: ‘Kijk hoe het ook kan.’ Na de coronacrisis zou er zoveel ten goede kunnen veranderen! Waarom zou je naar exact dezelfde maatschappij terugkeren als het ook beter kan? Maar als je ziet dat het economische aspect voorrang krijgt op het menselijke, dan vrees ik ervoor.”

GEPEST

Stéphan, we zagen in Op kot dat je fan bent van Emily Dickinson, omdat haar gedichten handelen over een ideaalbeeld waaraan niet iedereen kan voldoen.

Stéphan: “Tot een paar maanden geleden zat ik met veel stress: welke job ga ik uitoefenen, hoe zal mijn leven eruitzien over twee jaar? Maar ondertussen heb ik gevonden welke richting ik uit wil. Ik zou later heel graag de marketing of communicatie willen doen van een platenfirma. Als grote muziekfan heb ik sinds de uitbraak van de coronacrisis allerlei cijfermateriaal bijgehouden. Gek genoeg blijken de streamingcijfers op Spotify te zijn gedaald, hoewel iedereen thuiszit. Nieuwe releases en concerten worden uitgesteld, wat de muziekindustrie voor enorme uitdagingen stelt.”

Michael: “Ik weet nog niet wat ik wil doen, maar ik heb nog een paar jaar om daarover na te denken. Als fervent gamer is het mijn droom om een eigen zaak te starten rond games. Of iets in de entertainmentsector: met Op kot is daarmee al een droom uitgekomen.

“Ik heb verschillende studies geprobeerd, en pas nu kan ik oprecht zeggen dat ik iets heb gevonden dat ik graag doe. Ik ben begonnen met studies burgerlijk ingenieur, hoewel ik eigenlijk al wist dat het niets voor mij was. Het is niet omdat je in het middelbaar van wiskunde houdt, dat burgerlijk ingenieur daarom de beste optie is. Mijn vader is een burgie en mijn broer is een industrieel ingenieur, dus was ik er toch maar aan begonnen. Het was slopend. Soms was de leerstof te saai of te moeilijk, en omdat ik erg sociaal ben, wilde ik niet elke avond zitten blokken, wat je in zo’n richting wél moet doen. Sommige vrienden zijn nu bijna afgestudeerd als burgie, terwijl ik achterloop. Dat is rot. Ik ben nu 22 en kom veel 18-jarigen tegen als ik uitga. Dan denk ik: ik begin één van die oude zakken te worden die nog feest en het leven nog niet echt serieus neemt. Dat is confronterend. Ik heb mijn ouders teleurgesteld en hun geld verspild. Oké, ik heb mijn eigen parcours gelopen, maar dat had sneller gekund. Aan de andere kant: anders had ik de geweldige mensen van Op kot niet leren kennen.”

Stans: “Ik voel ook een zekere druk. Mijn vriendinnen zijn iets ouder. Ze zijn zich aan het verloven, gaan samenwonen of hebben bouwgrond gekocht, en vertellen daarover in onze WhatsApp-groep. Ik ben superblij voor hen, maar soms vraag ik me ook af: waar sta ík?”

Stéphan: ‘Toen ik werd geselecteerd voor ‘Iedereen beroemd’ hebben ze me gewaarschuwd: ‘Wees voorbereid op racistische reacties.’ Af en toe krijg ik inderdaad te horen dat ik een profiteur ben, maar die mensen weten niet dat ik elk weekend twintig uur werk om alles zelf te betalen.’

En wat met de druk om er goed uit te zien? Michael, jij zei dat je gaat fitnessen ‘voor de vrouwen’.

Michael: “Mijn maten zijn allemaal sportief en zien eruit als beesten: ik wil niet achterblijven. Ik sport gewoon graag. Die sixpack heb ik niet omdat dat de norm zou zijn voor mannen. Alleen als mijn ma zegt: ‘Je bent wel dik aan 't worden’, sloof ik me extra uit in de gym.”

Stéphan: “In de examenperiodes vermager ik altijd, omdat ik vergeet te eten. Dat merk ik nu ook tijdens de quarantaine. In de loop van het jaar sport ik wel, omdat ik toch een bepaalde druk voel om er goed uit te zien. Al ga ik bijvoorbeeld nooit zwemmen, omdat ik niet wil dat anderen me halfnaakt zien rondlopen. Ik toon mijn lichaam niet graag, omdat er al vaak mensen zijn komen zeggen: ‘Stéphan, jij bent een Afrikaan, en die zijn allemaal heel gespierd.’ Dat interpreteer ik dan als: ik moet er ook gespierd uitzien. Ik weet dat ik me niet over mijn lichaam hoef te schamen, maar zulke opmerkingen blijven toch hangen.”

