Donderdag 27/06/2019

Literatuur

De kleren van de schrijver: waar zou de mode zijn zonder de literatuur?

Truman Capote in 1976: zeer hoog dandygehalte. Beeld © Cinema Publishers/HA

Van schrijver tot stijlicoon? Het is soms maar een kleine stap. Modejournaliste Terry Newman verzamelde voor haar boek Legendary Authors and The Clothes They Wore vijftig internationale fashionista-auteurs met tijdloze uitstraling. We gingen meteen ook even kijken hoe het mode-gewijs met onze schrijvers gesteld is.

Waar zou de mode staan zonder de literatuur?’, zo vroeg fashiontijger en gevreesde columniste Diana Vreeland zich ooit af. Sommige beroemde schrijvers maakten niet enkel met hun pen de blits. Ook met hun garderobe lieten ze sporen na in het collectieve geheugen én in onze visuele verbeelding.

Kijk maar naar überdandy en ­estheet Oscar Wilde met zijn voorkeur voor satijn en fluweel. Of naar de spierwitte pakken van Tom Wolfe en Mark Twain, de tulbanden van Zadie Smith of de befaamde zwarte coltruien van de existentialisten. En wat te denken van de altijd serieus ogende coolness van Samuel Beckett, behoedzaam stappend op zijn vertrouwde Clarks Wallabee-schoenen?

Becketts strakke neutrale kledingstijl, ‘als een magnifieke Mexicaanse sculptuur’, dixit schrijfster Nancy Cunard, leek een verlengstuk van zijn uiterst spaarzaam proza en enigmatisch toneelwerk vol wanhoop. Veel kans dat de Ierse Nobelprijswinnaar tegenwoordig zou winkelen bij tijdloze finessemerken als A.P.C of Filippa K. En dan zwijgen we nog van de minimalistische flair van Joan Didion. De immer modebewuste Amerikaanse schrijfster mocht op haar 80ste nog opdraven als gezicht van het Franse modelabel Céline, in een fotoshoot van Jürgen Teller.

Terry Newman, 'Legendary Authors and The Clothes They Wore', Harper Collins, 206 p., 27,95 euro Beeld rv

Schrijvers en hun garderobe? Het is een weinig geëxploreerd onderwerp. Wellicht omdat de meeste auteurs erbij lopen in een onopvallend en saai plunje. Michel Houellebecq heeft van beduimelde, goedkope kleren met banale parka’s zelfs zijn handelsmerk gemaakt.

Niet dat het hindert bij het hanteren van de schrijfstok. Niet iedereen kan er tenslotte uitzien als Karl Ove Knausgård, de stoere Viking­schrijver met de grijze manen. Maar na lezing van Legendary Authors and The Clothes They Wore besef je dat schrijvers toch beter tweemaal nadenken over hun vestimentaire verschijning. Newman voert in haar ruim geïllustreerde boek vijftig schrijvers op die tot stijliconen uitgroeiden. Zowel de glamoureuze hoofddeksels van Truman Capote als de Hugo Boss-pakken van Bret Easton Ellis passeren de revue, net als de brillenglazen van Allen Ginsberg of de dreadlocks van Toni Morrison. En waarom werd het angeliek ogende wonderkind Arthur Rimbaud zowel een goeroe voor de beatniks, de hippies als de punkrockers? Niet voor niets predikte hij: ‘Il faut absolument être moderne’. Het is Newmans overtuiging dat ‘het bekijken van een modecollectie te vergelijken is met het lezen van een boek: een goudmijn van invloeden, referenties, research en creativiteit’.

Joan Didion voor Céline, in een fotoshoot van Jürgen Teller. Beeld rv

Hell yeah-bandana

Newmans parade van schrijvers – omlijst met veel quotes, oneliners en pittig fotomateriaal – moet de boude stelling stutten dat de stijl van de schrijver ook zijn rechtstreekse weerslag vindt in zijn kleerkast.

Maar neem haar nattevingeronderzoek vooral niet al te serieus. Goed, bij Marcel Proust valt daar wel iets voor te zeggen. De fatterige schrijver had in zijn cyclus
A la recherche du temps perdu een bijzonder scherp oog voor de mondaine kringen van de post-belle époque en hun gewaden, versieringen en kostuums. Geen wonder dat Yves Saint-Laurent en Pierre Bergé grote proustianen waren. De door Scott F. Fitzgerald en zijn vrouw Zelda gecultiveerde flapperstijl van de ­roaring twenties zie je uiteraard wuft doorzinderen in zijn verhalen en romans.

Kijk ook naar de Amerikaanse schrijver Hunter S. Thompson, godfather van de gonzojournalistiek. Zijn rebelse, anarchistische attitude, gepaard gaand met occasioneel pistoolgezwaai, zie je weerspiegeld in zijn safari- en camouflagevestjes, hawaïhemden en ultrakorte shorts, recent nog opgepikt door het label Urban Safari.

