Vrijdag 26/04/2019

Tweede Wereldoorlog

De jodenvervolging in België: “horen, zien en zwijgen”

Herman Van Goethem. Beeld Thomas Sweertvaegher

Voor 1942 focuste Herman Van Goethem op het bezette Antwerpen. Na 14 jaar lang archieven doorpluizen, weet de historicus nu: het Antwerpse stadsbestuur was in WO II veel nauwer betrokken bij de deportaties van Joden dan we ooit hadden gedacht.

Alles aan Herman Van Goethem, historicus en rector van de Universiteit Antwerpen, ademt geschiedenis, inclusief zijn werkkamer. In het rectoraat, een koloniaal gebouw waar vroeger jonge mannen werden opgeleid om de plak te zwaaien, hangt een oude poster over de kolonie. Achter zijn bureau sieren beelden van de Latijns-Amerikaanse fotograaf Daniël Hernández-Salazar de witte muur, drie zwart-witportretten van een man met telkens de handen over de oren, ogen en mond. Foto’s die de schending van mensenrechten in heden en verleden aanklagen. Van Goethem ziet er ook een verwijzing in naar het bezette België tijdens de Tweede Wereldoorlog. Als het aankomt op hoe België omging met de Jodenvervolging, dan was dat dikwijls een kwestie van “horen, zien en zwijgen”. Hij wijst naar een vierde beeld van de man die zijn handen open voor zijn mond houdt, alsof hij op het punt staat om een oorverdovende schreeuw los te laten. “Dit is wat er had moeten gebeuren”, zegt Van Goethem. “Roepen!”

Al het grootste deel van zijn carrière houdt Van Goethem zich bezig met de Tweede Wereldoorlog, maar voor zijn nieuwste boek 1942 heeft hij zijn focus verscherpt naar het bezette Antwerpen, waar het stadsbestuur volgens hem een groter aandeel had bij de Jodendeportaties, dan we tot nog toe vermoedden.

Een voorzet voor het onderzoek naar Antwerpen is gegeven door de historicus Lieven Saerens, die in het boek Vreemdelingen in een wereldstad, uit 2000, al had aangetoond dat de Antwerpse politie heeft meegedaan aan de Jodenrazzia’s. “Eigenlijk riep het onderzoek van Saerens ook veel vragen op”, zegt Van Goethem. “Hij heeft wel laten zien dat de politie heeft meegewerkt, maar ik wilde analyseren hoe dat precies kwam.”

Herman Van Goethem. Beeld Thomas Sweertvaegher

Daarbij springt vooral de rol van oorlogsburgemeester Leo Delwaide in het oog. De christendemocraat, die vanaf 1940 aan het roer staat in Antwerpen, heeft volgens Van Goethem een bijdrage geleverd om de razzia’s te organiseren.

“Terwijl hij in het werk van Saerens alleen toekijkt”, zegt Van Goethem, “heb ik ontdekt dat hij echt betrokken is bij de organisatie. Delwaide reikt volgens mij het kader aan waarin de deportaties konden plaatsvinden. Hij treedt zelfs op tegen een agent die niet wil meewerken, zoals een document in het stadsarchief toont. In een tuchtsanctie verliest agent Vermuyten drie vakantiedagen.”

Als België vanaf 1940 bezet wordt, gaat ook in Antwerpen een nieuwe wind waaien. Burgemeester Delwaide hervormt mee de politie in de geest van de ‘Nieuwe Orde’, de visie van de Duitsers om de bezette landen te ‘nazificeren’.

Door al het speurwerk in de archieven komen enkele pijnlijke bewijzen aan het licht. Delwaide staat bijvoorbeeld mee aan de wieg van een politieschool om rekruten de nieuwe waarden bij te brengen. Duitsgezinde agenten krijgen sleutelposities binnen het korps. En de stad laat een gebouw opkalefateren, waar Joden vastgehouden kunnen worden. De kans is op dat moment groot dat Duitsland de oorlog wint, schuift Van Goethem als mogelijke verklaring naar voren. Wat de Joden te wachten staat, kan nog niemand in Antwerpen vermoeden.

Voor zijn onderzoek, heeft Van Goethem vooral de Antwerpse politiearchieven doorplozen. Honderden meters documenten, met pv’s over veel banale onderwerpen. Een kapot fietslicht, een ordinaire burenruzie. Veel van die pv’s hadden evengoed opgesteld kunnen worden in 2019, maar dan zijn er ook weer de documenten die de realiteit van 1942 pijnlijk duidelijk maken.

“De archieven van de stad Antwerpen zijn een van de rijkste van Europa”, zegt Van Goethem. “Maar omdat er zo ontzettend veel materiaal is, is het vaak zoeken naar een kleine naald in een gigantische hooiberg. Ik beschrijf in het boek dan ook hoe moeizaam en hoe traag dat gaat.