Stans: “Door sociale media word je continu geconfronteerd met superknappe influencers in bikini, die perfecte borsten en benen hebben. Ik lig daar zelf niet superhard van wakker, want ik vind mezelf niet dik. Je kunt gaan sporten, maar je mag niet tegen je natuur ingaan. Het enige waar ik een beetje een complex over heb, is dat ik niet bruin word. Ik lijk zonlicht af te stoten en krijg dan superveel sproeten. (lacht) Maar ik ga daarom niet uren liggen zonnen om toch een kleurtje te krijgen, want dat is voor mij een onhaalbare standaard. Ik word triest als ik hoor dat mensen speciale diëten volgen om superveel af te vallen. Wees tevreden met hoe je eruitziet. Jezelf pushen om te voldoen aan onrealistische ideaalbeelden maakt je toch alleen maar ongelukkig.”

Michael, jij vertelde in Op kot dat je als kind gepest werd omdat je ‘een varkensneus’ had: klasgenoten knorden als je voorbijliep, en je mocht ook nooit de vriendenboekjes invullen.

Michael: “Mijn jeugd was niet ideaal. Ik werd elke dag gepest, waardoor ik fervent ben beginnen te gamen: dat was de enige manier om toch wat fun te hebben, want ik had geen vrienden om leuke dingen mee te doen. Op een bepaald moment had ik er genoeg van: ‘Ik wil niet dat het de rest van mijn leven zo blijft!’ Vanaf het derde middelbaar besloot ik om uit mijn comfortzone te stappen en ben ik toneel beginnen te spelen. Zo durfde ik me aan mensen te laten zien zonder me te schamen.”

Krijgen jullie vaak negatieve reacties op YouTube?

Stéphan: “In één van de afleveringen wilde ik een verjaardagskaartje naar een vriend versturen, maar ik was een week te laat. Eén van de comments was: ‘Typisch dat het weer een zwarte is die te laat is.’ Af en toe krijg ik racistische opmerkingen. Maar ik probeer dat te relativeren: dat zijn mensen die mij niet kennen. En voor elke slechte reactie zijn er vijf positieve.

“Toen ik geselecteerd werd voor Iedereen beroemd, hebben ze mij gewaarschuwd: ‘De kans bestaat dat er racistische opmerkingen zullen komen, wees daarop voorbereid.’”

Krijg je daar in het dagelijkse leven ook vaak mee te maken?

Stéphan: “Gelukkig niet dagelijks. Als ik als enige zwarte uitga met vrienden, en ik zie politie op straat, dan houd ik altijd in mijn achterhoofd: ik moet rustig blijven, want ik zal de eerste zijn die ze eruit pikken. Mijn ouders hebben dat er al vroeg bij mij ingeprent. En het is in mijn thuisstad Kortrijk ook al een paar keer gebeurd. Nochtans gedraag ik me zoals elke andere student. Toen ik vorig jaar voor het eerst in Iedereen beroemd te zien was, zeiden ouders van een vriend: ‘Die Stéphan, is dat niet zo’n profiteur die daar op kot zit?’ Die mensen weten niet dat ik elk weekend 20 uur werk en alles zelf betaal.”

Stans: “Ik wist helemaal niet dat je zo wordt geviseerd, Stéphan! Hallucinant.”

Michael: “Ik word in de YouTube-comments vaak een ‘djano’ genoemd, maar ik weet niet eens wat dat betekent. Ik trek het me niet aan. Zo’n comment is ook niet te vergelijken met de racistische comments die Stéphan krijgt, want die zijn niet te relativeren. Zolang de mensen die ik ken mij graag hebben, ben ik tevreden.”

Stans: “Ik check de comments simpelweg niet. Als er iets negatiefs over me gezegd wordt, lees ik het liever niet.”

ONENIGHTSTANDS

Zijn er momenten die jullie achteraf gezien liever niet hadden gefilmd?

Michael: “Je weet dat je geen onnozele shit moet filmen die een impact kan hebben op je toekomst.”

Stéphan: “Iedereen bij ons op kot heeft zijn eigen problemen die niet in beeld komen. Zulke dingen komen eerder naar boven tijdens onze vele nachtelijke gesprekken. Daar leer ik veel uit. Over relaties, bijvoorbeeld. We zitten op dat vlak allemaal in een andere fase: sommigen hebben al een lief gehad, anderen nog niet. Sommigen gaan vaak op date, anderen haten dates.”

Michael: “Doordat we allemaal verschillende standpunten hebben, begin je op den duur ook echt inzicht te krijgen in allerlei situaties. Die discussies behoren voor mij tot de mooiste momenten. Iedereen gooit zijn problemen op tafel en stelt zich open. Ik zat voorheen in mijn Antwerpse bubbel, maar ik heb nieuwe werelden leren kennen.”