Ook bij David Foster Wallace is er onmiskenbaar een synergie tussen wat op zijn pagina’s verscheen en zijn looks. Het ‘kinetische, originele’ proza van de godfather van het postmodernisme (remember Infinite Jest) zien we verbeeld in zijn ‘hell, yeah’-bandana die hij steeds droeg.

Karl Ove Knausgard. Beeld BELGAIMAGE

Sommige auteurs zaaiden graag verwarring via hun voorkomen. Vreemd genoeg gebruikten zowel beatnik William S. Burroughs als de getormenteerde dichteres Sylvia Plath hun kledij als een harnas. ‘Junkie gentleman’ Burroughs hulde zich steeds weer in scherpgesneden kostuums waarin hij eruitzag als een reizende handelsvertegenwoordiger. Het vormde de ideale vermomming voor zijn afdalingen naar een hallucinatoire wereld waar hij de rafelranden opzocht. Bij Plath vormde haar vaak preppy, witte, burgerlijke fiftieskledij een toonbeeld van evenwicht, waarmee ze haar demonen en getroebleerde ziel – tevergeefs – leek te willen bedwingen.

Bad hat days

Ook schrijvende vrouwen die mannenkleren droegen hebben furore gemaakt: de excentrieke romantica George Sand bijvoorbeeld die de goegemeente op de kast joeg met haar baanbrekende kostumeringen. Honderdvijftig jaar later koos Donna Tartt ook voor een uitgesproken masculiene stijl, net als Susan Sontag, die een zekere androgynie nastreefde in haar looks.

Maar ook soberheid kan opvallen. Neem nu de altijd piekfijne, maar conventionele truien van Rabbit-auteur John Updike en zijn garderobe met een BCBG-achtige, Italiaanse Rivièra-chic. Updike werd in 2012 nog postuum door
GQ tot een stijlicoon uitgeroepen, voor zijn ‘normcore met flair’.

Newman weet haar vlot leesbare, maar soms al te dweepzuchtige betoog met anekdotiek te doorspekken. Zo leren we dat Virginia Woolf af en toe kampte met gramstorige bad hat days. En wist u dat James Joyce ooit in vuur en vlam stond voor Ierse tweed en er als handelsreiziger mee op de hort ging? Op oudere leeftijd droeg de door oogkwalen geteisterde Ulysses-auteur vaak witte pakken, omdat hij vermoedde dat ze de letters op het witte blad papier voor zijn neus beter zouden reflecteren.

Zo wemelt dit boek van achteloos gedebiteerde wetenswaardigheden. Jammer dat Newman niet zoveel aanvangt met nog levende auteurs of voorbijgaat aan de sneakermode, die bij de moderne hipsterauteur opgeld doet.

En hoe luidt het ultieme modeadvies? Streef vooral je eigen stijl na. Daarmee val je het meest op, zo beaamt aforismenkoning Oscar Wilde volmondig: ‘
Fashion is what one wears oneself. What is unfashionable is what other people wear.’

Zadie Smith. Beeld getty

Op zoek naar de Vlaamse dandy-auteur

En hoe brengen Vlaamse auteurs het er modegewijs af? Op literaire recepties kruip je als argeloze kledingspotter soms onder de tafel van plaatsvervangende schaamte. De overdosis aan overjaarse beige broeken én banale jeans, aangevuld met ten hemel schreeuwende combinaties, zet zelden de moderadar op scherp.

We moeten het doen met wijlen de ‘je ne sais quoi’-stijl van Hugo Claus, de brillantine van Dimitri Verhulst, de steeds door een ringetje te halen Peter Terrin, de vernuftige Theo-brillen van Tom Lanoye, de kunstige haarknot van Lize Spit, de lange manen van Herman Brusselmans, de welgekozen elegantie van Bart Moeyaert of de neonewwave-look van Saskia De Coster. We vroegen vier dandyeske auteurs om een reactie over hun publieke garderobe.

‘Kleren om de fictie te eren’

Met Christophe Vekeman maakt de cowboyhoed een opgemerkte comeback in het straatbeeld, Net als de strakke, integrale westernjeansoutfit met bijpassende boots. Ze ­vertolkt zijn voorkeur voor een muziekgenre.

Vekeman: “Het ligt voor de hand dat een schrijver als ik, die een meer dan gemiddeld belang hecht aan stijl, ook in vestimentair opzicht het nodige tot expressie wil brengen. In de eerste plaats natuurlijk mijn liefde voor countrymuziek, maar tevens het feit dat ik mij steeds een buitenstaander en een eenling voel, net als de desperado’s in het vroegere, mythische westen, en net als het gros van mijn arme personages.

“Nu ik erover nadenk, de redenen waarom ik mij kleed als een cowboy, zou je kunnen zeggen, zijn dezelfde redenen waarom ik schrijf: om zoveel mogelijk tijd door te brengen in een realiteitsvijandige sfeer, om onvermoeibaar de fictie te eren, om te ontsnappen aan de persoon die ik ben, omdat ik veel te ver van huis ben, om mezelf elke nacht opnieuw te schrappen en elke ochtend weer te herscheppen. En ook wel, wars van al het voorgaande, heel gewoon om in de belangstelling te staan, uiteraard.”