Maar je moet heel lang kijken naar allerlei kleine archiefdocumenten tot je ook echt het grotere plaatje gaat zien.”

Dat vorsen heeft Van Goethem de laatste veertien jaar beziggehouden. Het was iets dat telkens in zijn achterhoofd is blijven spelen, zegt hij. Tussendoor werd hij nog gevraagd om de Kazerne Dossin in Mechelen te cureren, en nadien nam hij het rectorschap van de UAntwerpen op zich. “Maar bij elk vrij moment”, zegt Van Goethem, “was er een klein stemmetje dat zei: er is dat boek nog, dat je wil schrijven.”

Het bijzondere aan het doornemen van zoveel kleine documenten is dat je uiteindelijk bijna minuut per minuut de gebeurtenissen kunt reconstrueren. Als de rector één dag moet kiezen die hem uit zijn onderzoek zal bijblijven, dan is het 15 augustus 1942, omdat er zoveel tragiek van die dag nog in de geschreven bronnen zit.

Er zijn op dat moment wel al razzia’s geweest in Antwerpen. Maar 15 augustus is de eerste keer dat de Duitsers ook agenten van de Antwerpse politie opvorderen. Hun dienstorder luidt: “Heden avond dient op bevel vanaf 20.30 uur der Sicherheitspolizei in de 5e, 6e en 7e wijken een bijzondere beschikking voorhanden te zijn, om bepaalde opdrachten uit te voeren.”

Terwijl die nacht de Duitsers de huizen van Joden roepend en stompend binnenstormen, zal het de taak zijn van de Antwerpse agenten om straten te versperren en erop toe te zien dat de Joden de vrachtwagens instappen. Wie wil vluchten, wordt door de agenten tegengehouden. Die nacht worden in de Dossinkazerne, waar de Joden worden verzameld, 845 mannen, vrouwen en kinderen geregistreerd. Eindbestemming: Auschwitz-Birkenau.

Nog bijzonder aan de archiefdocumenten is ook wat ze aangeven, maar niet laten zien. “Tijdens de razzia valt Samuel Gelman, een Joodse man, plots dood neer voor de ogen van zijn vrouw en kinderen”, zegt Van Goethem. “En dat staat ook allemaal beschreven in een pv voor ‘overlijden op de openbare weg’: ‘Toen de genaamde Jood Samuel Gelman werd weggevoerd samen met zijne geloofsgenoten en plots neerzeeg op de grond…’ Er blijkt dan ook nog dat hij de rantsoenbonnen van zijn vrouw en kinderen bij zich heeft.”

Als Gelman al op de grond ligt, krijgt hij nog trappen van de Duitsers. Hij wordt weggevoerd naar het ziekenhuis, maar dan kan een arts alleen zijn overlijden vaststellen. “Dan vraag ik me af”, zegt Van Goethem, “hoe moeten die vrouw en kinderen zich gevoeld hebben na het vertrek, want zij weten dan toch dat hun vader of echtgenoot gestorven is? En zij belanden dan zelf uiteindelijk in de gaskamers. Dan denk je bij jezelf: zoiets is toch erger dan de hel?”

Bij de volgende razzia, op 28 augustus, zullen het niet meer de Duitsers zijn die de Joden moeten oppakken, maar knapt de politie al het vuile werk op.

Tegen het einde van de oorlog wordt de Joodse gemeenschap in Antwerpen bijzonder zwaar getroffen. Zeker 10.000 Antwerpse Joden verdwijnen, slechts 500 van hen zullen de kampen overleven.

Om goed te begrijpen waarom het Antwerpse stadsbestuur heeft meegewerkt aan de deportaties, moet je volgens van Goethem erg goed de context van het jaar 1942 begrijpen, vooral wat er zich buiten onze landsgrenzen afspeelt. Want op dat moment zijn in heel Europa de Duitse legers oppermachtig.

Verwerking

“Tot eind 1942 gaat men veel minder uit van een geallieerde overwinning dan we nu denken”, zegt Van Goethem. “Ook dat is een nieuw inzicht dat ik met het boek wil duidelijk maken. Ik geloof dan ook niet dat de Belgische overheid, of zeker de regering-Pierlot, die naar Londen is gevlucht, vanaf dag 1 in het kamp van de geallieerden staat. Volgens mij hebben ze eerder de kat uit de boom gekeken.”

Maar naar het einde van 1942 wordt alles anders. Eerst verslaan de Britten de Duitse generaal Rommel bij El Alamein (Egypte), nadien verliezen de Duitsers ook de belangrijke slag om de Russische stad Stalingrad. Het is dan ook pas vanaf eind 1942, als het ernaar uitziet dat Duitsland militair geklopt kan worden, dat de Belgische regering acties onderneemt. “Dag na dag neemt de Belgische regering dan nieuwe maatregelen”, zegt Van Goethem. “Er komt dan ook een hele wetgeving om de collaboratie met de Duitsers te bestraffen.”

Ook aan de acties van het Antwerpse stadsbestuur kun je op dat moment zien dat de oorlog kantelt. Er komen zo instructies voor de agenten, dat ze niet meer mogen meewerken met de Jodendeportaties.

“Delwaide beweert dan ook dat hij er nooit van op de hoogte is gebracht”, zegt Van Goethem. “Maar dat klopt niet. Hij heeft zelfs een tuchtsanctie uitgevaardigd voor een agent die niet wilde meewerken. Dus dat hij liegt, is wel duidelijk. Nadien gaat hij zich zelfs nog de vraag stellen of hij na de oorlog vervolgd kan worden.”

De Jodenvervolging zal vanaf 1943 niet afnemen, volgens Van Goethem, maar de lokale Belgische overheden werken er vanaf dan niet meer aan mee.

Hoe we met het verleden moeten omgaan, is ook iets wat de zoektocht van Van Goethem bepaald heeft. Zo heeft hij mee een rapport opgesteld voor een herdenkingsbeleid in Antwerpen, en heeft hij samen met de auteur Jeroen Olyslaegers al teksten voorgedragen in een school in Zurenborg, waar Joden ooit zijn samengedreven. Het onderzoekswerk van Van Goethem heeft ook bijgedragen aan Olyslaegers’ bekroonde roman Wil.

De manier waarop we dat verleden meeslepen is voor Van Goethem ook een persoonlijke zaak. Zijn grootvader, zelf oorlogsburgemeester in Burcht, collaboreerde tijdens de oorlog ook met de Duitsers. Nadien vluchtte hij zelfs naar het buitenland.

“Omdat ik hem nooit goed gekend heb, was hij voor mij eerder als een verre grootoom”, zegt Van Goethem. “Als ik dan toch verder over mijn familie begon na te denken, wilde ik mijn verhaal uitwerken voor het boek. Ik was er misschien ook ergens toe verplicht.”

Want het eigen oorlogsverleden was iets waar ten huize Van Goethem liever niet over gesproken werd, zegt de rector. “Als ik met mijn grootvader over de oorlog sprak, werd hij kwaad. Mijn vader had er dan weer een zekere tristesse over. Zoals veel Joden na de oorlog nooit meer over de Shoah spraken, zo vroegen ook veel kinderen van collaborateurs er niet naar. Bij ons was dat alleszins zo.”

“Ik ben zelf eigenlijk heel recent gaan kijken: het is waar, mijn grootvader heeft mensen aangegeven, maar wat is daar ooit mee gebeurd? Pas door dit onderzoek ben ik die vraag gaan stellen en dat vond ik toch wel confronterend.”

Aanvaring

Het vreemde aan het onderzoek over de Tweede Wereldoorlog is misschien wel dat we pas nu open kunnen onderzoeken wat er toen is gebeurd. Omdat het potje vroeger te vaak werd toegedekt. Zo ging het eigenlijk ook met burgemeester Delwaide. Na de oorlog wordt hij nog havenschepen en bouwt hij goede relaties op met de Joodse gemeenschap in Antwerpen.

“Wie zich tijdens de oorlog niet compleet verbrand had, door publiekelijk ‘Heil Hitler!’ te roepen, kon nadien nog vaak naar het goede kamp overlopen”, zegt Van Goethem. “Delwaide heeft wel meegewerkt met de Duitsers maar hij heeft dat enkel binnenskamers gedaan, en via dossiers. Daar weet de buitenwereld niets over.”

“Veel van de Antwerpse Joden die de oorlog overleefd hebben, keren niet naar Antwerpen terug. Dus na de oorlog heb je eigenlijk een nieuwe gemeenschap in de stad, waarbij velen uit landen als Polen komen. En die gemeenschap heeft ook goede contacten met het stadsbestuur.”

Het Belgisch Israëlitisch Weekblad zal bij het overlijden van de oorlogsburgemeester in 1978 ook koppen: ‘Joodse gemeenschap rouwt om het heengaan van schepen Leo Delwaide.’

Ook al heeft Van Goethem al eens een aanvaring gehad met de familie van Delwaide, omdat hij in een eerder boek de naam van de burgemeester al eens liet vallen in de context van de deportaties, toch verwacht hij zulke reacties niet meer. De meeste hoofdrolspelers in het verhaal zijn ondertussen al overleden.

“Maar ik denk dat het onderzoek wel heel belangrijk is”, zegt Van Goethem. “Het gaat tenslotte over misdrijven tegen de menselijkheid. We moeten deze vragen, zoveel jaren na de oorlog, toch kunnen stellen?”

Herman Van Goethem, 1942. Het jaar van de stilte, Polis, 360 p., 29,95 euro.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.