Michael, volgens Lise-Lore heb jij zo'n ‘500 dates per week’. Hoe doe je dat in quarantainetijden?

Michael: “Ik voel mij Mozes in de woestijn: er is geen enkele plant meer. (lacht) Online daten is niets voor mij, ik leer vrouwen kennen door ze aan te spreken in het echte leven. Vóór de quarantaine had ik een, euh, bepaalde levensstijl, die nu on hold staat.”

Stéphan: “Ik heb vanochtend nog geswipet, maar daar is momenteel niets leuks aan. In normale tijden zou ik snel met iemand afspreken, en dan zien hoe het verder loopt. Ik heb wel op Twitter gezet dat ik op zoek ben naar een coronaliefje, maar ik wacht nog steeds op een reactie.”

Wat bedoel je met een coronaliefje?

Stéphan: “Iemand wie je dagelijks kunt praten over wat er allemaal gebeurd is. Dat is volgens mij het leukste aan een lief hebben: dat je alles kunt delen met één persoon.

“Mijn eerste twee studentenjaren zat ik niet op kot. Ik hoorde toen allerlei verhalen van vrienden: ‘Sarah is blijven slapen bij Alex!’ Zoiets kon ik zelf niet ervaren, want ik kon niet zomaar iemand mee naar huis nemen. Vorig jaar zat ik voor het eerst op kot en hoefde ik me niet langer te verantwoorden tegenover mijn ouders. Ik heb toen een paar onenightstands en flirts gehad. Die zijn leuk op het moment zelf, maar – en Michael zal dat beamen –...”

Michael: “(lacht) Allee!”

Stéphan: “...ze laten je met een leeg gevoel achter, omdat ze geen zicht bieden op een langdurige relatie. Ik ben vorig jaar beginnen te daten, om zo te ontdekken wat voor persoonlijkheid ik leuk vind. Ik ben dat nog altijd aan het uitzoeken. Ik kan daten om die reden iedereen aanbevelen.”

Michael: “Ik ben een gevoelige jongen. Ik flirt graag, maar als ik serieuze gevoelens begin te krijgen, wil ik weten waar ik sta. In het middelbaar kuste je en was je samen. Nu is dat niet meer zo duidelijk. Als student is het heel zeldzaam om een date te zien uitgroeien tot een relatie. Zelfs een goede date kan eindigen met een plottwist: ‘Ik was gewoon wat eenzaam en had gezelschap nodig.’”

Stans: “Ik praat in het algemeen niet graag over liefde en relaties, dat brengt ongeluk: ik wil mezelf niet jinxen. (lacht) Maar ik ben er wel van overtuigd dat 2020 het jaar van de liefde is. Dit is het jaar waarin het allemaal gaat gebeuren.”

Is de hechte band die jullie als kotgenoten hebben uitzonderlijk?

(in koor): “Ja!”

Stans: “Ik ken niemand die zo goed overeenkomt met zijn kotgenoten als wij. We zijn een hechte familie.”

Michael: “Stéphan is een broer geworden. Hij mag veel meer dan iemand anders. (lacht) Ik doe mijn slaapkamerdeur zelfs niet meer op slot.”

Hebben jullie een betere band met elkaar dan met jullie kotgenoten die bij de start van de coronacrisis naar huis zijn gegaan?

Stans: “Ja, we hebben veel intenser samengeleefd. We hadden alleen elkaar nog.”

Michael: “Toen ik onlangs naar mijn ouders vertrok, voelde het aan alsof ik mijn échte thuis achter me liet. Heel raar.”

Wat missen jullie het meest in deze tijd?

Stans: “McDonald’s. Ik denk daar elke dag aan. (lacht) Voorts: gewoon kunnen doen waar je zin in hebt.”

Michael: “Het is nog niet zover, maar ik ga ons missen. Dit is het laatste seizoen van Op kot, volgend jaar keert de rubriek niet meer terug. Als Stéphan niet langer op elk moment van de dag mijn kamer kan binnenvallen om te vragen: ‘Wat doe jij in je bed?’, ga ik wezenloos achterblijven. Ik zal een manier moeten vinden om mijn kotgenoten elke dag te kunnen zien. Misschien moeten Stéphan en ik een sitcom beginnen. (lacht)

Stéphan: “Zo’n rubriek kan gewoon niet blijven duren. Ik kan volgend jaar niet nóg eens zeggen: ‘Ik heb wéér een kater.’ We hebben een leuk jaar gehad, maar aan alles komt helaas een einde.”

Iedereen beroemd: op kot, Eén, elke dinsdag en vrijdag, 19.50 uur

© Humo

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234