Christophe Vekeman. Beeld Jonas Lampens

‘Onvoorspelbaarheid is leuk’

Romancier en dichter Yannick Dangre staat sinds zijn debuut Vulkaanvrucht te boek als dandyesk. Maar hij loopt er tegenwoordig ook vaak casual bij.

Dangre: “Kleren zeggen in principe niks over je schrijverschap, maar wel over je persoonlijkheid, die dan weer doorsijpelt in je boeken. Helemaal los van elkaar staan ze misschien toch niet. Soms creëren auteurs er doelbewust een imago mee, maar uiteindelijk ­worden ze dat imago dan ook. Het masker zegt alles over zijn drager. Niemand gaat zich altijd als een cowboy verkleden als hij niet stiekem heel erg van cowboys houdt. Vaak is dat ook wel lollig. Zelf hou ik van mooie dingen en dus ook van leuke kleren. Vroeger was dat zeer dandyesk gericht, maar dan word je al snel een wandelend cliché. Onvoorspelbaarheid is leuker. Daarom varieer ik tegenwoordig graag: de ene keer gewoon witte
sloefkes en een simpel angoratruitje, de andere keer toch weer een pak.

Yannick Dangre. Beeld Koen Broos

“Al speelt je oeuvre ook mee. Ik heb het nu eenmaal vaak over vergankelijkheid en schrijf nogal barok. Dan kleven mensen al sneller zo’n etiket op je. Ik heb daar geen enkel probleem mee. Het lijkt me erger als alle lezers het erover eens zijn dat je er steevast ‘zo normaal’ bij loopt. Dat is bijna zoiets als ‘hij schrijft zo normaal.’” (lacht)

‘Zijn wie ge wilt zijn’

Volgens Herman Brusselmans oogt Jeroen Olyslaegers als ‘een half bejaarde druïde’ en draagt hij steevast ‘een zeer wijde broek, waarin hij (…) drie of vier vluchtelingen uit Lampedusa had kunnen verbergen’. Hij moet smakelijk lachen met de spot van Brusselmans.

Olyslaegers: “Daar lig ik echt niet wakker van. Vanaf mijn roman
Winst heb ik mijn kledingstijl ­drastisch omgegooid. Sommigen noemen mijn breed uitwaaierende kleren zelfs sjamanistisch. Maar in ieder geval staat dit dicht bij wie ik zelf ben. Van jongsaf aan kreeg ik commentaar op mijn diverse plunjes. Ik ben opgegroeid in Kontich en ook daar wekte ik al weerstand op. Gaandeweg begon ik meer op mijn kledij te letten. De dandyeske verschijning van Paul van Ostaijen met zijn zwarte bontmuts, de vroege Louis Paul Boon met sjaal en hoed of Hugo Claus, destijds de king of cool, inspireerden me.

Jeroen Olyslaegers. Beeld ANP

“Uiteindelijk moet je via je kledij je innerlijk tonen: ‘Zijn wie ge wilt zijn, is het moeilijkste wat er is’, staat er ergens in mijn roman Wil. Mij zul je niet een Zara of C&A zien binnenstappen. Ik draag regelmatig met plezier Goddess, een label van een vriendin. Het zijn opvallende kleren, ja. Maar ze stralen verbondenheid en spiritualiteit uit. Alsof je tot een stam behoort. Echte schrijfkleren heb ik niet. Maar ik kan wel goed begrijpen wat Nick Cave onlangs zei, dat hij dag in, dag uit in een pak rondloopt. Dat is een harnas, dat geeft rust. Daar kan ik me wel mee identificeren.”

‘Ascetisch maar niet seksloos’

Yves Petry heeft altijd de soberheid gepredikt in zijn voorkomen, met een voorkeur voor herfstkleurige kostuumjasjes, eenvoudige hemden en wollen truien. Al ruim twintig jaar lijkt hij dezelfde look te hanteren.

Petry: “Ideaal voor mij zou zijn elke dag hetzelfde te kunnen aantrekken: een soort uniform van de eenmansbedelorde die het literaire schrijverschap is. Ik denk aan een sober én elegant tenue, een tikkeltje martiaal van uitstraling, ook een tikkeltje ascetisch maar zonder dat het seksloos wordt. Liefst kreukvrij. Meer specifieke details kan ik beter aan een ontwerper overlaten.

“Van primair belang is dat ik dit uniform elke dag, bij elk weertype en aan elk front kan dragen: tijdens het schrijven, bij optredens, op recepties en prijsuitreikingen, alsook tijdens boswandelingen of fietstochten, thuis, op café, in de bergen, op huwelijksfeesten en ja, eventueel zelfs in bed. Het moet ook boven mode en tijd staan. Dan hoef ik nooit meer een gedachte aan mijn outfit te spenderen, net zomin als een dier zich ooit de vraag hoeft te stellen welke vacht het vandaag zal aandoen. Helaas heb ik nog geen boetiek gevonden waar ze me kunnen helpen.”

Yves Petry. Beeld Hollandse Hoogte / Kick Smeets Fotografie
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden